ECLI:NL:GHAMS:2026:2212

ECLI:NL:GHAMS:2026:2212

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 11-08-2026
Datum publicatie 11-08-2026
Zaaknummer 200.358.306/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en bepaalt de kinderalimentatie op een lager bedrag en beperkt deze in duur vanwege het gebrek aan draagkracht aan de zijde van de vader als gevolg van zijn detentie.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.358.306/01

zaaknummer rechtbank: C/15/361422/FA RK 25-455

beschikking van de meervoudige kamer van 11 augustus 2026 in de zaak van

[de vader] ,

wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,

verblijvende in een penitentiaire inrichting,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.B. Chylinska te Zaandam,

en

[de moeder] ,

wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,

verweerster in hoger beroep,

verder te noemen: de moeder.

Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:

- de minderjarige [minderjarige 1] , hierna: [minderjarige 1] ,

- de minderjarige [minderjarige 2] , hierna: [minderjarige 2] ;

- de minderjarige [minderjarige 3] , hierna: [minderjarige 3] .

1. De zaak in het kort

De zaak gaat over de kinderalimentatie voor [minderjarige 1] (7 jaar), [minderjarige 2] (4 jaar) en [minderjarige 3] (2 jaar). De rechtbank heeft de kinderalimentatie bepaald op 250,- per kind per maand.

De vader is het daarmee niet eens en vindt dat het alimentatieverzoek van de moeder alsnog moet worden afgewezen, dan wel dat de kinderalimentatie op een lager bedrag moet worden bepaald, omdat hij onvoldoende inkomen heeft om de vastgestelde kinderalimentatie te kunnen voldoen.

De moeder heeft via haar voormalige advocaat laten weten geen verweer te zullen voeren.

Het hof beslist dat de kinderalimentatie op een lager bedrag wordt bepaald dan de rechtbank heeft gedaan en in duur wordt beperkt. Het hof legt hierna uit waarom.

2. De procedure in hoger beroep

De vader is op 20 augustus 2025 in hoger beroep gekomen van een gedeelte van de beschikking van 27 mei 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem (hierna: de rechtbank).

Het hof heeft daarnaast de volgende stukken ontvangen:

- een bericht van de zijde van de moeder van 10 december 2025, waarin mr. M. Kaouass (haar advocaat ten tijde van de procedure bij de rechtbank) aangeeft dat de moeder geen verweer zal voeren.

- een bericht van de zijde van de moeder van 19 januari 2026, waarin mr. M. Kaouass aangeeft dat hij zich niet stelt voor de moeder en van de rol wil worden gehaald.

De zitting heeft op 26 juni 2026 plaatsgevonden. Daarbij was aanwezig:

- de advocaat van de vader via een digitale videoverbinding in verband met het weeralarm code rood.

3. De feiten

Partijen zijn gehuwd [in] 2014 in [plaats B] , Marokko. Ten tijde van het huwelijk hadden zij de Marokkaanse nationaliteit. Op dit moment hebben zij allebei (in ieder geval) de Nederlandse nationaliteit.

Het huwelijk van partijen is op 22 oktober 2025 ontbonden door inschrijving van de (in zoverre niet) bestreden beschikking in de registers van de burgerlijke stand.

Tijdens het huwelijk van partijen zijn geboren:

- [minderjarige 1] , [in] 2018 te [gemeente] ,

- [minderjarige 2] , [in] 2022 te [gemeente] ,

- [minderjarige 3] , [in] 2024 te [gemeente] ,

(hierna de kinderen).

Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.

Bij de (in zoverre niet) bestreden beschikking is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken, de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder bepaald en het huurrecht van de echtelijke woning aan de moeder toegekend.

Uit het uittreksel van de Basisregistratie Natuurlijke Personen (BRP) blijkt dat de vader sinds 14 januari 2026 staat ingeschreven op het adres van een penitentiaire inrichting.

4. De omvang van het hoger beroep

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking, voor zover hier van belang, op verzoek van de moeder bepaald dat de vader met ingang van 27 mei 2025 € 250,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan haar dient de betalen. De vader is in die procedure niet verschenen.

De vader verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre, (primair) te bepalen dat het verzoek van de moeder inzake de alimentatie alsnog niet ontvankelijk wordt verklaard, althans dit verzoek wordt afgewezen, kosten rechtens en (subsidiair) te bepalen dat de vader met ingang van de datum van de beschikking in hoger beroep dan wel per 27 mei 2025 een bijdrage dient te leveren van € 17,- per kind per maand (€ 50,- per maand in totaal) althans een bedrag in goede justitie te bepalen.

5. De motivering van de beslissing

Het hof stelt vast dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat de Nederlandse rechter bevoegd is om van het alimentatieverzoek kennis te nemen. De rechtbank heeft Nederlands recht toegepast. Daartegen is geen grief gericht, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.

Het hof gaat voorbij aan de stelling van de vader dat de moeder niet-ontvankelijk is in haar verzoek tot kinderalimentatie, omdat zij in haar inleidende verzoekschrift niet zou hebben voldaan aan artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De vader heeft daartoe onvoldoende gesteld en bovendien nagelaten het inleidend verzoekschrift in het geding te brengen.

Het hof stelt vast dat de vader de behoefte van de kinderen niet heeft betwist.

In de bestreden beschikking heeft de rechtbank de ingangsdatum van de kinderalimentatie bepaald op 27 mei 2025. De vader heeft in hoger beroep verzocht een latere ingangsdatum te hanteren, te weten de datum van de door het hof te geven beschikking. Hoewel artikel 1:402 van het Burgerlijk Wetboek (BW) de rechter grote vrijheid laat bij het vaststellen van de ingangsdatum van de alimentatieverplichting, ziet het hof in hetgeen de vader heeft aangevoerd onvoldoende aanleiding om van een latere datum uit te gaan dan de datum van de bestreden beschikking. De vader heeft in ieder geval vanaf dat moment rekening kunnen houden met een onderhoudsverplichting.

De vader stelt dat hij over onvoldoende draagkracht beschikt om de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie te voldoen, omdat hij een WIA-uitkering ontvangt van € 11.401 bruto per jaar. Ter onderbouwing legt hij een jaaropgave 2024 en betaalspecificaties van de maanden januari tot en met juni 2025 over. De moeder voert in hoger beroep geen verweer.

Uit de door de vader overgelegde betaalspecificaties blijkt dat hij in 2025 een WIA-uitkering ontving van € 920,- bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Rekening houdend met de algemene heffingskorting bedraagt zijn netto besteedbaar inkomen (NBI) € 846,- per maand.

Omdat de vader een NBI heeft dat lager is dan € 1.875,- per maand, wordt zijn draagkracht vastgesteld aan de hand van de toepasselijke draagkrachttabel. Uitgaande van die tabel leidt het inkomen van de vader tot een beschikbare draagkracht van € 50,- per maand.

Ambtshalve is bekend bij het hof dat in het geval van detentie een WIA-uitkering uiterlijk na één maand wordt stopgezet. Nu de vader volgens het BRP-uittreksel per 14 januari 2026 staat ingeschreven op het adres van een penitentiaire inrichting en zijn raadsman heeft bevestigd dat hij in voorlopige hechtenis zit vanwege de verdenking van een niet nader genoemd ernstig strafbaar feit, gaat het hof ervan uit dat zijn WIA-uitkering per 1 februari 2026 is beëindigd en hij vanaf dat moment geen draagkracht meer heeft om kinderalimentatie te voldoen.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vader in de periode van 27 mei 2025 tot 1 februari 2026 een totaalbedrag van € 50,- per maand aan kinderalimentatie kan voldoen en dat hij vanaf 1 februari 2026 geen ruimte meer heeft voor het betalen van kinderalimentatie. Dat betekent dat de kinderalimentatie vanaf die datum op nihil zal worden gesteld.

Gelet op het beperkte inkomen aan de zijde van de vader houdt het hof geen rekening met een indexering per 1 januari 2026.

Volgens vaste rechtspraak geldt dat de rechter die een onderhoudsverplichting verlaagt met ingang van een vóór zijn uitspraak gelegen datum, aan de hand van hetgeen in de procedure is gebleken, dient te beoordelen in hoeverre een daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichting in redelijkheid kan worden aanvaard.

Niet is gebleken dat de vader sinds de bestreden beschikking kinderalimentatie heeft betaald aan de moeder. Voor zover de vader inmiddels meer aan kinderalimentatie zou hebben betaald en/of meer op hem is verhaald dan de kinderalimentatie die het hof zal vaststellen, kan van de moeder – gelet op het feit dat een dergelijke bijdrage van maand tot maand pleegt te worden verbruikt – in redelijkheid niet worden gevergd dat zij het meerdere terugbetaalt.

Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 27 mei 2025, voor zover het de kinderalimentatie betreft, en in zoverre opnieuw beschikkende:

bepaalt dat de vader aan de moeder met ingang van 27 mei 2025 tot 1 februari 2026 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] € 50,- per maand zal betalen en stelt de bijdrage vanaf 1 februari 2026 op nihil;

wijst het verzoek van de moeder voor het overige af;

met dien verstande dat, voor zover de vader over de periode vanaf 27 mei 2025 tot 1 februari 2026 meer heeft betaald en/of op hem is verhaald, de bijdrage tot 1 februari 2026 wordt bepaald op hetgeen door de vader is betaald en/of op hem is verhaald;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het in hoger beroep meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.C. Louwinger-Rijk, mr. M.T. Hoogland en mr. J.M.I. Vink, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Betlem als griffier en is op 11 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.E. Betlem

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl EB 2026/76
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand