ECLI:NL:GHAMS:2026:1432

ECLI:NL:GHAMS:2026:1432

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 19-02-2026
Datum publicatie 28-05-2026
Zaaknummer 23-000930-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

bewijsoverweging tav feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 5 februari 2026 en het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman en de advocaat van de benadeelde partij naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

primairhij op of omstreeks 3 maart 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door dichtbij die [slachtoffer] te gaan en/of blijven staan en/of die [slachtoffer] - die tegen een reling stond waardoor zij niet weg kon - onverhoeds bij haar bil aan te raken en/of een hand op haar rug te leggen en/of meermalen haar hand te pakken en/of te kussen;

subsidiairhij op of omstreeks 3 maart 2024 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, dichtbij die [slachtoffer] is gaan staan en/of blijven staan en/of die [slachtoffer] - die tegen een reling stond waardoor zij niet weg kon - meermalen heeft geprobeerd bij de handen handen te pakken en/of te kussen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.

De verdachte heeft ontkend dat hij aangeefster ontuchtig heeft bejegend. De raadsman heeft overeenkomstig zijn pleitnotities vrijspraak bepleit van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde.

Het hof overweegt als volgt.

De aangeefster heeft kort na het incident tegenover de politie gedetailleerd verklaard wat haar is overkomen. Zij was aan het werk als servicemedewerker in de Ziggo Dome bij een groot evenement, toen zij een man aansprak op het feit dat hij niet mocht blijven stilstaan op de trap in verband met de doorstroom. Op dat moment voelde zij ineens een platte hand op haar bil. De man die dit deed stond heel dichtbij haar en zij stond tegen een reling aan waardoor ze niet weg kon. Ze geeft daarbij aan dat de man steeds weer dicht bij haar kwam en ‘duidelijk zijn grenzen niet kende’. Nadat ze hem meerdere keren had weggeduwd en had geroepen dat ze dit niet wilde, kwam een andere beveiliger die de man mee naar beneden heeft genomen.

Het hof ziet geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de aangifte, nu deze verklaring kort na het incident is afgelegd. Dat aangeefster daarbij als signalement enkel kan aangeven dat de dader kaal was, een Marokkaans uiterlijk had en geen verdere details weet te benoemen, doet daaraan niet af. Ook de omstandigheid dat de aangeefster bijna een jaar later, bij de rechter-commissaris, niet geheel gelijkluidend verklaard dan in haar aangifte, maakt de betrouwbaarheid van haar verklaring niet anders. Bovendien wordt haar verklaring ondersteund door de verklaring van [getuige] , die die avond ook werkzaam was in de Ziggo Dome als servicemedewerker en zag dat zijn collega [slachtoffer] (fonetisch) (het hof begrijpt: aangeefster) werd lastig gevallen door een man die om haar heen hing en zijn hand op haar rug deed. Hij zag aan de lichaamstaal van aangeefster dat zij hier niet van gediend was en dat zij de man van haar afduwde. Zij kreeg het niet voor elkaar om de man bij haar weg te houden, waarna hij naar haar toe is gelopen en die man heeft weggetrokken.

Dat sprake is van een persoonsverwisseling en de verdachte niet de persoon is over wie de aangeefster in haar aangifte spreekt, zoals de verdediging heeft betoogd, volgt het hof niet op basis van de bewijsmiddelen en overweegt daartoe verder als volgt.

Aangeefster zelf heeft verklaard de verdachte bij de zitting te hebben gezien en heel zeker te weten dat hij de persoon is die haar heeft lastig gevallen. Verder verklaart eerdergenoemde getuige [getuige] dat hij, toen hij zag dat aangeefster ‘werd lastiggevallen’, naar haar toegelopen is, de man bij haar heeft weggetrokken en via de trap naar beneden heeft gehaald. Vervolgens waren er binnen enkele seconden collega’s van de beveiliging ter plaatse die de man - op zijn aanwijzen – naar buiten hebben begeleid. Bij de rechter-commissaris heeft [getuige] verklaard dat er een politiepost was in de Ziggo Dome en dat de man vanuit de zaal direct is overgedragen aan de politie.

Dat bij voornoemde gang van zaken geen sprake is geweest van een persoonsverwisseling vindt bovendien steun in de verklaring van de verdachte zelf. De verdachte heeft bij de politie bevestigd dat hij is aangesproken omdat hij op de trap stond en dat hij daarna werd aangesproken ‘door een vent’ en dat er twee beveiligers waren die hem mee namen. Tot slot merkt het hof ten overvloede op dat de verdachte voldoet aan het signalement dat de aangeefster bij haar aangifte heeft opgegeven: een kalende man met een Marokkaans uiterlijk.

Het onverhoeds bij de bil aanraken van een beveiligingsmedewerkster, terwijl ze klem staat tegen een reling, is naar het oordeel van het hof een handeling van seksuele aard die in strijd is met een sociaal-ethische norm, zodat naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde aanranding van de aangeefster, op de hierna vermelde wijze.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 maart 2024 te Amsterdam, door een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door dichtbij die [slachtoffer] te gaan en blijven staan en die [slachtoffer] - die tegen een reling stond waardoor zij niet weg kon - onverhoeds bij haar bil aan te raken.

Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezenverklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanraken van de bil van aangeefster, die op dat moment aan het werk was als beveiligster bij een evenement in de Ziggo Dome. Dit is een vervelend feit, waarmee de verdachte een inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefster en haar gevoel van veiligheid op de werkvloer heeft aangetast.

Het hof heeft wat betreft de persoon van de verdachte kennisgenomen van hetgeen de verdachte en zijn raadsman hieromtrent ter terechtzitting in hoger beroep naar voren hebben gebracht. Daaruit is gebleken dat de verdachte - kort gezegd - een stabiel leven leidt.

Het hof is van oordeel dat de ernst van het bewezenverklaarde feit de oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf rechtvaardigt. In de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ziet het hof aanleiding om een lagere straf op te leggen dan door de advocaat-generaal gevorderd. Daarbij heeft het hof ook in aanmerking genomen dat de verdachte niet eerder wegens een soortgelijk feit is veroordeeld en reeds lange tijd niet met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.751,64, bestaande uit € 1.751,64 aan materiële schade en

€ 1.000,00 immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 300,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van op andere wijze in haar persoon is aangetast en daardoor rechtstreeks immateriële schade heeft geleden in de zin van artikel 6:106, eerste lid aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek. Het hof ziet in de aard en de ernst van de normschending en de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, zoals gebleken uit de toelichting van de psychische gevolgen in het schade-onderbouwingsformulier, aanleiding een vergoeding voor de immateriële schade toe te kennen.

Het hof begroot de omvang van de immateriële schade naar maatstaven van billijkheid op € 500,00. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot een bedrag van € 500,00 zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer] , ter zake van het primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 5 (vijf) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 3 maart 2024.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.P.E.M. Fonteijn-van der Meulen, mr. B.E. Dijkers en mr. B. van der Werf, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Schouten en Q. Heerma, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 februari 2026.

Mr. B. van der Werf en mr. S.M. Schouten zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.M. Schouten en Q. Heerma

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand