Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 9 april 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is in eerste aanleg opgeroepen om op 13 januari 2026 te verschijnen ter terechtzitting van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland. De verdachte is op 13 januari 2026 op de terechtzitting verschenen en is bij vonnis op tegenspraak veroordeeld.
Gelet op het bepaalde in artikel 408, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering had de verdachte binnen 14 dagen na 13 januari 2026 hoger beroep moeten instellen. De termijn voor het instellen voor het hoger beroep eindigde dus op 27 januari 2026. Volgens de akte instellen hoger beroep in het dossier is namens de verdachte op 9 februari 2026 hoger beroep ingesteld. Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld en niet van bijzondere, de verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden is gebleken die de overschrijding van de termijn verontschuldigbaar doen zijn, zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. N.R.A. Meerbeek en mr. R.A.E. van Noort, in tegenwoordigheid van mr. S.S.I. Jackson, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2026.
Mr. M. Iedema is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]