ECLI:NL:GHAMS:2026:1032

ECLI:NL:GHAMS:2026:1032

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 23-04-2026
Zaaknummer 200.355.584/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Appartementsrecht. Verzoek tot vernietiging of nietigverklaring van besluiten van de vergadering van eigenaars waarbij is bepaald dat het onderhoud van bepaalde ramen en delen van schuifpuien door de VvE gebeurt. Zijn deze delen gemeenschappelijk of privé en wat bepaalt de splitsingsakte over het onderhoud daarvan. Uitleg

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel)

zaaknummer : 200.355.584/01

zaak-/rekestnummer rechtbank Amsterdam : 11503070 \ EA VERZ 25-56

beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 april 2026

inzake

[appellant 1] en

[appellant 2] ,

beiden wonende te [plaats] ,

appellanten,

advocaat: mr. K. Kroon te Amsterdam,

tegen

[VvE] ,

gevestigd te [plaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. N.A. Berenschot te Amsterdam.

Deze partijen worden hierna [appellanten] en de VvE (dan wel VvE V) genoemd.

1. De zaak in het kort

De vergadering van eigenaars van een appartementencomplex heeft besluiten genomen inzake twee soorten schuiframen en delen van schuifpuien, inhoudend dat het onderhoud daarvan onder de verantwoordelijkheid van de VvE valt. Een appartementseigenaar die dergelijke ramen en schuifpuien niet heeft, meent dat die besluiten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met de wet, het splitsingsreglement en/of de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter heeft de verzoeken van het de appartementseigenaar afgewezen. Het hof bekrachtigt die beschikking.

2. Het geding in hoger beroep

[appellanten] zijn bij beroepschrift dat op de griffie van het hof is ontvangen op 11 juni 2025, onder aanvoering van zes grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking die de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam op 13 mei 2025 onder bovenvermeld zaak-/rekestnummer heeft gegeven. Zij hebben in het beroepschrift hun inleidende verzoeken gewijzigd. Aan het beroepschrift zijn producties gehecht.

Op 8 september 2025 is op de griffie van het hof een verweerschrift in hoger beroep van de VvE binnengekomen, tevens houdende akte wijziging tegenverzoek, met producties.

Bij verweerschrift dat op 14 november 2025 bij het hof is binnengekomen, hebben [appellanten] op het gewijzigde tegenverzoek gereageerd.

Op 5 maart 2026 heeft in deze zaak een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Voor deze zitting zijn, naast [appellanten] en de VvE, ook alle ander leden van de VvE opgeroepen.

Voorafgaand aan de zitting hebben beide partijen nog nieuwe stukken aan het hof toegezonden.

[appellanten] zijn ter zitting verschenen met hun advocaat, net als de VvE, die werd vertegenwoordigd door haar bestuurders [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] en technisch beheerder [naam 4] . Ook de VvE-leden [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] waren ter zitting aanwezig.

De advocaten van [appellanten] en de VvE hebben de zaak ter zitting toegelicht aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen. Partijen hebben vragen van het hof beantwoord.

Uitspraak is bepaald op heden.

3. Feiten

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking onder 1.1 en 1.2 enige feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. De juistheid van die feiten is tussen partijen niet in geschil. Wel beklagen [appellanten] zich in hun eerste grief (onder meer) erover dat die feiten onvolledig zijn. Het hof zal die feiten aanvullen met andere feiten die tussen partijen niet in geschil zijn en die het hof relevant acht voor zijn oordeel.

Aldus aangevuld zijn de feiten de volgende.

a. [appellanten] zijn gezamenlijk eigenaar van een appartementsrecht dat recht geeft op het uitsluitend gebruik van een woning aan [straat 1] in [plaats] . Zij zijn uit dien hoofde van rechtswege lid van de VvE.

b. Het appartementsrecht van [appellanten] is tot stand gekomen door een reeks van een hoofdsplitsing en vier ondersplitsingen (hierna, evenals de daarbij behorende splitsingsakten en -reglementen en verenigingen van eigenaars (VvE’s) aan te duiden als I, II, III, IV en V). Bij splitsing I is in 1997 een stuk grond met opstallen aan het [straat 2] , [straat 3] , [straat 4] en [straat 5] in [plaats] gesplitst in een parkeergarage enerzijds en zeven daarboven gelegen gebouwen anderzijds. Bij splitsing II zijn de zeven gebouwen verzelfstandigd. Bij splitsing III is het gebouw waarin de woning van [appellanten] zich bevindt, verdeeld in een koopdeel enerzijds en een huurdeel (thans in eigendom bij Stadgenoot) anderzijds en is VvE III opgericht. Bij splitsing IV is het koopdeel verdeeld in bedrijfsruimten en woningen en is VvE IV opgericht. Bij splitsing V is de VvE (VvE V) opgericht en zijn 79 appartementsrechten met betrekking tot woningen ontstaan, waaronder dat van [appellanten]

c. Met betrekking tot de vraag welke delen en zaken gemeenschappelijk zijn is in de opeenvolgende splitsingsreglementen in artikel 9, lid 1 het volgende bepaald:

in splitsingsakte III:

Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden - voor zover aanwezig - ondermeer gerekend:

a. die zaken en gedeelten, welke blijkens het bepaalde in artikel 1, onder c en d van Reglement I, respectievelijk Reglement II tot gemeenschappelijke zaken zijn gedefinieerd en waarvan een nadere omschrijving is gegeven in artikel 9, lid 1 van Reglement I en artikel 9, lid 1, van Reglement II;

b. de dragende muren en de kolommen, de vloeren, het geraamte van het gebouw - een en ander met uitzondering van de afwerklagen in de privé gedeelten - het ruwe metselwerk, de buitengevels - daaronder begrepen de ramen met het glas en de kozijnen met de deuren die zich in de buitengevels bevinden (daaronder niet begrepen de puien van de winkel-/bedrijfsruimten) -, de balconconstructies, de borstweringen, de galerijen, de daken, de schoorstenen, almede het hek en traliewerk aan de buienzijde van het gebouw;

c. de binnentuin met de daarin aanwezige - niet reeds onder het hiervoor sub a vermelde vallende - voorzieningen;

d. de ten behoeve van het gebouw strekkende leidingen voor afvoer van hemelwater en de goten alsmede de riolering en de hoofdleidingen en dergelijke voor water, electriciteit, telefoon en centrale antenne-inrichting, en in verband daarmee te realiseren (bouwkundige) voorzieningen, indien en voor zover deze niet uitsluitend strekken ten behoeve van één privé gedeelte en niet vallend onder het betreffende nutsbedrijf.

in splitsingsakte IV:

Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden - voor zover aanwezig - ondermeer gerekend:

a. die zaken en gedeelten, welke blijkens het bepaalde in artikel 1, onder c en d van Reglement I, Reglement II, respectievelijk Reglement III tot gemeenschappelijke zaken zijn gedefinieerd en waarvan een nadere omschrijving is gegeven in artikel 9, lid 1 van Reglement I, artikel 9, lid 1, van Reglement II respectievelijk artikel 9, lid 1 van Reglement III.

in splitsingsakte V:

Tot de gemeenschappelijke gedeelten en gemeenschappelijke zaken worden - voor zover aanwezig - ondermeer gerekend:

a. die zaken en gedeelten, welke blijkens het bepaalde in artikel 1, onder c en d van Reglement I, Reglement II, Regelement III, respectievelijk Reglement IV tot gemeenschappelijke zaken zijn gedefinieerd en waarvan een nadere omschrijving is gegeven in artikel 9, lid 1 van Reglement I, artikel 9, lid 1, van Reglement II, artikel 9, lid 1, van Reglement III respectievelijk artikel 9, lid 1, van Reglement IV;

b. de in het gebouw aanwezige niet van een privé gedeelte deel uit makende, gangen, trappenhuizen en centrale ruimten; en

c. de in het gebouw aanwezige liften en liftinstallaties, systemen voor oproep en deuropeners en in verband daarmee te realiseren (bouwkundige) voorzieningen, een en ander voor zover deze niet uitsluitend strekken ten behoeve van één privé gedeelte.

d. In artikel 18, lid 1 van de splitsingsakten III, IV en V is met betrekking tot het door de appartementseigenaren te verrichten onderhoud het volgende bepaald:

in splitsingsakte III:

Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te (doen) onderhouden en daarbij de belangen van de andere eigenaar(s) in acht te nemen.

(…)

Voorts is iedere eigenaar en gebruiker gehouden die zijden van de ramen met het glas en de kozijnen met de deuren die zich in gesloten toestand in het privé-gedeelte bevinden behoorlijk te onderhouden.

in splitsingsakte IV:

Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te (doen) onderhouden en daarbij de belangen van de andere eigenaar(s) in acht te nemen.

(…)

Voorts is iedere eigenaar en gebruiker gehouden die zijden van de ramen met het glas en de kozijnen met de deuren die zich in gesloten toestand in het privé-gedeelte bevinden behoorlijk te onderhouden.

in splitsingsakte V:

Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te (doen) onderhouden en daarbij de belangen van de andere eigenaar(s) in acht te nemen.

Tot dat onderhoud behoren met name het binnenschilder-, behang- en tegelwerk, de afwerklagen van balkons (…), de afwerklagen van plafonds, vloeren en muren dienende tot afscheiding van privégedeelten, de binnenzijde van de deuren, ramen en kozijnen die zich in de buitengevels bevinden of de scheiding vormen tussen het gemeenschappelijk en het privé gedeelte (waaronder begrepen de reparatie en vervanging van hang- en sluitwerk) alsmede het schoonhouden en ontstoppen van alle sanitair en leidingen, zulks met uitzondering van die leidingen die ingevolge het in artikel 9 van het onderhavige regelement gemeenschappelijk zijn.

e. In de buitenmuren bevinden zich bij sommige woningen binnen de VvE zogenoemde PH-ramen, bij sommige woningen aluminium schuiframen en bij sommige woningen schuifpuien. De PH-ramen zijn van kunststof en bestaan uit twee paar schuiframen met enige ruimte daartussen, die glijden over geleideprofielen en op hun plaats worden gehouden door schuim aan de bovenzijde. De aluminium schuiframen glijden ook over een profiel/rail, net als de deuren van de schuifpuien.

f. Tijdens een gecombineerde vergadering van eigenaars van VvE III, VvE IV en VvE V op 17 december 2024 hebben die VvE’s ieder voor zich en na elkaar de volgende drie besluiten genomen:

Besluit 2: Dienen de PH-ramen gezien te worden als kozijnen en vallen ze daarmee onder de verantwoordelijkheid van de VvE?

Besluit: De vergadering besluit in te stemmen om de PH-ramen te zien als kozijnen en vallen deze daarmee onder de verantwoordelijkheid van de VvE en hiermee is het voorstel aangenomen.

Besluit 3: Dienen de aluminium schuiframen, inclusief het profiel, gezien te worden als kozijn en vallen ze daarmee onder de verantwoordelijkheid van de VvE?

Besluit: De vergadering besluit in te stemmen om de aluminium schuiframen inclusief het profiel te zien als kozijn en vallen daarmee onder de verantwoordelijkheid van de VvE en hiermee is het voorstel aangenomen.

Besluit 4: Valt het glijprofiel van een schuifpui onder de verantwoordelijkheid van de VvE?

Besluit: De vergadering besluit in te stemmen om het glijprofiel van een schuifpui onder de verantwoordelijkheid van de VvE te scharen en hiermee is het voorstel aangenomen.

Voor zover genomen door de VvE zullen deze besluiten hierna worden aangeduid als: de besluiten van de VvE.

4. In eerste aanleg

Bij inleidend verzoekschrift van 13 januari 2025 hebben [appellanten] op grond van artikel 5:130 BW de kantonrechter verzocht de besluiten van de VvE nietig te verklaren dan wel te vernietigen. De VvE heeft het verzoek bestreden en voor het geval de kantonrechter het verzoek zou toewijzen, subsidiair verzocht te verklaren voor recht dat de PH-ramen als gemeenschappelijke zaken dienen te worden aangemerkt.

Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het verzoek afgewezen, omdat naar zijn oordeel de onderdelen waarop de besluiten betrekking hebben op grond van de splitsingsakte gemeenschappelijk zijn. Ook van strijd met de wet of met de redelijkheid en billijkheid was volgens de kantonrechter niet gebleken. [appellanten] zijn in de proceskosten veroordeeld.

5. In hoger beroep

[appellanten] hebben geconcludeerd dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en alsnog de besluiten nietig zal verklaren of zal vernietigen en daarnaast voor recht zal verklaren dat de binnenzijde van de PH-ramen, de aluminium schuiframen (inclusief profiel) en de glijprofielen van de schuifpuien, waarop de besluiten betrekking hebben, door de individuele eigenaar van het desbetreffende appartement in de VvE op zijn of haar kosten dienen te worden onderhouden en vervangen, een en ander met veroordeling van de VvE, uitvoerbaar bij voorraad, in de gedingkosten in beide instanties.

De VvE heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden beschikking zal bekrachtigen, [appellanten] in hun verzoeken niet-ontvankelijk zal verklaren, althans die verzoeken zal afwijzen en voor recht zal verklaren dat VvE Hof 2 (VvE III) verantwoordelijk is voor het onderhoud van de onderdelen van het PH-raam, het aluminium schuifraam en de schuifpui zoals onder randnummer 34 van het verweerschrift in hoger beroep toegelicht en op de foto’s in productie 15 aangeduid met witte pijlen en de individuele appartementseigenaren verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van de onderdelen van het PH-raam, het aluminium schuifraam en de schuifpui zoals onder randnummer 34 van het verweerschrift in hoger beroep toegelicht en op de foto’s in productie 15 aangeduid met gele pijlen, inclusief het hang- en sluitwerk, een en ander met veroordeling van [appellanten] , uitvoerbaar bij voorraad, in de gedingkosten in beide instanties, inclusief de nakosten en met rente.

6. Beoordeling

Het gewijzigde tegenverzoek van de zijde van de VvE

De door de VvE in hoger beroep voor het eerst verzochte verklaring voor recht ziet op de verdeling van de onderhoudsverantwoordelijkheden tussen de appartementseigenaren enerzijds en VvE III anderzijds. Over die verdeling kan het hof echter geen uitspraken doen in een geding waarbij VvE III geen partij of belanghebbende is. Het hof zal de VvE daarom in dit nieuwe verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

De door het hof te beantwoorden vragen

De grieven van [appellanten] , voor zover nog niet besproken, lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Uit het inleidend verzoekschrift begrijpt het hof dat het [appellanten] met name te doen is om het schuim en het glijprofiel van de PH-ramen, het glijprofiel van de aluminium schuiframen en het glijprofiel van de schuifpuien. Zij menen dat de VvE in strijd handelt met het splitsingsreglement, de wet en de redelijkheid en billijkheid door de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van die delen op zich te nemen. [appellanten] menen dat die verantwoordelijkheid berust bij de individuele appartementseigenaren. Verder menen zij dat er aan de totstandkoming van die besluiten gebreken kleven.

Om te kunnen bepalen of de door de VvE aangenomen verdeling van de onderhoudsverlichtingen in strijd is met het splitsingsreglement, zal het hof dat reglement uitleggen in twee stappen. Eerst zal worden vastgesteld in hoeverre de PH-ramen, de aluminium schuiframen en de schuifpuien gemeenschappelijk zijn. Vervolgens wordt dan vastgesteld wat, daarvan uitgaande, het splitsingsreglement bepaalt over het onderhoud.

Welke delen zijn gemeenschappelijk?

Bij de uitleg van de splitsingsakte komt het aan op de daarin tot uitdrukking gebrachte bedoeling van degene die tot splitsing is overgegaan. Deze bedoeling moet naar objectieve maatstaven worden afgeleid uit de omschrijving in die akte van de onderscheiden gedeelten van het gebouw en uit de daaraan gehechte tekening, bezien in het licht van de gehele inhoud van de akte en de tekening. De rechtszekerheid vergt dat voor de vaststelling van hetgeen tot de privégedeelten respectievelijk tot de gemeenschappelijke gedeelten behoort, slechts acht mag worden geslagen op de gegevens die voor derden uit of aan de hand van de in de openbare registers ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn. Indien de ingeschreven splitsingsstukken voor verschillende uitleg vatbaar zijn, dient de rechter vast te stellen welke uitleg van deze stukken naar objectieve maatstaven het meest aannemelijk is. In dit geding is uitsluitend splitsingstekening V overgelegd. Die bevat geen aanwijzingen voor de beantwoording van de vraag in hoeverre de deuren en ramen gemeenschappelijk zijn. Het hof neemt aan dat hetzelfde geldt voor de splitsingstekeningen IV en V, zodat het aankomt op de uitleg van de tekst van de splitsingsakten.

Uit het systeem van splitsing en ondersplitsingen vloeit voort dat alles wat in een hogere splitsing gemeenschappelijk is verklaard, dat in de lagere splitsing noodzakelijkerwijs ook is, en eventueel meer. De ramen en deuren waar het in deze zaak om draait, zijn uitsluitend vermeld in splitsingsakte III. Daarin zijn gemeenschappelijk verklaard: “de buitengevels - daaronder begrepen de ramen met het glas en de kozijnen met de deuren die zich in de buitengevels bevinden” (met uitzondering van de winkelpuien). Naar het oordeel van het hof brengt deze bepaling mee dat de PH-ramen, aluminium schuiframen en schuifpuien in hun geheel gemeenschappelijk zijn. De beperkende woorden “die zich in de buitengevels bevinden” dienen kennelijk ertoe de ramen en deuren in de buitengevels te onderscheiden van ramen en deuren in de binnenmuren. De omstandigheid dat de PH-ramen bestaan uit twee paar schuiframen met enige ruimte ertussen, waardoor het binnenste paar schuiframen enigszins verdiept ligt in de buitengevel, is naar het oordeel van het hof onvoldoende reden om alleen het buitenste paar schuiframen als gemeenschappelijk aan te merken. Het PH-raam is immers niet een gewoon schuifraam waar aan de binnenzijde een voorzetraam tegenaan is gezet, maar presenteert zich aan de kijker duidelijk als één samenhangend geheel. Dat samenhangende geheel bevindt zich in de buitengevel, net als de aluminium schuiframen en de schuifpuien en is dus net als die andere delen, gemeenschappelijk.

Van de hoofdregel afwijkende onderhoudsverdeling

Uit het feit dat de PH-ramen, de aluminium schuiframen en de schuifpuien in hun geheel gemeenschappelijk zijn, vloeit voort dat het gehele onderhoud daarvan in beginsel de verantwoordelijkheid is van de VvE. In de splitsingsreglementen III, IV en V is echter een van dat beginsel afwijkende onderhoudsverdeling bepaald in artikel 18 lid 1. De tekst van artikel 18 lid 1 in splitsingsakte V wijkt af van die in de splitsingsakten III en IV: “de binnenzijde” (akte V) lijkt als het gaat om de PH-ramen wat beperkter dan “die zijden (…) die zich in gesloten toestand in het privé-gedeelte bevinden”. Een afwijking in de richting van de VvE zou in de gelaagde structuur van de splitsingen echter niet problematisch zijn. Voor het overige hoeft het hof zich over de onderhoudsverdeling in de splitsingen III en IV niet uit te spreken. Het gaat in dit geding immers alleen erom te bepalen of het onderhoud bij de VvE (VvE V) of bij de appartementseigenaren ligt.

Hoewel uit de letterlijke tekst van de besluiten van de VvE iets anders lijkt te volgen, is het niet de bedoeling van de VvE om ook het onderhoud dat in artikel 18 lid 1 bij de individuele appartementseigenaar is gelegd, op zich te nemen. Partijen verschillen echter van mening over de vraag hoe ver dat door de appartementseigenaren te verrichten onderhoud strekt. De VvE heeft beoogd haar standpunt daarover vast te leggen in de besluiten met toepassing van het in wezen betekenisloze artikel 10 van het splitsingsreglement, dat bij verschil van mening of een zaak of deel gemeenschappelijk of privé is, het laatste woord daarover aan de vergadering van eigenaars geeft.

Onder “de binnenzijde van de deuren, ramen en kozijnen die zich in de buitengevels bevinden” als genoemd in artikel 18 lid 1 van splitsingsreglement V vallen naar het oordeel van het hof niet de geleideprofielen van de aluminium schuiframen en van de schuifpuien. Die bevinden zich blijkens de overgelegde foto’s immers niet aan de binnenzijde, maar daarachter. Ze bevinden zich ook niet aan de buitenzijde, maar dat is hier niet het beslissende criterium.

Wat betreft de PH-ramen geldt het volgende. Hiervoor heeft het hof overwogen dat en waarom in het kader van de uitleg van de splitsingsakte de twee paren schuiframen met de ruimte ertussen, als één geheel moeten worden beschouwd. Deze redenering geldt ook in het kader van de uitleg van artikel 18 lid 1 van het splitsingsreglement. De binnenzijde van dat geheel is dan de binnenzijde van het meest naar binnen gelegen paar schuiframen.

Het hof kan uit het splitsingsreglement niet afleiden dat, zoals [appellanten] hebben betoogd, degene die tot splitsing is overgegaan zo veel mogelijk verantwoordelijkheid heeft willen leggen bij de (onder)VvE’s en appartementseigenaren die het betreft, vanuit de gedachte dat de desbetreffende VvE alleen het meest noodzakelijk doet. Ook zijn eventuele afwijkingen van de tekst van het Modelreglement 1992 voor de uitleg niet relevant, omdat dat Modelreglement, omdat het niet van toepassing is verklaard, nu juist niet tot de splitsingsstukken behoort en het voor derden dus niet duidelijk is dat aan dat Modelreglement voor de uitleg van de splitsingsakte enig belang zou toekomen.

Wel relevant voor de uitleg is de waarschijnlijkheid van de rechtsgevolgen waartoe een bepaalde uitleg leidt. In artikel 18 lid 1 is geen onderscheid gemaakt tussen zogenaamd “dagelijks onderhoud” en “groot onderhoud”. Groot onderhoud omvat ook vervanging van delen die versleten of beschadigd zijn. Aan [appellanten] kan worden toegegeven dat het goed denkbaar is dat de appartementseigenaren verantwoordelijk worden gesteld voor het schoonhouden van de schuifprofielen en het anderszins op enigszins regelmatige basis gangbaar houden van de schuiframen in de profielen. Dat de eigenaren die profielen zo nodig ook zouden moeten vervangen, net als het schuim in de PH-ramen (dat moet voorkomen dat de schuiframen uit de sponning vallen), acht het hof echter een onaannemelijk gevolg. Het gaat immers nog steeds om gemeenschappelijke delen. De uitleg van [appellanten] , die in wezen erop neerkomt dat alleen het onderhoud van de buitenkant van het buitenste paar schuiframen voor de VvE is, zou zelfs meebrengen dat het hele binnenste paar schuiframen zo nodig door de appartementseigenaar zou moeten worden vervangen. Een dergelijke verdeling acht het hof ondenkbaar.

Al met al is het hof van oordeel dat de in de besluiten van de VvE neergelegde verdeling van de onderhoudsverplichtingen in overeenstemming is met het bepaalde in de splitsingsakte.

Redelijkheid en billijkheid

Met de besluiten van de VvE heeft zij in feite niet meer gedaan dat het bevestigen van onderhoudsverplichtingen die reeds uit het splitsingsreglement voortvloeien. Degelijke besluiten zullen niet spoedig in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid. Sterker nog: de omgekeerde beslissingen zouden in strijd zijn met het splitsingsreglement en daarmee nietig. De omstandigheid dat de besluiten impliceren dat eigenaren die geen PH-ramen, aluminium schuiframen of schuifpuien hebben, zoals [appellanten] , moeten meebetalen aan het onderhoud van die ramen en schuifpuien van anderen, biedt geen grond om hier anders over te denken.

Totstandkoming van de besluiten

In het inleidend verzoekschrift hebben [appellanten] aangevoerd dat niet voldoende quorum aanwezig was om de besluiten te nemen. Dit bezwaar hangt samen met het hiervoor verworpen standpunt van [appellanten] over de uitleg van artikel 9 en 18 van het splitsingsreglement en deelt het lot daarvan. Verder acht het hof het feit dat in het stemformulier aan de leden niet uitdrukkelijk de mogelijkheid is geboden om zich te onthouden van stemming of om blanco te stemmen, geen totstandkomingsgebrek; niets hield de leden immers tegen om bij gelegenheid van de stemming zich te onthouden van stemming of om blanco te stemmen als zij dat wilden. Het ontbreken van de exacte stemverhouding in de notulen is evenmin een totstandkomingsgebrek. Ten slotte maakt het feit dat ter vergadering geen gedetailleerde informatie in verstrekt over de consequenties van het besluit voor de financiën en het meerjarenonderhoudsplan, de besluiten niet aantastbaar. Degelijke informatie had immers niet kunnen toe- of afdoen aan het feit dat de besluiten van de VvE slechts een herhaling bevatten van wat al uit het splitsingsreglement volgt.

Slotsom en kosten

Het voorgaande brengt mee dat het hof het eens is met het oordeel van de kantonrechter in de bestreden beschikking, dat de besluiten rechtsgeldig zijn. De grieven falen derhalve. Het door [appellanten] gedane bewijsaanbod wordt gepasseerd, omdat [appellanten] geen bewijs hebben aangeboden van concrete stellingen die, indien bewezen, tot een ander oordeel kunnen leiden. De bestreden beschikking zal worden bekrachtigd. Als de in het ongelijk gestelde partij worden [appellanten] veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

7. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking;

wijst het door [appellanten] in hoger beroep voor het eerst gedane verzoek af;

verklaart de VvE niet-ontvankelijk in haar in hoger beroep voor het eerst gedane verzoek;

veroordeelt [appellanten] in de kosten van het hoger beroep, tot op heden aan de zijde van de VvE vastgesteld op € 827,= aan verschotten en € 2.580,= voor salaris en € 189,= voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,= voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van deze beschikking plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, indien niet binnen veertien dagen na deze beschikking dan wel het verschuldigd worden van de nakosten aan de kostenveroordeling is voldaan;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.K. Veldhuijzen van Zanten, mr. J.C.W. Rang en mr. F. Sepmeijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 14 april 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F. Sepmeijer
  • mr. J.C.W. Rang

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?