Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
belaging.
Gepleegd21 juni 2024 tot en met 2 juli 2024 te Limmen, gemeente Castricum.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich binnen vijf dagen na het ingaan van de proeftijd meldt bij de reclassering [bedrijf] op het adres [adres 2] . De verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich laat behandelen door E25 Zorg en Welzijn of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.
De behandeling start zo snel als mogelijk. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte op geen enkele wijze – direct of indirect – contact heeft of zoekt met [persoon] , geboren op [geboortedag 2] 1993, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 05-157058-23.
Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Gewezen door mr. D.A.C. Koster, in bijzijn van J.W.B. Mullink en mr. N.M. Simons, griffiers.
mr. D.A.C. Koster
De raadsvrouw heeft na afloop van de terechtzitting per e-mailbericht van 8 april 2026 te kennen gegeven dat de verdachte afstand doet van het recht beroep in cassatie in te stellen.