beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.335.860/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 april 2026
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Beheer] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
G. [vennootschap],
beide gevestigd te [plaats] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten: voorheen mr. M.P.H. Sanders en mr. R.M. de Rooij, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans mr. J.M. Blanco Fernández, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Beheer] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
G. [vennootschap],
beide gevestigd te [plaats] ,
VERWEERSTERS,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[broer A Holding] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. [broer A],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten: mr. J.G.M. de Koning en mr. J.G. Uijttenhove-Kuitert, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[broer B Holding] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. [broer B],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. G.C. Endedijk, kantoorhoudende te Amsterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 2 en 6 mei 2024, 2 september 2024, 4 oktober 2024 en 8, 14 mei en 22 mei 2025.
Voor zover thans van belang heeft de Ondernemingskamer bij deze een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de Vennootschap c.s., mr. A.H.J. Saes te Amsterdam benoemd ten einde dit onderzoek te verrichten (hierna: de onderzoeker) en het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten uiteindelijk vastgesteld op € 115.000, exclusief de verschuldigde omzetbelasting.
Op 9 april 2026 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van voormeld onderzoek aan de Ondernemingskamer gestuurd. De griffier heeft het verslag met bijlagen vandaag ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer heeft kennisgenomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en de overige in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 2 mei 2024 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [Beheer] en G. [vennootschap] ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.A.H. Melissen, voorzitter, mr. C.C. Meijer, mr. M.A.M. Vaessen, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA, drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. W.A.H. Melissen op 10 april 2026.