ECLI:NL:GHAMS:2026:2266

ECLI:NL:GHAMS:2026:2266

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 10-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer 25/1618
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. De gemachtigde stuurt in de bezwaarfase het bewijs van betaling parkeerbelasting aan een no_reply-adres van de gemeente, gemachtigde reageert niet op verzoek heffingsambtenaar om het bewijs aan te leveren. In beroep heeft de gemachtigde het bewijs overgelegd. De heffingsambtenaar vernietigt de naheffingsaanslag. Heeft belanghebbende recht op proceskostenvergoeding voor de beroepsfase? Feit van algemene bekendheid dat een no_reply e-mailadres niet bedoeld is om berichten naartoe te sturen. Noodzaak instellen (hoger) beroep vloeit voort uit gedrag van de gemachtigde. Wijze van procederen van de gemachtigde roept vragen op. Mocht het beeld van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht in andere zaken van deze gemachtigde bevestigd worden kan dit leiden tot veroordeling in de kosten van de heffingsambtenaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 25/1618

10 augustus 2026

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. I.N.D.J. Rissema),

tegen de uitspraak van 12 mei 2025 in de zaak met kenmerk 23/4894 van de rechtbank Amsterdam in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de heffingsambtenaar.

(gemachtigde: mr. N.M. Kell).

1. Ontstaan en loop van het geding

De rechtbank heeft op 7 augustus 2023 een beroepschrift ontvangen dat is gericht tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar van 25 juli 2023. Op 24 oktober 2023 heeft belanghebbende het beroep ingetrokken en verzocht om de heffingsambtenaar te veroordelen in de proceskosten in beroep.

Bij uitspraak van 12 mei 2025 heeft de rechtbank het verzoek afgewezen.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij de griffie van het Hof ingekomen op 29 juni 2025. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

Op 28 november 2025 is van de kant van belanghebbende een nader stuk ingekomen bij de griffie van het Hof.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2026. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

De auto van belanghebbende met het kenteken [kenteken] 1stond op 6 februari 2023 geparkeerd op een plaats waar parkeerbelasting verschuldigd is.

Omdat de heffingsambtenaar dacht dat de parkeerbelasting niet was betaald is een naheffingsaanslag opgelegd.

De gemachtigde van belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffing, Als grond is daarbij aangevoerd: “Belanghebbende betwist dat sprake is geweest van parkeren, waardoor de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd.”

De gemachtigde van belanghebbende is op 20 april 2023 uitgenodigd voor een telefonisch te houden hoorzitting inzake (onder meer) dit bezwaar op 11 mei 2023 om 14:00 uur. De uitnodiging is verzonden vanaf een no reply e-mailadres.

Tijdens het hoorgesprek heeft de gemachtigde van belanghebbende aangegeven dat belanghebbende wel parkeerbelasting heeft betaald en dat het bewijs daarvan zou volgen.

Op 11 mei 2023 om 14:13 uur stuurt de gemachtigde van belanghebbende een betalingsbewijs naar het onder 2.4. bedoelde no reply e-mailadres.

Op 8 juni 2023 stuurt een medewerker bezwaren van de gemeente Amsterdam een e-mail naar de gemachtigde van belanghebbende met de volgende tekst: “Tijdens de hoorzitting van maandag 11 mei 2023 om 14:00 uur hebt u aangegeven bewijs te willen aanleveren voor dossier [nummer] [belanghebbende] . Echter hebben wij de aanvullende documenten nog niet ontvangen. Daarom willen wij u in de gelegenheid stellen om één week na dagtekening het bewijs aan te leveren.”

De gemachtigde van belanghebbende heeft niet gereageerd op de e-mail van 8 juni 2023.

Bij uitspraak op bezwaar van 25 juli 2024 is de naheffingsaanslag gehandhaafd.

In beroep heeft de gemachtigde van belanghebbende bewijs overgelegd van de betaling van de parkeerbelasting Uit dat bewijs volgt dat een onjuist kenteken was ingevoerd (nl. [kenteken 2] ). De heffingsambtenaar heeft vervolgens in het verweerschrift aangegeven de naheffingsaanslag te vernietigen omdat wel betaald was. Hierop heeft de gemachtigde van belanghebbende het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten in de fase van het beroep (art. 8:75a Awb).

3. Geschil in hoger beroep

Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of of belanghebbende recht heeft op proceskostenvergoeding voor de fase van het beroep.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en ter zitting van het Hof..

4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft het volgende overwogen en beslist:

Beoordeling

5. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een tegemoetkoming aan het beroep in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.

Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt afgewezen, omdat het aan eiser zelf te wijten is dat het beroep moest worden ingesteld. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom.

Eiser beschikte in de bezwaarfase al over het bewijs op grond waarvan verweerder later het beroep heeft ingetrokken. Eiser valt te verwijten dat het bewijs niet ter kennis van verweerder is gekomen. De gemachtigde van eiser heeft naar de rechtbank aanneemt wel beoogd om al in de bezwaarfase bewijs in te brengen, namelijk met de e-mail van 11 mei 2023. De gemachtigde heeft echter per ongeluk een ‘no-reply adres’ van verweerder gebruikt om dit bewijs naar verweerder te sturen. Eisers gemachtigde had via dit no-reply adres eerder in de procedure de uitnodiging voor de hoorzitting ontvangen, daarom heeft hij het gebruikt. Van een no-reply adres is het echter naar het oordeel van de rechtbank duidelijk dat het niet is bedoeld om berichten naar de eigenaar te sturen. Verweerder is, anders dan door eisers gemachtigde is betoogd, niet verplicht om desalniettemin kennis te nemen van antwoorden via een no-reply adres. Noch is verweerder gehouden om een no reply adres zo in te stellen dat de verzender een mededeling krijgt om hem te waarschuwen. En evenmin is verweerder verplicht om in die mededeling dan een juist antwoordadres te noemen. Het lag op de weg van eisers gemachtigde gebruik te maken van een juist adres. Dat wil zeggen dat vóór de verzending van de betreffende e-mail, de adressering had moeten worden gecontroleerd. Deze fout van eisers gemachtigde wordt aan eiser toegerekend.

Eisers gemachtigde heeft nog een kans gekregen de gemaakte fout te herstellen, namelijk met de herinneringsbrief van verweerder van 8 juni 2023. Daarin stond dat verweerder nog geen bewijs had ontvangen. Van de gemachtigde had mogen worden verwacht dat adequaat op de herinneringsbrief werd gereageerd. Bijvoorbeeld, door alsnog het verzendadres te controleren dat hij had gebruikt. Eisers gemachtigde heeft gesteld dat hij dat niet heeft gedaan, omdat verweerder wel vaker ten onrechte stelt post niet te hebben ontvangen. Het gaat echter niet aan enerzijds ten gunste van een cliënt de acties van verweerder te verwachten die hierboven zijn genoemd en tegelijkertijd een actie die verweerder juist verricht voor die cliënt, niet serieus te nemen.

6. Verweerder moet aan eiser het betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten af.

5. Beoordeling van het geschil

Het is van algemene bekendheid dat een no_reply e-mailadres niet bedoeld is om berichten naartoe te sturen. Dit blijkt ook onmiskenbaar uit de naam van het adres. De aanduiding ‘no_reply’ is glashelder.

Dat de e-mail met daarbij het betalingsbewijs die de gemachtigde van belanghebbende desalniettemin naar het no_reply e-mailadres heeft gezonden niet ter kennis van de heffingsambtenaar is gekomen is dan ook het gevolg van een evidente fout van de gemachtigde van belanghebbende.

Het moet de gemachtigde van belanghebbende ook kenbaar zijn geweest dat het betalingsbewijs de heffingsambtenaar niet had bereikt gelet op de e-mail van 8 juni 2023 aangehaald onder 2.7, waarvan de gemachtigde van belanghebbende de ontvangst niet heeft betwist. Het had in de rede gelegen dat hij op enigerlei wijze op die mail zou hebben gereageerd, bijvoorbeeld door het betalingsbewijs opnieuw te e-mailen.

Het Hof twijfelt er niet aan dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag in de bezwaarfase zou hebben vernietigd indien hij toen kennis had genomen van het betalingsbewijs. De omstandigheid dat dit niet gebeurt is komt geheel voor rekening van belanghebbende.

De noodzaak tot het instellen van (hoger) beroep vloeit uitsluitend voort uit het gedrag van de gemachtigde van belanghebbende: het verzenden van het betalingsbewijs naar een e-mailadres dat daar evident niet voor bedoeld is en het niet reageren op de e-mail van 8 juni 2023. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat belanghebbende geen recht heeft op proceskostenvergoeding.

De wijze van procederen van de gemachtigde van belanghebbende roept bij het Hof vragen op. Het indienen van een bezwaarschrift onder het aanvoeren van een grond die geen enkele relatie heeft met de feiten, het in deze en in een reeks van andere zaken in de bezwaarfase verzenden van e-mails met betaalbewijs op een wijze waarop deze de heffingsambtenaar niet bereiken, en het niet reageren op een e-mail waarin erop wordt gewezen dat hij nog geen bewijs heeft geleverd, roepen het beeld op dat de gemachtigde van belanghebbende er bewust op uit is een beroepsprocedure uit te lokken om - eerst dan - met het bewijs te komen in de verwachting een proceskostenveroordeling in de wacht te kunnen slepen. Dergelijk handelen kwalificeert als kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Mocht dit beeld in andere zaken van deze gemachtigde bevestigd worden dan kan dit ertoe leiden dat het Hof de desbetreffende belanghebbende – aan wie dergelijk gedrag moet worden toegerekend – in de kosten van de heffingsambtenaar zal veroordelen.

Slotsom

Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het hoger beroep van belanghebbende ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

6. Kosten

Een veroordeling in de kosten in verband met de behandeling van het hoger beroep op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 8:108 van die wet vindt niet plaats.

7. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. F.J.P.M. Haas, voorzitter, M.J. Leijdekker en J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 10 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2026/1691 NDFR Nieuws 2026/1309
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand