ECLI:NL:GHAMS:2026:1425

ECLI:NL:GHAMS:2026:1425

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 200.328.927/01
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Huur woonruimte. De tekortkoming van de huurder van een sociale huurwoning rechtvaardigt onder de omstandigheden niet de ontbinding van de huurovereenkomst.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.328.927/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam: 10013587 CV EXPL 22-9683

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 17 maart 2026

inzake

[appellant] ,

wonend te [plaats 1] ,

appellant,

advocaat: mr. H. Loonstein te Amsterdam,

tegen

Stichting YMERE,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. T. Mulder te Almere.

Partijen worden hierna [appellant] en Ymere genoemd.

1. De zaak in het kort

De tekortkoming van de huurder van een sociale huurwoning rechtvaardigt onder de omstandigheden niet de ontbinding van de huurovereenkomst.

2. Het geding in hoger beroep

[appellant] is bij dagvaarding van 8 mei 2023 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 9 februari 2023, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie en Ymere als gedaagde in conventie, tevens eiseres in reconventie.

[appellant] heeft daarna een memorie van grieven, tevens houdende wijziging/vermeerdering van eis, met producties, ingediend en Ymere een memorie van antwoord, eveneens met producties.

Tijdens de mondelinge behandeling op 19 juni 2025 hebben de hiervoor genoemde advocaten het woord gevoerd, mr. Loonstein aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. Partijen hebben hun standpunt toegelicht en vragen beantwoord.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en alsnog, uitvoerbaar bij voorraad, de in hoger beroep gewijzigde eis van [appellant] zal toewijzen en de vordering van Ymere zal afwijzen, met, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, beslissing over de proceskosten.

Ymere heeft geconcludeerd tot bekrachtiging en afwijzing van het in hoger beroep door [appellant] gevorderde, met, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten en rente.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

3. De feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1.1 tot en met 1.10 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten luiden, voor zover ook in hoger beroep niet in geschil en aangevuld met onomstreden feiten, samengevat, als volgt.

a. [appellant] is met ingang van 7 januari 2020 een huurovereenkomst aangegaan met Ymere ziende op de sociale huurwoning aan [straat] te [plaats 1] . [appellant] heeft deze woning toebedeeld gekregen vanwege een urgentieverklaring.

b. Zowel Ymere als de betrokken wijkagent hebben meldingen ontvangen van overlast door [appellant] . Deze meldingen dateren van 17 augustus 2020, 17 augustus 2021, 18 oktober 2021, 4 november 2021, 2 februari 2022, 6 februari 2022, 16 februari 2022, 8 maart 2022, 11 maart 2022, 27 april 2022, 28 april 2022, 30 april 2022, 25 juni 2022 en 27 juni 2022. Zij zijn geanonimiseerd in het geding gebracht.

c. Op 4 april 2022 heeft de gemeente [plaats 1] een zogenaamde einde interventieverklaring opgesteld. Hierin staat vermeld:

Hiermee berichten wij u dat er sinds 24-08-2021 vanuit het Meldpunt Zorg en Woonoverlast stadsdeel West en haar convenantpartners diverse interventies zijn geweest gericht op het bestrijden van de extreme overlast die de heer [appellant] (…) veroorzaakt in zijn woonomgeving.

(…)

Ondanks de professionele inspanningen van de convenantpartners, met name de volgende instanties:

GGD Vangnet en Advies

WPI

Politie

Woonstichting Ymere, Overlast en Zorg

Stadsdeel West, Meldpunt Zorg en Woonoverlast

Is het niet gelukt de overlast te doen ophouden of tot aanvaardbaar niveau terug te brengen.

De deelnemende instanties aan het Groot Overleg van het Meldpunt hebben om die reden in gezamenlijk overleg op 04-04-2022 besloten tot het overgaan van een Einde Interventie zonder laatste kansbeleid. Alle ketenpartners zijn van mening dat het onverantwoord is voor de omwonende dat de heer terug keert op de woning en dat de ontruiming op korte termijn gerealiseerd dient te worden vanwege het feit dat de veiligheid van omwonende niet te waarborgen is.

d. Ymere heeft [appellant] gedagvaard in kort geding. [appellant] is in deze procedure veroordeeld tot ontruiming van de woning.

e. [appellant] is daarop een executie kort geding gestart. Zijn vorderingen in deze procedure zijn afgewezen.

f. De woning is vervolgens ontruimd op 29 juni 2022 en verhuurd aan een ander.

4. De beoordeling

Eerste aanleg

In conventie

[appellant] heeft in eerste aanleg gevorderd, kort samengevat:- een verklaring voor recht dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst nog steeds van kracht is;

- een gebod aan Ymere om [appellant] gebruik te laten maken van de woning;

- een verklaring voor recht dat Ymere jegens [appellant] aansprakelijk is voor alle geleden en te lijden schade ten gevolge van de ontruiming;

- een veroordeling van Ymere tot vergoeding van deze schade, op te maken bij staat.

[appellant] heeft hieraan ten grondslag gelegd dat hij slechts incidenteel en lang geleden overlast heeft veroorzaakt. De overlast was niet ernstig of extreem noch langdurig of aanhoudend. De overlast vormde volgens [appellant] dan ook geen reden voor ontruiming. [appellant] heeft verder erop gewezen dat de voorzieningenrechters steeds van niet te controleren geanonimiseerde klachten zijn uitgegaan en er geen andere bewijsmiddelen zijn.

In reconventie

Ymere heeft in reconventie gevorderd, kort samengevat, ontbinding van de huurovereenkomst met veroordeling tot ontruiming.

Ymere heeft hieraan ten grondslag gelegd dat [appellant] extreme overlast heeft veroorzaakt jegens omwonenden en dat de overlastmeldingen ondanks inzet van verschillende instanties blijven binnenkomen. De tekortkomingen van [appellant] zijn volgens Ymere talrijk en voldoende ernstig om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen.

De kantonrechter heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen en de vorderingen van Ymere toegewezen. Daarmee is de huurovereenkomst ontbonden. Zoals hierboven vermeld was de woning ten tijde van deze uitspraak al ontruimd. [appellant] is zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten veroordeeld.

Hoger beroep

Grieven [appellant]

[appellant] komt in hoger beroep op tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering met zes grieven. [appellant] heeft hierbij erkend in het verleden niet de makkelijkste persoon te zijn geweest, omdat hij toen worstelde met psychische problematiek. Zijn gedragingen van destijds waren echter volgens [appellant] incidenteel en rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst niet. De overlast was niet langdurig noch aanhoudend. Ten onrechte wordt gesproken van vele meldingen. De meldingen overlappen elkaar en betreffen een aantal geconcentreerde incidenten. Uit de einde interventieverklaring kunnen geen zelfstandige klachten worden gedestilleerd. Hiernaast geldt dat [appellant] zich niet kan verweren tegen klachten die zijn geanonimiseerd en daarmee voor hem niet zijn te herleiden. De verrichte professionele inspanningen waren minimaal en de aangeboden hulp was verwaarloosbaar. De einde interventieverklaring is inhoudelijk van onvoldoende gewicht om de daaraan verbonden conclusies te dragen. Voor zover in beginsel anders geoordeeld zou dienen te worden moet het zwaarwegende woonbelang van [appellant] vanwege zijn psychische kwetsbaarheid de doorslag te geven. Uit overgelegde verklaringen van personen uit zijn omgeving, waaronder zijn geestelijk verzorger, blijkt dat het inmiddels beter gaat met [appellant] , aldus de grieven van [appellant] in de kern samengevat. [appellant] heeft in hoger beroep zijn vordering in die zin gewijzigd dat hij nu subsidiair ook een gebod aan Ymere vordert om [appellant] een soortgelijke sociale huurwoning ter verhuur aan te bieden, gelegen binnen de ring A10.

Verweer Ymere

Ymere heeft ter onderbouwing van de door haar gestelde tekortkoming van [appellant] in deze procedure het volgende naar voren gebracht. [plaats 1] kent een systeem waarbij in geval van overlast, zoals in deze zaak aan de orde, coördinatie plaatsvindt vanuit het Meldpunt Zorg en Woonoverlast, waarbij vanuit de gemeente op basis van een convenant wordt samengewerkt met een aantal ketenpartners waaronder politie, medewerkers van de gemeente, hulpverlenende instanties en de woningcorporatie. De insteek hierbij is het in contact komen met overlastveroorzakers, melders en andere direct betrokkenen teneinde de overlast aan te pakken. Volgens Ymere is via een traject bij het Meldpunt Zorg en Overlast (hierna: het Meldpunt) vanaf 24 augustus 2021 met inzet van diverse interventies getracht om de extreme overlast die [appellant] veroorzaakt te beëindigen. Gedurende vele maanden heeft een groot aantal professionals tevergeefs geprobeerd om in contact te komen met [appellant] om ander woongedrag af te dwingen. Er zijn daartoe grote inspanningen gepleegd. [appellant] hield deze contacten en hulp echter af en was niet bereid op welk gesprek dan ook te verschijnen. De einde interventieverklaring vermeldt een overzicht van alle acties die door de ketenpartners zijn uitgevoerd. De rode draad hierbij is dat [appellant] bij huisbezoeken niet thuis gaf, op uitnodigingen voor gesprekken niet wenste in te gaan en ook niet verscheen op het politiebureau nadat hij daartoe door de wijkagent was ontboden voor een gesprek over een zorgaanbod. Tevens is in de einde interventieverklaring een overzicht opgenomen van politiemutaties dat vele tientallen incidenten betreft en een overzicht van de klachten die bij de politie zijn binnengekomen. Het groot aantal pogingen tot contact dat stelselmatig is afgehouden heeft tot de conclusie geleid dat verdere inzet zinloos is. Voor de exacte gang van zaken heeft Ymere verwezen naar de beschrijving daarvan in de einde interventieverklaring van 4 april 2022. Uit de einde interventieverklaring blijkt volgens Ymere glashelder wat zich precies heeft afgespeeld en welke vormen van hinder en overlast zich hebben voorgedaan. De klachten zijn niet incidenteel en ook niet slechts afkomstig van een of twee omwonenden. Buren zijn doodsbang aangezien er diverse geweldsincidenten in de woning en op straat hebben plaatsgevonden, die directe impact hebben op de gezondheid en veiligheid van de omwonenden. Uit de einde interventieverklaring blijkt dat ook bij het Meldpunt met enige regelmaat overlastmeldingen van meerdere bewoners sinds augustus 2021 zijn ontvangen. Ymere heeft verder verwezen naar de door haar in het kader van het gevoerde executie kort geding overgelegde klachten van omwonenden. Ten slotte heeft Ymere naar voren gebracht dat de wijkagent bij de behandeling ter zitting in beide gevoerde kort gedingprocedures en in deze procedure in eerste aanleg aanwezig is geweest en aldaar de klachten van veertien omwonenden heeft bevestigd en de politiemutaties uit de einde interventieverklaring aanvullend heeft toegelicht. De politie heeft zelf ook op allerlei momenten overlast vastgesteld, aldus Ymere.

Tekortkoming [appellant]

Het hof constateert dat van de zijde van [appellant] niet is ontkend dat enig wangedrag heeft plaatsgevonden. Wel heeft [appellant] nadrukkelijk weersproken dat zijn gedrag een tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst oplevert die ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Op basis van de overgelegde stukken kan worden vastgesteld dat meldingen zijn gedaan over de hond van [appellant] (een pitbull die niet aangelijnd wordt uitgelaten en zijn behoefte op het balkon heeft gedaan), over door [appellant] geuite scheldwoorden en dreigende taal, over vernielingen (van buiten ingeslagen voordeurraam en ander raam van de woning van [appellant] door (een) niet nader genoemde perso(o)n(en) niet zijnde [appellant] ) en over luidruchtige personen die bij [appellant] aan de deur komen en zich aldaar agressief uitlaten.

Een van deze anonieme meldingen is blijkens de stukken van Ymere per e-mail gedaan op 17 augustus 2020. Op 7 oktober 2020 is, kennelijk naar aanleiding van deze melding, door Ymere aan [appellant] geschreven dat Ymere het niet goed vindt dat [appellant] overlast veroorzaakt en dat [appellant] verplicht is om zich als een goed huurder te gedragen. In deze brief staat vermeld dat een medewerker van Ymere op 20 augustus 2020 en op 1 september 2020 vergeefs bij [appellant] aan de deur is geweest en daarbij een kaartje heeft achtergelaten met het verzoek telefonisch contact op te nemen, waaraan [appellant] niet heeft voldaan. Ook blijkt uit deze brief dat deze medewerker op 3 september 2020, ditmaal met de wijkagent, opnieuw bij [appellant] aan de deur is geweest en toen een gesprek met [appellant] heeft plaatsgevonden waarbij over de klacht is gesproken. [appellant] heeft bij e-mail van 22 oktober 2020 op deze brief gereageerd waarin hij met betrekking tot de hond toegeeft dat er een paar ongelukken zijn gebeurd in de coronatijd toen hij ziek was en in afzondering moest blijven. [appellant] heeft in dit bericht te kennen gegeven ook dan ziek te zijn en verder gevraagd van wie de melding afkomstig is en geluids- en stankoverlast weersproken. Ook heeft [appellant] in dit bericht verzocht in het vervolg via e-mail te worden benaderd. Een jaar later, in de periode van 17 augustus 2021 tot 4 november 2021 zijn vier klachten gevolgd die zijn gericht aan Ymere en/of de wijkagent en/of het Meldpunt. Geklaagd is, kort samengevat, over het loslopen van de hond van [appellant] , door [appellant] geuite dreigende taal en er is melding gedaan van het feit dat het raam van de voordeur van [appellant] is ingeslagen. Op 15 november 2021 heeft Ymere een brief aan [appellant] geschreven waarin hij wordt uitgenodigd voor een gesprek op 29 november 2021 ‘over een aantal zaken’ waarbij ook de wijkagent aanwezig zou zijn. [appellant] heeft op 17 november 2021 gereageerd per e-mail. Hij heeft verzocht alsnog een antwoord op zijn bericht van vorige jaar te ontvangen. Ook heeft hij bericht geen gesprekken of trajecten ‘onder politie’ aan te gaan. Hij heeft verder geschreven dat het eerder door medische toestanden en corona niet helemaal vlekkeloos is verlopen maar dat dit nergens het geval was. Ten slotte heeft hij te kennen gegeven dat hij het netjes zou vinden als in de brief zou staan waarover precies het gesprek zou moeten gaan en als dat overlast zou zijn ‘om andere die de melding doen’, hetgeen het hof leest als een verzoek om informatie betreffende eventuele overlastmeldingen. Op 25 november 2021 is door Ymere aan [appellant] gemaild dat het belangrijk is dat hij deelneemt aan het gesprek op 29 november 2021. Op 8 december 2021 heeft Ymere aan [appellant] geschreven dat buurtbewoners melden dat [appellant] of zijn bezoekers overlast veroorzaken, dat de klachten gaan over het gedrag van [appellant] , geluidsoverlast, veiligheid en vernielingen, dat [appellant] was uitgenodigd voor een gesprek op 29 november 2021 omdat Ymere graag de verhalen van [appellant] over deze klachten wilde aanhoren en dat Ymere een rechtszaak begint als [appellant] niet stopt met de overlast. [appellant] heeft hierop op 10 december 2021 nog aan Ymere gemaild dat er nergens melding is gedaan van overlast, dat er geen bewijs is, dat Ymere ook niet heeft gezegd wie de melders zijn geweest en dat er anders een mediator moet worden aangesteld. [appellant] heeft dit bericht afgesloten met de opmerking dat hij alleen nog wil worden lastiggevallen met feiten. Uit in hoger beroep door [appellant] aanvullend overgelegde e-mailcorrespondentie tussen de wijkagent en [appellant] blijkt dat [appellant] ook heeft gereageerd op de uitnodiging van 27 september 2021 van de wijkagent voor een ‘goed gesprek’ op 27 oktober 2021 op het politiebureau. Per kerende post heeft [appellant] gevraagd of zijn hond hem bij dit bezoek mocht begeleiden en heeft hij de volgende dag, nadat hij een negatieve reactie op dit verzoek had ontvangen, toegelicht dat zijn hond een getrainde hulphond is die [appellant] vanwege zijn PTSS in zijn nabijheid nodig heeft en heeft [appellant] , zo begrijpt het hof, de wijkagent uitgenodigd bij hem thuis als alternatieve locatie.

De stukken bevatten verder een brief van 8 maart 2022 van het meldpunt Zorg en Woonoverlast aan [appellant] . [appellant] is in deze brief uitgenodigd op gesprek op 14 maart 2022 ‘om gezamenlijk u woonsituatie te bespreken. Bij dit gesprek zullen aanwezig zijn (…) Ymere, de GGD, schuldhulpverlening en de wijkagent.’ Blijkens zijn e-mailbericht van 11 maart 2022 heeft [appellant] hierop geschreven dat hij deze brief erg op prijs stelt. Hij heeft een moeilijke tijd achter de rug. Het lijkt alsof er een hetze tegen hem is. Van de buurtrechercheur heeft [appellant] gehoord dat er meldingen zijn, maar niemand wil hem zeggen wie het zijn zodat niet tot een gesprek kan worden gekomen. [appellant] zelf is nooit iets gezegd of gemeld. [appellant] voelt zichzelf ook slachtoffer. Er zijn verschillende buren die hem welgezind zijn. [appellant] wil graag in gesprek, maar op 14 maart kan dat niet omdat zijn immuunsysteem ‘niet meetbaar is’ en hij klachten heeft. [appellant] heeft in dit bericht ook verzocht of een andere locatie in overweging kan worden genomen, bijvoorbeeld bij hem thuis, waar men welkom is. [appellant] heeft hierbij te kennen gegeven het erg lastig te vinden dat ook de politie, de GGD en schuldhulpverlening bij het gesprek aanwezig zijn. Dit zijn allemaal instituten waarbij hij zich klein en geïntimideerd voelt. Bij een gesprek op het bureau voelt hij zich een ‘UN MENS’. [appellant] heeft verder de hoop uitgesproken op een feitelijke dialoog waarbij de situatie gezamenlijk zal worden opgelost. Uiteindelijk heeft [appellant] wel deelgenomen aan het gesprek op 14 maart 2022. Op 4 april 2022 heeft de gemeente, zoals hierboven weergegeven, een einde interventieverklaring opgesteld.

Blijkens het dossier is [appellant] vervolgens op 25 april 2022 door de advocaat van Ymere gesommeerd de huur van de woning op te zeggen. Hieraan voorafgaand zijn in februari 2022 en in maart 2022 nog klachten binnengekomen, zoals in het bestreden vonnis vastgesteld en niet door [appellant] weersproken, en er zijn nog meldingen van eind juni 2022. Ymere zelf heeft in haar gedingstukken de klachten van februari 2022 en maart 2022 overigens niet concreet genoemd. Ten slotte bevat het dossier nog een mutatierapport van de politie dat door Ymere is aangeduid als een van de politie ontvangen overzicht met klachten. Dit rapport ziet echter alleen op de hierboven genoemde vernieling van een ruit op 27 april 2022 en incidenten daaromheen op deze datum.

Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het gedrag van [appellant] zoals dat met het bovenstaande in deze procedure naar voren is gekomen, een tekortkoming oplevert in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. Anders dan de kantonrechter echter oordeelt het hof dat het standpunt van [appellant] dat zijn gedrag de ontbinding van de huurovereenkomst onder de aan de orde zijnde omstandigheden niet billijkt, door Ymere onvoldoende feitelijk is weersproken. In de procedure is onvoldoende komen vast te staan dat [appellant] zodanig ernstige en structurele overlast heeft veroorzaakt waarop hij ook niet aanspreekbaar is gebleken dat, het woonbelang van [appellant] en zijn kwetsbaarheid mede in ogenschouw genomen, dit geheel een tekortkoming oplevert die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. De ontbinding van de huurovereenkomst is daarom ten onrechte uitgesproken.

Ontbinding huurovereenkomst niet gerechtvaardigd

Het hof neemt bij zijn oordeel in aanmerking dat de incidenten die de tekortkoming(en) zouden vormen onvoldoende concreet zijn gesteld door Ymere. Uit de geanonimiseerde klachten valt onvoldoende af te leiden om hoeveel incidenten het gaat, wie de klagers zijn en of er overlap aan de orde is. Zo is bijvoorbeeld niet vast te stellen of de hierboven onder 3.b opgesomde meldingen uit eenzelfde hoek of uit verschillende richtingen komen. Blijkens het bestreden vonnis (r.o. 11) heeft de betrokken wijkagent ter zitting in eerste aanleg verklaard dat veertien verschillende omwonenden zich een of meermalen hebben beklaagd over het gedrag van [appellant] , maar daaruit valt de ernst van dit gedrag en ook de overige inhoud van de melding niet af te leiden en evenmin hoe de meldingen zich verhouden tot elkaar en de desbetreffende incidenten. Hetgeen de wijkagent tijdens zittingen in de verschillende gevoerde procedures over de tekortkomingen van [appellant] naar voren heeft gebracht is in de gedingstukken niet feitelijk weergegeven. De ernst, de impact en het geheel aan incidenten blijft hiermee in het licht van de inhoudelijke aard van de klachten te veel in het vage. De gestelde extreme mate van overlast valt hierdoor niet vast te stellen. In tegenstelling tot hetgeen Ymere heeft gesteld, blijkt uit de einde interventieverklaring niet wat zich precies heeft afgespeeld en welke vormen van hinder en overlast zich hebben voorgedaan. Hoewel de stellingen van Ymere in de gedingstukken anders doen vermoeden, is ter zitting in hoger beroep gebleken dat de in de einde interventieverklaring genoemde door het Meldpunt ontvangen overlastmeldingen geen andere meldingen zijn dan de meldingen die Ymere heeft ontvangen. De in de einde interventieverklaring opgenomen opsomming van politiemutaties uit de periode van 13 maart 2020 tot en met 18 maart 2022 van meerdere incidenten is vanwege haar staccato bewoording zonder nadere toelichting op zichzelf al onvoldoende feitelijk begrijpelijk en het verband met de door Ymere gestelde tekortkomingen van [appellant] in zijn hoedanigheid van huurder kan uit deze opsomming niet of onvoldoende concreet worden afgeleid. Het door Ymere genoemde overzicht van de klachten die bij de politie zijn binnengekomen heeft het hof niet aangetroffen in de einde interventieverklaring. Verder blijkt uit de stukken dat [appellant] wel degelijk heeft gereageerd op aan hem gerichte correspondentie. Uit deze berichten volgt niet dat [appellant] niet tot contact bereid was. Ymere lijkt daarentegen niet te zijn ingegaan op hetgeen [appellant] in zijn e-mailberichten aan haar verzoekt althans voorlegt. Uit de in de einde interventieverklaring opgenomen actietijdlijn blijkt dat een aantal huisbezoeken zijn afgelegd in september 2021 waarbij [appellant] niet thuis was of niet thuis gaf. Onduidelijk is hoe dit laatste zou zijn vastgesteld. Ook vond volgens deze tijdlijn een huisbezoek met de wijkagent plaats op 28 oktober 2021. Van dit huisbezoek is geen verslag gedaan, zodat niet duidelijk is hoe dit is verlopen. In september 2021 en oktober 2021 is [appellant] volgens de tijdlijn driemaal uitgenodigd voor een gesprek met de wijkagent, waarop [appellant] heeft laten weten niet te verschijnen althans waarop hij niet is verschenen. Van deze correspondentie is echter niets aangetroffen in het dossier. Niet duidelijk is daardoor hoe [appellant] precies heeft gereageerd. Gezien de zich wel in het dossier bevindende schriftelijke reacties van [appellant] waaruit een ander beeld naar voren komt van de bereidheid van [appellant] tot contact, dringt zich de vraag op hoe deze dan kennelijk parallelle communicatie zich daartoe heeft verhouden. Ter zitting in hoger beroep heeft [appellant] benadrukt dat het geheel zich afspeelde tijdens de coronapandemiejaren en het afleggen van bezoek risicovol was en zijn correspondentie ook in dit licht moet worden bezien. Op de uitnodiging in februari 2022 van het Meldpunt voor een gesprek met alle ketenpartners is [appellant] wel verschenen. Vrijwel direct hierna is besloten de einde interventieverklaring af te geven. Van grote inspanningen van een groot aantal professionals zoals door Ymere gesteld en zoals de einde interventieverklaring impliceert is daarmee geenszins voldoende concreet gebleken. Het is het hof dan ook niet duidelijk waarop Ymere deze stelling stoelt. Desgevraagd is van de zijde van Ymere ter zitting in hoger beroep verklaard hierover geen aanvullende informatie te kunnen verstrekken. Evenmin blijkt onvoldoende concreet uit de stukken dat de politie zelf op allerlei momenten door [appellant] veroorzaakte overlast heeft vastgesteld, zoals ook door Ymere aangevoerd.

Ymere heeft weliswaar bewijs aangeboden, maar dit bewijsaanbod wordt gepasseerd, omdat Ymere onvoldoende concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die, indien bewezen, tot een andere beoordeling van het geschil zouden leiden.

Toewijsbaarheid vorderingen [appellant]

Het hoger beroep heeft dus succes. Het bestreden vonnis zal – om proceseconomische redenen geheel – worden vernietigd, zowel in conventie als in reconventie. De gevorderde verklaring voor recht dat de huurovereenkomst nog steeds van kracht is zal worden toegewezen evenals het subsidiair gevorderde gebod een soortgelijke huurwoning aan te bieden. De woning aan de [straat] is niet langer beschikbaar. Het primair gevorderde gebod komt daarom niet voor toewijzing in aanmerking. Ymere heeft aangevoerd ook niet per direct een soortgelijke woning beschikbaar te hebben; haar woningaanbod is afhankelijk van opzeggingen. Het hof zal daarom na te noemen ruime termijn hanteren en het gebied waarbinnen de soortgelijke woning zal dienen te liggen uitbreiden tot heel [plaats 1] . Uit de uitlatingen van [appellant] ter zitting in hoger beroep bleek dat hij ook bijvoorbeeld in [plaats 2] of [plaats 3] zou willen wonen. Voor het opleggen van de gevorderde dwangsom ziet het hof geen aanleiding.

[appellant] heeft naar voren gebracht schade te hebben geleden als gevolg van de ontruiming. Deze schade bedraagt volgens [appellant] in elk geval door hem gemaakte opslag- en vervoerskosten. De mogelijkheid dat deze schade is geleden is gezien de gedwongen ontruiming aannemelijk. De gevorderde verklaring voor recht en veroordeling tot vergoeding ter zake van deze schade zal daarom ook worden toegewezen.

Ymere wordt als de overwegend in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in conventie, in reconventie en in hoger beroep.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep, zowel in conventie als in reconventie;

en opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat de tussen partijen per 7 januari 2020 ingegane huurovereenkomst nog steeds van kracht is, met dien verstande dat deze huurovereenkomst niet langer ziet op de woning aan [straat] in [plaats 1] , maar de hierna te noemen vervangende woning zal betreffen;

gebiedt Ymere binnen drie maanden na heden een soortgelijke, in [plaats 1] gelegen, sociale huurwoning aan [appellant] aan te bieden ter verhuur onder gelijke voorwaarden als de eerstgenoemde woning aan [appellant] werd verhuurd;

verklaart voor recht dat Ymere jegens [appellant] aansprakelijk is voor alle door [appellant] geleden en te lijden schade ten gevolge van de ontruiming van de woning;

veroordeelt Ymere deze schade aan [appellant] te vergoeden, op te maken bij staat;

veroordeelt Ymere in de kosten van het geding in eerste aanleg in conventie en in reconventie en in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [appellant] begroot in eerste aanleg in conventie op € 211,02 aan verschotten en € 398,00 voor salaris, in reconventie op € 398,00 voor salaris en in hoger beroep op € 475,42 aan verschotten en € 2.580,00 voor salaris;

verklaart het gebod en de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het overige door [appellant] gevorderde af;

wijst het door Ymere gevorderde af.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.K. Veldhuijzen van Zanten, J.E. van der Werff en M.J.R. Brons en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand