Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 mei 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 april 2019, in elk geval in het jaar 2018 en/of het jaar 2019, te Leeuwarden, in elk geval in de gemeente Leeuwarden, en/of een of meer (andere) plaats(en) in Nederland en/of te Duitsland (in het gebied " [plaats 1] ") (in zijn hoedanigheid als docent, werkzaam bij het [School] ) ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (pupil/leerling) [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2001, door in voornoemde periode meermalen, althans eenmaal,
- verdachtes penis in de vagina van die [slachtoffer] te duwen/brengen en zodoende die [slachtoffer] (telkens) in haar vagina te neuken en/of
- de vagina en/of bil(len) en/of borst(en) van die [slachtoffer] aan te raken;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd vanwege proceseconomische redenen.
Waardering van het bewijs
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde en heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is en voldoende steun vindt in de andere bewijsmiddelen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ter terechtzitting vrijspraak bepleit. Daartoe is, kort samengevat, aangevoerd dat er redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. Zo heeft aangeefster in haar beschrijving van de woning van de verdachte onjuist verklaard over belangrijke details zoals de salontafel en de bank van de verdachte. Ook vindt de verklaring van aangeefster over de laatste avond in de [plaats 1] geen steun in de verklaring van mevrouw [persoon 1] . Daarnaast heeft aangeefster aanvankelijk gezegd dat zij niet de strafrechtelijke kant op wilde gaan en heeft zij aangegeven dat zij ‘de regie’ helemaal kwijt was.
Het oordeel van het hof
De verdachte is ten laste gelegd dat hij als docent ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn minderjarige leerling [slachtoffer] , destijds strafbaar gesteld in artikel 249 (oud) Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft verklaard dat hij, nadat aangeefster van school was gegaan en zij meerderjarig was, twee keer seks met haar heeft gehad, maar ontkent dat dit heeft plaatsgevonden in de periode waarover zij heeft verklaard.
Het hof zal eerst ingaan op de vraag of de verklaringen van aangeefster betrouwbaar zijn, of dat er overtuigende redenen zijn om aan de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen. Daarna zal het hof ingaan op de vraag of deze verklaringen voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.
De betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster
De verdediging heeft aangevoerd dat er redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
De verdachte heeft ter terechtzitting bij de rechtbank en in hoger beroep ontkend dat aangeefster in zijn woning is geweest. Naar het oordeel van het hof heeft aangeefster bij de raadsheer-commissaris echter een gedetailleerde omschrijving van de woning van de verdachte en de indeling daarvan gegeven. Zo heeft aangeefster op juiste wijze verklaard waar welke slaapkamer zich bevindt (van respectievelijk de zoon, de dochter en de ouders), hoe de wenteltrap naar boven en verder omhoog loopt, waar de kledingkasten staan en hoe elke verdieping (verder) is ingedeeld. Over de bank heeft aangeefster verklaard dat zij dat niet precies meer weet, en misschien dingen door elkaar haalt met de soortgelijke bank van de ouders van haar ex-vriend. Het feit dat aangeefster kennelijk niet juist heeft verklaard over de salontafel en de kleur van de bank in de woonkamer, doet naar het oordeel van het hof niet af aan de betrouwbaarheid van haar verklaringen over het voorgaande en de seks die de verdachte met haar in die woning heeft gehad.
Daarnaast heeft aangeefster een beschrijving gegeven van het lokaal ‘[lokaal]’ in de school, waar volgens haar ook seks met de verdachte heeft plaatsgevonden. De verdachte heeft bij de rechtbank ontkent dat dit lokaal bestaat. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat lokaal [lokaal] een werkkamer van de decaan is, maar ontkent hij dat hij daar met aangeefster seks heeft gehad. De beschrijving van aangeefster van het lokaal sterkt het hof nog eens in zijn oordeel over de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster over de seksuele handelingen die de verdachte als docent bij haar heeft verricht.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van aangeefster over de laatste avond in de [plaats 1] niet betrouwbaar is gelet op de beschrijving van mevrouw [persoon 1] over de [plaats 1] . Het hof kan de raadsman daarin niet volgen, nu de enkele verklaring van mevrouw [persoon 1] “(…) Het was zeker al middennacht geweest. [verdachte] is toen, net als ik, vrij snel naar bed gegaan want we waren kapot na deze dag”, niet uitsluit dat er die avond seks tussen de verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden.
Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat het enkele feit dat aangeefster heeft uitgesproken dat zij ‘de regie’ kwijt was, haar verklaringen niet onbetrouwbaar maakt. Nadat aangeefster als getuige was gehoord, is zij intensief met hulpverlening aan de slag gegaan en heeft zij verzocht om haar getuigenverklaring om te zetten in een aangifte. Het hof leidt hier niet uit af dat aangeefster zich onder druk gezet voelde om aangifte tegen de verdachte te doen.
Het hof ziet dus geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat de verklaringen van aangeefster voor het bewijs kunnen worden gebezigd.
Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan de rechter het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet uitsluitend baseren op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342 Sv is voldaan laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad is niet vereist dat het misbruik steun vindt in ander bewijsmateriaal, maar kan het op bepaalde punten bevestigd zien van de verklaring van de getuige in andere bewijsmiddelen, mits afkomstig van een andere bron, eveneens afdoende zijn. Er mag niet een te ver verwijderd verband bestaan tussen de getuigenverklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal; zie onder andere het arrest van de Hoge Raad van 10 juni 2014. In dit arrest was er geen steunbewijs dat zag op het seksueel misbruik, maar wel bewijs dat steun bood op het punt van de concrete omstandigheden waaronder het misbruik volgens het slachtoffer had plaatsgevonden.
Steunbewijs
Evenals de rechtbank is het hof op basis van de hierna opgenomen bewijsmiddelen van oordeel dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van aangeefster.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Aangeefster heeft verklaard dat zij voor de eerste keer seks had met de verdachte tijdens een schoolreis in de [plaats 1] in Duitsland. Zij heeft specifiek verklaard over de setting waarin die handelingen hebben plaatsgevonden. Zo verklaarde zij dat er druk werd gezocht naar autosleutels die kwijt waren en dat zij en de verdachte seks hebben gehad in de sauna ter plaatse. De verdachte heeft bevestigd dat er autosleutels kwijt waren, alsook dat daar een sauna was. Het hof vindt hierin steun voor de context waarin de eerste keer seks tussen de verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden. Daarnaast vinden de verklaringen van aangeefster steun in de mailwisseling tussen aangeefster en verdachte van 18 juli 2018, die over het schooluitje in de [plaats 1] gaan. De raadsman heeft ter terechtzitting aangevoerd dat schoolreisjes in de vierde, vijfde en zesde klas van de middelbare school op die leeftijd nu eenmaal in zijn algemeenheid ‘Leuk, intens en onvergetelijk’ zijn. Zoals uit het vorenoverwogene volgt is niet vereist dat het steunbewijs ziet op de seksuele handelingen, maar is voldoende dat de concrete omstandigheden waarin die handelingen hebben plaatsgevonden worden bevestigd.
Het hof overweegt dat uit de mailwisseling aannemelijk wordt dat er in de [plaats 1] seksueel contact heeft plaatsgevonden tussen aangeefster en verdachte. De verdachte heeft erkend dat de betreffende mails tussen hem en aangeefster zijn uitgewisseld. Ter terechtzitting heeft de verdachte toegelicht dat de Harz een intense periode was vanwege het kleine clubje leerlingen en de pech met de bus. Er zijn intensieve gesprekken gevoerd en misschien ook wel gevoelens geuit. Het hof acht die verklaring niet geloofwaardig, omdat het volledig voorbij gaat aan de inhoud van die mailwisseling. Daarin is het de verdachte die als eerste spreekt over het intense en onvergetelijke van ‘de [plaats 1] en de aanloop er naartoe’, over ‘iets moois' dat er is tussen hem en aangeefster, hij haar niet uit zijn hoofd kan krijgen en hij gevoelens van jaloezie benoemt. Vragen daarover weet verdachte niet te beantwoorden en hij wuift elke mogelijke interpretatie weg. Indien er in de [plaats 1] andere handelingen dan van seksuele aard hadden plaatsgevonden, had de verdachte daarover nader kunnen verklaren. Omdat hij dit niet heeft gedaan en het hof geen reden ziet te twijfelen aan de verklaringen van aangeefster, leidt het hof uit deze mailwisseling af dat het niet anders kan dan dat er in de [plaats 1] seksuele gemeenschap tussen de verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden. Uit de in het dossier opgenomen Whatsapp-berichten, die zijn verstuurd in een periode na het ten laste gelegde, blijkt dat er vanaf de start van de beschikbare berichten regelmatig sprake is van seksueel getint contact, waaruit afgeleid kan worden dat de opbouw daar naartoe al eerder had plaatsgevonden. Het hof acht de verklaring van verdachte dat hij uitsluitend in die periode daarna twee keer seks heeft gehad met aangeefster gelet op die berichten niet geloofwaardig.
Aangeefster heeft bij de raadsheer-commissaris een gedetailleerde omschrijving van de woning van de verdachte gegeven. Zij heeft specifiek verklaard over wanneer zij voor het eerst bij de verdachte thuis is geweest en in welke bedden zij seks hebben gehad. Aangeefster heeft specifiek verklaard over de indeling van de verdiepingen van de woning. Daarnaast heeft zij een gedetailleerde omschrijving gegeven van de slaapkamer van de zoon van de verdachte en van de slaapkamer van de verdachte en diens vrouw. De verdachte ontkent dat aangeefster bij hem thuis is geweest en heeft verklaard dat alle woningen in de buurt dezelfde indeling hebben. Mogelijk dat aangeefster tijdens het videobellen zijn woning heeft gezien en dingen heeft onthouden, aldus verdachte. Daarnaast zou de indeling van de slaapkamers van zijn kinderen volgens hem ook van buitenaf te zien zijn. Het hof acht die uitleg van de verdachte niet aannemelijk en ziet ook overigens geen reden te twijfelen aan de verklaring van aangeefster dat er tussen de verdachte en de aangeefster seks heeft plaatsgevonden bij de verdachte thuis in de tenlastegelegde periode.
Bewijsmiddelen
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van 7 januari 2020, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019326193 van 3 mei 2021, inhoudend als verklaring van [persoon 2] :
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 januari 2020, opgenomen op pagina 13 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2001:
3. Een geschrift, inhoudende een mailwisseling tussen verdachte en aangeefster, opgenomen op pagina 40 e.v. van voornoemd dossier, onder meer inhoudende:
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van 29 april 2021, opgenomen op pagina 142 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:
5. Een proces-verbaal van verhoor getuige bij het kabinet raadsheer-commissaris van 16 augustus 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2001:
Ik doe aangifte tegen [verdachte] van seksueel overschrijdend gedrag ten opzichte van een leerling, [slachtoffer] . Hij is leraar op het [School] te Leeuwarden en ze volgde onderwijs van hem. Er is mailwisseling geweest via de schoolmail van [verdachte] en [slachtoffer] , kort na de [plaats 1] .
A: Uiteindelijk was [verdachte] voor mij degene bij wie ik aansluiting vond. Wij gingen in juli 2018 met nog wat leerlingen en een paar docenten naar de [plaats 1] in Duitsland. Op de dinsdagavond zaten we met de hele groep buiten, uiteindelijk zaten wij nog met zijn tweeën buiten. Uiteindelijk hebben we seks in de sauna gehad. In de zomervakantie hebben we niet heel veel contact gehad. In het schooljaar raakten we weer aan de praat. [verdachte] was op donderdag altijd vrij en vroeg of ik dan even langs wilde komen. Ik ben naar hem toe gegaan. We hebben weer seks gehad. Daarna ben ik nog vaker bij hem thuis geweest. Als ik daar kwam dan zouden we er over praten maar elke keer voelde hij de spanning blijkbaar te erg en gebeurde het toch steeds weer. Dit is doorgegaan tot april 2019.|V: Hoe vaak hebben jullie seks gehad?A: Ik denk zo'n 10 keer.V: Wat versta jij onder seks?A: Penetratie. Dus met zijn piemel en mijn vagina.V: Waar gebeurde de seks?A: [plaats 1] . 2 keer bij mij. 1 keer op school, ik denk 5 keer bij hem thuis, een keer bij een vriendin thuis.
Van: [verdachte]Verzonden: woensdag 18 juli 2018 21:12:50Aan: [slachtoffer]Onderwerp: Re: donderdagBedankt voor je woorden, morgen hebben we het erover. Je laatste zin doet me pijn.
Op 18 jul. 2018 om 21:06 heeft [slachtoffer] < [e-mailadres] > het volgende geschreven:Ja ik denk dat we beiden verliefd zijn. Wat we ermee moeten weet ik niet. Ik ben best wel geschrokken van je zondagavond, toen je er zo mee zat met wat er gebeurd was in de [plaats 1] en wat de gevolgen konden zijn. Waar jij risico durft te nemen omdat je verliefd op me bent, neem ik liever juist zo min mogelijk risico uit bezorgdheid om jou. Was alles wel gebeurd in de [plaats 1] als je de eventuele gevolgen zou weten? Goed dat je er zelf over begint, want ik vraag me ook heel vaak af wat ik voor je beteken. Je hebt een vrouw, is dat niet genoeg? Hoe zie je mij dan? Een leuke bijkomstigheid ofzo?
Van: [verdachte]Verzonden: 18 juli 2018 19:40:44Aan: [slachtoffer]Onderwerp: Re: donderdagHoe je over ons denkt. Wat ons bindt, of we verliefd zijn, hoe het verder moet. (…) Ik denk dat er iets moois is en blijft tussen ons en dat hoop ik van harte. Waarom voel ik soms jaloezie? Waarom kan ik je soms niet uit mijn hoofd krijgen, beteken je dan zoveel voor me, als leerling? Vriendin? Soms is het ook weer weg en is het rustig, maar de [plaats 1] en de aanloop er naartoe waren zo leuk, intens en onvergetelijk.
V: Wij hebben informatie dat je gewerkt hebt bij de [School] in Leeuwarden?A: Dat klopt.V: Wie is [slachtoffer] ?A: Dat is een oud-leerling van mij.V: In 2018 was er een excursie naar de [plaats 1] . In hoeverre was jij betrokken bij die excursie?A: Als u doelt op de keer dat [slachtoffer] mee was dan was dat juni of juli 2018.V: Wat waren de voorzieningen op die locatie? Sauna?A: Ja, zo'n hokkie, zo'n infrarood hokkie.V: Op sommige dagen was er een vrij intensief app-verkeer tussen jou en [slachtoffer] . Hoe verliep dat app-contact?A: U doelt op die WhatsApp gesprekken die daar liggen. Klopt, soms was het heel intensief.V: En als het gaat om seksualiteit in de apps, wat zeg je daarvan?A: Zoals het in de apps staat, zo hebben wij contact gehad.
V: Het gebeuren in de sauna was op dinsdagavond? Wat is er in aanloop naartoe gebeurd?A: Het was de laatste avond. In de loop van de avond gingen steeds meer mensen naar binnen om te slapen. Uiteindelijk bleven [verdachte] en ik samen over. Hij begon te zinspelen op de sauna. Dat had hij ook al op de app genoemd voor de reis naar de [plaats 1] . Ik wist niet of ik dat wel wilde. Ik kreeg het koud en daarop haalde [verdachte] een deken uit de sauna. Hij bleef me aanraken onder de deken en uiteindelijk zijn we in de sauna beland. Ik weet zeker dat hij de deken uit de sauna haalde en dat ik onder de deken heb gezeten. Ik denk dat we samen op een bank in de tuin zaten, want we zaten naast elkaar.
A: Het echte seksuele contact vond plaats in de sauna. Het was een ruimte waar een sauna was, er was ook een inloopdouche. In eerste instantie zijn we in de sauna geweest en daar heeft hij zijn vingers bij mij binnengebracht. Het daadwerkelijk binnen brengen van de penis in mij is in de inloopdouche geweest, omdat de bankjes in de sauna nogal hard waren en er was niet echt veel plaats.
V: Je hebt ook gehoord dat [verdachte] stelt dat je nooit bij hem in huis bent geweest. Wat dacht je toen je dat hoorde?A: Dat is echt niet waar dat ik niet bij hem in huis ben geweest. Er zijn talloze momenten dat ik in dat huis ben geweest als zijn vrouw er niet was. De reden dat ik daar voor het eerst binnen ben geweest, was naar aanleiding van het incident bij de snackbar. Ik was aangerand. Ik denk dat het in september of oktober 2018 is geweest. Ik had iemand, een volwassene, nodig om mijn verhaal bij te doen, om erover te praten. Ik belde met hem en hij hielp mij om ontslag te nemen. Hij stelde toen voor om op de donderdag bij hem thuis te komen om rustig over het voorval te praten. Dat is de eerste keer dat ik in de woning ben geweest. Toen hebben we seks gehad. Steeds als ik in die woning was hadden we seks. Het is in ieder geval drie keer gebeurd. De keren in de [plaats 1] en de eerste keer dat ik bij hem thuis was weet ik zeker en herinner ik mij het best.
V: Beschrijf de woning eens?A: Als je binnenkwam was er gelijk een wc. De kamer had een open hoekkeuken, daar stond een glazen tafel in het midden aan de kant van de keuken in het achterste gedeelte stond een bank en een tv. Er zat een groot schuifraam, een schuifpui in de kamer. Tussen die twee gedeeltes stond een wenteltrap in de woonkamer die naar de bovenverdieping ging. Hij was docent [verdachte] en al een aantal keren in [plaats 2] geweest. Er stonden een aantal dingen die op iets uit [plaats 2] leken. Het kan ook best uit de [plaats 3] komen. Het was niet dat er iets speciaals in het huis was wat opvallend was. Alleen die meubels of dingen die met [plaats 2] te maken zouden kunnen hebben.V: Je hebt zelf verklaard dat het hebben van seks niet op het bed van [verdachte] en zijn vrouw gebeurde maar op hetbed van zijn zoon?A: Dat was de eerste keer. Later is het ook in ieder geval één keer in de slaapkamer van [verdachte] en zijn vrouw gebeurd.V: Hoe zag de kamer van zijn zoon eruit?A: De kamer van zijn zoon was vrij opgeruimd, er stond niet veel, zijn bed was opgemaakt en er stond een bureau. De inrichting staat me niet goed meer bij. [verdachte] heeft mij het huis laten zien en de ruimtes weet ik nog. Als je boven aan de trap kwam dan was er links een kamer waarin kasten stonden en waar de katten waren als zij weg waren. Daarnaast was de kamer van de zoon. Naast die kamer van de zoon was de kamer van de dochter. Daar ben ik niet echt in geweest, maar die heb ik alleen om een hoekje bekeken. Daarnaast was de badkamer volgens mij heb ik daar ook alleen naar binnen gekeken. Na de seks ben ik naar de we beneden geweest, ik denk dat het de we beneden was, maar ik weet dat niet meer zeker. Na de kamer van de dochter gaat de wenteltrap verder omhoog, dan kom je op een soort overloop daar stonden kledingkasten. Daarachter was de slaapkamer van hun samen. Op die slaapkamer was een wereldbol als verlichting. Dat was zijn nachtlampje. Er was een dakraam Er konden geen hoge kasten staan en de onderste kleine stukken waren dichtgemaakt met een schuif om dingen in op te bergen.V: In een gesprek op 9 september 2019 vraagt [verdachte] aan je of je een ‘[lokaal]’ wilde doen? Wat werd daarmee bedoeld?A: Dat was een ruimte in de school.Ik weet niet meer precies wanneer dit in klas 6 is gebeurd. Ik was nog wat later op school en [verdachte] was daar ook om na te kijken of zoiets. Op een gegeven moment kwam de schoonmaakster omdat ze de school wilde afsluiten. [verdachte] zei dat hij zelf wel de school wilde afsluiten zodat de schoonmaakster naar huis kon gaan. We hebben toen seks gehad in lokaal [lokaal]. Ik weet dat [verdachte] zegt dat lokaal [lokaal] er niet is. Ik kan het precies aanwijzen. Er is een kluisjesplein en daar is het latijnlokaal, daarnaast het kantoor van [persoon 3] en daarnaast het lokaal [lokaal]. De lokalen hadden een nummer en de kantoren niet. Dit was niet een leslokaal, meer een ruimte voor algemeen gebruik. We hebben daar daadwerkelijk seks gehad.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 april 2019, te Leeuwarden en te Duitsland in het gebied "de [plaats 1] " in zijn hoedanigheid als docent, werkzaam bij het [School] , ontucht heeft gepleegd met de aan zijn opleiding toevertrouwde minderjarige leerling [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2001, door in voornoemde periode meermalen, verdachtes penis in de vagina van die [slachtoffer] te brengen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezenverklaarde levert op:
ontucht plegen met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De rechtbank heeft de verdachte voor het bewezenverklaarde veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk proeftijd van 3 jaren met bijzondere voorwaarden. Daarnaast heeft de rechtbank de verdachte ontzet van het recht zijn beroep als docent uit te voeren voor een periode van 5 jaren.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. De advocaat-generaal heeft gevorderd om hier als bijzondere voorwaarde aan te verbinden dat de verdachte zich niet in vast dienstverband of als zelfstandig ondernemer of als vrijwilliger inlaat met het doceren of begeleiden van minderjarigen.
De raadsman heeft het hof verzocht te volstaan met één dag gevangenisstraf in combinatie met de maximaal op te leggen werkstraf.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft in de periode van 1 juli 2018 tot en met 30 april 2019 een seksuele relatie gehad met zijn minderjarige leerlinge. Het betrof een kwetsbare leerlinge, die een luisterend oor bij de verdachte dacht te hebben gevonden. Zij was in meerdere opzichten van hem afhankelijk. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat het slachtoffer in hem had en van haar afhankelijke positie van hem. Daarnaast heeft hij met zijn handelen inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en geestelijke integriteit. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenfeiten vaak nog gedurende lange tijd lichamelijke en psychische gevolgen ondervinden van het misbruik. Het hof acht dit feit zo ernstig dat daar een langdurige gevangenisstraf op moet volgen.
Het hof rekent het de verdachte aan dat hij geen verantwoordelijkheid neemt of heeft genomen voor zijn handelen. Ook het feit dat het een kwetsbare leerlinge betrof, de afhankelijkheidsrelatie waarin zij als leerlinge van de verdachte tot hem stond en het misbruik maken door de verdachte van het vertrouwen dat zij in hem als haar docent had, alsmede de aard van de ontuchtige handelingen die de verdachte heeft gepleegd, wegen strafverzwarend mee. Tot slot hebben de seksuele handelingen meermalen plaatsgevonden en waren deze verspreid over een betrekkelijk lange periode, hetgeen ook als strafverzwarend wordt aangemerkt door het hof.
Gelet op de omstandigheden dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en uit het dossier niet is gebleken dat er bij het bewezenverklaarde feit sprake was van dwang of geweld van de kant van de verdachte, acht het hof een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend. Gezien de ernst van het feit en de straffen die doorgaans in soortgelijke zaken worden opgelegd acht het hof in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd, passend en geboden.
Het hof is van oordeel dat de verdachte dient te worden ontzet van het recht om het beroep van docent uit te voeren voor de periode van 5 jaren.
Redelijke termijn
Het hof stelt vast dat er in hoger beroep sprake is geweest van een overschrijding als bedoeld in artikel 6
van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De verdachte heeft op 7 maart 2022 hoger beroep ingesteld en het hof wijst op 2 juni 2026 arrest. Gelet hierop is de redelijke termijn met ruim 2,5 jaren overschreden. In die omstandigheid ziet het hof aanleiding om de duur van de op te leggen
gevangenisstraf met 2 maanden te verminderen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 28, 31 en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
- dat de veroordeelde zich uiterlijk binnen 14 dagen na het onherroepelijk worden van dit arrest meldt bij Reclassering Nederland , op het adres [adres 2] en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode, die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd en op door de reclassering te bepalen plaatsen en tijdstippen dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang die instelling dat noodzakelijk acht;
- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig acht onder behandeling zal stellen van de forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, zulks ter bepaling door de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de huisregels en de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling zullen worden gegeven;
- dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 2001 te [geboorteplaats 2] , zolang het openbaar ministerie dit noodzakelijk acht.
Van rechtswege gelden hierbij als voorwaarden dat de verdachte:
- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.
- meewerkt aan het hierna te noemen reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dat noodzakelijk vindt;
Geeft opdracht dat de reclassering toezicht houdt op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan begeleidt.
Ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van docent voor de duur van 5 (vijf) jaren.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.W.T. Klappe, mr. E.J Hofstee en mr. J.F.C. Schnitzler, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 juni 2026.
=========================================================================
[…]