Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 168 dagen, waarvan 150 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest. Verder heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, dat de inbeslaggenomen vrachtauto verbeurd zal worden verklaard en dat het bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep en hetgeen de raadsvrouw bij pleidooi naar voren heeft gebracht heeft het hof niet gebracht tot andere overwegingen en beslissingen dan de rechtbank, zodat het hof zich verenigt met het vonnis waarvan beroep en dit om die reden zal bevestigen, met dien verstande dat het hof in aanvulling op het vonnis de volgende beslissingen neemt ten aanzien van het beslag en het bevel voorlopige hechtenis.
- Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 1 STK Vrachtauto [kenteken] (Omschrijving: PL1300-2023267819-6427805, Wit, merk: Scania), nu deze niet aan de verdachte toebehoort en niet duidelijk is wie de eigenaar van deze vrachtauto is.
- Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.T.C. de Vries, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. N.J.M. de Munnik, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten en mr. R.C.E. van Tilburg, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2026.
Mr. N.J.M. de Munnik is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.