ECLI:NL:GHAMS:2026:1173

ECLI:NL:GHAMS:2026:1173

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer 200.361.049
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Klacht tegen notaris. Afgifte verklaring van erfrecht. Wie heeft recht op stukken? Redelijk belang. Klager niet-ontvankelijk.

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.361.049/01 NOT

nummers eerste aanleg : 25-29, 25-30, 25-50 en 25-51

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 28 april 2026

inzake

[appellant] ,

wonend te [plaats 1] ,

appellant,

tegen

1. [geïntimeerde 1] ,

notaris te [plaats 2] ,

2. [geïntimeerde 2] ,

kandidaat-notaris te [plaats 2] ,

geïntimeerden.

Partijen worden hierna klager en de notarissen (respectievelijk de notaris en de kandidaat-notaris) genoemd.

1. De zaak in het kort

De notarissen hebben een verklaring van erfrecht afgegeven in de nalatenschap van een in 2023 overleden erflaatster. Klager heeft, naast diverse andere verzoeken, bij de notarissen om een afschrift van de verklaring van erfrecht verzocht. Klager verwijt de notarissen dat zij hem ten onrechte de gevraagde stukken en verdere informatie onthouden. De kamer heeft de klacht deels ongegrond en deels niet-ontvankelijk verklaard. Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van enig redelijk belang.

2. Het geding in hoger beroep

Klager heeft op 2 november 2025 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 15 oktober 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemd nummer (ECLI:NL:TNORDHA:2025:24).

De notarissen hebben op 21 januari 2026 een verweerschrift bij het hof ingediend.

Klager heeft op 18 februari 2026 een aanvullend stuk bij het hof ingediend. Het hof heeft klager op 19 februari 2026 bericht dat dit aanvullende stuk buiten beschouwing zal worden gelaten omdat dit stuk (deels) is aan te merken als een repliek, waarvoor geen toestemming is gegeven. Het hof heeft wel kennisgenomen van de producties bij dit aanvullend stuk.

Op 3 maart 2026 hebben zowel klager als de notarissen aanvullende stukken ingediend. Desgevraagd ter zitting hebben partijen over en weer verklaard geen bezwaar te hebben tegen toelating van de buiten de daarvoor gestelde termijn ingediende stukken. Het hof zal deze stukken derhalve in de beoordeling betrekken.

Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 maart 2026. Klager, vergezeld van een begeleider, en de notarissen zijn verschenen. Allen hebben het woord gevoerd; de begeleider van klager en de kandidaat-notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

3. Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.

Op 23 september 2023 is [naam] (hierna te noemen: erflaatster) in Nederland overleden. Erflaatster was ten tijde van haar overlijden ongehuwd en niet als partner geregistreerd. Zij had geen kinderen. Erflaatster liet een zus en broer achter.

Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt.

De kandidaat-notaris heeft als waarnemer van de notaris op 7 januari 2025 een verklaring van erfrecht opgesteld. De notaris is in het boedelregister ingeschreven als betrokken notaris.

Klager heeft het Kerkgenootschap Internationaal Medisch Centrum MM als erfgenaam ingeschreven in het boedelregister.

4. De klacht

Klager verwijt de notarissen het navolgende:

1. Klager heeft zich op 20 oktober 2024 tot het notariskantoor gewend, omdat een vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster zich toegang had verschaft tot de woning van klager, archiefstukken heeft gestolen en een plakkaat op de deur had geplakt. Klager verzocht de notarissen hem de naam te verstrekken van de vereffenaar. De kandidaat-notaris ontkende dat er een vereffenaar was benoemd. Achteraf blijkt dat de zus van erflaatster op 3 oktober 2024 een verklaring van beneficiaire aanvaarding had ondertekend en in die hoedanigheid vereffenaar was geworden.

2. Klager heeft diverse malen om een afschrift van de verklaring van erfrecht verzocht. Van het notariskantoor kreeg hij de volgende reactie: “Of een recht tot levering voor de door u genoemde entiteit(en) bestaat, valt door ons niet te verifiëren. Mijn conclusie is dan ook dat wij geen afschrift van de verklaring van erfrecht kunnen verstrekken.” Deze reactie is onterecht, omdat de entiteiten belanghebbenden zijn en er een verklaring van dienstbaarheid, een trustakte en diverse beschrijvingen zijn verstrekt aan het kantoor. Uit het boedelregister blijkt dat het kerkgenootschap zich als erfgenaam heeft ingeschreven en daarmee belanghebbende is.

3. Op het verzoek van klager van 27 oktober 2024 en nadere verzoeken is nimmer door het notariskantoor gereageerd. Door moeizame communicatie is klager bijna zes maanden bezig geweest om een afschrift van de verklaring van erfrecht te verkrijgen.

4. Pas op 14 april 2025 heeft het notariskantoor klager erop gewezen dat de verklaring van erfrecht op 8 januari 2025 was ingeschreven in het kadaster.

5. De notaris heeft nagelaten om, ondanks de inschrijving van het kerkgenootschap als erfgenaam en klager als gevolmachtigde in het boedelregister, nader onderzoek te verrichten naar de testamentaire of juridische grondslag van deze aanwijzing. De notaris heeft zich beperkt tot de natuurlijke erfgenamen en niet getoetst aan het internationaal privaatrecht of erkenning van buitenlandse truststructuren. Klager is hierover als gemachtigde niet geïnformeerd. De notaris is hierdoor tekortgeschoten in zijn zorgplicht tot vaststelling van de erfgenamen.

6. Inschrijving van een instelling of van een niet-natuurlijk persoon in het boedelregister dient aanleiding te zijn tot nader onderzoek. Door dit na te laten heeft de notaris een onterechte vereffening in werking gezet, met uitsluiting van de daadwerkelijke rechthebbende instelling.

7. De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door zonder nadere toetsing een volmacht op te stellen waarbij de afwikkeling van de nalatenschap geheel over wordt gedragen aan een natuurlijk persoon, terwijl er sprake is van een trustrelatie en een religieus-juridisch erfgenaamschap.

5. Beoordeling

De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager voor zover gericht tegen de notaris niet-ontvankelijk verklaard en voor zover gericht tegen de kandidaat-notaris op alle onderdelen ongegrond verklaard.

Wie is de klager?

Klager stelt de klacht mede namens a) de Orde van Maerloo, b) het Kinderfonds Het Nieuwe Atlantis, c) de TrustCompany Maerloo en d) het Kerkgenootschap Internationaal Medisch Centrum MM (hierna: kerkgenootschap) te hebben ingediend. Het beroepschrift is eveneens ingediend namens de voornoemde ‘entiteiten’ a tot en met d.

Het hof stelt vast dat de door klager opgevoerde ‘entiteiten’ a tot en met d niet kunnen worden aangemerkt als klager. Op basis van de door klager aangeleverde stukken kan niet worden vastgesteld dat de door klager opgevoerde ‘entiteiten’ rechtspersoonlijkheid hebben. Daarnaast is onvoldoende gebleken dat hij deze ‘entiteiten’, als ze wel rechtspersoonlijkheid zouden bezitten, rechtsgeldig vertegenwoordigt.

Redelijk belang

Volgens artikel 99 lid 1 Wet op het notarisambt kunnen klachten worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang. Dit begrip moet ruim moet worden uitgelegd. Het hof is van oordeel dat klager geen redelijk belang heeft bij de klacht. Daarbij betrekt het hof dat deze gericht is tegen notarissen die in de nalatenschap van erflaatster als betrokken notaris slechts een beperkte rol hebben gehad. Klager is geen (testamentair) erfgenaam, legitimaris, legataris of lastbevoordeelde in deze nalatenschap. Klager heeft ook geen indirect of afgeleid (financieel) belang bij de klacht. Dat klager zich actief heeft bemoeid met de constructies die ten grondslag liggen aan de door hem opgevoerde ‘entiteiten’ a tot en met d en zelf, in strijd met een vonnis van de voorzieningenrechter, als zelfbenoemd internationaal notaris het kerkgenootschap in het boedelregister als erfgenaam heeft ingeschreven, maakt dit niet anders.

Uit het voorgaande volgt dat het hof tot het oordeel komt dat klager geen redelijk belang heeft bij zijn klacht. Klager is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de zaak niet (inhoudelijk) door het hof wordt behandeld.

6. Beslissing

Het hof:

- vernietigt de bestreden beslissing;

en, opnieuw beslissende:

- verklaart klager niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, E. de Greeve en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door de rolraadsheer.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand