beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.325.125/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 mei 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. HUIZENMIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERZOEKSTER,
advocaten: mrs. M.P.H. Sanders en J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. HUIZENMIJ,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n
1. [A] ,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. S. Knottnerus, kantoorhoudende te Amsterdam,
2. de stichting
[B] ,
gevestigd te [plaats] ,
advocaat: mr. J. Stikkelbroeck, kantoorhoudende te Amsterdam,
3. [C],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
e n t e g e n
4. [D] ,
wonende te [plaats] ,
5. [E],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
6. [F] ,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. Ph.A.J. Raaijmakers, kantoorhoudende te Amsterdam,
7. [G] ,
wonende te [plaats] ,
8. de stichting
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR TER CONTINUERING
HUIZENMAATSCHAPPIJ,
gevestigd te Amsterdam,
9. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid
LUTHERS DIAKONESSENHUIS FONDS,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN.
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 6 en 12 juli 2023 en de beschikkingen van 9 en 30 januari, 27 februari, 3 maart, 8 december 2025, 30 maart 2026 en 8 april 2026 in deze zaak.
Bij de beschikking van 6 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Huizenmij over de periode vanaf 1 januari 2021 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure bepaald dat alle aandelen in Huizenmij ten titel van beheer zijn overgedragen aan een nader door de Ondernemingskamer aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
Bij beschikking van 12 juli 2023 heeft de Ondernemingskamer mr. J.H. van Woudenberg als beheerder van aandelen aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 6 juli 2024.
Bij beschikking van 9 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer de reikwijdte van het bij de beschikking van 6 juli 2023 gelaste onderzoek uitgebreid.
Bij beschikking van 30 januari 2025 heeft de Ondernemingskamer mr. P.M. Gunning te Arnhem als onderzoeker aangewezen.
Bij beschikking van 27 februari 2025 heeft de Ondernemingskamer het verzoek van de [B] de onmiddellijke voorziening te beëindigen althans een andere OK-beheerder te benoemen afgewezen.
Bij beschikking van 3 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op € 42.250, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij beschikking van 8 december 2025 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten verhoogd en vastgesteld op € 59.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij beschikking van 30 maart 2026 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten verhoogd en vastgesteld op € 74.750, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Bij beschikking van 8 april 2026 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.
De onderzoeker heeft op 23 april 2026 een specificatie van de door hem aan het onderzoek bestede uren aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Deze specificatie sluit op een bedrag van € 69.240 (exclusief btw), voor de werkzaamheden van de onderzoeker en € 5.500 (exclusief btw) voor de door de onderzoeker ingeschakelde vastgoeddeskundige. Dit komt op een totaalbedrag van € 74.740 (exclusief btw).
Bij e-mail van 24 april 2026 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de in 1.11 genoemde specificatie.
Hierop is alleen van mr. Van Woudenberg een reactie ontvangen, waarin zij laat weten geen opmerkingen te hebben bij de urenverantwoording van de onderzoeker.
2. De gronden van de beslissing
De Onderzoeker heeft de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.11 genoemde specificatie. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 74.740, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. J.M. de Jongh, raadsheren, en drs. P.G. Boumeester en prof. dr. mr. S. ten Have, raden, in tegenwoordigheid van mr. N.E.M. Keereweer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 6 mei 2026.