ECLI:NL:GHAMS:2026:1194

ECLI:NL:GHAMS:2026:1194

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 14-04-2026
Datum publicatie 01-05-2026
Zaaknummer 200.365.471/01 OK
Rechtsgebied Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Ondernemingskamer; Enquêteprocedure; niet-ontvankelijk; mondelinge uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200. 365.471/01 OK

Proces-verbaal van het verhandelde ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam van 14 april 2026.

Tegenwoordig zijn mr. E. Loesberg, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A. van Hees, raadsheren, en prof. dr. M.J.R. Broekema RV en drs. M.J.J. van Prooijen RV, raden, en mr. S.C. van Paridon, griffier.

Aan de orde is de behandeling van het verzoekschrift van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLACKWOOD TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERZOEKSTER,

advocaten: mr. D.J.M. Lange en mr. S.G.H. Nieuwendijk, beiden kantoorhoudende te Haarlem,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BLACKWOOD TECHNOLOGY B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. J.C. van Nass en mr. J.W. de Boer beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

en tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

TTLC PUBLIC COMPANY LIMITED,

gevestigd te Bangkok, Thailand,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mr. J.W. de Groot en mr. R.R. de Kruijf, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,

en tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

verschenen bij haar bestuurder [A].

Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:

Inleiding

Ter terechtzitting zijn aanwezig:

Verzoekster heeft in deze procedure de Ondernemingskamer verzocht – samengevat – om een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Blackwood, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en TTCL te veroordelen in de kosten van de procedure. Verweerster en TTCL hebben ieder afzonderlijk de Ondernemingskamer verzocht om verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren dan wel haar verzoeken af te wijzen. Daarbij heeft verweerster een voorwaardelijk tegenverzoek gedaan inhoudende dat de Ondernemerskamer in het geval verzoekster ontvankelijk zou zijn en de Ondernemerskamer gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken aanwezig zou achten, een onmiddellijke voorziening zou moeten treffen.

De voorzitter maakt melding van de volgende ingekomen stukken:

De advocaten lichten de standpunten van de onderscheiden partijen toe aan de hand van — aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde — aantekeningen en onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden nadere producties. Partijen en hun advocaten beantwoorden vragen van de Ondernemingskamer en verstrekken inlichtingen.

De voorzitter van de Ondernemingskamer schorst de behandeling ter terechtzitting voor overleg tussen partijen en hun raadslieden over een minnelijke regeling. Na hervatting van de behandeling delen partijen mede niet tot een overeenstemming te zijn gekomen.

Partijen maken gebruik van de geboden gelegenheid om te repliceren onderscheidenlijk te dupliceren.

De voorzitter deelt mede dat de Ondernemingskamer overweegt mondeling uitspraak te doen en schorst de behandeling ter terechtzitting opnieuw voor beraad en voor overleg tussen partijen en hun raadslieden over een minnelijke regeling. Na hervatting van de behandeling deelt de Ondernemingskamer mede dat mondelinge uitspraak wordt gedaan op het beroep op niet-ontvankelijkheid van verzoekster.

De Ondernemingskamer doet als volgt mondeling uitspraak:

Het beroep op niet-ontvankelijkheid slaagt. De Ondernemingskamer acht het voorshands aannemelijk dat [A] en [B] op 20 februari 2026 (rechtsgeldig) zijn geschorst als bestuurders van Blackwood. Naar het oordeel van de Ondernemingskamer leidt het beroep op het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid in de gegeven omstandigheden niet tot een onaanvaardbare doorkruising van een juiste werking van het enquêterecht (vgl. ECLI:NL:GHAMS:2020:3273, L2Fiber). De Ondernemingskamer wijst daarbij op het openen van een separate bankrekening door [A] en [B] ten name van verzoekster, het ontvangen van bedrijfsgelden op deze bankrekening en een betaling van de advocaten van verzoekster van de genoemde bankrekening, die voldoende aanleiding vormen voor de schorsing.

De Ondernemingskamer:

verklaart verzoekster daarom niet-ontvankelijk in het verzoek;

verstaat dat de voorwaarde waaronder het tegenverzoek is gedaan, niet in vervulling is gegaan;

veroordeelt verzoekster in de kosten van de procedure, aan de zijde van verweerster begroot op € 4.721 en aan de zijde van TTCL begroot op € 4.721;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

De voorzitter meldt dat een proces-verbaal van de mondelinge behandeling met de beslissing wordt opgemaakt en aan partijen verzonden.

De voorzitter sluit de behandeling ter terechtzitting.

Waarvan proces-verbaal,

De Griffier, De Voorzitter,

mr. S.C. van Paridon mr. E. Loesberg

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.C. van Paridon mr. E. Loesberg De

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand