ECLI:NL:GHAMS:2026:1585

ECLI:NL:GHAMS:2026:1585

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 09-06-2026
Zaaknummer 25/774
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Parkeerbelasting. Geen gemotiveerde beslissing na verzoek om verdaging. Belanghebbende verzoekt niet om een terugwijzing van de zaak naar de rechtbank. De rechtbank heeft in haar uitspraak op goede gronden een juiste beslissing genomen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 25/774

17 maart 2026

uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Y] , belanghebbende,

tegen de uitspraak van 24 februari 2025 in de zaak met kenmerk AMS 24/4844 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [Y] , de heffingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

De heffingsambtenaar heeft op 17 juli 2024 aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting ad € 81,70 (€ 5 parkeerbelasting en € 76,70 kosten) opgelegd.

De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.

Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2026. Daar is namens de heffingsambtenaar zijn gemachtigde verschenen. Belanghebbende is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De uitnodiging voor de zitting is op 12 januari 2026 in het digitale dossier geplaatst. Van de plaatsing van de uitnodiging in het digitale dossier is eveneens op 12 januari 2026 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres (zoals bedoeld in artikel 8:36c Awb). Belanghebbende is derhalve behoorlijk uitgenodigd om ter zitting te verschijnen.

Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Feiten

De auto van belanghebbende stond op 13 juli 2024 om 17:13 uur stil op een fiscale parkeerplaats aan de [straat] te [Y] ter hoogte van huisnummer 507. Op foto’s in het dossier is zichtbaar dat belanghebbende op dat moment in de auto zat.

Belanghebbende is door de rechtbank op 14 oktober 2024 en nogmaals op 23 oktober 2024 verzocht zijn verhinderdata voor de maanden november tot en met maart door te geven. Een reactie hierop van belanghebbende is uitgebleven. Op 22 november 2024 is belanghebbende door de rechtbank uitgenodigd voor de mondelinge behandeling van zijn zaak op 24 februari 2025. Op 9 februari 2025 heeft belanghebbende een bericht aan de rechtbank gestuurd met de volgende inhoud:

“Geachte rechtbank,

Graag zou ik mijn afspraak op 24 februari 2025 willen verzetten i.v.m. vakantie in het

buitenland. Hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Alvorens bedankt.

Met vriendelijke groet,

[Belanghebbende]”

Belanghebbende is niet verschenen op de zitting van de rechtbank van 24 februari 2025. De rechtbank heeft de zitting doorgang laten vinden en direct daarop uitspraak gedaan.

In het hogerberoepschrift van belanghebbende staat onder andere het volgende vermeldt:

“Ik had voorafgaand aan de zitting op 9 februari 2025 een verzoek ingediend om de zitting te verzetten, omdat ik op dat moment in het buitenland op vakantie was. Ondanks mijn tijdige afmelding is de zitting toch doorgegaan zonder mijn aanwezigheid, wat mijn recht op verdediging heeft beperkt.

Gezien deze omstandigheden verzoek ik u om de uitspraak te herzien en mij alsnog de gelegenheid te geven mijn standpunt mondeling toe te lichten. Ik verzoek tevens om een nieuw zittingsmoment, zodat ik mijn verdediging kan voeren.

Ik ontvang graag een bevestiging van ontvangst van dit bezwaar en informatie over de verdere procedure. Mocht u aanvullende informatie of bewijsstukken nodig hebben, dan ben ik uiteraard bereid deze te verstrekken.”

In de aan belanghebbende gerichte uitnodiging voor de zitting van het Hof van 11 maart 2026 (zie 1.5) staat onder andere het volgende vermeld:

“Ik bied u de gelegenheid om bij de zitting aanwezig te zijn. Als u komt, verzoek ik u deze uitnodiging mee te brengen.

(…)

Voor de behandeling van zaken die enkelvoudig (door één raadsheer) worden behandeld is in beginsel 30 minuten gereserveerd en voor de behandeling van zaken die meervoudig (door drie raadsheren) worden behandeld 45 minuten. Tijdens deze mondelinge behandeling zullen beide partijen in de gelegenheid worden gesteld - voor zover nodig - hun zaak toe te lichten en op elkaar te reageren en zal het Hof (eventuele) vragen aan partijen stellen.

(…)

Indien u niet naar de zitting komt, en voorafgaand aan de zitting geen contact opneemt, gaat het gerechtshof ervan uit dat u afziet van uw recht op een zitting. Het gerechtshof kan dan wel uitspraak doen. Ik wijs u erop dat de wederpartij ook een uitnodiging voor deze zitting ontvangt en dat uw afwezigheid betekent dat het gerechtshof dan alleen met de wederpartij contact kan hebben. Het is dus in uw belang dat u actie onderneemt indien u gehoord wilt worden.”

3. Geschil in hoger beroep

In hoger beroep is in geschil of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd.

4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft voor zover relevant het volgende overwogen (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’):

“3. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat op dat moment en tijdstip geen sprake was van parkeren, maar, zoals hij stelt, van het onmiddellijk laten uitstappen van een passagier. Wat eiser aanvoert leidt niet tot gewenste oordeel want eiser stelt zelf dat hij enkele minuten heeft stilgestaan. Niet valt in te zien dat dit nodig is om iemand onmiddellijk te laten uitstappen.

4. Eiser voert aan dat op de foto’s van de scanauto is te zien dat hij in de auto zat met de lichten aan. Dat kan hem niet baten omdat het dan nog steeds zo kan zijn dat sprake is van parkeren.

5. Parkeerbelasting is een objectieve belasting, waarbij opzet en schuld geen rol spelen. Het is dus niet van belang dat eiser niet opzettelijk geen parkeerrecht heeft gekocht. Alleen als sprake is van een noodsituatie of een spoedeisende situatie en eiser daardoor geen parkeerbelasting heeft betaald, is er geen grondslag om daarvoor een naheffingsaanslag op te leggen. Dat heeft eiser niet gesteld en is ook niet gebleken.

6. Het beroep is ongegrond.”

5. Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Vooraf

Naar het oordeel van het Hof dient in het bericht van belanghebbende van 9 februari 2025 (zie 2.2) een verzoek van hem tot verdaging van de zitting van 24 februari 2025 gelezen te worden, waarop de rechtbank gemotiveerd had moeten beslissen (vgl. HR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:358). Een dergelijke beslissing ontbreekt in het dossier. Belanghebbende verklaart dat hierdoor zijn recht op verdediging is geschaad en verzoekt alsnog de gelegenheid krijgen om tijdens een zitting zijn standpunt mondeling toe te lichten. Ook verzoekt belanghebbende om informatie te krijgen over de verdere procedure (zie 2.4). Belanghebbende verzoekt niet om een terugwijzing van de zaak naar de rechtbank (in verband met de omstandigheid dat de mondelinge behandeling buiten zijn aanwezigheid heeft plaatsgevonden). Hierin ziet het Hof aanleiding om ook niet tot een dergelijke terugwijzing te komen en de zaak zelf af te doen.

Aan de door belanghebbende gedane verzoeken (zie 5.1 en 2.4) is het Hof tegemoetgekomen. De behandeling van de zaak is geagendeerd voor de zitting van 11 maart 2026 en belanghebbende is voor die behandeling behoorlijk uitgenodigd. In de uitnodiging is belanghebbende voorgelicht over de gang van zaken bij die behandeling; onder andere staat daar dat hij daarbij in de gelegenheid gesteld wordt het woord te voeren om zijn zaak toe te lichten (zie 2.4). Belanghebbende is echter niet bij die zitting verschenen en heeft daaraan voorafgaand daarover ook geen contact met (de griffier van) het Hof opgenomen. Dat belanghebbende van de geboden gelegenheid zijn standpunt mondeling toe te lichten geen gebruik heeft gemaakt, komt onder deze omstandigheden voor zijn eigen rekening. Daarom heeft het Hof de behandeling ter zitting buiten aanwezigheid van belanghebbende doorgang laten vinden en daarop het onderzoek gesloten.

Inhoudelijk

Met betrekking tot de vraag of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd is het Hof van oordeel dat de rechtbank in de onderdelen 3 tot en met 6 van haar uitspraak op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. Het Hof neemt deze gronden en beslissing over en maakt deze tot de zijne.

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

6. Kosten

Voor een kostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

7. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mr. J-P.R. van den Berg, voorzitter, B.A. van Brummelen en W.J. Blokland, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. H.M. Nijland als griffier. De beslissing is op 17 maart 2026 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand