ECLI:NL:GHAMS:2026:1214

ECLI:NL:GHAMS:2026:1214

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 08-01-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 23-000933-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBAMS:2025:3447

Samenvatting

Vonnis waarvan beroep wordt bevestigd, met dien verstande dat het hof een aanvullende overweging opneemt ten aanzien van de op te leggen maatregel. Daarnaast neemt het hof een beslissing op het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Vonnis waarvan beroep

Aanvullende overweging ten aanzien van de op te leggen maatregel

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-000933-25

datum uitspraak: 8 januari 2026

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 april 2025 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers

13-406841-24 en 13-339271-24 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1992,

thans gedetineerd in [detentieadres] .

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

18 december 2025 en 8 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, die heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, en van wat de verdachte en zijn raadsman naar voren hebben gebracht.

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit daarom bevestigen, met dien verstande dat het hof het in het vonnis onder 7.3 opgenomen oordeel van de rechtbank ten aanzien van de maatregel aanvult met de hierna opgenomen overweging. Daarnaast neemt het hof een beslissing op het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Wat door de raadsman ter terechtzitting in hoger beroep is aangevoerd, heeft het hof niet tot andere beslissingen gebracht dan de rechtbank. Daarbij weegt het hof mee dat uit het reclasseringsrapport van

20 maart 2025 blijkt dat de verdachte kampt met verslavingsproblematiek, waarvoor hij geen probleembesef toont. Hij bagatelliseert zijn middelengebruik en toont geen openheid van zaken. Vanwege zijn onrechtmatige verblijfsstatus kan de verdachte geen aanspraak maken op sociale voorzieningen in Nederland.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft het hof bevestiging gezien voor de bevindingen uit het reclasseringsrapport en voor het daarin gegeven advies. De verdachte blijft zijn drankprobleem bagatelliseren en geeft aan na zijn detentie opnieuw te zullen drinken. Ook onderkent de verdachte totaal niet de ernst van de door hem gepleegde feiten en de impact die die hebben op de slachtoffers daarvan. Daarbij komt dat de voorlopige hechtenis van de verdachte op 29 juli 2025 was geschorst, zodat hij naar Litouwen kon terugkeren. Echter, na zijn vrijlating is de verdachte in zeer korte tijd opnieuw in aanraking gekomen met de politie voor soortgelijke feiten als die die tot de huidige maatregel hebben geleid, wederom onder invloed van drank. Het hof is, met de advocaat-generaal en de reclassering, van oordeel dat de verdachte onder die gegeven omstandigheden niet zelfstandig en zonder behandeling kan terugkeren naar Litouwen.

Gelet op al het voorgaande, en nu het hof met de reclassering het recidiverisico hoog inschat, acht het hof het in het belang van de maatschappij dat aan de verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd. Deze maatregel draagt ertoe bij dat de maatschappij wordt beschermd tegen het zeer overlastgevende delictgedrag van de verdachte. Binnen de ISD-maatregel kan – zoals uiteengezet in het reclasseringsrapport en is toegelicht door de deskundige [deskundige] ter terechtzitting in eerste aanleg – door plaatsing van de verdachte op de afdeling ISD-VRIS, worden gewerkt aan behandeling, terugdringing van het hoge recidivegevaar en (uiteindelijk) terugkeer naar het land van herkomst.

Het hof ziet in wat in hoger beroep naar voren is gebracht dan ook geen aanleiding om aan de verdachte een andere straf of maatregel op te leggen dan de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren.

Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om het bevel tot voorlopige hechtenis per einduitspraak te schorsen. Gelet op het voorgaande en de op te leggen maatregel, ziet het hof geen reden om de voorlopige hechtenis van de verdachte te schorsen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.A.C. Koster, mr. N. van der Wijngaart en mr. A.H. Tiemens, in tegenwoordigheid van

mr. A.C. Vermeijden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

8 januari 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.C. Vermeijden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand