ECLI:NL:GHAMS:2026:1233

ECLI:NL:GHAMS:2026:1233

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 06-05-2026
Datum publicatie 06-05-2026
Zaaknummer 23-001857-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bewezenverklaring diefstal - zakkenrollerij - artikel 311 - toerist - geheel voorwaardelijke gevangenisstraf

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 22 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof artikel 63 Wetboek van Strafrecht toevoegt aan de toepasselijke wetsartikelen.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De verdediging heeft in geval van bewezenverklaring de actuele persoonlijke omstandigheden van de verdachte toegelicht en verzocht om in ieder geval geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf meer op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan zakkenrollerij. Dit is een zeer ergerlijk feit, dat voor de benadeelden – net als de aangever veelal toeristen – hinder en schade oplevert en inbreuk maakt op het eigendomsrecht van een ander. Naast schade en ongemak voor gedupeerden draagt zakkenrollerij bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Uit het strafblad van de verdachte volgt dat er sprake is van een delictpatroon als het gaat om vermogensdelicten. Gelet hierop is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zoals de politierechter heeft opgelegd, in beginsel een passende straf. Toch zal het hof in dit geval een andere straf opleggen vanwege de volgende redenen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij onlangs een aanzienlijke gevangenisstraf uit 2018 heeft uitgezeten en binnenkort vader zal worden. Hij geeft aan zijn leven op een andere manier op te willen pakken en hier actief aan te werken. In dit kader heeft de verdachte verklaard momenteel goed contact te hebben met de reclassering, die hem onder andere ondersteunt bij het zoeken en behouden van huisvesting en het regelen van zijn schulden. Daarnaast heeft hij aangegeven een toezegging te hebben om begin mei 2026 met een baan te kunnen starten. Tot slot heeft de verdachte verklaard geen verdovende middelen meer te gebruiken.

De verdachte loopt met een verlengde periode nog lange tijd in reclasseringstoezicht in een andere zaak en dit is de laatste zaak die nog open staat, zo volgt uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof acht het in het belang van de verdachte én – met het oog op het voorkomen van recidive – in het belang van de samenleving, dat deze constructieve ontwikkelingen niet worden doorkruist met een straf die zou meebrengen dat de verdachte opnieuw gedetineerd raakt.

Gelet op het bovenstaande zal het hof volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.A.E. van Noort, mr. P. Greve en mr. B.A.A. Postma, in tegenwoordigheid van mr. L.A.H. van Wieren, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 mei 2026.

Mr. P. Greve is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.A.H. van Wieren

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand