ECLI:NL:GHAMS:2026:1225

ECLI:NL:GHAMS:2026:1225

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 04-05-2026
Datum publicatie 04-05-2026
Zaaknummer 23-000094-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vrijspraak van het voorhanden hebben van hasj en hennep. Het hof stelt voorop, in tegenstelling tot hetgeen de verdediging ter zitting in hoger beroep heeft gesteld, dat een indicatieve test niet noodzakelijk is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, mits het strafdossier voldoende andere aanwijzingen bevat die op de daadwerkelijke aanwezigheid van hasj en hennep duiden. Naar het oordeel van het hof is hiervan echter geen sprake. Het enkele vermoeden van de verbalisanten biedt onvoldoende basis voor een bewezenverklaring, terwijl het procesdossier geen nadere bewijsmiddelen bevat die het vermoeden van de verbalisanten ondersteunen, dan wel bevestigen. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de aangetroffen spullen daadwerkelijk hasj en hennep bevatten.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 8 maart 2023 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 2587 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd en/of

- ongeveer 1600 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,

zijnde hasjiesj en/of hennep (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld voor het tenlastegelegde en dat hem dezelfde straf wordt opgelegd als door de politierechter is opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.

Bij de doorzoeking in de woning van de verdachte op 8 maart 2023 hebben verbalisanten onder meer een aantal bruinkleurige blokken en een zilverkleurige sealbag in beslag genomen. De verbalisanten hebben over de bruinkleurige blokken gerelateerd dat gezien de herkenbare henneplucht en de uiterlijke kenmerken van de blokken zij het vermoeden kregen dat het blokken hasj betroffen. Ten

aanzien van de sealbag hebben de verbalisanten gerelateerd dat gezien het gewicht, de omvang, de structuur en de kenmerkende henneplucht, zij het vermoeden kregen dat zich in de sealbag henneptoppen bevonden. De aangetroffen spullen zijn niet (indicatief) onderzocht.

Het hof stelt voorop, in tegenstelling tot hetgeen de verdediging ter zitting in hoger beroep heeft gesteld, dat een indicatieve test niet noodzakelijk is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, mits het strafdossier voldoende andere aanwijzingen bevat die op de daadwerkelijke aanwezigheid van hasj en hennep duiden. Naar het oordeel van het hof is hiervan echter geen sprake. Het enkele vermoeden van de verbalisanten biedt onvoldoende basis voor een bewezenverklaring, terwijl het procesdossier geen nadere bewijsmiddelen bevat die het vermoeden van de verbalisanten ondersteunen, dan wel bevestigen. Het hof komt dan ook tot de conclusie dat niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de aangetroffen spullen daadwerkelijk hasj en hennep bevatten.

Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M.M. Bordenga, mr. D.A.C. Koster en mr. A. Dantuma-Hieronymus, in tegenwoordigheid van mr. R.J.C. Wegerif, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2026.

Mr. A. Dantuma-Hieronymus is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[…]

.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.J.C. Wegerif

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand