ECLI:NL:GHAMS:2026:1059

ECLI:NL:GHAMS:2026:1059

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 23-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer 23-000672-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2022:5709

Samenvatting

Profijtontneming; hof baseert vordering op zowel artikel 36e tweede als derde lid Sr. Resultaat kasopstelling kan niet in rechtstreeks verband worden gebracht met het aannemen van giften in de vorm van contante bedragen waarvoor de betrokkene in de strafzaak is vrijgesproken; met ontneming op basis van kasopstelling wordt daarom niet alsnog schuld betrokkene aangenomen aan strafbaar feit waarvoor hij is vrijgesproken.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000672-24

datum uitspraak: 23 april 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 26 januari 2024 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-729050-16 tegen de betrokkene

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,

adres: [adres] .

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft ter terechtzitting in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 140.426,67.

De betrokkene is bij onherroepelijk vonnis van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2022 in de strafzaak – kort gezegd – veroordeeld ter zake van passieve ambtelijke omkoping en het schenden van ambtsgeheim.

Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 26 januari 2024 in de ontnemingszaak het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op een bedrag van € 65.866,44 en de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 61.434,94 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 10 maart 2026 en 23 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman van de betrokkene naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Standpunten van partijen

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden geschat op een bedrag van € 129.142,19 en dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling van dit bedrag aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Daarbij is enerzijds aangesloten bij de door de rechtbank in het strafvonnis bewezenverklaarde giften van in totaal € 65.797,56, met toevoeging van een bedrag van € 68,88 (vier VIP entreebewijzen voor het [toernooi] rugbytoernooi) als voordeel uit andere strafbare feiten, en daarnaast een bedrag van

€ 67.707,25 uit de kasopstelling. Volgens de advocaat-generaal kan het bedrag uit de kasopstelling worden meegenomen, nu het hier niet om specifieke misdrijven gaat en het aan de betrokkene is uitleg te geven over het onverklaarbare vermogen. Omdat volgens de advocaat-generaal geen strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld, dient hiermee in de kasopstelling rekening te worden gehouden door uit te gaan van de negatieve kas per 22 juli 2011 ad € 8.936,85 en dit bedrag in mindering te brengen.

In verband met de verbeurdverklaring van een Samsung televisie en een Piaggio scooter in de onderliggende strafzaak is op het totaalbedrag van € 133.573,69 (€ 65.797,56 + € 68,88 + € 67.707,25) een bedrag van € 4.431,50 in mindering gebracht, resulterend in genoemd bedrag van € 129.142,19.

De raadsman heeft verzocht het wederrechtelijk verkregen voordeel te schatten op € 65.797,56, ofwel het totaalbedrag aan bewezenverklaarde aangenomen giften. Volgens de raadsman mag het bedrag uit de kasopstelling niet worden meegenomen bij het bepalen van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene is door de rechtbank in de onderliggende strafzaak vrijgesproken van het aannemen van contante betalingen in relatie tot ambtelijke corruptie. Door via de kasopstelling contante betalingen, die de betrokkene zou hebben ontvangen, in aanmerking te nemen is sprake van strijd met de onschuldpresumptie. Niet is gebleken noch aannemelijk gemaakt dat de betrokkene vanuit andere strafbare feiten contante geldbedragen heeft verkregen. Indien het hof de kasopstelling wel meeneemt in de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, moet rekening worden gehouden met het positieve kassaldo van de partner van de betrokkene. Ook kan worden aangenomen dat de betrokkene slechts vijf dagen per week huishoudelijke kosten maakte, waarbij moet worden uitgegaan van de ondergrens van € 142,00 per maand.

Grondslag van de vordering

Inleiding

De rechtbank Amsterdam heeft de betrokkene bij vonnis van 10 oktober 2022 veroordeeld wegens – voor zover hier van belang – passieve ambtelijke omkoping in de periode van 1 juli 2011 tot en met 31 december 2014. De betrokkene is vrijgesproken van het aannemen van giften van twee in de tenlastelegging genoemde contante betalingen ter grootte van € 100.000 en € 14.000.

Juridisch kader

Op grond van artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Ingevolge het tweede lid van dit artikel kan de verplichting worden opgelegd aan de in het eerste lid bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

Ingevolge het derde lid, voor zover hier van belang, kan op vordering van het openbaar ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een misdrijf dat naar de wettelijke omschrijving wordt bedreigd met een geldboete van de vijfde categorie, de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, indien aannemelijk is dat of dat misdrijf of andere strafbare feiten op enigerlei wijze ertoe hebben geleid dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen.

Beoordeling door het hof

Het hof stelt voorop dat geen rechtsregel zich ertegen verzet de schatting van het wederrechtelijke verkregen voordeel te baseren op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e Sr.

Artikel 36e, tweede lid, Sr

Het hof is op basis van het vonnis in de strafzaak van oordeel dat de betrokkene voordeel heeft verkregen, als bedoeld in artikel 36e, tweede lid, Sr. Het gaat in dit geval om wederrechtelijk verkregen voordeel uit het aannemen van giften waarvoor de betrokkene is veroordeeld.

Voor wat betreft vier VIP entreebewijzen voor het [toernooi] rugbytoernooi zijn er voldoende aanwijzingen dat de betrokkene deze gift met een waarde van € 68,88 heeft aangenomen. Uit de in het ontnemingsrapport opgenomen chatberichten en boekhouding volgt dat de betrokkene, op vergelijkbare wijze als en in lijn met de bewezenverklaarde feiten, bij aannemer [persoon 1] kaarten verlangt en ook krijgt voor het betreffende toernooi. Deze kaarten worden betaald door [persoon 1] en kunnen als gift worden aangemerkt. Gezien de met de in het strafvonnis bewezenverklaarde feiten vergelijkbare modus operandi is het hof van oordeel dat sprake is van voordeel uit passieve ambtelijke omkoping.

Artikel 36e, derde lid, Sr

De rechtbank heeft de betrokkene in de strafzaak vrijgesproken van het aannemen van twee contante betalingen. Anders dan de raadsman stelt, verhinderen deze partiële vrijspraken niet dat wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van een kasopstelling in aanmerking kan worden genomen. Bij toepassing van een kasopstelling wordt immers geen relatie gelegd met strafbare feiten. De verschillende posten waaruit een kasopstelling is opgebouwd betreffen contante uitgaven die de betrokkene in de onderzochte periode heeft gedaan, afgezet tegen de contante legale ontvangsten. De posten brengen het saldo ervan (het surplus, het meerdere boven de contante legale ontvangsten) niet rechtstreeks in verband met specifieke delicten.

Het resultaat van de kasopstelling in het ontnemingsrapport kan niet in een rechtstreeks verband worden gebracht met het aannemen van giften in de vorm van contante geldbedragen waarvoor de betrokkene bij vonnis van 10 oktober 2022 is vrijgesproken. Met de ontneming op basis van de kasopstelling wordt daarom niet alsnog de schuld van de betrokkene aangenomen aan een strafbaar feit waarvoor hij is vrijgesproken.

Het misdrijf passieve ambtelijke omkoping, waarvoor de betrokkene is veroordeeld, is een misdrijf waarop een geldboete van de vijfde categorie is gesteld. Het hof acht, gelet op de onverklaarbare contante uitgaven die de betrokkene heeft gedaan, aannemelijk dat andere feiten er op enigerlei wijze toe hebben geleid dat de betrokkene hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Aan de eisen van het derde lid van artikel 36e Sr is derhalve (eveneens) voldaan.

Het hof baseert de ontnemingsvordering, gelet op het voorgaande, op het tweede en het derde lid van artikel 36e Sr.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De omvang van de ontnemingsvordering is gebaseerd op de bevindingen uit het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ van 19 augustus 2019 met bijlagen (het ontnemingsrapport). In dit rapport wordt uitgegaan van wederrechtelijk verkregen voordeel uit enerzijds giften, die verband houden met concrete gevallen van passieve ambtelijke omkoping, en anderzijds het voordeel uit contante geldstromen die in aanmerking zijn genomen bij de kasopstelling.

Bewezenverklaarde aangenomen giften

In het strafvonnis is bewezenverklaard dat de betrokkene de volgende giften heeft aangenomen:

Het hof schat het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene uit aangenomen giften op het totaalbedrag van de giften, zijnde € 65.797,56.

Andere strafbare feiten

Het hof schat, conform de bevindingen in het ontnemingsrapport, de waarde van vier verkregen entreebewijzen voor een rugbytoernooi in 2014 op € 68,88.

Voordeel uit berekening contante geldstromen

Het ontnemingsrapport gaat uit van een bedrag van € 78.991,72 aan door de betrokkene ontvangen contante gelden in de periode van 1 januari 2008 tot 1 juli 2016, waarvoor geen legale herkomst kan worden aangetoond. Dit totaalbedrag bestaat uit:

Negatieve kas € 37.388,57

Kosten huishoudelijk € 20.511,77

Overige contante aankopen € 15.306,32

Voorgeschoten contante betalingen € 5.785,06

Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen reden om voor de negatieve kas uit te gaan van € 35.040,95. Uit het onderzoek volgt dat als de contante opnamen en stortingen op datum worden gesorteerd, er op 3 augustus 2015 een negatieve kas is van € 37.388,57. Dit bedrag zal als maximaal onverklaarbare contante uitgaven in aanmerking worden genomen.

Uit de berekening van de contante gelden die de betrokkene heeft ontvangen, volgt dat de betrokkene meer contant geld heeft uitgegeven of voorhanden heeft gehad dan legaal beschikbaar was.

De verdediging heeft gesteld dat het negatieve kasverschil bij de betrokkene in samenhang moet worden bezien met het positieve saldo op de rekening van zijn partner [persoon 2] . Voor zover de verdediging hiermee heeft willen betogen dat de betrokkene een economische eenheid met [persoon 2] vormde, oordeelt het hof dat daarvan niet is gebleken. Vaststaat dat de betrokkene niet met [persoon 2] samenwoonde, maar over een eigen woning beschikte waar hij in ieder geval vijf dagen per week verbleef. Uit het feit dat de betrokkene geld heeft voorgeschoten aan [persoon 2] en haar kinderen, volgt veeleer dat betalingen gescheiden werden gehouden. Bij de berekening van de post ‘Kosten huishoudelijk’, is er in het rapport van uitgegaan dat de betrokkene twee dagen per week bij zijn partner [persoon 2] verbleef en dat zij op die dagen alle kosten voor haar rekening nam. Voor de betrokkene zijn de kosten voor huishoudelijke uitgaven voor vijf dagen per week in aanmerking genomen Het hof neemt deze aanname uit het rapport over. Dat de berekening van deze post op basis van de zogenoemde ‘Nibud-norm’ in het ontnemingsrapport niet juist zou zijn toegepast, is niet aannemelijk gemaakt. Het Nibud gaat uit van een referentiebudget waarin de gemiddelde uitgaven worden vermeld en waarbij rekening wordt gehouden met de samenstelling van het huishouden en het inkomen. Op basis van de gegevens van het Nibud is een berekening van de totale huishoudelijke uitgaven (voor vijf dagen per week) over de jaren 2008 tot en met (een deel van) 2016 gemaakt. De stelling van de verdediging dat van een ander (maandelijks) bedrag zou moeten worden uitgegaan is onvoldoende onderbouwd.

Uit het dossier volgt dat op 30 oktober 2017 op vordering van de officier van justitie en met machtiging van de rechter-commissaris een SFO is geopend contra de betrokkene. Gelet hierop bestaat geen aanleiding om enig bedrag in mindering te brengen, zoals de advocaat-generaal heeft gedaan.

Wederrechtelijk verkregen voordeel

Het totaal aan wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gevormd door de som van het totaalbedrag aan giften, andere strafbare feiten en de kasopstelling.

Giften € 65.797,56

Andere strafbare feiten € 68,88

Kasopstelling € 78.991,72

Wederrechtelijk verkregen voordeel € 144.858,16.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Verbeurdverklaring

Het hof is van oordeel dat een bedrag van € 4.431,50 in mindering dient te worden gebracht op de betalingsverplichting, omdat in het strafvonnis is beslist tot de verbeurdverklaring van een Samsung televisie (type UE 55 HU8500L, ter waarde van € 2.100,00) en een Piaggio scooter (ter waarde van € 2.331,50). Door de verbeurdverklaring van deze voorwerpen is een deel van het wederrechtelijk verkregen voordeel reeds ontnomen.

Redelijke termijn

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) reeds is gecompenseerd in de strafzaak.

De raadsman heeft verzocht de betalingsverplichting te matigen als compensatie voor de overschrijding van de redelijke termijn.

Het hof overweegt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat op een ontnemingsvordering binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn moet zijn beslist, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. In dit geval is de op redelijk te beoordelen termijn in de ontnemingszaak aangevangen op 30 oktober 2017, de datum waarop het strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld en waarvan een afschrift van de machtiging aan de betrokkene is uitgereikt. Het ontnemingsvonnis is uitgesproken op 26 januari 2024 zodat de overschrijding in eerste aanleg ongeveer vier jaren en drie maanden bedraagt. Het hoger beroep hiertegen is ingesteld op 8 februari 2024 en het hof wijst arrest op 23 april 2026 waardoor de redelijke termijn in hoger beroep is overschreden met ruim twee maanden.

Anders dan de advocaat-generaal heeft gevorderd kan niet worden aangenomen dat de overschrijding van de redelijke termijn in de ontnemingszaak al in de strafzaak is gecompenseerd. De rechtbank heeft een jaar en drie maanden na het vonnis in de strafzaak uitspraak gedaan in de ontnemingszaak, zodat van (nagenoeg) gelijktijdige berechting geen sprake was. Ook is geen hoger beroep ingesteld tegen de strafzaak, zodat ook in die fase geen gelijktijdige berechting zal plaatsvinden.

Het hof zal de schending van de redelijke termijn in de ontnemingszaak tijdens de procedure bij de rechtbank en in hoger beroep compenseren door de betalingsverplichting te verminderen met € 5.000,00.

Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 135.426,66 (€ 144.858,16 minus € 4.431,50 en € 5.000,00).

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36e (oud) en 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van (afgerond) € 144.858,00. (honderdvierenveertigduizend achthonderdachtenvijftig euro).

Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van (afgerond) € 135.426,00 (honderdvijfendertigduizend vierhonderzesentwintig euro)

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 1.080 dagen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog en mr. M. Boelens, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 april 2026.

mr. M.F.J.M. de Werd en mr. S. den Hartog zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. den Hartog en mr. M. Boelens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?