ECLI:NL:GHAMS:2026:1325

ECLI:NL:GHAMS:2026:1325

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 12-05-2026
Zaaknummer 23-000721-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Gedragingen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd. Toepassing artikel 9a Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april en

12 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij, op of omstreeks 20 juni 2023, te Wijdewormer en/of Wormer, gemeente Wormerland en/of Zaanstreek, in elk geval in Nederland,

als houder van dieren, te weten 9 runderen en/of 4 paarden en/of 1 pony en/of 27 kippen en/of 2 konijnen,

de nodige verzorging aan dat/deze dier(en) heeft onthouden, immers heeft zij, verdachte, er geen zorg voor gedragen dat:

- de stier (met werknummer [nummer 1]) en/of het paard (met chipnummer [nummer 2] ) waren voorzien van tijdige bekapping (ten gevolge waarvan de klauwen en/of hoeven te lang waren geworden), en/of

- 27, althans één of meer, kippen op locatie A over een toereikende behuizing beschikte(n) onder voldoende hygiënische omstandigheden, immers was het strooisel in de huisvesting niet schoon en comfortabel nu hier rottende voerresten en/of plastic folie en/of kippenmest in lag, en/of

- 3, althans één of meer, runderen op locatie F en/of 2 konijnen op locatie I, althans één of meerdere dieren, toegang had(den) tot een toereikende hoeveelheid water van passende kwaliteit of op een andere wijze aan hun behoefte aan water kon(den) voldoen, immers was/waren onvoldoende waterbakken met schoon drinkwater aanwezig voor voornoemde dier(en), en/of

- 6, althans één of meer, runderen op locatie B en/of in Wormer, beschikte(n) over schuilmogelijkheden die bescherming boden tegen slechte weersomstandigheden, en/of

- 3 runderen en/of 1 paard, althans één of meer dieren, op locaties F en/of G werden gehouden en/of gehuisvest in en/of hadden toegang tot een behuizing die op zodanige wijze was onderhouden dat deze geen scherpe randen en/of uitsteeksels bevatte, waaraan die dieren zich konden verwonden, immers waren in die behuizing waar voornoemde dieren verbleven meerdere scherpe randen van golfplaten en/of uitstekende spijkers waaraan de dieren zich konden beschadigen en/of verwonden, en/of

- 3 paarden en/of 3 runderen, op locaties C en/of D en/of E en/of F, werden gehouden en/of gehuisvest in een verblijf dat op zodanige wijze was onderhouden dat deze geen scherpe randen en/of uitsteeksels bevatte, waaraan die dieren zich konden verwonden, immers bevatte de grond scherpe en/of uitstekende delen waaronder stukken glas en/of gebroken keramiek en/of stukken hard afgebroken plastic en/of afgebrokkelde stukken beton;

zijnde de terminologie gebezigd in deze tenlastelegging in de zin van de Wet dieren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard, nu de verwijten die daarin staan opgesomd terugkomen in de bevindingen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) en de dierenarts heeft bevestigd dat er zorg is onthouden aan de dieren.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij te allen tijde de dieren de beste zorg heeft willen bieden.

Het hof overweegt als volgt.

Uit het procesdossier volgt dat op 20 juni 2023 door verbalisanten is waargenomen dat de stier met werknummer [nummer 1] lange klauwen had. De klauwen waren zo lang dat ze naar binnen waren gegroeid. Het paard met nummer [nummer 2] had te lange hoeven. De runderen op de weide hadden niet de beschikking over schuilmogelijkheden bij slechte weersomstandigheden.

De uitloopstal 4 (aangeduid als ‘locatie F: uitloopstal 4’) in het dossier bestond deels uit golfplaten. Deze golfplaten hadden scherpe randen, waren deels omgebogen en/of hadden delen die uitstaken. Dit was ook het geval in uitsloopstal 5 (aangeduid als ‘locatie G: uitloopstal 5’). In deze uitloopstal lagen bovendien gerotte planken met spijkers en schroeven die uitstaken. Voor de locaties C, D, E en F gold dat er veel puin werd aangetroffen op de grond met daarin onder andere stukken glas, stukken hard afgebroken plastic en afgebrokkelde stukken steen en stukken keramiek.

Op grond van de hiervoor opgesomde bevindingen van de NVWA, komt het hof tot een bewezenverklaring van de gedachtestreepjes 1, 4, 5 en 6. De gedachtestreepjes 2 en 3 acht het hof niet bewezen, zodat de verdachte in zoverre zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 20 juni 2023 te Wijdewormer en Wormer, gemeente Wormerland, als houder van dieren, te weten 9 runderen en 4 paarden en 1 pony, de nodige verzorging aan deze dieren heeft onthouden, immers heeft zij, verdachte, er geen zorg voor gedragen dat:

- de stier (met werknummer [nummer 1]) en het paard (met chipnummer [nummer 2] ) waren voorzien van tijdige bekapping (ten gevolge waarvan de klauwen en/of hoeven te lang waren geworden), en

- 6 runderen op locatie B en in Wormer beschikten over schuilmogelijkheden die bescherming boden tegen slechte weersomstandigheden, en

- 3 runderen en 1 paard op locaties F en G werden gehouden en/of gehuisvest in en/of hadden toegang tot een behuizing die op zodanige wijze was onderhouden dat deze geen scherpe randen en/of uitsteeksels bevatte, waaraan die dieren zich konden verwonden, immers waren in die behuizing waar voornoemde dieren verbleven meerdere scherpe randen van golfplaten en/of uitstekende spijkers waaraan de dieren zich konden beschadigen en/of verwonden, en

- 3 paarden en 3 runderen op locaties C en D en E en F werden gehouden en/of gehuisvest in een verblijf dat op zodanige wijze was onderhouden dat deze geen scherpe randen en/of uitsteeksels bevatte, waaraan die dieren zich konden verwonden, immers bevatte de grond scherpe en/of uitstekende delen waaronder stukken glas en/of gebroken keramiek en/of stukken hard afgebroken plastic en/of afgebrokkelde stukken beton;

zijnde de terminologie gebezigd in deze tenlastelegging in de zin van de Wet dieren.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

Gedragingen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren.

Het hof heeft in hoger beroep, gesteld voor de vraag of een, en zo ja, welke straf of maatregel dient te worden opgelegd, gelet op de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verwaarlozing van dieren en dan met name gelet op de omstandigheden waaronder de dieren werden gehouden op de datum in geding. Als houder van dieren is de verdachte verantwoordelijk voor het welzijn van die dieren. De leefomgeving van de dieren valt daar ook onder.

Vanuit het oogpunt van normbevestiging zou het in de rede hebben gelegen een straf aan de verdachte op te leggen. Toch kiest het hof hier in dit bijzondere geval niet voor. Uit de bevindingen van de NVWA blijkt dat de dieren een schone vacht hadden en er geen indicaties aanwezig waren dat de dieren ondervoed waren. De dieren waren over het geheel bezien goed verzorgd, al voldeed de situatie niet aan de vereisten. Van kwalijke intenties bij de verdachte is ook niet gebleken. Daarnaast is ter beëindiging van de geconstateerde overtredingen aan de verdachte al een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom opgelegd, waaraan zij opvolging heeft gegeven. Het hof acht het al met al raadzaam te bepalen dat – mede in verband met de omstandigheden waaronder het feit is begaan – er geen straf of maatregel zal worden opgelegd, toepassing gevend aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. M.J.A. Plaisier en mr. A.J. van Es, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

12 mei 2026.

Mr. A.J. van Es is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C. van der Laan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand