ECLI:NL:GHAMS:2026:203

ECLI:NL:GHAMS:2026:203

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 27-01-2026
Datum publicatie 27-01-2026
Zaaknummer 23-000059-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Medeplegen opzettelijk telen van 211 hennepplanten. Hennepkwekerij in de woning van de verdachte.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 januari 2026.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

primairhij op of omstreeks 24 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 211 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

subsidiaireen of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 24 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan de [adres]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 211 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte op of omstreeks 24 juni 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft gesteld dat de verdachte geen handelingen met betrekking tot het telen van de hennep heeft verricht. De verdachte kan enkel worden veroordeeld voor het medeplichtig zijn aan de hennepteelt, omdat hij zijn woning ter beschikking heeft gesteld.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft verklaard dat eind 2019 een hennepplantage in zijn woning is opgebouwd door twee anderen. Uit zijn verklaring volgt onder meer dat de verdachte:

De inhoud van de verklaring van de verdachte zoals die - deels na confrontatie met de inhoud van zijn telefoon - is afgelegd bij de politie weerlegt het standpunt van de verdediging dat de verdachte enkel zijn huis ter beschikking heeft gesteld. Daaruit volgt immers dat de verdachte meerdere handelingen heeft verricht ten behoeve van de hennepteelt en hierover afstemde met zijn medeplegers. Het hof is van oordeel dat de rol van de verdachte daarmee kan worden getypeerd als die van medepleger en komt daarom tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde. Op basis van de verklaring van de verdachte wordt uitgegaan van de betrokkenheid van twee anderen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primairhij op 24 juni 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld in een pand aan de [adres] een hoeveelheid van in totaal 211 hennepplanten.

Hetgeen primair meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het primair bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg primair bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren.

De raadsvrouw heeft verzocht een taakstraf op te leggen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 211 hennepplanten in zijn woning. Gezien de hoeveelheid aangetroffen planten gaat het hof ervan uit dat de hennep voor verdere verspreiding bedoeld was. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Het is een feit van algemene bekendheid dat met deze handel aanzienlijke financiële belangen gemoeid zijn en dat deze niet zelden gepaard gaan met andere vormen van criminaliteit.

Blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 23 december 2025 is de verdachte niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor strafbare feiten.

Uit de door de raadsvrouw overgelegde stukken betreffende de verdachte en het verhandelde ter terechtzitting is naar voren gekomen dat de verdachte lijdt aan de ziekte van Bechterew. De verdachte woont en werkt sinds vijf jaren in Marokko en heeft daar een leven opgebouwd. Hij heeft zich bereid getoond verantwoordelijkheid te nemen voor het door hem begane strafbare feit. Het hof zal hiermee rekening houden in de strafoplegging en houdt daarnaast in strafmatigende zin rekening met de ouderdom van de zaak.

Het hof acht in beginsel een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden passend en geboden. Naar het oordeel van het hof is in eerste aanleg echter sprake geweest van een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De verdachte is immers op 24 juni 2020 aangehouden in de hennepkwekerij en toen ook als verdachte verhoord, terwijl de politierechter eerst op 17 januari 2023 uitspraak heeft gedaan. De redelijke termijn van twee jaren is in eerste aanleg dus met ruim zes maanden overschreden, terwijl die overschrijding niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Nu pas op 10 januari 2025 hoger beroep is ingesteld en het hof ongeveer een jaar later uitspraak doet, is van overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep overigens geen sprake.

Gelet op de geconstateerde overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg zal het hof de op te leggen voorwaardelijke gevangenisstraf matigen tot de duur van twee maanden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. M.J.A. Plaisier en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van mr. S. den Hartog, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 januari 2026.

Mr. T.J. Kelder en de griffier zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. den Hartog

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?