GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 25/1411
28 april 2026
uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X] , wonende te [Y] , belanghebbende,
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach)
tegen de uitspraak van 16 april 2025 in de zaak met kenmerk AMS 24/4957 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de invorderingsambtenaar van de gemeente [Y], de invorderingsambtenaar.
1. Ontstaan en loop van het geding
De invorderingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 4 mei 2024 aanmaningskosten in rekening gebracht. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.
Bij uitspraak van 18 juli 2025 heeft de invorderingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard..
De rechtbank heeft het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 19 mei 2025. De invorderingsambtenaar heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend..
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2. Feiten
Belanghebbende is op 14 maart 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Omdat belanghebbende de naheffingsaanslag niet had betaald, heeft de invorderingsambtenaar hem daartoe op 4 mei 2024 aangemaand en daarbij € 9 aan aanmaningskosten in rekening gebracht.
Belanghebbende heeft zich aangemeld voor de berichtenbox MijnOverheid en heeft de notificatiefunctie ingeschakeld.
3. Geschil
In hoger beroep is in geschil of belanghebbende terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht.
4. Beoordeling van het geschil
Belanghebbende betwist dat hem een notificatiebericht (een e-mail) is gezonden van de plaatsing van de naheffingsaanslag in de berichtenbox.
Aangezien belanghebbende dit betwist is het aan de invorderingsambtenaar aannemelijk te maken dat een notificatiebericht is verstuurd.
De invorderingsambtenaar heeft daartoe gegevens opgevraagd bij [bedrijf] , de dienst onder beheer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarbij MijnOverheid in beheer is. [bedrijf] heeft echter aangegeven dat in de zaak van belanghebbende geen gegevens kunnen worden verstrekt.
Nu de invorderingsambtenaar noch aan de hand van gegevens van [bedrijf] , noch anderszins aannemelijk heeft gemaakt dat belanghebbende een notificatiebericht is gezonden, moet er voor dit geding van worden uitgegaan dat dit niet is gebeurd waardoor de naheffingsaanslag niet tijdig is betaald. Dit leidt tot de conclusie dat geen aanmaningskosten in rekening hadden mogen worden gebracht (vgl. conclusie A-G Pauwels 6 februari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:152, onderdeel 8.43).
Slotsom
Het hoger beroep is gegrond. De beschikking waarbij aanmaningskosten in rekening zijn gebracht moet worden vernietigd.
5. Kosten
Het Hof ziet aanleiding voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 8:108 van die wet.
Het Hof stelt de kosten overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast met inachtneming van een factor 0,5 voor het gewicht van de zaak. Dit leidt tot een kostenvergoeding:
Het totaal van de (proces)kostenvergoeding is daarmee € 2.534.
6. Beslissing
Het Hof:
De uitspraak is gedaan door mrs. F.J.P.M. Haas voorzitter, M.J. Leijdekker en J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 28 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: