beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.348.213/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 juli 2026
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
TRANCOSO B.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERZOEKSTER,
advocaat: voorheen mr. G.S. de Haas, thans zonder advocaat,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
XPMC B.V.,
gevestigd te Arnhem,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BAD-S B.V.,
gevestigd te Arnhem,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BREFAMIN B.V.,
gevestigd te Arnhem,
VERWEERSTERS,
advocaat: voorheen mr. D. Teitler, thans mr. M.H.M. Deppenbroek, kantoorhoudende te Doetinchem,
en tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SENTERA B.V.,
gevestigd te Arnhem,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.J. Turksema, kantoorhoudende te Arnhem.
Verzoekster, verweersters gezamenlijk en belanghebbende worden hierna respectievelijk aangeduid als Trancoso, XPMC c.s. en Sentera Holding.
1. Het verloop van het geding
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 13 maart 2025. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de Ondernemingskamer de zaak aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om middels mediation een minnelijke regeling te onderzoeken.
Op 19 maart 2025 heeft de Ondernemingskamer op verzoek van partijen H.J.W.M. Kuijpers (hierna: de Mediator) aangewezen als mediator.
Op 9 juni 2026 heeft de Mediator de Ondernemingskamer per e-mail laten weten dat op 27 oktober 2025 het laatste mediationgesprek heeft plaatsgevonden, en dat sindsdien de Mediator, noch de advocaat van Trancoso, nog contact heeft kunnen krijgen met de heer [de heer X] (hierna: [de heer X] ), bestuurder en enig aandeelhouder van Trancoso. Bij het uitblijven van een reactie van [de heer X] heeft de Mediator zich genoodzaakt gezien de mediation te beëindigen.
Op 10 juni 2026 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de vraag of nu met de verzoekende partij geen contact meer kan worden gekregen, er nog wel een belang bestaat bij voortzetting van de procedure. Daarbij heeft de Ondernemingskamer laten weten dat, indien zij tot de conclusie komt dat geen belang meer bestaat bij voorzetting van de procedure, zij de procedure ambtshalve zal beëindigen.
Op 11 juni 2026 heeft mr. De Haas, advocaat van Trancoso, de Ondernemingskamer bericht dat hij zich als advocaat van Trancoso heeft onttrokken.
Op 16 juni 2026 heeft mr. Teitler, advocaat van XPMC c.s., de Ondernemingskamer bericht dat hij zich als advocaat van XPMC c.s. heeft onttrokken.
Op 17 juni 2026 heeft mr. Deppenbroek zich als advocaat gesteld voor XPMC c.s.
Eveneens op 17 juni 2026 heeft mr. Turksema, advocaat van Sentera Holding, de Ondernemingskamer namens Sentera Holding bericht dat – kort samengevat – volgens Sentera Holding Trancoso, gelet op de huidige stand van zaken, geen belang meer heeft bij het door haar ingediende enquêteverzoek en dat er (ook) voor Sentera Holding geen belang meer bestaat bij voortzetting van de procedure.
Op 26 juni 2026 heeft mr. Deppenbroek de Ondernemingskamer namens XPMC c.s. bericht dat – kort samengevat – volgens XPMC c.s. Trancoso geen, althans onvoldoende belang (meer) heeft bij behandeling en /of toewijzing van haar verzoek. XPMC c.s. beschikt niet over de liquide middelen om de kosten van een onderzoek te kunnen dragen, terwijl ook niet is gebleken dat Trancoso bereid en in staat is om de kosten van het onderzoek te dragen. In XPMC c.s. wordt feitelijk geen onderneming meer gedreven; na incasso van de nog bestaande vorderingen kan tot liquidatie worden overgegaan. Voorts heeft XPMC c.s. haar zelfstandige tegenverzoek verminderd, dat wil zeggen, afhankelijk gemaakt van de voorwaarde dat het verzoek van Trancoso wordt toegewezen.
2. De gronden van de beslissing
Bij de huidige stand van zaken is de Ondernemingskamer van oordeel dat met voortzetting van de onderhavige enquêteprocedure geen rechtens te respecteren belang meer wordt gediend. Trancoso heeft bij een beoordeling van en beslissing op haar verzoek dan geen belang meer. Datzelfde geldt voor het zelfstandige tegenverzoek van XPMC c.s. Trancoso en XPMC c.s. zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun respectievelijke verzoeken. De Ondernemingskamer ziet onder deze omstandigheden geen aanleiding een proceskostenveroordeling uit te spreken.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
verklaart Trancoso B.V., XPMC B.V., BAD-S B.V. en Brefamin B.V. niet-ontvankelijk in hun verzoeken.
Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. W.A.H. Melissen, raadsheren, en prof. dr. M.J.R. Broekema RV en mr. drs. F. Marring RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. G.M.C. van Breukelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.W.H. Vink op 10 juli 2026.