ECLI:NL:GHAMS:2026:1093

ECLI:NL:GHAMS:2026:1093

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 24-04-2026
Datum publicatie 24-04-2026
Zaaknummer 23-002177-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bewezenverklaring opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben hoeveelheid cocaïne. Bewijsoverweging t.a.v. wetenschap aanwezigheid cocaïne in voertuig. Bespreking gestelde vormverzuimen. Oplegging gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

10 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 22 mei 2025 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 1,111 en/of 1,116 en/of 1,106 en/of 1,11 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat:

De raadsman heeft in het kader van het onder 2 genoemde verweer verzocht dactyloscopisch onderzoek aan de aangetroffen tas met verdovende middelen te laten verrichten.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het opzettelijk vervoeren van verdovende middelen is vereist dat de verdovende middelen zich in de machtssfeer van de verdachte bevonden en dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van die verdovende middelen.

Het hof gaat op grond van de bewijsmiddelen uit de volgende feiten en omstandigheden.

Op 22 mei 2025 om 20:25 uur wordt de verdachte op de Diemerparklaan in Amsterdam als bestuurder van een voertuig gecontroleerd. Het voertuig valt op vanwege het kenteken. Dit lijkt zelf te zijn gemaakt en een teken te missen. De verdachte, die op dat moment de enige inzittende van het voertuig is, mag na controle van zijn papieren en aanvulling van het kenteken zijn weg vervolgen.

Om 20:55 uur zien twee verbalisanten even verderop op de kruising van Lumièrestraat en de Erich Salomonstraat in Amsterdam hetzelfde voertuig rijden. De verdachte zit dan met de medeverdachte [medeverdachte] in het voertuig, maar is wel nog steeds de bestuurder. Eén van de verbalisanten ziet dat de verdachte hen met opengesperde ogen aankijkt. De verdachten kijken daarna beiden ‘stug voor zich uit’. Het voertuig wordt vervolgens vluchtig, schuin op het trottoir en half op de weg, geparkeerd, waarna de verdachten, zonder omkijken, met versnelde pas weglopen. Als de verbalisanten de verdachten vragen te blijven staan, blijft de verdachte staan en rent de medeverdachte weg. Na overhandiging van zijn identiteits- en rijbewijs, rent ook de verdachte weg. De verdachten worden kort daarna staande gehouden. In het voertuig wordt aan de bijrijderszijde op de grond een tas met vier blokken cocaïne aangetroffen.

De verdachte heeft zich bij de politie op zijn zwijgrecht beroepen en bij de rechtbank verklaard dat hij de tas niet heeft gezien toen hij aan het rijden was. Pas ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij verklaard dat de medeverdachte de tas bij zich had, maar dat hij niet wist wat er in die tas zat. Een kennis had hem gevraagd om de medeverdachte op te halen en via Whatsapp had hij een adres gekregen. Hij moest de medeverdachte wegbrengen, maar hij wist niet waarheen. Door eerdere, slechte ervaringen met de politie in Polen kreeg hij een paniekaanval en besloot hij te vluchten.

Het hof stelt, gelet op de plek waar de tas in het voertuig is aangetroffen, vast dat de medeverdachte, zoals de verdachte ook heeft verklaard, de tas met verdovende middelen bij zich had toen hij het voertuig instapte. De verdachte was de bestuurder van het voertuig waarin de tas is aangetroffen. De verdovende middelen bevonden zich daarmee in de machtssfeer van de verdachte.

De vraag is vervolgens of de verdachte ook wetenschap had van de aanwezigheid van die verdovende middelen in de tas. Allereerst vertoonde de verdachte zeer opvallend gedrag op het moment dat hij de politie voor de tweede keer in beeld kreeg. Daarbij ging het om zijn eerdergenoemde gezichtsuitdrukking, het vluchtige parkeren van het voertuig, het met versnelde pas weglopen en zijn vlucht voor de verbalisant nadat hij zijn identiteits- en rijbewijs had afgegeven. Verder heeft hij pas in een zeer laat stadium van het strafproces een verklaring willen afleggen. Daarbij gaat het om een verklaring die niet alleen beperkt is gebleven, maar die door het hof ook niet aannemelijk wordt geacht. Zo heeft de verdachte niet duidelijk kunnen verklaren over hoe, waarom en met wie de afspraak over het ophalen van de medeverdachte tot stand is gekomen en wordt die verklaring ook niet ondersteund door het onderzoek aan de telefoon van de verdachte. Daarnaast heeft de verdachte verklaard dat hij niet wist wat er in de tas zat, terwijl hij wel tot twee keer toe besloot te vluchten voor de politie. Een paniekaanval vanwege eerdere slechte ervaringen met de politie acht het hof, gelet op zijn kennelijk rustige houding ten tijde van de eerste controle, niet geloofwaardig.

Het hof is, gelet op het voorgaande, dan ook van oordeel dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in het voertuig en acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van een hoeveelheid cocaïne.

De verdachte zal worden vrijgesproken van de specifiek tenlastegelegde hoeveelheden, omdat de in het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut opgenomen hoeveelheden niet overeenkomen met de tenlastegelegde hoeveelheden. Datzelfde geldt voor het tenlastegelegde medeplegen, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte.

Vormverzuimen

Het hof stelt vast dat de verbalisanten die de tas met verdovende middelen in het voertuig hebben aangetroffen geen proces-verbaal hebben opgemaakt over de wijze waarop de tas is veilig gesteld en in beslag is genomen. Ook op de kennisgeving van de inbeslagname staat hierover niets vermeld. De tas en de blokken zijn daarom niet bemonsterd voor DNA- en dactyloscopisch onderzoek, omdat de kans op contaminatie van sporen te groot was. Een dergelijk onderzoek zou om die reden ook nu niet zinvol zijn.

Het hof is, gelet op het voorgaande, van oordeel dat de verbaliseringsplicht als bedoeld in artikel 152 Sv is geschonden. Over de vraag of de onderzochte blokken afkomstig zijn uit de tas die in het voertuig van de verdachte is aangetroffen bestaat echter geen discussie. Daarom zal het hof aan dit vormverzuim geen rechtsgevolg verbinden.

Het hof is verder van oordeel dat het door de raadsman verzochte dactyloscopische onderzoek niet noodzakelijk is voor de beantwoording van de vragen in de artikelen 348 en 350 Sv en de verdachte is daarom door het niet (meer) kunnen verrichten van dat onderzoek niet in zijn belangen geschaad. Het al dan niet aantreffen van dactyloscopische sporen van de verdachte op de tas of de inhoud daarvan is in het door het hof vastgestelde scenario – de medeverdachte had de tas bij zich en de verdachte hoeft de tas of de inhoud daarvan dus niet te hebben aangeraakt – niet relevant voor de bewezenverklaring. Dat DNA- en dactyloscopisch onderzoek aan de tas of de inhoud daarvan door mogelijke contaminatie van sporen niet (meer) zinvol is, leidt daarom niet tot enig rechtsgevolg als bedoeld in artikel 359a Sv.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 22 mei 2025 te Amsterdam, opzettelijk heeft vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsman heeft verzocht bij het bepalen van de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk vervoeren van iets meer dan vier kilogram cocaïne. De aangetroffen hoeveelheid vertegenwoordigt een hoge straatwaarde en kan, gelet op de omvang, enkel bestemd zijn geweest voor de handel daarin. De verdachte heeft door het vervoeren van de cocaïne bijgedragen aan het in stand houden van de illegale handel in harddrugs, die vaak gepaard gaat met andere vormen van ernstige en ondermijnende criminaliteit. Het is bovendien algemeen bekend dat harddrugs, mede vanwege de verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid.

Het hof heeft kennisgenomen van hetgeen de verdachte en zijn raadsman ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren hebben gebracht.

Het hof heeft bij het bepalen van de strafoplegging verder acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. In die oriëntatiepunten wordt voor het opzettelijk vervoeren van 3.000 tot 4.000 gram (trede 11) een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden genoemd en voor 4.000 tot 5.000 gram (trede 12) een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Het hof ziet in de kleinere rol van de verdachte bij het bewezenverklaarde – de verdachte heeft de medeverdachte opgehaald die de blokken met cocaïne bij zich had – en de omstandigheid dat de aangetroffen hoeveelheid zich aan de ondergrens van trede 12 bevindt reden om aan te sluiten bij de oriëntatiepunten voor trede 11. De persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn daarentegen niet dusdanig zwaarwegend dat zij reden zijn om die straf verder te matigen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv, aan de orde is.

Beslag

De hierna te noemen, nog niet teruggeven voorwerpen, zijn onder de verdachte in beslag genomen:

(2) 1 STK Telefoontoestel (zwart, Samsung Galaxy A05S) (6660062);

(3) 1 STK Telefoontoestel (zwart, Maxcon) (6660049);

(4) 1 STK Telefoontoestel (zwart, Samsung Galaxy J5) (6660018);

(6) 1 STK Verdovende middelen (zwart, Philip Plein blok) (6659994);

(7) 1 STK Verdovende middelen (zwart, Philip Plein pak) (6659997);

(8) 1 STK Verdovende middelen (bruin, Prada logo) (6659999);

(9) 1 STK Verdovende middelen (bruin, blok met logo Prada) (6660000).

De onder 6 tot en met 9 genoemde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer, omdat het bewezenverklaarde met betrekking tot deze voorwerpen is begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Ten aanzien van de onder 2 tot en met 4 genoemde voorwerpen is niet aannemelijk geworden wie redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt. Het hof zal daarom ten aanzien van deze voorwerpen de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 36b en 36c van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

(6) 1 STK Verdovende middelen (zwart, Philip Plein blok) (6659994);

(7) 1 STK Verdovende middelen (zwart, Philip Plein pak) (6659997);

(8) 1 STK Verdovende middelen (bruin, Prada logo) (6659999);

(9) 1 STK Verdovende middelen (bruin, blok met logo Prada) (6660000).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

(2) 1 STK Telefoontoestel (zwart, Samsung Galaxy A05S) (6660062);

(3) 1 STK Telefoontoestel (zwart, Maxcon) (6660049);

(4) 1 STK Telefoontoestel (zwart, Samsung Galaxy J5) (6660018).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A. Boon, mr. J.J. Roos en mr. P.K. van Riemsdijk, in tegenwoordigheid van

mr. L. van Dijk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

24 april 2026.

Mr. J.J. Roos en mr. P.K. van Riemsdijk zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L. van Dijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?