beschikking
______________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.356.240/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 23 juli 2026
inzake
in de enquêteprocedure
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder I holding] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. de vennootschap naar buitenlands recht,
[aandeelhouder II holding] ,
gevestigd te [plaats] , Texas, Verenigde Staten,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMDC MEDICAL B.V.,
gevestigd te Zutphen,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. M.V.A. Heuten, mr. V.M. van Erpers Roijaards en mr. R.H. Boitelle, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDENVOY GLOBAL B.V.,
gevestigd te Leidschendam,
VERWEERSTER,
e n t e g e n
de vennootschap naar buitenlands recht
[aandeelhouder III holding] ,
gevestigd te [plaats] , Bondsrepubliek Duitsland,
BELANGHEBBENDE,
advocaten: mr. K.C. Mensink, mr. K.P.D. Vermeulen, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en mr. R.C. de Mol, kantoorhoudende te Amsterdam;
in de uitstotingsprocedure
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[aandeelhouder I holding] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. de vennootschap naar buitenlands recht
[aandeelhouder II holding] ,
gevestigd te [plaats] , Texas, Verenigde Staten,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
EMDC MEDICAL B.V.,
gevestigd te Zutphen,
VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. M.V.A. Heuten, mr. V.M. van Erpers Roijaards en mr. R.H. Boitelle, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de vennootschap naar buitenlands recht
[aandeelhouder III holding] ,
gevestigd te [plaats] , Bondsrepubliek Duitsland,
VERWEERSTER,
advocaten: mr. K.C. Mensink, mr. K.P.D. Vermeulen, kantoorhoudende te ’s-Gravenhage en mr. R.C. de Mol, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDENVOY GLOBAL B.V.,
gevestigd te Leidschendam,
BELANGHEBBENDE.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 12 februari, 17 februari en 9 april 2026.
Bij beschikking van 12 februari 2026 heeft de Ondernemingskamer, voor zover nu van belang, een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MedEnvoy Global B.V. over de periode vanaf 11 januari 2021.
Bij beschikking van 17 februari 2026 heeft de Ondernemingskamer mr. E.M. Soerjatin te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
Bij beschikking van 9 april 2026 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek mag kosten vastgesteld op € 55.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.
Op 15 juli 2026 heeft de onderzoeker een aanvullend plan van aanpak inclusief een aanvullende begroting ingediend bij de Ondernemingskamer en daarbij verzocht om verhoging van het onderzoeksbudget. Het aanvullend plan van aanpak is met partijen afgestemd, die via hun advocaten hebben laten weten daarop geen commentaar te hebben. De secretaris van de Ondernemingskamer heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget.
Bij e-mailbericht van 16 juli 2026 hebben mr. Heuten, mr. Van Erpers Roijaards en mr. Boitelle namens [holding] c.s. laten weten geen bezwaar te hebben tegen de door de onderzoeker verzochte verhoging van het onderzoeksbudget. Bij e-mailbericht van 17 juli 2026 heeft ook mr. De Mol medegedeeld namens [holding] geen bezwaar te hebben tegen een verhoging van het onderzoeksbudget.
2. De gronden van de beslissing
Aan haar verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget heeft de onderzoeker – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Zoals aangegeven in het oorspronkelijke plan van aanpak van 26 maart 2026, valt het onderzoek uiteen in twee fasen. De vraag welke en hoeveel personen de onderzoeker in de tweede fase zou moeten interviewen, hing mede af van de uitkomsten van de eerste fase. In het aanvullend plan van aanpak van 15 juli 2026 merkt de onderzoeker op dat de tijdsbesteding met betrekking tot de eerste fase hoger is gebleken dan voorzien, onder meer doordat enkele personen twee keer zijn geïnterviewd en het desktoponderzoek uitgebreider is gebleken vanwege de omvang van de ontvangen documentatie en informatie. De kosten van de eerste fase vallen daardoor hoger uit dan eerder begroot, namelijk € 26.500 in plaats van € 20.000. Ten aanzien van de tweede fase geldt dat vijf personen meer geïnterviewd zullen worden dan was ingeschat in het plan van aanpak. De onderzoeker verwacht gezien de ervaring dat de tijdsbesteding voor interviews ruim ingeschat moet worden en dat de kosten van de tweede fase begroot kunnen worden op € 21.000. De begroting van de kosten voor de vervolgfasen en afronding van het onderzoek blijft ongewijzigd en bedraagt € 25.000. Het voorgaande brengt de totale begroting van het onderzoeksbudget op € 77.500 (exclusief omzetbelasting). De onderzoeker verzoekt derhalve om een verhoging van het onderzoeksbudget van € 22.500.
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. Nu er geen bezwaren zijn aangevoerd tegen de verhoging van het onderzoeksbudget en de verhoging de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomt, zal de Ondernemingskamer het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget toewijzen als na te noemen.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek mag kosten vast op € 77.500, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van MedEnvoy Global B.V. en dat zij
voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker zekerheid moet stellen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. E. Loesberg, raadsheren, en prof. dr. mr. A.J.C.C.M. Loonen en prof. dr. A.J. Brouwer RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2026.