beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.361.560/01 NOT
nummers eerste aanleg : 767519 / NT 25-13 en 767521 / NT 25-14
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 28 april 2026
inzake
[appellant] ,
wonend te [plaats] ,
appellant,
tegen
1. [geïntimeerde 1] ,
kandidaat-notaris te [plaats] ,
2. [geïntimeerde 2],
notaris te [plaats] ,
geïntimeerden,
gemachtigde: mr. G. van Atten, advocaat te Heemstede.
Partijen worden hierna klager, de kandidaat-de notaris en de notaris genoemd. De kandidaat-notaris en de notaris worden hierna gezamenlijk de notarissen genoemd.
1. De zaak in het kort
De moeder van klager is overleden. In 2017 heeft zij een testament opgemaakt bij een inmiddels gedefungeerde notaris, wiens protocol is overgenomen door de notaris. Klager is executeur in de nalatenschap van zijn moeder. De broer van klager heeft bij het kantoor van de notarissen een afschrift van het testament opgevraagd. Dit afschrift is afgegeven door de kandidaat-notaris, als waarnemer van de notaris. Klager verwijt de notarissen dat zij bij de afgifte van het afschrift van het testament niet 100% verifieerbare zekerheid hadden dat degene die om een afschrift van het testament vroeg daartoe gerechtigd was. Ook is volgens klager het afgegeven afschrift van het testament gemanipuleerd. Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat de klacht ongegrond is.
2. Het geding in hoger beroep
Klager heeft op 18 november 2025 een beroepschrift – met bijlagen – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Amsterdam (hierna: de kamer) van 28 oktober 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemde nummers (ECLI:NL:TNORAMS:2025:21).
De notarissen hebben op 3 februari 2026 een verweerschrift bij het hof ingediend.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 maart 2026. Klager en de notarissen, vergezeld van hun gemachtigde, zijn verschenen. Klager en de gemachtigde van de notarissen hebben het woord gevoerd aan de hand van aan het hof overgelegde spreekaantekeningen.
3. Feiten
Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.
Op 10 augustus 2017 heeft kandidaat-notaris mr. J. Schamp, als waarnemer van notaris mr. L. Bakker, het testament gepasseerd van de moeder van klager (hierna: erflaatster). Klager is in dit testament benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Erflaatster heeft, onder last van een aantal legaten, haar drie kinderen (onder wie klager) tot enig erfgenamen van haar gehele nalatenschap benoemd.
Per 1 januari 2021 zijn het protocol van [bedrijf] en de overige notariële bescheiden aan de notaris toegewezen.
Erflaatster is op 6 februari 2025 overleden.
Op verzoek van de broer van klager heeft de kandidaat-notaris, als waarnemer van de notaris, een afschrift van het testament van erflaatster verstrekt.
Op 11 maart 2025 heeft [naam 1] namens de broer en zus van klager een verzoekschrift tot ontslag dan wel schorsing van klager als executeur van de nalatenschap van erflaatster ingediend bij de rechtbank [plaats] .
Bij e-mail van 27 maart 2025 heeft klager aan de notarissen geschreven:
“Op 10 augustus 2017 heeft mijn moeder [erflaatster] een testament opgemaakt bij [bedrijf] met ondergetekende [klager] als excecuteur. Dit kantoor bestaat niet meer en de dossiers zijn overgenomen door uw kantoor.
Inmiddels is er door Loonstein advocaten een verzoekschrift tot schorsing gedaan, waarbij het testament is overlegd, ik heb daarvoor geen toestemming gegeven, dus gaarne verneem ik op de kortst mogelijke termijn, hoe dit document bij hem terecht is gekomen en verwacht van u de bewijzen waarmee u kunt aantonen dat u binnen uw bevoegdheid als notaris heeft gehandeld.”
Bij e-mail van 31 maart 2025 (21:14 uur) heeft de notaris het volgende aan klager geschreven:
“Indien de heer [naam 2] [hof: de broer van klager] erfgenaam is, wat hij voor zover wij konden beoordelen ook is, dan is hij belanghebbende en heeft recht om het gehele testament in te zien. Naar mijn mening heeft de executeur niet het recht om deze informatie aan een erfgenaam te onthouden. Het behoort ook tot uw taak als executeur om hem een afschrift van dit testament te doen verschaffen als hij daar om vraagt. Indien hij mij daar als notaris om verzoekt als erfgenaam en belanghebbende dan dien ik hem ook een afschrift te verstrekken als hij daar om vraagt.”
Bij e-mail van 31 maart 2025 (21:49 uur) heeft klager aan de notaris geschreven:
“Het klopt dat ik als excecuteur het testament dien te overleggen als daarom gevraagd wordt, zelfs als er niet om gevraagd wordt dan is het het aan mij de termijn te bepalen.
De vraag blijft nog steeds, hoe weet u dat [de broer van klager] om dit testament gevraagd heeft, u kunt niet zomaar iemand iets sturen daarvoor moet een schriftelijk verzoek gedaan worden alsmede een legitimatie overlegd anders kan iedereen wel wat opvragen.
Dus de vraag blijft gelijk u moet aan mij aantonen als excecuteur dat u mij niet in de wielen heeft gereden of mijn autoriteit heeft ondermijnd door een testament aan een willekeurige te sturen ofwel een persoon die zich uitgeeft voor [de broer van klager] en nergens staat in de wet dat hij iemand kan machtigen om dit namens hem op te vragen, dus zeker niet mr. Loonstein, gaarne zie ik dat bewijs tegemoet u zult daarvan immers een administratie hebben bijgehouden, t.w. hoe u de aanvraag heeft ontvangen, hoe u vast heeft gesteld dat de legitimatie echt was en op welke datum en tijd dit allemaal heeft plaatsgevonden, uit uw schrijven maak ik op dat u een beetje om de hete brij heen draait, maar mogelijk vergis ik mij (ik denk het echte[r] niet).”
Bij e-mail van 31 maart 2025 (22:23 uur) heeft de notaris aan klager geantwoord:
“Indien wij een afschrift van een testament afgeven, dan hebben we de persoon aan wie dat afschrift afgeven uiteraard geïdentificeerd.”
Bij e-mail van 31 maart 2025 (22:34 uur) heeft klager onder meer nog het volgende aan de notaris geschreven:
“Ik betwijfel het geheel, u heeft geen verklaring gegeven voor de discrepantie tussen het volledige testament en uw aanpassing van pagina 4 (…).”
De notaris heeft bij e-mail van 1 april 2025 als volgt aan klager geantwoord:
“Ik houd het daarom bij mijn beantwoording ook zoveel mogelijk in algemeenheden. In zijn algemeenheid kan ik u zeggen, dat we aan een erfgenaam een afschrift van het testament mogen afgeven als die daarom vraagt en we die persoon geïdentificeerd hebben en vastgesteld hebben dat hij/zij als erfgenaam kwalificeert.
Als u verder met mij inhoudelijk wenst te overleggen, dan zal u zich inderdaad dienen te identificeren. (…)”
4. De klacht
De kamer heeft de klacht van klager als volgt weergegeven:
De kandidaat-notaris had geen afschrift van het testament van erflaatster mogen afgeven ten behoeve van de broer en zus van klager. Het testament geeft namelijk onvoldoende duidelijkheid om vast te stellen dat de persoon of personen die een kopie van het testament opvragen ook erfgenamen zijn; noch de namen, noch de geboorteplaats, geboortedatum of geslacht is in het testament opgenomen. Een notaris moet 100% verifieerbare zekerheid hebben dat degene die om een kopie van het testament vraagt daartoe gerechtigd is, voordat hij tot afgifte daarvan overgaat. Die zekerheid kan worden verkregen door te vragen een geboorteakte te overleggen, maar dit is hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd.
Het afgegeven afschrift van het testament is een manipulatie. Bij dit afschrift is pagina 4 van het testament namelijk vervangen en daarop is een logo van [hof: het kantoor van [bedrijf] ] geplaatst. De kandidaat-notaris is niet werkzaam voor [het kantoor van [bedrijf] ], maar heeft wel zijn handtekening geplaatst. Ook het paginanummer en logo zijn verschoven. De kandidaat-notaris had het originele testament moeten overleggen en daarbij een additioneel vel van [hof: het kantoor van de notarissen] moeten toevoegen, met een datum.
Klager verwijt bovengenoemd handelen ook de notaris omdat de kandidaat-notaris onder zijn verantwoordelijkheid valt en hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd.
Desgevraagd ter zitting in hoger beroep heeft klager tegen een deel van de formulering van de klacht bezwaar gemaakt. Klager verwijt de kandidaat-notaris namelijk niet dat hij geen afschrift van het testament mocht afgeven ten behoeve van de broer en zus van klager. Het hof zal daarom uitgaan van de volgende klacht:
De kandidaat-notaris had geen 100% verifieerbare zekerheid dat degene die om een afschrift van het testament vroeg daartoe gerechtigd was, voordat hij tot afgifte daarvan overging. Die zekerheid kan worden verkregen door te vragen een geboorteakte te overleggen, maar dit is hoogstwaarschijnlijk niet gebeurd.
Het afgegeven afschrift van het testament is een manipulatie. Bij dit afschrift is pagina 4 van het testament namelijk vervangen en daarop is een logo van [het kantoor van [bedrijf] ] geplaatst. De kandidaat-notaris is niet werkzaam voor [het kantoor van [bedrijf] ], maar heeft wel zijn handtekening geplaatst. Ook het paginanummer en logo zijn verschoven. De kandidaat-notaris had het originele testament moeten overleggen en daarbij een additioneel vel van [het kantoor van de notarissen] moeten toevoegen, met een datum.
Klager verwijt bovengenoemd handelen ook de notaris omdat de kandidaat-notaris onder zijn verantwoordelijkheid valt en hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd.
5. Beoordeling
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de notarissen ongegrond verklaard.
Afgifte afschrift testament alleen bij 100% zekerheid over de aanvrager (klachtonderdeel 1)
De kamer heeft bij zijn oordeel overwogen dat de notarissen hebben toegelicht dat altijd wordt gecontroleerd of de persoon die zich meldt voor een afschrift van een testament recht heeft op een afschrift, waarna deze persoon wordt geïdentificeerd. De notarissen hebben ter zitting bij de kamer verklaard dat dit is gedaan aan de hand van een geldig legitimatiebewijs. De echtheid van dit legitimatiebewijs is vervolgens gecontroleerd aan de hand van de in het notariaat voorgeschreven WID-scanner. Ook zonder het opvragen van een geboorteakte kunnen notarissen zelf controleren door inzage in de Basis Registratie Personen (BRP) van de gemeente of iemand een kind en in dit geval daarmee een erfgenaam van een erflater is. De notarissen hebben ter zitting bij de kamer ook verklaard deze inzage te hebben gedaan. De kamer heeft geen reden gezien te twijfelen aan de uitleg van de notarissen en heeft vervolgens het klachtonderdeel ongegrond verklaard.
Ter zitting in hoger beroep hebben de notarissen de gang van zaken bij de afgifte van het afschrift van het testament door de kandidaat-notaris opnieuw toegelicht. Zij hebben verklaard dat de identiteit van de aanvrager van het afschrift op de wettelijk voorgeschreven wijze is vastgesteld en gecontroleerd, waarna vervolgens het afschrift is afgegeven. Naar het oordeel van het hof heeft klager niets aangevoerd waaruit het hof zou moeten afleiden dat de gang van zaken bij de afgifte van het afschrift van het testament anders is verlopen dan door de notarissen is verklaard. Voor de notarissen bestaat geen verplichting om de bewijsstukken van de identificatie te overleggen aan klager. Het hof zal daarom, net als de kamer, dit eerste klachtonderdeel ongegrond verklaren.
Het afgegeven afschrift is gemanipuleerd (klachtonderdeel 2)
Volgens de kamer berustte de klacht dat het door de kandidaat-notaris afgegeven afschrift een manipulatie betreft op een misvatting van klager. De kamer heeft geoordeeld dat de kandidaat-notaris het afschrift volgens de geldende wetgeving heeft afgegeven. Hij mocht de tekst van het kantoor van [bedrijf] aanbrengen op het door hem af te geven afschrift en er bestond geen verplichting om een datum van afgifte van het afschrift aan te brengen.
Ter onderbouwing van dit klachtonderdeel heeft klager in hoger beroep een afschrift van een notariële volmacht overgelegd. Deze volmacht was gepasseerd door een inmiddels gedefungeerde notaris, wiens protocol is overgenomen door de notaris. Het afschrift is afgegeven door een aan de notaris toegevoegd notaris en voorzien van een datum van afgifte (7 juni 2018). Het hof is van oordeel dat de andere opmaak van het afschrift van de notariële volmacht niet betekent dat het in 2025 afgegeven afschrift van het testament gemanipuleerd zou zijn. Ter zitting in hoger beroep hebben de notarissen de werkwijze voor het afgeven van het afschrift uitgelegd. Het hof is, net als de kamer, van oordeel dat de kandidaat-notaris met deze werkwijze het afschrift volgens de geldende wetgeving heeft afgegeven. Klager heeft niets aangevoerd wat tot een ander oordeel zou moeten leiden. Ter zitting in hoger beroep heeft klager desgevraagd ook bevestigd dat de tekst van het afschrift gelijk is aan de tekst van het testament. Het gaat klager uitsluitend om de opmaak van het afschrift, maar op basis van het vorenstaande is voor het hof manipulatie van het afschrift niet komen vast te staan. Het hof acht daarom, net als de kamer, ook dit klachtonderdeel ongegrond.
Verdediging kandidaat-notaris door notaris
Ten slotte sluit het hof zich aan bij het oordeel van de kamer dat de notaris niet kan worden verweten dat hij de kandidaat-notaris heeft verdedigd, omdat de kandidaat-notaris geen enkel tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. De notaris heeft klager alleen – in algemene zin – antwoord gegeven op diens vragen over de afgifte van het afschrift.
Conclusie
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof, net als de kamer, van oordeel is dat de klacht van klager tegen de notarissen op alle onderdelen ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.
6. Beslissing
Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.H. Lieber, E. de Greeve en S.V. Viveen en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026 door de rolraadsheer.