beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.360.996/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 10 juli 2026
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[enig aandeelhouder Group] ,
gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Maritime] SOLUTIONS B.V.,
gevestigd te [plaats] , België,
VERZOEKSTERS,
advocaat: mr. R.J.F, Roos en mr. L.K. Palmer, kantoorhoudende te Den Haag,
t e g e n
1. COÖPERATIEVE VERENIGING OFFSHORE COOPERATIE U.A.,
gevestigd te Geldermalsen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[enig aandeelhouder Holding] ,
gevestigd te [plaats]
VERWEERSTERS,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
L2HOLDING B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. J.A.M. van de Sande, kantoorhoudende te Rotterdam.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
1. Het verloop van het geding
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 18 juni 2026. Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer, voor zover thans van belang, een onderzoek bevolen naar de waarde van de door [enig aandeelhouder Group] en [Maritime] Solutions gehouden aandelen in L2Holding, per 18 juni 2026, althans een zo dicht mogelijk daarbij liggende door de deskundige te bepalen praktische datum, en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.
Bij e-mail van diezelfde dag heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen verzocht zich uit te laten over de vraag of zij wensen dat de Ondernemingskamer overgaat tot aanwijzing van een deskundige. Hierop is door [enig aandeelhouder Group] c.s. bevestigend gereageerd; Offco c.s. en L2Holding hebben niet gereageerd.
2. De gronden van de beslissing
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als deskundige, één en ander zoals bedoeld in haar beschikking van 18 juni 2026.
3. De beslissing
De Ondernemingskamer:
wijst aan als deskundige als bedoeld in de beschikking van 18 juni 2026 in deze zaak: ir. A.B. Sparrius CVA RV te Amsterdam.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. K. Spruitenburg, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.C.W. Wijffels, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.