ECLI:NL:GHAMS:2026:2307

ECLI:NL:GHAMS:2026:2307

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 31-03-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 23-002798-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Medeplegen van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing en medeplegen van witwassen van geldbedragen, sieraden en een tas. Recidive. Overschrijding redelijke termijn. Geen rekening gehouden met buitenlandse veroordeling in het kader van art. 63 Sr. Vorderingen benadeelde partij toegewezen. Gvs 5 jaar en 5 maanden m.a.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte en door het openbaar ministerie is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

1. primairhij op of omstreeks 28 december 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een ontploffing teweeg heeft gebracht door een (zwaar) explosief/explosieven (een cobra 6) en/of een plastic fles met ontbrandbare vloeistof, aan de voordeur van een woning aan de [adres 1] te bevestigen, althans in de directe nabijheid van de voordeur van de woning aan de [adres 1] , met open vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken en/of tot ontbranding te brengen waardoor deze aldaar tot ontploffing kwam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (het raam en/of de kozijnen van) de woning aan de [adres 1] , en/of aangrenzende/omliggende woningen, en/of in die woning(en) aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 1] en/of een of meer omwonende(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

1. subsidiair[medeverdachte 1] op of omstreeks 28 december 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een ontploffing teweeg heeft gebracht door een (zwaar) explosief en/of een plastic fles met ontbrandbare vloeistof, aan de voordeur van een woning aan de [adres 1] te bevestigen, althans in de directe nabijheid van de voordeur van de woning aan de [adres 1] , met open vuur in aanraking te brengen en/of aan te steken en/of tot ontbranding te brengen waardoor deze aldaar tot ontploffing kwam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor (het raam en/of de kozijnen van) de woning aan de [adres 1] , en/of aangrenzende/omliggende woningen, en/of in die woning(en) aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 1] en/of een of meer omwonende(en), in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was;

welk feit door verdachte op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 december 2022 tot en met 28 december 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, door giften en/of beloften en/of door misbruik van gezag en/of geweld en/of bedreiging en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, opzettelijk is uitgelokt, immers heeft verdachte

- het plan geïnitieerd en/of besproken om achter [slachtoffer] aan te gaan en/of die [slachtoffer] te volgen en/of

- die [medeverdachte 1] aangemoedigd om geweld te plegen tegen die [slachtoffer] en/of

- die [medeverdachte 1] opgejaagd/opgehitst door te zeggen dat [medeverdachte 1] geen bloed wil zien en/of te zeggen dat die [slachtoffer] al gevuurd moest worden en/of

- die [medeverdachte 1] een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld als [medeverdachte 1] op die [slachtoffer] schiet en/of de auto van die [slachtoffer] opblaast en/of

- ingestemd met het plan om een ontploffing in/bij de woning van [slachtoffer] teweeg te brengen (‘osso te bossen’) en die [medeverdachte 1] een geldelijke beloning in het vooruitzicht gesteld;

2.Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 5 augustus 2021 tot en met 19 februari 2023, te Amsterdam en/of Aalsmeer en/of Londen, in elk geval in Nederland en/of Verenigd Koninkrijk, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van (een) voorwerp(en) te weten:

- een of meerdere contante geldbedrag(en) met een totale waarde van 103.000 euro (p. 47) en/of

- een rosékleurige Rolex Datejust (goednummer 759893) en/of het bijbehorende echtheidscertificaat (goednummer 759892) en/of

- een goud/zilverkleurig Rolex Sky Dweller, Oyster (p. 166 insluitingsfouillering [verdachte] , goednummer 759729) en/of het bijbehorende echtheidscertificaat (goednummer 759891) en/of

- een Rolex Datejust (p. 169, goednummer 759835) en/of het bijbehorende echtheidscertificaat (goednummer 759806) en/of

- een rosékleurige Rolex (p. 142) en/of

- een goudkleurige ketting met hanger van een kruis (die was) ingelegd met diamanten (p. 166 insluitingsfouillering [verdachte] ) en/of

- een of meerdere contante geldbedrag(en) met een totale waarde van 1.175 euro (p. 166 insluitingsfouillering [verdachte] ) en/of

- een rosé/goudkleurige ketting met steentjes (p. 169 in koffer) en/of

- een rosé/goudkleurige armband met steentjes (p. 169 in koffer) en/of

- een tas van het merk Louis Vuitton en/of een tas van het merk Balenciaga en/of een tas van het merk Yves Saint Laurent (p. 168 in koffer),

de werkelijke aard en/of de herkomst en/of vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op voornoemd(e) voorwerp(en) was en/of voornoemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad en/of voornoemde voorwerp(en), heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde voorwerp(en) gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dit/die voorwerp(en) – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 2, de strafoplegging, het beslag en de vorderingen benadeelde partij tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Partiële vrijspraak ten aanzien van feit 2

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat feit 2 wettig en overtuigend kan worden bewezen conform de bewezenverklaring van de rechtbank. De verklaring van de getuige [getuige] bij de raadsheer-commissaris maakt dat volgens de advocaat-generaal niet anders. De getuige [getuige] heeft verklaard dat hij de sieraden, die onder het achtste en negende gedachtestreepje ten laste zijn gelegd, heeft uitgeleend aan de verdachte. De advocaat-generaal acht die verklaring ongeloofwaardig.

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep alleen verweer gevoerd ten aanzien van de ketting met steentjes (achtste gedachtestreepje) en de armband met steentjes (negende gedachtestreepje). De verdachte dient te worden vrijgesproken van het witwassen van die sieraden, aangezien hij de sieraden in bruikleen had van de getuige [getuige] , aldus de verdediging. De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep beeld- en videomateriaal overgelegd ter onderbouwing van die verklaring.

Het hof zal de verdachte vrijspreken van het witwassen van de hiervoor bedoelde ketting en armband telkens met steentjes, nu niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat die sieraden van misdrijf afkomstig zijn. Het hof heeft daarbij acht geslagen op de door [getuige] afgelegde verklaring bij de raadsheer-commissaris en het door de verdediging overgelegde beeldmateriaal. Daarnaast zal het hof de verdachte vrijspreken van het witwassen van een rosékleurige Rolex zoals ten laste gelegd onder het vijfde gedachtestreepje, aangezien sprake is van een dubbeltelling in de tenlastelegging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primairhij op 28 december 2022 te Amsterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door een zwaar explosief (een cobra 6 en een plastic fles met ontbrandbare vloeistof), aan de voordeur van een woning aan de [adres 1] te bevestigen en aan te steken, waardoor deze aldaar tot ontploffing kwam, terwijl daarvan gemeen gevaar voor het raam en de kozijnen van de woning aan de [adres 1] en aangrenzende/omliggende woningen en in die woning aanwezige goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor [benadeelde partij 1] en omwonenden te duchten was;

2.hij in de periode 5 augustus 2021 tot en met 19 februari 2023 te Amsterdam en Londen tezamen en in vereniging met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers hebben verdachte en zijn mededaders voorwerpen te weten:

- een geldbedragen met een totale waarde van 103.000 euro (p. 47) en

- een rosékleurige Rolex Datejust (goednummer 759893) en het bijbehorende echtheidscertificaat (goednummer 759892) en

- een goud/zilverkleurig Rolex Sky Dweller, Oyster (p. 166 insluitingsfouillering [verdachte] , goednummer 759729) en het bijbehorende echtheidscertificaat (goednummer 759891) en

- een Rolex Datejust (p. 169, goednummer 759835) en het bijbehorende echtheidscertificaat (goednummer 759806) en

- een goudkleurige ketting met hanger van een kruis (die was) ingelegd met diamanten (p. 166 insluitingsfouillering [verdachte] ) en

- een contante geldbedrag met een totale waarde van 1.175 euro (p. 166 insluitingsfouillering [verdachte] ) en

- een tas van het merk Louis Vuitton en een tas van het merk Balenciaga en een tas van het merk Yves Saint Laurent (p. 168 in koffer),

verworven en voorhanden gehad en overgedragen en omgezet terwijl verdachte en zijn mededaders, wisten dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen onder 1 primair en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals weergegeven in de bij dit arrest gevoegde bijlage met bewijsmiddelen.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan de verdachte de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht bij de strafoplegging rekening te houden met de bepleite vrijspraak ten aanzien van de sieraden en met de veroordelingen van de verdachte in het buitenland.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het tot ontploffing brengen van zwaar vuurwerk aan een voordeur in een woonwijk in het midden van de nacht. De ontploffing heeft schade aan de woning veroorzaakt. Hoewel de verdachte niet degene is geweest die het vuurwerk bij de voordeur heeft geplaatst, heeft hij wel een essentiële en (aan)sturende rol gehad. Gemeenten in Nederland worden steeds vaker opgeschrikt door explosies bij woningen en panden. Het teweegbrengen van ontploffingen

is een ernstige verstoring van het veiligheidsgevoel van de bewoners en omwonenden, omdat het vaak tot doel heeft personen te intimideren. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van ruim € 100.000,00 en diverse luxegoederen. Witwassen vormt een bedreiging voor de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Daarnaast houdt het hof rekening met de proceshouding van de verdachte. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte geen spijt betuigd en ook geen enkel inzicht getoond in het kwalijke karakter van zijn handelen. Enkel over de twee hiervoor besproken sierraden heeft de verdachte willen verklaren. Voor het overige heeft hij zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 3 maart 2026 is hij eerder onherroepelijk veroordeeld voor feiten die soortgelijk zijn aan witwassen.

De aard en de ernst van de feiten rechtvaardigen naar het oordeel van het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van in beginsel vijf jaren en zes maanden.

Het hof stelt evenwel vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 24 oktober 2023 hoger beroep ingesteld en het hof spreekt dit arrest uit op 31 maart 2026. Het gaat daarmee om een overschrijding van ongeveer vijf maanden. Vanwege de overschrijding ziet het hof aanleiding de straf te matigen. Voorts houdt het hof rekening met het feit dat de verdachte in hoger beroep is vrijgesproken van het witwassen van de ketting en armband met steentjes.

Artikel 63 Sr

De verdediging heeft bij het bespreken van het strafblad van de verdachte, gedateerd 3 maart 2026, kenbaar gemaakt dat dit niet volledig is. De verdachte is, buiten de veroordeling op 13 december 2024 in België zoals vermeld op het strafblad, op 16 juni 2025 in België onherroepelijk veroordeeld voor een drietal feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren. De drie feiten hebben betrekking op het medeplegen van foltering met verzwarende omstandigheden, het medeplegen van wederrechtelijke gevangenhouding en het deel uitmaken van een criminele organisatie. De verdediging heeft ter zitting in hoger beroep het Belgische vonnis ter inzage aangeboden aan het hof en de advocaat-generaal.

De verdediging heeft verzocht om bij de strafoplegging de veroordelingen van de verdachte in België in aanmerking te nemen en heeft daarbij verwezen naar: het Kaderbesluit 2008/675/JBZ betreffende de wijze waarop bij een nieuwe strafrechtelijke procedure rekening wordt gehouden met veroordelingen in andere lidstaten van de Europese Unie, Kamerstukken inzake de implementatie van genoemd Kaderbesluit, rechtspraak van de Hoge Raad en een conclusie van procureur-generaal Spronken.

De advocaat-generaal heeft als haar standpunt kenbaar gemaakt dat bij haar vordering in het kader van artikel 63 Sr de twee veroordelingen door de kantonrechter van 19 januari 2023 in aanmerking zijn genomen. Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 31 maart 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BG9198) heeft de advocaat-generaal echter aangegeven dat een buitenlandse veroordeling niet een veroordeling oplevert als bedoeld in artikel 63 Sr. In haar vordering is dan ook met de buitenlandse veroordelingen geen rekening gehouden.

Het hof stelt vast dat de implementatie van het Kaderbesluit in beginsel geen wijziging heeft aangebracht ten aanzien van het feit dat artikel 63 Sr niet van toepassing is op vroegere veroordelingen uit een andere lidstaat van de Europese Unie. Wel is in dat kader overwogen en ook door procureur-generaal Spronken opgemerkt, dat de rechter buitenlandse veroordelingen in aanmerking kan nemen. Het hof is echter van oordeel dat in de strafzaak tegen de verdachte met de buitenlandse veroordelingen geen rekening dient te worden gehouden, gelet op de ernst van met name het eerste feit waarvoor de verdachte thans wordt veroordeeld. Uiteraard worden – in het kader van artikel 63 Sr – de beide veroordelingen door de kantonrechter van 19 januari 2023 bij de strafoplegging in aanmerking genomen.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en vijf maanden passend en geboden. Het hof overweegt daarbij dat indien de redelijke termijn voor de berechting niet zou zijn overschreden een gevangenisstraf van vijf jaren en zes maanden zou zijn opgelegd.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel

Evenals de rechtbank overweegt het hof als volgt. Door de reclassering is aanvullend gerapporteerd met betrekking tot de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, in die zin dat de effectiviteit van een dergelijke maatregel hoogstwaarschijnlijk minimaal zal zijn. Het hof ziet daarom geen aanleiding om aan de verdachte ook een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen.

Beslag

Verbeurdverklaring

Het onder 2 bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot de op de beslaglijst onder 1 tot en met 5, 8 tot en met 12 en 14 tot en met 16 in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de verdachte toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.

Onttrekking aan het verkeer

Het op de beslaglijst onder 13 in beslag genomen rijbewijs behoort de verdachte toe. Het is gebleken dat dit een vals rijbewijs betreft. Het hof zal het rijbewijs onttrekken aan het verkeer, aangezien het bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De op de beslaglijst onder 6 en 7 in beslag genomen sierring en armband zijn nog niet teruggegeven. Nu niet vaststaat aan wie de sierraden toebehoren, zal het hof beslissen dat deze voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende zullen worden bewaard.

Vorderingen benadeelde partijen

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 4.000,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof komt een schadevergoeding van € 4.000,00 billijk voor. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2022.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 4.000,00 wegens immateriële schade als gevolg van aantasting in de persoon op andere wijze. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Het hof komt een schadevergoeding van € 4.000,00 billijk voor. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 december 2022.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 63, 157 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 5 (vijf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. STK Tas (Omschrijving: PL1300-2023040210- AD1R023001_759828, wit, 1 merk: Louis Vuitton); 2. 1 STK Tas (Omschrijving: PL1300-2023040210- AD1R023001_759829, zwart, merk: Yves Saint Laurant);

3. 1 STK Tas (Omschrijving: PL1300-2023040210- AD1R023001_759830, wit, merk: Balenciaga);

4. 1 STK Sierring (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759729, Rolex);

5. 1 DS Doos (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759891);

8. 1 STK Horloge (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759835, Rolex);

9. 1 STK Sierring (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759800, goudkleurig);

10. 1 STK Kaart (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759806, rolex);

11. 1 DS Doos (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759892);

12. 1 STK Horloge (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759893, rose goud);

14. 8 STK Band (Omschrijving: PL1300-2023040210-G6304827);

15. 1175 EUR; IBGN 19-02-2023 (Omschrijving: Pl1300-AD1r023001_759727);

16. 12900 EUR; IBGN 19-02-2023 (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_759862).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

13. 1 STK Rijbewijs (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759807).

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

6. 1 STK Sierring (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759833, rose goud);

7. 1 STK Armband (Omschrijving: PL1300-AD1R023001_G759834, rose goud).

Het hof merkt hierbij op dat nummer 6 niet een sierring betreft maar een dikke ketting van roségoud met daarin steentjes. Het betreft goednummer 759833 (p. 9 proces-verbaal van relaas witwassen en kennisgeving van inbeslagneming gedateerd 20 februari 2022, nr. 6)

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd

[benadeelde partij 1] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.000,00 (vierduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 28 december 2022.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 4.000,00 (vierduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 28 december 2022.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. M.J.A. Plaisier en mr. H. Sytema, in tegenwoordigheid van

mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

31 maart 2026.

Mr. J.W.H.G. Loyson en mr. H. Sytema zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

Bijlage: de bewijsmiddelen

Ten aanzien van feit 1

1. Het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde partij 1] van 28 december 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 5 en 6, Zaaksdossier [dossier]).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de aangever:

Ik ben woonachtig op [adres 1] . Op woensdag 28 december 2022 rond 02:35 uur werden mijn vrouw en ik wakker van een enorme knal vlakbij ons. Ik ging eerst bij het raam kijken en opeens rook ik een soort diesel lucht. In de woning lag vooral glas binnen, maar het raam heeft vooral brandschade en de kozijnen zijn kapot.

2. Het proces-verbaal van bevindingen camerabeelden en zicht op verdachten van 3 januari 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 13 tot en met 26, Zaaksdossier [dossier]).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant:

Van de bewoners van [adres 1] heeft het onderzoeksteam camerabeelden

ontvangen van hun ring deurbel. Deze beelden zijn vervolgens veiliggesteld en zullen hieronder worden omschreven. Tevens is uit onderzoek gebleken dat de straat [straat 1] alleen bereikbaar is via de [straat 2] . Bij binnenkomst van de [straat 2] is een [winkel 1] gevestigd. Van de [winkel 1] zijn vervolgens camerabeelden gevorderd en veiliggesteld.

Op 28 december 2022 om 02.24 uur zag ik op de camera van de personeelsingang dat de

donkerkleurige Audi A1 voorbij reed in de richting van [straat 1] . Op 28 december 2022 om 02.27 uur zag ik dat de donkerkleurige Audi A1 uit de richting van [straat 1] terug kwam rijden. Ik zag dat de Audi A1 vlak voor de camera van de personeelsingang tot stilstand kwam. Op 28 december 2022 om 02.28 uur zag ik dat de bestuurder van de Audi A1 achteruit begon te rijden. Ik zag vervolgens dat het voertuig voorzien was van het volgende kenteken: [kenteken 1] . Ik zag dat de bestuurder van de donkerkleurige Audi A1 achterwaarts inparkeerde. Vervolgens zag ik dat er twee personen uit het voertuig stapten. Ik zag dat de bestuurder in de richting van de zij ingang van de [winkel 1] begon te lopen. Ik zag dat de passagier in de richting van [straat 1] begon te lopen. Ik zal de bestuurder verder in dit proces-verbaal NN1 noemen. Ik zal de passagier verder in dit proces-verbaal NN2 noemen.

Op 28 december 2022 om 02.32 uur zag ik op de camera van de achterzijde dat NN1 terug

kwam lopen. Ik zag dat NN1 terugliep in de richting van de geparkeerde Audi A1. Ik zag dat NN1 een mobiele telefoon in zijn rechterhand vasthield. Op 28 december 2022 om 02.35 uur zag ik dat NN2 in beeld aan kwam lopen. Ik zag dat NN2 een witte tas bij zich droeg. Ik herkende de tas als zijnde een tas van de [winkel 2]. Ik zag dat NN2 iets in de witte [winkel 2] tas ontstak. Ik zag dat er een felle flitslicht uit de tas kwam. Vervolgens zag ik dat NN2 wegrende. Ik zag dat de witte tas begon te ontbranden en er een flinke knal kwam. Door de explosie vat de voorzijde van het pand vlam.

Door opvallend rijgedrag heeft de politie eenheid van Zaanstreek Waterland besloten het

voertuig te onderwerpen aan een controle. In het voertuig zaten de volgende personen:

Bestuurder:

[medeverdachte 1] , geboren 0p [geboortedag 2] -2000 te [geboorteplaats 2]

Passagier:

[medeverdachte 2] , geboren te [geboortedag 3] -2000 in [geboorteplaats 3]

Op de beelden van de bodycam zag ik dat de signalementen van verdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] exact overeenkomen met het signalement van NN1 en NN2 uit de beelden van de [winkel 1] en ringdeurbel met betrekking tot de explosie op de [adres 1] .

3. Het proces-verbaal van bevindingen nader onderzoek in chat over [slachtoffer] van 27 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 458 tot en met 474, Proces-verbaal Relaas deel 5).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant:

In dit proces-verbaal wordt data beschreven die afkomstig is uit de inbeslaggenomen telefoon van [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 2000 te [geboorteplaats 2].

Uit onderzoek bleek dat [medeverdachte 1] in [plaats] gebruik maakte van het account ‘ [account 1] ’ en contact maakte met ‘ [account 2] ’. Het laatstgenoemde account

werd vermoedelijk gebruikt door [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1996 te [geboorteplaats 1] .

Opmerking verbalisant: [verdachte] zegt vermoedelijk dat hij bereid is om 20.000 euro te betalen, maar dan wel alléén als ‘ [slachtoffer] ’ daarbij wordt geraakt. [verdachte] zegt dat hij met zijn aansturende rol dan 10.000 euro kan verdienen en de uitvoerder(s) 10.000 euro.

4. Het proces-verbaal van bevindingen Onderzoek in [plaats] chatgroep “ [account 1] – [persoon 1] ” over de explosie bij de woning [straat 1] op 28 december 2022 van 9 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 98 tot en met 108, Proces-verbaal Relaas deel 3, Voorgeleidingsdossier).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant:

In dit proces-verbaal wordt data beschreven die afkomstig is van de inbeslaggenomen telefoon van [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedag 2] 2000 te [geboorteplaats 2]

Uit de inhoud van de chatberichten ontstaat het vermoeden dat [medeverdachte 1] een vuurwapen bij zich had gelet op zijn bericht van 27 december 2022 omstreeks 18:43 uur (in [plaats] gegeven tijd): “Ben met pipe ook,” en de foto die hij even later deelde waarop te zien is dat iemand een vuurwapen tussen zijn benen heeft liggen.

Op de door [medeverdachte 1] gedeelde foto las ik GE-markering 0163. Deze markering is passend bij een Cobra 6, een populair stuk illegaal knalvuurwerk dat 25 tot 30 gram flitspoeder bevat.

Herhaald wordt dat alle berichten in de chatgroep werden geschreven in UTC+0. Nederland valt tijdens de wintertijd in tijdzone UTC+1 en tijdens de zomertijd in tijdzone UTC+2.

5. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie ‘ [medeverdachte 1] ’ van 9 februari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar (pagina’s 115 en 116, Proces-verbaal Relaas deel 3, Voorgeleidingsdossier).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de verbalisant:

Uit de politie-informatiesystemen blijkt dat ‘ [medeverdachte 1] ’ de bijnaam of artiestennaam is van:

[persoon 2] , geboren op [geboortedag 4] -1997.

Op het adres [adres 2] staat [persoon 3] , geboren op [geboortedag 5] 1987 ingeschreven samen met haar gezin van vijf minderjarige kinderen in de leeftijd van 3 tot 15 jaar. [persoon 3] is de nicht van [persoon 2] alias rapper ‘ [medeverdachte 1] ’.

6. Een geschrift, te weten een deskundigenverklaring gevaarzetting Super Cobra 6 en vergelijkbare artikelen van het NFI (pagina’s 212 tot en met 220, Proces-verbaal Relaas deel 4, Zaakdossier explosie [adres 1] ).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als verklaring van de deskundige:

Wanneer een Super Cobra 6 (2G) ontploft, levert dit gevaar op voor personen en

goederen die zich nabij de ontploffende Cobra 6 bevinden. Wanneer een Super

Cobra 6 (2G) direct tegen een voorwerp aan ontploft, zal dit voorwerp vrijwel altijd

beschadigen.

Ten aanzien van feit 2

Nu de verdachte het onder 2 tenlastegelegde, met uitzondering van het achtste en negende gedachtestreepje, heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, volstaat het hof met de navolgende opsomming van de bewijsmiddelen, als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering:

=========================================================================

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand