ECLI:NL:GHAMS:2026:2274

ECLI:NL:GHAMS:2026:2274

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 18-08-2026
Zaaknummer 200.367.821/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

‘Beschermingsbewind (art. 1:431 BW). Wie zijn belanghebbenden als bedoeld in art. 798 lid 2 Rv.? Kan oproeping van belanghebbenden voor de mondelinge behandeling in hoger beroep achterwege worden gelaten?’

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.367.821/01

zaaknummer rechtbank: 11983011 BM VERZ 25-2590 KG

beschikking van de meervoudige kamer van 18 augustus 2026 in de zaak van

[rechthebbende] ,

wonende te [plaats A] ,

verzoeker in hoger beroep,

hierna: de rechthebbende

advocaat: mr. W.P.A. Vos te Amsterdam,

Het hof heeft als belanghebbenden aangemerkt:

- GGZ Noord-Holland Noord als verzoeker in eerste aanleg; en

- [naam 1] en [naam 2] , vennoten van 072 Bewind en Inkomensbeheer (hierna: de bewindvoerders).

1. De zaak in het kort

De zaak gaat over de vraag of een bewind over de goederen van de rechthebbende nodig is. De kantonrechter heeft de goederen van de rechthebbende onder bewind gesteld.

De rechthebbende is het daar niet mee eens en wil dat het verzoek tot onderbewindstelling wordt afgewezen. Ook wil hij dat het hof niet overgaat tot het oproepen van zijn ouders en zijn zeven broers en zussen als belanghebbenden in deze zaak. Deze beschikking gaat enkel over de vraag of het hof deze familieleden voor de verdere behandeling van de zaak zal oproepen.

2. De procedure in hoger beroep

De rechthebbende is op 20 april 2026 in hoger beroep gekomen van een beschikking van

3 februari 2026 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar (hierna: de kantonrechter).

Op 24 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Die behandeling ging enkel over de vraag of de ouders, broers en zussen van rechthebbende moeten worden aangemerkt en opgeroepen als belanghebbenden in deze zaak. Bij die behandeling waren aanwezig:

- de advocaat van de rechthebbende;

- [naam 3] en [naam 4] namens GGZ Noord-Holland;

- [naam 2] namens de bewindvoerders.

Op verzoek van de bewindvoerders, en met instemming van alle aanwezigen, heeft de zitting plaatsgevonden via een videoverbinding, mede omdat de zitting een voorvraag betreft en op voorhand bekend was dat de rechthebbende zelf niet daaraan zou deelnemen.

3. De feiten

De rechthebbende is geboren [in] 1986 te [in] . Hij heeft twee kinderen, die nog minderjarig zijn.

Zijn moeder is [naam 5] , geboren in 1967, zijn vader is [naam 6] , geboren in 1954.

Hij heeft zeven (meerderjarige) broers en zussen, te weten [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] , [naam 10] , [naam 11] , [naam 12] , en [naam 13] .

4. De omvang van het hoger beroep

De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking de goederen van de rechthebbende onder bewind gesteld als gevolg van de lichamelijke of geestelijke toestand van de rechthebbende met benoeming van [naam 1] en [naam 2] , vennoten van 072 Bewind en Inkomensbeheer tot bewindvoerders.

De rechthebbende verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het verzoek tot onderbewindstelling af te wijzen. De rechthebbende verzoekt verder dat het hof voor de behandeling geen belanghebbenden uit zijn familiekring oproept.

5. De motivering van de beslissing

De rechthebbende verzoekt het hof zijn familieleden niet als belanghebbenden op te roepen omdat hij weinig contact met hen heeft en hen niet met deze procedure wil belasten. De advocaat van rechthebbende heeft ter zitting nader aangevoerd dat bij de kantonrechter in geval van een verzoek tot onderbewindstelling de familieleden vaak niet worden gehoord. Dat is in dit geval ook niet gebeurd. Als dat in hoger beroep wel gebeurt, kan dat bij een verzoek tot onderbewindstelling voor nare situaties zorgen. Bijvoorbeeld als er geen contact meer is en de rechthebbende wil dat zijn omstandigheden privé blijven. Het horen van familieleden kan de verhoudingen dan op scherp zetten. Het is daarom niet wenselijk dat dat automatisch gebeurt en het is in dit geval niet in het belang van de rechthebbende. De rechthebbende ziet geen meerwaarde bij het betrekken en horen van de familie op dit verzoek. Hij is heel goed in staat te beoordelen wat wel en niet kan. Voor hem is dit een privéaangelegenheid. De familieleden zouden ook niet worden geschaad in hun belangen als zij niet gehoord worden. Het horen van familieleden zou bovendien afbreuk kunnen doen aan de behandelrelatie van de GGZ met de rechthebbende en diens relatie met de bewindvoerders.

Desgevraagd heeft de advocaat van rechthebbende verklaard dat het hoger beroep zich alleen richt tegen de instelling van het bewind als zodanig, niet tegen de persoon van de benoemde bewindvoerder(s).

GGZ Noord-Holland heeft ter zitting desgevraagd beaamd dat mogelijk schade in de behandelrelatie zou kunnen ontstaan op het moment dat de familie ook betrokken zou moeten worden. Betrokkene heeft met een aantal familieleden geen contact, met andere wel, met name met zijn moeder, en hij wil graag uitstralen dat men zich over hem geen zorgen behoeft te maken.

De bewindvoerder heeft verklaard dat er voldoende informatie is om inhoudelijk over bewind te oordelen. Inbreng van familieleden is daarvoor niet nodig.

Het hof overweegt als volgt. Artikel 798 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt, in aanvulling op het eerste lid daarvan, dat in zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap (zoals deze zaak) onder belanghebbenden worden verstaan de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel en de kinderen of, bij gebreke van dezen, de ouders, broers en zusters van degene wiens curatele, goederen of mentorschap het betreft. Deze bepaling is in de wet opgenomen als gevolg van de Wet van 7 juli 1994 tot herziening van het procesrecht in zaken van personen- en familierecht (Stb 1994, 570). Uit de Memorie van Toelichting bij deze wet (Kamerstukken II 1991/92, 22 487, nr 3, p. 8) blijkt dat in zaken van (toen nog) curatele en bewind een aantal personen uit de familiekring van de rechthebbende destijds al de wettelijke mogelijkheid had om aan een dergelijke zaak deel te nemen (zie onder meer de artikelen 884 en 894 Rv (oud)). De regering wilde deze mogelijkheid bestendigen, om welke reden in artikel 798 lid 2 Rv het begrip belanghebbende nader is gespecificeerd op een wijze die volgens de regering aansloot bij de praktijk onder de genoemde artikelen 884 en 894 Rv (oud). Dit hield onder meer in dat in deze zaken onder omstandigheden ook broers en zusters van de rechthebbende in rechte kunnen optreden, ook als zij geen belanghebbende zouden zijn in de zin van het bij diezelfde wet geïntroduceerde (restrictieve) artikel 798 lid 1 Rv.

De rechthebbende heeft geen echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel, maar wel twee minderjarige kinderen. Naar de letter van artikel 798 lid 2 Rv zou dat betekenen dat zijn ouders, broers en zusters geen belanghebbenden zijn. Uit genoemde parlementaire geschiedenis blijkt echter dat de wetgever heeft bedoeld dat de ouders, broers en zusters van de rechthebbende als belanghebbenden worden aangemerkt als de rechthebbende noch een echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel noch meerderjarige kinderen heeft, omdat art. 894 Rv (oud) bepaalde dat in dat geval het verzoekschrift tot onderbewindstelling ook de ouders, broers en zusters diende te vermelden. Dit betekent dat in deze zaak uitgangspunt is dat de ouders en de zeven broers en zusters van rechthebbende belanghebbenden zijn. De vraag is dan of zij ook daadwerkelijk moeten worden opgeroepen.

Zoals de Hoge Raad in zijn beschikking van 20 december 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1892, rov. 3.2) heeft overwogen, geldt in zaken van curatele, onderbewindstelling en mentorschap dat – tenzij de rechter zich aanstonds onbevoegd verklaart of het verzoek aanstonds toewijst – de in artikel 798 lid 2 Rv genoemde belanghebbenden worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling, dat aan hen, voor zover hun woonplaats bekend is, daarbij een afschrift van het verzoekschrift wordt gezonden en dat zij het recht hebben een verweerschrift in te dienen (art. 800 lid 1 Rv en art. 282 lid 1 Rv). Dat geldt ook in hoger beroep (art. 361 lid 1 en lid 3 Rv en art. 362 Rv).

Het is niet duidelijk of de Hoge Raad met deze ongeclausuleerde overweging afstand heeft genomen van zijn oudere jurisprudentie, die advocaat-generaal mr. Ibili in zijn conclusie bij bovengenoemde zaak van 13 september 2024 (ECLI:NL:PHR:2024:918, nr. 4.4) heeft uiteengezet. Uit die oudere jurisprudentie volgt dat er voor de rechter geen (absolute) verplichting bestaat tot oproeping van de belanghebbenden, met dien verstande dat de rechter de eisen van een behoorlijke rechtspleging in acht zal moeten nemen (HR 10 september 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1056, rov. 3.3) en dat het achterwege laten van de oproeping van een belanghebbende in strijd kan komen met het beginsel van hoor en wederhoor (HR 19 mei 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0788, rov. 3.4), zeker indien aannemelijk is dat deze wederpartij door de beslissing rechtstreeks in haar belangen kan worden geschaad (HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ7322, rov. 3.7). Het hof merkt hier evenwel op dat deze oudere jurisprudentie van de Hoge Raad geen betrekking had op zaken van curatele, bewind of mentorschap waarop artikel 798 lid 2 Rv van toepassing is.

Het voorgaande brengt mee dat de ouders en zeven broers en zusters als belanghebbenden in beginsel moeten worden opgeroepen voor de mondelinge behandeling. De door de rechthebbende aangevoerde omstandigheden, die in de kern erop neerkomen dat hij niet wil dat zijn familieleden op de hoogte raken van het ingestelde bewind, zijn onvoldoende om een uitzondering daarop te rechtvaardigen. Dat geldt ook voor de gestelde mogelijke schade aan de behandelrelatie. Onvoldoende is toegelicht waaruit die schade zou kunnen bestaan en welke gevolgen dat dan zou hebben. Tot slot brengt ook de omstandigheid dat de rechthebbende zich niet verzet tegen de voorgestelde – professionele – bewindvoerder(s) niet mee dat de door de wet als belanghebbenden aangewezen familieleden van de procedure onkundig zouden moeten worden gelaten.

Het hof zal daarom beslissen dat de griffier de ouders en zeven broers en zusters van de rechthebbende als belanghebbenden zal oproepen voor een nog nader te bepalen mondelinge behandeling en aan hen een termijn zal geven voor het indienen van een verweerschrift als hierna te bepalen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Het hof kan zich echter voorstellen dat deze beslissing voor de rechthebbende aanleiding kan zijn om het hoger beroep niet door te zetten. Het hof zal daarom bepalen dat de griffie bedoelde familieleden niet eerder dan twee weken na de datum van deze beschikking zal benaderen. Indien de rechthebbende binnen die termijn het hoger beroep intrekt, eindigt de zaak en zal het hof de betrokken familieleden niet op de hoogte stellen.

6. De beslissing

Het hof:

bepaalt dat de ouders, broers en zussen van rechthebbende (hiervoor genoemd onder rov. 3.2) als belanghebbenden worden aangemerkt;

beveelt dat de griffier, niet eerder dan twee weken na de datum van deze beschikking, de rechthebbende alsmede alle belanghebbenden oproept tegen een nader te bepalen mondelinge behandeling, onder toezending van een afschrift van het beroepschrift van de betrokkene en van deze beschikking, en met de mededeling aan ieder van de belanghebbenden dat deze tot tien dagen voor die mondelinge behandeling een verweerschrift kan indienen door tussenkomst van een advocaat;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.V.T. de Bie, mr. A.N. van de Beek en

mr. S. van Gestel, in tegenwoordigheid van de griffier, en is op 18 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken door de oudste raadsheer.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Personen- en familierecht 2026/513
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand