beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.362.362/01 NOT
nummers eerste aanleg : 25-34 en 25-35
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 2 juni 2026
inzake
[appellant] ,
wonend te [plaats 1] (Zuid-Holland),
appellant,
tegen
1. [geïntimeerde 1] ,
notaris te [plaats 2] ,
2. [geïntimeerde 2],
kandidaat-notaris te [plaats 2] ,
geïntimeerden,
gemachtigde: mr. V.J.N. van Oijen, advocaat te Amsterdam.
Partijen worden hierna klager, de notaris en de kandidaat-notaris genoemd. De notaris en de kandidaat-notaris worden hierna gezamenlijk de notarissen genoemd.
1. De zaak in het kort
Klager is in het handelsregister ingeschreven als enig bestuurder van de vereniging van eigenaars van het appartementencomplex waar klager woont. Bij de notarissen is de overdracht van een appartement in het complex in behandeling. De vereniging van eigenaars is door een medewerker van de notarissen per e-mail aangeschreven in verband met de opgave van openstaande posten van de verkopers, maar het e-mailadres bleek van de voormalig beheerder van de vereniging van eigenaars te zijn. Vervolgens is – op basis van informatie van de verkopers – een andere bewoner van het complex aangeschreven. Deze heeft op zijn beurt de notarissen doorverwezen naar klager, maar omdat klager niet reageerde heeft de andere bewoner alsnog de gewenste opgave gedaan. Klager verwijt de notarissen dat niet met hem contact is opgenomen. Als gevolg hiervan heeft een onbevoegd persoon informatie verstrekt aan de notarissen. Door de onjuiste informatie is volgens klager de koper niet correct geïnformeerd.
2. Het geding in hoger beroep
Klager heeft op 9 december 2025 een beroepschrift – met bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 12 november 2025 tussen partijen gegeven onder bovengenoemde nummers (ECLI:NL:TNORDHA:2025:26).
De notarissen hebben op 23 januari 2026 een verweerschrift – met bijlage – bij het hof ingediend.
De notarissen hebben op 8 en 13 maart 2026 aanvullende producties bij het hof ingediend.
Klager heeft op 8, 13, 14 en 16 maart 2026 aanvullende producties bij het hof ingediend.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 18 maart 2026. Klager en de notarissen, vergezeld van hun gemachtigde, zijn verschenen. Klager en de gemachtigde van de notarissen hebben het woord gevoerd aan de hand van aan het hof overgelegde spreekaantekeningen.
3. Feiten
Het hof gaat uit van de volgende feiten, die tussen partijen niet in geschil zijn.
Klager is enig bestuurder van de Vereniging van Eigenaars [straat] [nummer 1] te [plaats 1] (hierna: de VvE).
Het kantoor van de notarissen (hierna: het notariskantoor) had de opdracht ontvangen om zorg te dragen voor de levering van een appartementsrecht aan het [straat] [nummer 2] te [plaats 1] (hierna: het appartement). De overdracht van het appartement was gepland op 27 november 2023.
Bij e-mail van 25 september 2023 heeft een medewerker van het notariskantoor (hierna: de notarieel medewerker) op het e-mailadres [mail] verzocht om een opgave van de VvE betreffende de openstaande servicekosten, mogelijke achterstanden van de verkopers en de omvang van het reservefonds met betrekking tot het appartement. VWS Beheer bleek echter gestopt met het beheer van de VvE.
Bij e-mail van 9 november 2023 heeft de notarieel medewerker aan [naam] (hierna: [naam] ), een ander lid van de VvE, verzocht om een opgave van de VvE betreffende de openstaande servicekosten, mogelijke achterstanden van de verkopers en de omvang van het reservefonds met betrekking tot het appartement.
Op 21 november 2023 heeft de notarieel medewerker [naam] herinnerd aan de e-mail van 9 november 2023. Nog diezelfde ochtend heeft [naam] de notarieel medewerker verwezen naar klager voor een antwoord op de e-mail van 9 november 2023, waarna de notarieel medewerker de e-mail van 9 november 2023 ook aan klager heeft doorgestuurd.
Op 22 november 2023 heeft de notarieel medewerker [naam] om het telefoonnummer van klager gevraagd, omdat zij nog geen terugkoppeling van klager had ontvangen.
Bij e-mail van 23 november 2023 heeft de notarieel medewerker aan klager en [naam] om een terugkoppeling gevraagd, omdat zij nog geen reactie had ontvangen. Diezelfde avond heeft [naam] de notarieel medewerker het volgende laten weten:
“Ik heb [klager] proberen te bereiken, maar tot op heden geen succes. Als ik morgen tot 12:00 nog geen reactie heb zal ik antwoord geven op de mail.
Bij vragen kan je me altijd bellen.”
[naam] heeft bij e-mail van 24 november 2023 (12:16 uur) aan de notarieel medewerker (met de kandidaat-notaris in cc) een opgave van de verzochte gegevens verstrekt. Verder staat in het e-mailbericht:
“Overige feiten waar de koper van op de hoogte gesteld moet worden:
o Het beheer van de VvE is op dit moment in eigen beheer van de VvE leden. We zijn op dit moment op zoek naar een professionele partij die het beheer en onderhoud van de VvE voor ons kan uitvoeren.”
Op 27 november 2023 heeft de notaris de akte van levering van het appartementsrecht gepasseerd.
4. De klacht
De notarissen zijn betrokken bij de levering van het appartement. De notarieel medewerker heeft onbevoegde personen benaderd in verband met de levering van dit appartement. Dit, terwijl uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat klager de enige bestuurder van de VvE was. De notarieel medewerker had contact met klager moeten opnemen.
Als gevolg hiervan heeft in november 2023 de onbevoegde [naam] informatie verstrekt aan de kandidaat-notaris en de notarieel medewerker. [naam] verklaarde niet naar waarheid. Op dat moment liep er een onderzoek naar vermeende fraude van onder andere VWS Beheer en Assucom assurantiën en ongewenste handelingen die door onbevoegde medewerkers van [bedrijf] te [plaats 1] zijn verricht. Door de onjuiste informatie is de koper niet correct geïnformeerd.
De notarissen hebben de geheimhoudingsplicht, de zorgplicht, de onderzoeksplicht, de informatieplicht, de waarschuwingsplicht en de privacy geschonden.
5. Beoordeling
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de notarissen ongegrond verklaard.
Klacht tegen de kandidaat-notaris
De kamer heeft geoordeeld dat de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond is, omdat de kandidaat-notaris niet betrokken is geweest bij de levering van het appartement en de daaraan voorafgaande handelingen. De notarieel medewerker had de kandidaat-notaris eenmalig in cc laten zetten, voor het geval vanuit de VvE zou worden geantwoord op een vrije dag van de notarieel medewerker. Indien nodig kon de kandidaat-notaris dan actie ondernemen.
Het hof sluit zich aan bij deze overwegingen en het oordeel van de kamer. Op basis van de overgelegde stukken ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de verklaring van de kandidaat-notaris dat hij, anders dan klager stelt, één keer is opgenomen in de cc van een e-mail van [naam] aan de notarieel medewerker (zie 3.8). Van verdere betrokkenheid van de kandidaat-notaris bij het dossier inzake de overdracht van het appartement is het hof niet gebleken. Verder is het hof van oordeel dat voor de kandidaat-notaris, anders dan klager in zijn beroepschrift stelt, geen aanleiding bestond zich te verzekeren of met de bestuurder van de VvE werd gecommuniceerd. Gezien het vorenstaande is het hof, net als de kamer, van oordeel dat de klacht tegen de kandidaat-notaris ongegrond is.
Klacht tegen de notaris
Het hof stelt vast dat de notaris degene is geweest die de akte van levering van het appartement heeft gepasseerd. De daaraan voorafgaande handelingen zijn met name door de notarieel medewerker verricht. In het algemeen geldt dat indien de handelwijze van een medewerker is toe te rekenen aan een bepaald dossier dat onder de verantwoordelijkheid van een specifieke (kandidaat-)notaris valt, de klacht dan dient te worden beschouwd als te zijn gericht tegen die betrokken (kandidaat-)notaris (zie hof Amsterdam 9 november 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BO6928). De klacht moet daarom als gericht tegen de notaris worden beschouwd, omdat de handelwijze van de notarieel medewerker is toe te rekenen aan het dossier dat onder verantwoordelijkheid van de notaris viel.
In hoger beroep heeft de notaris opnieuw verklaard over het verloop van het dossier. Op een door de notaris in hoger beroep overgelegd uittreksel uit het handelsregister van de VvE, gedateerd 25 september 2023, staat klager als enig bestuurder van de VvE vermeld. Bij het bezoekadres staat niet het adres van klager vermeld maar dat van een andere bewoner van het complex. Als emailadres van de VvE is vermeld [mail] . Volgens de notaris is die dag per post een brief aan het bezoekadres gestuurd met – kort gezegd – het verzoek om een opgave van openstaande posten van de verkopers bij de VvE toe te sturen. Ook heeft de notarieel medewerker die dag een email gestuurd aan voornoemd e-mailadres met hetzelfde verzoek (zie 3.3). Toen bleek echter dat de e-mail was gestuurd aan de voormalig VvE-beheerder van het complex. Het notariskantoor beschikte ook nog over het door de verkopers ingevulde inlichtingenformulier. Op dit formulier waren door de verkopers de contactgegevens van [naam] ingevuld bij een vraag over de administrateur van de VvE. Daarop heeft de notarieel medewerker op 9 november 2023 [naam] per e-mail benaderd met het verzoek om opgave van de openstaande posten van de verkopers bij de VvE. Vanwege het uitblijven van een reactie is op 21 november 2023 door de notarieel medewerker een herinnering aan [naam] gestuurd. Diezelfde dag heeft [naam] de notarieel medewerker verwezen naar klager en toen heeft de notarieel medewerker de e-mail aan klager doorgestuurd. Vanwege de aanstaande overdracht op 27 november 2023 heeft de notarieel medewerker de dagen erna aan zowel [naam] als klager om een terugkoppeling gevraagd. Omdat klager niets van zich liet horen heeft [naam] uiteindelijk op 24 november 2023 de gevraagde opgave verstrekt.
Op basis van de hiervoor geschetste gang van zaken is het hof van oordeel dat de notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Van schending van enige tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt is op geen enkele wijze gebleken. De notaris heeft contact opgenomen met de VvE op basis van de in het handelsregister ingeschreven contactgegevens; de notaris mocht op deze gegevens afgaan. Nadat was gebleken dat het e-mailadres niet meer actueel was, is contact opgenomen met [naam] omdat de verkopers zijn contactgegevens aan het notariskantoor hadden verstrekt. Dat klager, zoals uit door klager overgelegde stukken blijkt, aan [naam] had gevraagd om het notariskantoor te laten weten dat klager de contactpersoon van de VvE was, acht het hof niet relevant. De notaris was van dit verzoek van klager niet op de hoogte en voor zover de notaris wist was [naam] de contactpersoon. [naam] heeft uiteindelijk de notaris op 21 november 2023 doorverwezen naar klager, maar doordat klager een paar dagen lang niets van zich liet horen en de overdrachtsdatum naderde, heeft de notaris uiteindelijk genoegen genomen met de opgave van [naam] . Volgens het hof vormde deze opgave voor de notaris ook geen aanleiding om alsnog contact op te nemen met klager. Dat [naam] onbevoegd was om de gevraagde gegevens te verstrekken is voor het hof niet komen vast te staan. Het is ook niet ongebruikelijk dat een ander (zoals een administrateur) deze gegevens verstrekt in plaats van het bestuur van een vereniging van eigenaars. Gezien het vorenstaande is het hof, net als de kamer, van oordeel dat de klacht tegen de notaris ongegrond is.
Verzoek om schadevergoeding
Ten slotte is – zoals ook ter zitting in hoger beroep aan klager is medegedeeld – in een tuchtprocedure als deze geen ruimte voor een veroordeling tot schadevergoeding, zoals klager wenst.
Conclusie
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het hof, net als de kamer, van oordeel is dat de klacht van klager tegen de notarissen ongegrond is. Het hof zal de beslissing van de kamer daarom bevestigen.
6. Beslissing
Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, O.J. van Leeuwen en T.W. van Grafhorst en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door de rolraadsheer.