ECLI:NL:GHAMS:2026:1415

ECLI:NL:GHAMS:2026:1415

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 12-05-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 200.341.753/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan opdrachtnemer recht heeft op vergoeding. Aanspraak op loon op grond van artikel 7:405 lid 2 BW

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht,

team I (handel)

zaaknummer : 200.341.753/01

zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : 10496641 CV EXPL 23-6609

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 12 mei 2026

in de zaak van

VITAL INNOVATION B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. J.J.H. Post te Barneveld,

tegen

FELIX NAVICULA HOLDING B.V.,

gevestigd te Utrecht,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.E. Verkerke te Amsterdam.

Partijen worden hierna Vital en FNH genoemd.

1. De zaak in het kort

FNH is via een executive search bureau door Vital benaderd. Nadat partijen kennismakingsgesprekken hebben gevoerd, heeft FNH werkzaamheden voor Vital uitgevoerd. FNH vordert in deze procedure betaling voor die werkzaamheden. Vital betwist dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen en stelt dat FNH gedurende een bepaalde periode onbetaald en belangeloos werkzaamheden zou verrichten. Evenals de kantonrechter, wijst het hof de vorderingen van FNH toe.

2. Het geding in hoger beroep

Vital is bij dagvaarding van 15 februari 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 17 november 2023 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, gewezen onder bovengenoemd zaak- en rolnummer tussen FNH als eiseres en Vital als gedaagde (hierna: het vonnis).

Bij arrest van 18 juni 2024 heeft het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast. Deze heeft op 7 augustus 2024 plaatsgevonden, en daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Een minnelijke regeling is tussen partijen niet tot stand gekomen.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met producties;

- akte uitlating producties, met producties.

Partijen hebben de zaak tijdens de mondelinge behandeling van 6 januari 2026 toegelicht, Vital door mr. Post en FNH door mr. Verkerke, ieder aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.

3. Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

De heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ), is enig aandeelhouder en statutair bestuurder van FNH. Vanuit FNH neemt [naam 1] opdrachten aan.

Vital is een start-up. Bestuurder van Vital is de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ).

Vital heeft aan executive search bureau Partners at Work een verzoek gedaan om voor een project van Vital passende opdrachtnemers te werven. Via Partners at Work is Vital in contact gekomen met FNH.

[naam 1] heeft op 23 juni 2022 en op 5 juli 2022 kennisgemaakt met Vital in gesprekken met onder anderen [naam 2] en mevrouw [naam 3] (hierna: [naam 3] ). [naam 3] is secretaris van Stichting Vital Management (hierna: SVM).

Partijen hebben op 11 juli 2022 een vertrouwelijkheids- en geheimhoudings-overeenkomst (hierna: NDA) gesloten. In deze overeenkomst is voor zover relevant het volgende opgenomen:

“ (…) WHEREAS

Parties wish to examine whether a certain form of collaboration is feasible;

Parties, before they make a final decision, wish to inspect certain confidential information from each other regarding their (business) operations/modus operandi;

the Disclosing Party and the Receiving Party, intend to collaborate on the initiative and

intention of Vital to introduce its proposition to the market and will disclose certain Confidential Information (…) to each other in this respect (…);

THE PARTIES HEREBY AGREE the following:

(…)

10.No amendments, changes or modifications to, or assignment of, this Agreement shall be valid unless they are agreed by Parties in writing and signed by a duly authorized representative of each of Parties hereto. (...)

12. No formal business organization or relationship of any kind is established or intended to be established by this Agreement itself or (solely) by any related document. Nothing contained in the Agreement or any related document shall be construed as creating any obligation or an expectation on the part of either Party to enter into a business relationship with the other Party/Parties or with any third party, or an obligation to make any investment or pay any financial compensation whatsoever if discussions are ended by either Party for whatever reason at whatever moment. Nothing contained in the Agreement or any related document shall be construed as creating a joint venture, partnership or employment relationship between the Parties, it being understood that Parties are independent contractors vis-â-vis one another. Except as specified herein, no Party shall have the right, power or implied authority to create any obligation or duty, express or implied, on behalf of any other Party hereto. (... )”

Vital heeft een memo van 23 juli 2022, getiteld: “Bezoldiging bestuurders en managers Vital Future Goup” (hierna: VFG en het memo hierna: remuneration memo) in het geding

gebracht, waarin onder andere het volgende wordt vermeld over het project van Vital waarvoor opdrachtnemers werden geworven:

“(…) Vital Future Group (VFG) is een impact groep met activiteiten die van belang zijn voor mens en planeet. (…) De activiteiten van VFG bieden schaalbare oplossingen die met innovatieve, doelgerichte ontwikkelingen effectief bijdragen aan de ingrijpende vernieuwing van de belangrijkste sectoren, dit alles gericht op een duurzame, toekomstbestendige wereld. (…) Vital Innovation BV (VIN) is de founder’s company, en hoofdsponsor van het Vital Eco System met als hoofdactiviteiten: oprichting, governance, strategie en innovatie van/voor het gehele Vital Eco System voor de zeer lange termijn. (…) VIN organiseert als primaire belanghebbende partij in het aandelenkapitaal van VFG op korte termijn de overname van een beursgenoteerd vehikel waar for-profit aandelen VFG in worden ondergebracht. (…) Om exclusiviteit te waarborgen, is de idee om aan maximaal ongeveer 100 participanten een converteerbare obligatie uit te geven. (…) De regeling is bedacht voor de eerste circa 100 participanten die er gezamenlijk voor hebben gezorgd en zullen zorgen dat het Vital Eco System wereldwijd wordt neergezet. (…) De propositie is bedacht voor alle managementteam-1eden in het gehele Vital Eco System. Er wordt tot nader order van uitgegaan dat alle MT-leden zelfstandig als zzp-er of middels een vennootschap in staat zijn om opdrachten voor Vital uit te voeren en te factureren. Overeenkomsten voor het verrichten van opdrachten worden aangegaan met Stichting Vital Management (SVM) of in sommige gevallen met VIN (…). (…) Teamleden ontvangen voor top commitment van minimaal een jaar of minimaal 60 werkdagen en zonder opzegging binnen 6 maanden een Vital obligatie.

Er gelden 3 dagtarieven: EUR 600, 1.200 en 1.800 (incl. BTW). Welk dagtarief geldt, wordt bij verstrekking obligatie tussen Vital en Participant bepaald. (…)”

Bij e-mail van 3 augustus 2022 heeft [naam 1] aan Vital bericht, voor zover relevant:

“(…) Hierbij kom ik graag terug op de afspraken tussen Vital en mijzelf. Als besproken wil ik onze samenwerking graag als volgt vaststellen:

• Werkzaamheden maandelijks tot 75% van het dagtarief te factureren;

• Het verschil tussen het gefactureerde dagtaríef en het dagtarief conform de afspraken in de vorm van een obligatie;

• De juli factuur zal pas eind augustus betaalbaar zijn, normaal 2 weken na datum

facturatie;

• KM vergoeding cf. de algemene afspraken; (…)”

Bij e-mail van 4 augustus 2022 heeft [naam 2] namens Vital hierop gereageerd:

“(…) Ik begrijp wat je wilt of vraagt. Je weet dat dit afwijkt van de uitgangspunten voor remuneration (in concept). Voor de goede orde geef ik hierbij aan dat je mail geen bevestiging kan zijn van iets wat wij hebben afgesproken.

Graag zou ik eerst een aantal zaken willen begrijpen, zoals het dagtarief dat je hanteert, waar je tot op heden van vindt dat je er recht op hebt om op de aangegeven wijze te factureren, en wat er die dagen is gebeurt. (…)”

Bij e-mail van 8 augustus 2022 heeft [naam 1] geantwoord:

“(…) Dank dat je hier naar wilt kijken. Het punt wat ik probeer te maken is dat wij de uitgestelde betaling zoals nu in de laatste versie van de Remuneration note wordt vooropgesteld niet hebben afgestemd en ik daarom hier niet in mee kan gaan.

Voor het dagtarief sluiten we aan bij de Remuneration note om wel zoveel als mogelijk in lijn te blijven met deze notitie. Tot nu toe heb ik 12,5 dagen aan Vital besteed. Dit bestaat hoofdzakelijk uit:

Introducties en kennismaking;

Remuneration notitie;

AMG sessie;

DD vragenlijst opstellen;

Begrijpen en doorgronden de structuur van de VFG;

RTO RFO (…)”

Op 9 augustus 2022 heeft Vital aan [naam 1] laten weten:

“(…) Door de (gedeeltelijke) beantwoording van mijn vragen n.a.v. jouw mail werd ons duidelijk dat de omstandigheden waarin we verkeren, zowel Vital als jij, op dit moment niet passen of opportuun zijn om het begonnen experiment voort te zetten.(…) Dank voor je interesse in Vital en welgemeende inzet, we wensen je voor de toekomst alle goeds. (…)”

Op 26 oktober 2022 heeft FNH per e-mail aan Vital een factuur gestuurd ter hoogte van € 24.460,93 incl. btw, gebaseerd op een dagtarief van € 1.800,- incl. btw (€ 1.487,60 excl. btw). FNH heeft Vital bij brief van 15 december 2022 gesommeerd tot betaling. Vital heeft de factuur niet voldaan.

De vastgestelde jaarrekening van Vital over 2022 vermeldt een eigen vermogen per 31 december 2022 van ruim € 119 miljoen.

4. De procedure bij de kantonrechter

FNH heeft in eerste aanleg gevorderd dat de kantonrechter Vital veroordeelt, uitvoerbaar bij voorraad, € 24.460,93 aan FNH te betalen, met veroordeling van Vital in de proceskosten.

De kantonrechter heeft de vordering van FNH toegewezen. Zij heeft daarbij geoordeeld dat, gelet op alle omstandigheden, FNH gerechtvaardigd erop mocht vertrouwen dat een overeenkomst van opdracht tot stand was gekomen en dat FNH voor haar werkzaamheden zou worden betaald. De kantonrechter heeft over de hoogte van de vergoeding geoordeeld dat voldoende is komen vast te staan dat FNH 13,5 dag heeft gewerkt. Zij is verder uitgegaan van het door FNH gehanteerde tarief.

5. Vordering in hoger beroep

Vital vordert, samengevat, dat het vonnis wordt vernietigd en de vorderingen van FNH alsnog worden afgewezen, met veroordeling van FNH in de proceskosten in beide instanties, met nakosten en wettelijke rente.

FNH concludeert tot bekrachtiging van het vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Vital in de proceskosten in hoger beroep, met nakosten en wettelijke rente.

6. Beoordeling

Vital komt met zeven grieven op tegen de beslissing van de kantonrechter. Met grieven 1 tot en met 4 stelt Vital de vraag aan de orde of tussen partijen een overeenkomst tot stand gekomen is op grond waarvan FNH recht heeft op vergoeding van door haar verrichte werkzaamheden. Met grieven 5 en 6 richt Vital zich tegen het oordeel van de kantonrechter over de hoogte van die vergoeding. Grief 7 ziet op de door de kantonrechter uitgesproken proceskostenveroordeling ten laste van Vital.

Overeenkomst van opdracht, recht op vergoeding

Het antwoord op de vraag of tussen Vital en FNH een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen op grond waarvan een vergoeding is verschuldigd, hangt af van wat beide partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid, overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen (met toepassing van artikelen 3:33 en 3:35 BW; vergelijk HR 13-03-1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (Haviltex)). De stelplicht en bewijslast van de stelling dat een overeenkomst van opdracht tussen FNH en Vital tot stand gekomen is, rust op FNH. Als dat is komen vast te staan en de overeenkomst is door FNH in de uitoefening van beroep of bedrijf aangegaan, is Vital loon verschuldigd (7:405 lid 1 BW). Als partijen de hoogte van dat loon niet hebben bepaald, is Vital het op de gebruikelijke wijze berekende loon, en bij gebreke daarvan, een redelijk loon verschuldigd (7:405 lid 2 BW), tenzij partijen anders hebben afgesproken. De stelplicht en bewijslast dat een dergelijke afwijkende afspraak is gemaakt, rust op de partij die zich daarop beroept.

FNH heeft gesteld dat tussen Vital en haar een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen is op grond waarvan zij aanspraak heeft op vergoeding voor haar werkzaamheden. Zij heeft toegelicht dat zij (in de persoon van [naam 1] , hierna steeds aangeduid als FNH) is benaderd via een door Vital ingeschakeld executive search bureau , dat FNH vervolgens kennismakingsgesprekken heeft gevoerd met Vital en dat [naam 2] tijdens die gesprekken de visie van Vital heeft uiteengezet, waaronder de plannen voor VFG (zie 3.6), door Vital wel “het project” of “het experiment” genoemd. FNH heeft gesteld dat zij na die gesprekken op interim basis aan de slag is gegaan en werkzaamheden heeft verricht. FNH heeft daarbij nauw samengewerkt met mevrouw [naam 4] (hierna: [naam 4] ), beoogd CFO van de Vital Groep die ook op interim basis bij Vital werkzaam was. FNH heeft op verzoek van Vital (mee)gewerkt aan onder andere het opstellen van het remuneration memo, een opzet voor een voorstel voor een Reverse Take Over (hierna: “RTO”) en het opstellen van een due diligence-lijst (hierna: de “DD-lijst”). Hieruit ontstond bij FNH het gerechtvaardigde vertrouwen dat zij een (betaalde) opdracht heeft aanvaard, aldus FNH.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat Vital FNH heeft benaderd via een executive search bureau dat van Vital opdracht had gekregen om voor haar passende opdrachtnemers te werven, dat kennismakingsgesprekken tussen FNH en Vital hebben plaatsgevonden en dat tijdens die gesprekken geen expliciete afspraken zijn gemaakt over de bezoldiging van FNH. Vital heeft ook niet concreet betwist dat FNH vervolgens werkzaamheden heeft verricht, maar wel dat zij voor die werkzaamheden opdracht heeft gegeven. Vital heeft betoogd dat FNH kennelijk, buiten medeweten van Vital, nauw heeft samengewerkt met [naam 4] , maar dat [naam 4] geen bevoegd functionaris was en dat zij niet bevoegd was FNH te instrueren. Het hof volgt dit betoog niet. Vital heeft zelf aangevoerd dat het de bedoeling was dat [naam 4] , als beoogd toekomstig CFO van het project, voor Vital zou beoordelen of FNH geschikt was om deel te nemen aan het project. In lijn daarmee kon [naam 4] FNH ook instrueren. Uit de eigen stellingen van Vital blijkt verder dat [naam 2] en [naam 3] verschillende keren hebben deelgenomen aan besprekingen met [naam 4] en FNH over onder andere de RTO, de DD-lijst en het remuneration memo. Vital wist dus ook dat FNH met [naam 4] hieraan werkte en dat [naam 4] FNH instrueerde. Onder die omstandigheden mocht FNH redelijkerwijs aannemen dat [naam 4] bevoegd was haar opdrachten te geven zodat aan Vital geen beroep toekomt op onbevoegdheid van [naam 4] . Vital heeft onvoldoende betwist dat de voorfase van het project, waarin FNH haar werkzaamheden verrichtte, zag op het onderzoeken van de structuur en financiering van het project/experiment. De werkzaamheden van FNH – zoals het opstellen van een RTO-voorstel, een DD-vragenlijst en het remuneration memo – vielen dus ook inhoudelijk binnen de reikwijdte van die voorfase.

Anders dan Vital heeft aangevoerd, staan de artikelen 10 en 12 van de NDA niet in de weg aan het bestaan van een overeenkomst van opdracht tussen Vital en FNH en ook niet aan een opdrachtovereenkomst op grond waarvan FNH aanspraak kon maken op vergoeding voor werkzaamheden. Artikel 12 van de NDA ziet erop dat geen verbintenissen in het leven worden geroepen door de NDA “or any related documents”. Hier wordt dus gerefereerd aan met geheimhouding samenhangende documenten. Dat laat onverlet dat verbintenisscheppende afspraken op andere wijze (dan door de NDA of related documents) tot stand kunnen komen. Uit deze bepaling had FNH redelijkerwijs niet hoeven te begrijpen, ook niet bezien in samenhang met de overwegingen uit de NDA (onder “Whereas” zie 3.5.), dat zij werkzaamheden zou verrichten zonder dat daaraan een (opdracht)overeenkomst ten grondslag lag en zonder dat zij daarvoor beloning zou ontvangen. Artikel 10 van de NDA houdt samengevat in dat wijzigingen van de NDA schriftelijk moeten worden overeengekomen. Die situatie is, mede gezien de betekenis die aan artikel 12 moet worden toegekend, niet aan de orde.

FNH mocht verder redelijkerwijs begrijpen dat Vital haar wederpartij was. FNH was door Partners at Work benaderd voor een klus bij Vital en FNH heeft vanaf de kennismakingsgesprekken steeds (ook) contact gehad met de directeur van Vital. De NDA is gesloten tussen FNH en Vital. Ook als FNH via de concept remuneration memo bekend was met de bezoldiging voor het project, te weten bestuurders via VIN, derden via SVM, betekent dat niet dat SVM de wederpartij van FNH was. Dat de in het memo – dat naar de eigen stelling van Vital pas vanaf 23 juli 2022 op tafel lag – beschreven bezoldigingssystematiek voor het project ook al van toepassing was op de werkzaamheden van FNH in de voorfase daarvan, blijkt nergens uit. Het (niet-ontvankelijkheids)verweer van Vital dat FNH de verkeerde partij heeft gedagvaard, strandt hierop.

Uit de hierboven genoemde gang van zaken volgt naar het oordeel van het hof voldoende dat tussen FNH en Vital een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen op basis waarvan FNH in opdracht van Vital werkzaamheden heeft uitgevoerd. Anders dan Vital heeft betoogd, waren de afspraken tussen partijen niet zo onbepaald dat dat aan de totstandkoming van een overeenkomst in de weg staat. Ook als binnen Vital standaard schriftelijk werd gewerkt, maakt dat niet dat in dit geval met FNH geen opdrachtovereenkomst tot stand kan zijn gekomen. Het staat niet ter discussie dat FNH de overeenkomst in de uitoefening van haar beroep of bedrijf is aangegaan. FNH heeft gelet op artikel 7:405 lid 1 BW dan ook in beginsel aanspraak op loon. Dat partijen de afspraak hebben gemaakt dat FNH in de voorfase van het project onbetaald zou werken, zoals Vital heeft gesteld, is niet komen vast te staan. Het hof licht dit als volgt toe.

Vital heeft gesteld dat de achtergrond van het contact met FNH was dat Vital wilde bezien of FNH geschikt was voor een rol binnen haar project. Het betrof een unieke propositie, waarbij FNH in de eerste fase van twee à drie maanden onbetaald en belangeloos werkzaamheden zou verrichten. FNH zou in die eerste periode alleen meekijken. Vital heeft echter niet gesteld dat Partners at Work aan FNH kenbaar heeft gemaakt dat het ging om een onbetaalde opdracht in een verkennende fase en dat blijkt ook niet uit de stukken. Vital heeft haar intentie over het uitblijven van beloning in de voorfase van het project tijdens de kennismakingsgesprekken met FNH ook niet aan de orde gesteld. [naam 2] heeft over die gesprekken verklaard dat hij niet meer precies weet wat is gezegd.

Dat FNH bij aanvang van de werkzaamheden niet uitdrukkelijk een vergoeding heeft bedongen of daarover heeft onderhandeld, betekent niet dat Vital daaruit mocht afleiden dat FNH onbezoldigd aan de slag zou gaan. Dat daarvoor wel voldoende tijd was, en dat het ging om de eerste samenwerking tussen FNH en Vital (en er dus niet eerder was betaald), maakt dat niet anders. Vital heeft betoogd dat het ging om een start-up en het ook daarom voor FNH duidelijk had moeten zijn dat Vital haar niet zou en niet kon betalen wat zij wenste te verdienen, maar het hof volgt dit betoog niet. Zoals FNH terecht heeft aangevoerd, diende Vital redelijkerwijs te begrijpen dat het inschakelen van tijdelijke ondersteuning ook bij een start-up kosten meebrengt. Ook uit het remuneration memo zelf had FNH niet hoeven te begrijpen dat het ging om een onbetaalde klus. FNH werkte aan de structuur van het project. Onderdeel daarvan was het uitwerken van een financierings- en beloningssysteem, onder meer in de vorm van het remuneration memo. Het was de bedoeling dat dit memo zou gaan gelden voor VFG/het Vital Eco System in de toekomst, maar dat was in de voorfase nog niet aan de orde. FNH hoefde niet te begrijpen dat zij in die fase van het project zou werken volgens het beloningssysteem dat in het remuneration memo werd voorgesteld, al voordat dat systeem gold, of dat dat de bedoeling was van Vital. De afspraak dat FNH geen aanspraak had op vergoeding voor haar werkzaamheden, volgt conform hetgeen het hof hiervoor onder 6.5 heeft geoordeeld, evenmin uit de artikelen 10 en 12 van de NDA.

Vital heeft bovendien, toen FNH zich op 3 augustus 2022 tot Vital wendde om alsnog afspraken te maken over een vergoeding, niet laten weten dat de afspraak was dat FNH belangeloos werkzaamheden zou verrichten totdat Vital had besloten of FNH geschikt was om (betaald) deel te nemen aan VFG/Vital Eco System. Vital heeft toen juist laten weten te begrijpen wat FNH wilde en een toelichting gevraagd op de verrichte werkzaamheden en het voorgestelde dagtarief (zie 3.7-3.8.). Ook uit deze gang van zaken blijkt niet van een voor FNH kenbare afspraak om gratis werkzaamheden voor Vital te verrichten.

Nadat FNH was benaderd door Partners at Work, met Vital had kennisgemaakt en aan het werk was gegaan hoefde zij zonder dat dit haar duidelijk kenbaar was gemaakt naar het oordeel van het hof redelijkerwijs niet te begrijpen dat de bedoeling van Vital was dat zij gedurende een bepaalde periode onbetaald werkzaamheden voor Vital zou verrichten en Vital kon er redelijkerwijs niet van uitgaan dat FNH dat zou doen. Uit het voorgaande volgt dus dat tussen FNH en Vital een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen is op grond waarvan FNH aanspraak kon maken op vergoeding van door haar verrichte werkzaamheden.

Hoogte van de vergoeding; aantal gewerkte dagen/ tarief

FNH heeft betaling gevorderd van haar factuur van € 24.460,93. Zij heeft gesteld dat zij 13,5 dag heeft gewerkt en dat een dagtarief van € 1.487,60 exclusief btw (€ 185,95 per uur / € 1800 inclusief btw) een marktconform (gebruikelijk) tarief is voor een interim manager als [naam 1] .

Aantal gewerkte dagen

FNH heeft bij de factuur van 26 oktober 2022 een specificatie gevoegd waarop het aantal gewerkte dagen in juli en augustus 2022 is vermeld. FNH heeft verder een verklaring van [naam 4] in het geding gebracht waarin zij bevestigt dat FNH de volgende werkzaamheden heeft verricht: een inventarisatie van de stand van zaken van de financiën en van de juridische structuur, het opstellen van een DD-lijst en het bespreken daarvan met o.a. [naam 2] en [naam 4] , een eerste opzet voor een voorstel voor RTO, het meewerken aan het remuneration memo en de afstemming daarvan, overleggen met het kernteam en voorbereiding en aanwezigheid bij een design sessie.

FNH heeft naar het oordeel van het hof, tegenover de betwisting van Vital, het aantal door haar gewerkte dagen voldoende onderbouwd. Het aantal dagen komt het hof niet excessief voor in het licht van de door FNH verrichte werkzaamheden. FNH heeft in haar e-mail van 3 augustus 2022 zelf genoemd dat zij 12,5 dagen had besteed. Zij heeft echter kort daarna in de factuur van 26 oktober 2022 aan Vital duidelijk vermeld dat het ging om 13,5 dag en heeft bij die factuur een overzicht gevoegd van de door haar gewerkte dagen met vermelding van de data waarop FNH heeft gewerkt. Vital heeft daarop toen niet gereageerd en geen nadere specificatie verzocht, maar zich in plaats daarvan op het standpunt gesteld dat zij in het geheel geen vergoeding verschuldigd was. Dat een aantal dagen die FNH als aanwezig op kantoor heeft vermeld, niet zijn terug te vinden en niet zijn te controleren, zoals Vital naar voren heeft gebracht, betekent niet dat op deze dagen niet is gewerkt. FNH heeft in zijn algemeenheid aangevoerd dat ook onjuiste data zijn vermeld, maar dit slechts toegelicht met een verwijzing naar een twaalf pagina’s tellende verklaring van [naam 3] zonder specifieke duiding, zodat die betwisting niet voldoende concreet is. Dat de werkzaamheden van FNH zijn uitgemond in enkele producten, die volgens Vital beknopt en voor haar niet bruikbaar waren, wil evenmin zeggen dat daaraan niet de door FNH gestelde tijd kan zijn besteed of dat daarvoor geen vergoeding is verschuldigd. Vital was ervan op de hoogte dat FNH werkte aan het remuneration memo, de DD-lijst en het onderzoek naar een RTO. Als Vital de werkzaamheden niet nodig vond of vond dat FNH daaraan minder tijd moest besteden, had zij FNH daarop destijds moeten wijzen; dat maakt niet dat de uren niet zijn gewerkt. Zoals hiervoor geoordeeld, kon [naam 4] FNH instrueren, zodat ook voor de op haar verzoek bestede tijd, zoals het voorbereiden en bijwonen van de designsessie, een vergoeding verschuldigd is. Dat FNH daaraan tijd heeft besteed wordt niet voldoende betwist. Ook als [naam 4] in de periode van 1 april 2022 tot medio november 2022 minder uren heeft opgevoerd dan FNH in de periode van 5 juli 2022 tot en met 2 augustus 2022, maakt niet dat FNH niet 13,5 dag kan hebben gewerkt. Dat FNH ook tijd heeft besteed aan inwerken en het begrijpen van de stand van zaken binnen Vital/VFG doet er niet aan af dat hij die dagen heeft gewerkt en betekent ook niet dat Vital voor die uren/dagen geen betaling is verschuldigd, of dat daarvoor een ander tarief zou gelden. Kortom, het aantal dagen dat FNH stelt te hebben gewerkt, is door Vital onvoldoende gemotiveerd betwist.

Gebruikelijk, althans redelijk tarief

FNH heeft een geanonimiseerde factuur met een soortgelijk tarief aan een andere opdrachtgever in het geding gebracht en erop gewezen dat in het remuneration memo ook een dagtarief van € 1800 inclusief btw is opgenomen, als voorstel voor beloning voor toekomstige medewerkers voor het project. FNH heeft verder gewezen op het opleidings- en ervaringsniveau van [naam 1] . Gelet hierop, mede in het licht van de door hem verrichte werkzaamheden in verband met de (mogelijkheden voor) financiering van het project, heeft Vital onvoldoende gemotiveerd betwist dat het door FNH gevorderde bedrag overeenstemt met een voor die werkzaamheden gebruikelijk loon. Uit hetgeen FNH naar voren heeft gebracht volgt eveneens dat het een redelijk tarief betreft. Anders dan Vital lijkt te betogen, wordt niet rechtstreeks (het tarief uit) het remuneration memo op FNH toegepast – immers dit zag op managementteamleden in een toekomstige situatie en waarbij van directe uitbetaling van een deel van deze beloning werd afgezien in ruil voor verkrijging van obligaties - , maar dient dat memo ter onderbouwing van de gebruikelijkheid van dat tarief. Vital betoogt verder dat zij, met een eigen vermogen van rond de € 100.000, zich het in rekening gebrachte bedrag niet kon veroorloven. Zij verwijst hiertoe echter naar een door haar overgelegde jaarrekening over 2022, waarin is vermeld dat haar eigen vermogen per 31 december 2022 ruim € 119 miljoen bedroeg, waarvan ruim € 4 miljoen aan vlottende activa. Het hof kan dit niet kan volgen, en Vital heeft dit desgevraagd ter zitting niet opgehelderd zodat het hof deze stelling passeert. Vital heeft ook nog aangevoerd dat “70% van de interim-opdrachten wordt beloond met € 300,--tot € 800,-- per dag”, maar het is niet duidelijk waaruit dat volgt en op welke interim-opdrachten dat ziet. Ook als dat zo zou zijn, betekent dat niet dat het tarief dat FNH rekent niet marktconform is voor het door hem uitgevoerde werk. Dat FNH geen expliciete management of eindverantwoordelijkheid had, maakt het tarief evenmin niet marktconform.

Slotsom, kosten en bewijsaanbod

De grieven 1 tot en met 6 slagen niet. Gelet op die uitkomst, heeft de kantonrechter Vital in eerste aanleg terecht in de proceskosten veroordeeld, zodat ook grief 7 niet slaagt. Het hoger beroep heeft geen succes. Het bestreden vonnis zal dus worden bekrachtigd. Het hof ziet geen aanleiding om Vital toe te laten tot bewijslevering, omdat zij geen bewijs heeft aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden. Vital is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van FNH als volgt vast:

- griffierecht € 2.175

- salaris advocaat € 3.340 (tarief III, 2 punten)

Totaal € 5.515

7. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt Vital in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van FNH tot nu vastgesteld op € 5.515 te vermeerderen met wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;

veroordeelt Vital tot betaling van € 189,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan en betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente, als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.H. Molin, R.M. de Winter en O.J. van Leeuwen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand