afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001961-23 (ontneming)
datum uitspraak: 30 april 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2023 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-011801-20 tegen de betrokkene:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
adres: [adres 1] .
Procesgang
Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op een bedrag van € 278.790,15.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 juni 2023 -kort gezegd- veroordeeld ter zake van – verkort weergegeven – woninginbraak in vereniging, witwassen, medeplegen van hennepteelt en daarbij gestolen elektriciteit.
Voorts heeft de rechtbank Amsterdam bij vonnis van 20 juni 2023 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 210.930,80 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 april 2026 veroordeeld ter zake van -kort gezegd- woninginbraak in vereniging, het telen van hennep en diefstal van elektriciteit.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de betrokkene en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
1. Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 210.930,80 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, overeenkomstig het vonnis van de rechtbank. De advocaat-generaal is hierbij, evenals de rechtbank, uitgegaan van vier eerdere oogsten en geen mededaders.
2. Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken dat de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten uit de hennepkwekerij. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat er drie eerdere oogsten zijn geweest. Daarnaast dient er per oogst € 2.280,73 aan energiekosten gerekend te worden, bestaande uit maandelijks € 1.844,40 aan elektriciteitskosten en de maandelijkse betalingen van de betrokkene aan Nuon van € 187,00. Ook dienen er knipkosten gerekend te worden en zijn er voldoende aanwijzingen om uit te gaan van ten minste één mededader.
3. Oordeel van het hof
Grondslag van de ontnemingsvordering
De verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen. Ook kan wederrechtelijk voordeel verkregen uit andere strafbare feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan, worden ontnomen (artikel 36e, tweede lid Sr). De betrokkene is in de strafzaak veroordeeld voor hennepteelt gepleegd op 3 december 2019. Het hof is van oordeel dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan, namelijk dat hij zich in de periode voorafgaand aan 3 december 2019 schuldig heeft gemaakt aan het telen van hennepplanten. In dat kader verwijst het hof ook naar zijn overwegingen in de strafzaak, voor zover inhoudende dat de betrokkene de huurder was van het appartement aan het [adres 2] en dat het hof voorbij gaat aan de – niet concreet of verifieerbaar gemaakte – lezing van de betrokkene dat de kwekerij van een onderhuurder was, omdat het hof die lezing in het licht van de onderzoeksbevindingen ongeloofwaardig vindt. Het hof betrekt hierbij dat het dossier laat zien dat de verdachte het genoemde appartement al geruime tijd – langer dan een jaar – huurt en dat het dossier voldoende aanwijzingen bevat – zie voor de periode ook hierna – dat in de door hem gehuurde woning vanaf 24 januari 2019 een grote hoeveelheid hennep is geteeld. De grote hoeveelheid is niet anders te duiden dan als een stevige aanwijzing dat deze hennep een commerciële bestemming had en dat dus eerdere oogsten zijn verkocht. Het hof acht voldoende aannemelijk dat de betrokkene hieruit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Het verweer van de verdediging dat de betrokkene uit de kwekerij geen voordeel heeft genoten wordt daarmee verworpen.
Het hof baseert de hiernavolgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel op het ontnemingsrapport, dat mede is gebaseerd op het BOOM-rapport van 1 juni 2016 (hierna: het BOOM-rapport).
Aantal oogsten
In de keuken van de woning is een kweekschema aangetroffen, met als begindatum 24 januari (het hof begrijpt: 2019). Evenals de rechtbank, de advocaat-generaal en de raadsvrouw zal het hof deze datum als startdatum van de ontnemingsperiode nemen. Op 3 december 2019 is de hennepkwekerij aangetroffen. De oogst die bij ontdekking van de kwekerij is aangetroffen, was op dat moment 10 weken oud. Met de raadsvrouw, en anders dan de advocaat-generaal, is het hof van oordeel dat in de periode van 24 januari 2019 tot en met 3 december 2019, zijnde 44 weken en 5 dagen, mede gelet op de inhoud van het aangetroffen en naar het hof daarom aanneemt ook gevolgde kweekschema, niet vier maar drie oogsten hebben kunnen plaatsvinden.
Opbrengsten
Overeenkomstig het ontnemingsrapport gaat het hof uit van een gemiddelde opbrengst van 15,3126 kilogram hennep per oogst. De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Het hof volgt het ontnemingsrapport op dit punt en gaat uit van een geldelijke opbrengst van € 4.070,00 per kilogram hennep.
Kosten
Het hof acht het aannemelijk dat de betrokkene ten behoeve van het verkrijgen van het wederrechtelijk voordeel kosten heeft gemaakt die voor aftrek in aanmerking komen. Het hof zal met betrekking tot de afschrijvingskosten, de inkoopprijs van de stekken, de huisvestingskosten en de overige variabele kosten aansluiten bij het ontnemingsrapport.
Energiekosten
Elektriciteitskosten worden alleen in mindering gebracht indien aannemelijk is dat deze kosten ook daadwerkelijk zijn betaald. Uit het ontnemingsrapport blijkt dat de elektriciteit illegaal is afgenomen. In hoger beroep is aangevoerd noch anderszins aannemelijk geworden dat de elektriciteitskosten door de betrokkene aan Liander zijn betaald, zodat deze – anders dan de rechtbank in eerste aanleg heeft gedaan en door de raadsvrouw is verzocht – niet voor aftrek in aanmerking komen.
Uit het dossier blijkt wel dat de betrokkene maandelijks energiekosten aan Nuon heeft betaald. Echter kan het precieze bedrag niet worden vastgesteld. Het hof acht het door de raadsvrouw gestelde bedrag van € 187,00 per maand aannemelijk. Per oogst zal daarom een bedrag van € 436,33 van de opbrengst worden afgetrokken.
Knipkosten
In de hennepkwekerij zijn 18 knipschaartjes aangetroffen. Er is geen knipmachine aangetroffen. Gelet hierop gaat het hof, anders dan het ontnemingsrapport, uit van € 2,00 knipkosten per plant. Per oogst wordt er (543 planten x € 2,00 =) € 1.086,00 aan knipkosten gerekend.
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Gelet op het voorgaande wordt het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepkwekerij als volgt berekend.
Opbrengst per oogst
543 planten x 28,2 gram (15 planten per vierkante meter) = 15,3126 kilogram hennep
Opbrengst per oogst: 15,3126 kilogram hennep x € 4.070,00 (prijs per kilogram) € 62.322,28
Kosten per oogst
Afschrijvingskosten € 350,00
Hennepstekken € 2.068,83
Variabele kosten € 2.106,84
Huisvestingskosten € 2.388,00
Kosten knippers € 1.086,00
Elektriciteitskosten € 436,33
Totaal aan kosten (per oogst) € 8.436,00
Wederrechtelijk verkregen voordeel
Het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel wordt aldus vastgesteld op:
Één oogst: € 62.322,28 – € 8.436,00 = € 53.886,28
Totale opbrengst oogsten: 3 oogsten x € 53.886,28 = € 161.648,85.
Verdeling
Het hof ziet in de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting aanwijzingen dat naast de betrokkene een tweede persoon betrokken zal zijn geweest bij de hennepkwekerij van de betrokkene in zijn huurwoning. Dat het hof in de hoofdzaak niet tot een bewezenverklaring van medeplegen is gekomen, doet hier niet aan af. Bij gebrek aan aanknopingspunten voor een andere verdeling zal het hof in het voordeel van de betrokkene het totale wederrechtelijk verkregen voordeel pondspondsgewijs met de andere betrokkene verdelen.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene wordt aldus vastgesteld op:
€ 80.829,42 (€ 161.648,85 :2).
Verplichting tot betaling aan de Staat
Voor zover de raadsvrouw een draagkrachtverweer heeft willen voeren, overweegt het hof als volgt. In beginsel dient de draagkracht aan de orde te worden gesteld in de executiefase. In het ontnemingsgeding kan de draagkracht alleen dan met vrucht aan de orde worden gesteld indien aanstonds duidelijk is dat de betrokkene op dat moment en in de toekomst geen draagkracht heeft of zal hebben. Op dit moment is niet aanstonds duidelijk dat de betrokkene, die nog relatief jong is, thans geen draagkracht heeft en ook in de toekomst geen draagkracht zal hebben. In het door de raadsvrouw aangevoerde, ziet het hof geen aanleiding de betalingsverplichting te matigen.
Overschrijding redelijke termijn
De redelijke termijn is aangevangen op 10 maart 2023 met een specifiek op de voordeelsontneming gerichte beslaglegging op grond van artikel 94a Sv. Het ontnemingsvonnis is uitgesproken op 20 juni 2023, het hoger beroep is ingesteld op 4 juli 2023 en het hof wijst thans op 30 april 2026 arrest. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling van een zaak als de onderhavige dient te zijn afgerond binnen twee jaren per rechterlijke instantie. Daarom is in dit geval de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in eerste aanleg overschreden met meer dan 1 jaar en 5 maanden, en in hoger beroep met bijna 10 maanden. Aangezien in de strafzaak rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn (de op te leggen werkstraf is in hoogte gematigd), zal het hof in de ontnemingszaak volstaan met de constatering daarvan.
Aan de betrokkene dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 80.829,42.
Toepasselijk wettelijk voorschrift
De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 80.829,42 (tachtigduizend achthonderdnegenentwintig euro en tweeënveertig cent).
Legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 80.829,42 (tachtigduizend achthonderdnegenentwintig euro en tweeënveertig cent).
Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste kan worden gevorderd op 808 dagen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. N.E. Kwak en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Pattinama, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 april 2026.
De jongste raadsheer is buiten staat dit arrest te tekenen.
=========================================================================
[…]