ECLI:NL:GHAMS:2026:2320

ECLI:NL:GHAMS:2026:2320

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 16-04-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 23-003236-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNHO:2022:10514

Samenvatting

Oplichting, meermalen gepleegd. Oplichting van verschillende slachtoffers tot afgifte van (aanzienlijke) geldbedragen. Slachtoffers dachten verdachte te helpen met financiële problemen of bij het doen van investeringen. Proceshouding in strafverzwarende zin meegewogen. Overschrijding redelijke termijn. Vorderingen BP toegewezen. Gvs 595 dagen, waarvan 180 dagen VW m.a., proeftijd 3 jaar.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 april 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:

1.hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 april 2020 tot en met 29 november 2021 in Westwoud en/of in Dordrecht, althans in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, in totaal ongeveer 230.000 euro, immers heeft

verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 1] een verhaal voorgespiegeld, inhoudende dat hij, verdachte, gescheiden was, zijn dochters niet meer zag en/of dat zijn ex- echtgenoot zijn rekening had geblokkeerd en/of

- ( meermalen) gevraagd of hij, verdachte, een geldbedrag kon lenen van die [benadeelde partij 1] , omdat zijn rekening geblokkeerd was en/of daarbij gezegd dat hij het geldbedrag (de maand erna) zou terugbetalen en/of daarbij een vergoeding zou geven en/of

- ( meermalen) gevraagd of die [benadeelde partij 1] een geldbedrag kon overmaken aan verdachte om het geld dat hij op zijn (buitenlandse) rekening had staan en/of in een koffer had, vrij te krijgen en/of dat hij daarna [benadeelde partij 1] het geleende geld kon terug betalen met het geld dat vrij was gekomen en/of

- ( meermalen) aan die [benadeelde partij 1] diverse (valse) documenten laten zien, om aan te tonen dat hij 40.000 euro, althans een bedrag op zijn rekening had staan en/of

- ( meermalen) aan die [benadeelde partij 1] WhatsApp berichten gestuurd met (valse) documenten van financiële instellingen, waarin vermeld werd dat de financiële instelling een bedrag nodig had om het bedrag op de rekening van verdachte vrij te krijgen en/of

- die [benadeelde partij 1] zielige verhalen verteld om op zijn gevoel in te spelen en hem zo onder druk te zetten om te (blijven) betalen, bijvoorbeeld dat zijn dochter een ernstig ongeluk had gehad en was overleden en/of daarbij een foto van een rouwkoets aan die [benadeelde partij 1] laten zien en/of dat hij, verdachte, een tumor had en/of dat hij, verdachte een te hoge bloeddruk had en steeds naar het ziekenhuis moest en/of dat hij verdachte zelfmoord zou plegen, omdat hij dan af zou zijn van alle sores en/of

- die [benadeelde partij 1] verteld, dat hij, verdachte, bankrekeningen in het buitenland had, om duidelijk te maken dat hij wel kon terug betalen en/of

- die [benadeelde partij 1] smoesjes verteld als hij met [benadeelde partij 1] had afgesproken om het geld terug te betalen, bijvoorbeeld dat de deurwaarder beslag had gelegd op zijn auto en/of zijn accu kapot was en hij daarom het geld niet kon terug betalen en/of

- zich als zijn, verdachtes, advocaat voorgedaan en/of die [benadeelde partij 1] verzocht om geld over te maken en/of

- zich voorgedaan als [persoon] en die [benadeelde partij 1] verzocht om geld over te maken zodat hij, verdachte, vrij zou komen,

waardoor die [benadeelde partij 1] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

2.hij in of omstreeks de periode van 4 februari 2021 tot en met 1 maart 2021 in Susteren en/of Dordrecht, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van 2000 euro, immers heeft verdachte toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 2] verteld, dat hij bezig was met een project, waarbij hij in Nederland apparatuur zou opkopen en de apparatuur vervolgens zou verkopen in het buitenland en/of waarbij hij apparaten kocht in Oost-Europa die hij dan in Nederland en België zou verkopen, waarmee grote winsten gemaakt zouden worden en/of

- foto’s naar die [benadeelde partij 2] gestuurd van een pallet met apparaten waarin hij zou handelen en waarmee hij winst zou maken, en/of

- vervolgens aan die [benadeelde partij 2] gevraagd of zij mee wilde doen met het project en/of dat als zij 6000 euro zou betalen het haar 20.000 euro zou opleveren en/of

- die [benadeelde partij 2] foto’s van persoonlijke documenten gestuurd, om aan te tonen dat hij, verdachte, een betrouwbare zakenpartner was en/of

- die [benadeelde partij 2] diverse keren laten zien dat hij in het bezit was van grote geldbedragen, waardoor zij dacht dat hij over veel geld beschikte,

waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot vorenomschreven afgifte;

3.hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 12 april 2022 in Dordrecht, althans in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 3] en zijn vriendin “ [slachtoffer 1] ” (meermalen) heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, in totaal tot een bedrag van

13.800 euro, immers heeft verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] verteld, dat hij graag een eigen bedrijf wilde starten en dat hij daarvoor geld nodig had en/of

- ( daarbij) gezegd, dat hij snel winst zou gaan maken en het geleende geld met rente terug zou betalen, waarbij een datum van terug betaling werd afgesproken met [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] en/of

- gezegd dat de rente verhoogd zou worden als hij, verdachte, niet op de afgesproken datum het geleende geld zou kunnen terug betalen en/of

- die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] foto’s/kopieën van persoonlijke documenten gestuurd, om aan te tonen dat hij, verdachte, een betrouwbare zakenpartner was en/of

- ( vervolgens) die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] gevraagd om een betaling van 6000 euro en/of

- ( meermalen) daarna gevraagd of hij, verdachte, een geldbedrag kon lenen van die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] , omdat het met het bedrijf niet liep zoals gepland en/of zijn rekening geblokkeerd was en/of gezegd dat hij in het ziekenhuis lag en/of gezegd dat hij in het buitenland was en/of gezegd dat hij in zijn auto had geslapen en/of daarbij (telkens) gezegd dat hij het geldbedrag met rente zou terugbetalen en/of

- ( meermalen) tegen die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] gezegd dat hij zelfmoord zou plegen als hij het geld niet zou krijgen,

waardoor die [benadeelde partij 3] en/of die [slachtoffer 1] werd(en) bewogen tot voren omschreven afgifte;

4.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2021 tot en met 12 april 2022 in Dordrecht, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van 6000 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] verteld, dat hij graag een deal wilde sluiten en dat hij daarvoor 8000 euro nodig had en/of

- ( daarbij) een foto gestuurd van een pallet met apparatuur en/of bankbiljetten en/of

- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] gezegd dat hij bij de terugbetaling van het geleende geld, extra geld terug zou betalen en/of

- die [slachtoffer 2] foto's/kopieën van zijn bankpas en ID-kaart had gestuurd, waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

5.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 12 april 2022 in Dordrecht, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van 5500 euro immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 4] verteld, dat hij in de handel zat en/of bezig was met een projekt waarbij hij uit China naar Nederland electrisch apparatuur liet komen, waarbij grote winsten gemaakt werden/zouden worden en/of

- die [slachtoffer 4] gezegd dat er nu al 19 mensen elke maand geld inleggen voor dit projekt en/of iedere maand de winst opstrijken en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij mee wilde doen met het projekt en/of dat als zij 6000 euro zou betalen, zij maandelijks 20.000 euro winst uitbetaald zou krijgen,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot vorenomschreven afgifte;

6.hij in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 2juli 2021 in Dordrecht, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samen weefsel van verdichtsels [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van 6000 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 4] verteld, dat hij bezig was met een project, waarbij hij televisies inkocht en vervolgens met winst verkocht en/of

- ( vervolgens) tegen die [benadeelde partij 4] gezegd dat als zij zou investeren in dat project en/of dat bij het verkopen van de televisies zij dan zou meedelen in de winst en/of

- tegen die [benadeelde partij 4] gezegd dat het minimum bedrag voor de televisies nog niet binnen was en/of dat zij haar geld terug zou krijgen zodra de zending was gearriveerd en/of

- ( meermalen) gezegd tegen [benadeelde partij 4] dat hij, verdachte, niet bij zijn geld kon omdat zijn rekening was geblokkeerd en/of dat de blokkade zou worden opgeheven als hij de bank een bedrag zou betalen en/of

- die [benadeelde partij 4] zielige verhalen verteld om op haar gevoel in te spelen en haar zo onder druk te zetten om te (blijven) betalen, bijvoorbeeld, dat hij geen huis meer had en/of een auto ongeluk had gehad en/of zelfmoord wilde plegen,

waardoor [benadeelde partij 4] werd bewogen tot vorenomschreven afgifte.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof ten aanzien van de bewezenverklaring en de opgelegde straf tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor hetgeen aan hem onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste is gelegd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de verdachte, door het aannemen van een valse hoedanigheid (als bonafide investeerder), een samenweefsel van verdichtsels en listige kunstgrepen, de aangevers heeft bewogen tot het afgeven van de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen.

De raadsvrouw van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe – kort gezegd – het volgende aangevoerd. Er zijn tussen de verdachte en de aangevers weliswaar financiële transacties geweest, maar dat waren investeringen die niet zijn gelopen zoals beoogd. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om te spreken van oplichtingsmiddelen en het vereiste causale verband tussen het oplichtingsmiddel en de afgifte van de geldbedragen ontbreekt. Daarnaast is niet gebleken van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling aan de zijde van de verdachte.

Het hof stelt voorop dat uit vaste rechtspraak volgt dat het kenmerk van oplichting is dat de

verdachte door een specifieke, voldoende ernstige vorm van bedrieglijk handelen bij de ander een

onjuiste voorstelling van zaken in het leven heeft willen roepen om daarvan misbruik te kunnen

maken. Daartoe moet de verdachte één of meer van in de wet bedoelde oplichtingsmiddelen hebben gebruikt om de ander te bewegen tot bepaalde gedragingen, zoals de afgifte van geldbedragen. Van het in het bestanddeel “bewegen tot” tot uitdrukking gebrachte causaal verband is sprake als voldoende aannemelijk is dat de ander mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot die bepaalde gedragingen.

Ten aanzien van feit 1

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg een bekennende verklaring afgelegd ten aanzien van feit 1. Hij heeft verklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van [benadeelde partij 1] voor een bedrag van ongeveer € 230.000,00, door hem onjuiste verhalen te vertellen. In hoger beroep is de verdachte teruggekomen op zijn bekennende verklaring. Ter terechtzitting in hoger beroep van 29 februari 2024 heeft de verdachte verklaard dat de enige reden dat hij de oplichting van [benadeelde partij 1] heeft bekend, is omdat het moest van zijn toenmalige advocaat. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 29 februari 2024 en van 2 april 2026 verklaard dat hij [benadeelde partij 1] niet heeft opgelicht, maar dat sprake was van een investering door [benadeelde partij 1] die uiteindelijk is mislukt, waardoor hij geen winst heeft gemaakt en het geld kwijt was.

Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

[benadeelde partij 1] heeft in zijn aangifte het volgende verklaard. Hij heeft op 2 april 2020 € 6.000,00 overgemaakt naar de verdachte. De verdachte had aan [benadeelde partij 1] gevraagd of hij geld kon lenen omdat de verdachte niet meer bij zijn geld zou kunnen vanwege zijn echtscheiding. Daarbij heeft de verdachte tegen [benadeelde partij 1] gezegd dat zijn ex-vrouw zijn bankrekeningen had geblokkeerd en dat de verdachte zijn dochters niet meer mocht zien. Vervolgens heeft de verdachte op 8 april 2020 [benadeelde partij 1] gevraagd om € 4.000,00 over te maken, zodat de verdachte daarmee zijn geld vrij zou kunnen krijgen om [benadeelde partij 1] mee terug te betalen. In de periode van 2 april 2020 tot en met 29 november 2021 heeft [benadeelde partij 1] door 178 bankoverschrijvingen in totaal ongeveer € 236.677,00 overgemaakt naar de verdachte. In de tenlastegelegde periode heeft de verdachte [benadeelde partij 1] meerdere keren verzocht om geld over te maken, waarbij telkens een concrete noodzaak van de overboeking werd voorgehouden. De verdachte voerde bij zijn verzoeken om geld herhaaldelijk druk uit op [benadeelde partij 1] , door hem voor te houden dat als hij geld zou overmaken, de verdachte tot terugbetaling aan [benadeelde partij 1] over kon gaan. De verdachte heeft [benadeelde partij 1] onder meer voorgehouden dat hij geld op zijn buitenlandse rekening had staan, hij geld in een koffer had liggen, die koffer in een kluis lag, hij moest betalen voor de toegang tot die kluis, zijn dochter een ernstig ongeluk had gehad en was overleden, hij een tumor had, hij een te hoge bloeddruk had, hij naar het ziekenhuis moest, hij zelfmoord zou plegen en een deurwaarder beslag had gelegd op zijn auto. De verdachte heeft ook meerdere keren diverse documenten aan [benadeelde partij 1] gestuurd, waaronder foto’s of kopieën van zijn bankpas, rijbewijs, kentekenbewijs en identiteitsbewijs maar ook gefingeerde documenten van financiële instellingen om [benadeelde partij 1] ervan te overtuigen dat hij € 40.000,00 op zijn bankrekening had staan. [benadeelde partij 1] is tevens via Whatsapp benaderd door ene ‘ [persoon] ’, die zei de rechterhand van de verdachte te zijn, en iemand die zich de advocaat van de verdachte noemde, die beiden om geld vroegen. Daarnaast heeft de verdachte naar [benadeelde partij 1] een foto van een rouwkoets verstuurd waarin zijn overleden dochter zou zijn vervoerd naar de begraafplaats.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte ontkent onwaarheden te hebben medegedeeld aan [benadeelde partij 1] en benadrukt dat de geldbedragen die [benadeelde partij 1] heeft overgemaakt, investeringen waren. Omdat er geen winst is gemaakt, is [benadeelde partij 1] niet (terug)betaald. Het hof constateert allereerst dat [benadeelde partij 1] in zijn aangifte van 11 december 2021, in zijn verhoor bij de politie op 5 februari 2022 en in zijn verhoor bij de raadsheer-commissaris van 22 mei 2024 niet verklaart dat er sprake was van een investering. Ook blijkt uit de Whatsapp geschiedenis tussen verdachte en [benadeelde partij 1] nergens dat sprake zou zijn van een (gezamenlijke) investering. De verdachte heeft de juistheid van zijn mededelingen geenszins onderbouwd. Door de politie is voorts onderzoek gedaan naar het waarheidsgehalte van de door de verdachte aan [benadeelde partij 1] verstrekte informatie en gedane mededelingen. De politie heeft hierbij gezocht naar verifieerbare informatie met betrekking tot de door de verdachte gedane mededelingen maar deze niet gevonden. Het hof acht de mededelingen en verstrekte informatie van de verdachte aan [benadeelde partij 1] volstrekt ongeloofwaardig. Uit het voorgaande blijkt dat de verdachte herhaaldelijk en indringend evident leugenachtige mededelingen en redenen aanvoerde om [benadeelde partij 1] te bewegen geld over te maken. Daarbij voerde de verdachte telkens druk uit op [benadeelde partij 1] door hem voor te houden dat als hij nog één keer zou betalen, [benadeelde partij 1] zijn geld terug zou krijgen. Door het aannemen van een valse hoedanigheid, door een samenweefsel van verdichtsels en door listige kunstgrepen heeft de verdachte [benadeelde partij 1] op die manier bewogen tot het afgeven van in totaal ongeveer € 230.000,00. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting van [benadeelde partij 1] .

Ten aanzien van feit 2 tot en met feit 6

Evenals de rechtbank, overweegt het hof als volgt.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep erkend dat hij in de jaren 2019 tot en met 2021 contact heeft gehad met de aangevers en van hen de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen heeft ontvangen. De verdachte heeft verklaard dat hij de aangevers had verteld over een project waaraan hij werkte, waarbij hij vanuit Nederland handelde in uit het buitenland afkomstige

elektrische apparatuur. Met dit project werden volgens de verdachte grote winsten behaald. De

verdachte heeft de aangevers gevraagd om in dit project te investeren en hen daarbij toegezegd

dat zij hun inleg met winst zouden terugkrijgen. De verdachte heeft naar eigen zeggen de door de

aangevers afgegeven geldbedragen vervolgens (grotendeels) aangewend ter investering in zijn

handel in elektrische apparatuur, veelal vanuit Oost-Europa. Dat ging contant en zonder schriftelijke verslaglegging, wat betekent dat de verdachte daarvan geen bewijzen kan laten zien. Ook kan de verdachte naar eigen zeggen geen namen of contactgegevens van personen noemen waarmee hij zaken heeft gedaan. Omdat het project echter mislukte, kon hij de inleg en toegezegde winst niet aan de aangevers uitkeren.

Het hof stelt vast dat op geen enkele manier aannemelijk is geworden dat de verdachte zich

heeft beziggehouden met de handel in elektrische apparatuur en dat hij daarvoor (al dan niet

contant) investeringen heeft gedaan. Uit het politieonderzoek rijst het beeld op dat de

verdachte geen eigen vermogen had en dat hij met de van de aangevers ontvangen geldbedragen, die

over het algemeen direct na storting op de bankrekening van de verdachte contant werden

opgenomen, voorzag in zijn levensonderhoud, er vakantie van vierde en er zijn schulden mee

betaalde. Het hof acht de verklaring van de verdachte over zijn handel in elektrische apparatuur en de

investeringen daartoe met de door de aangevers afgegeven geldbedragen dan ook

ongeloofwaardig. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte de geldbedragen

ten gunste van zichzelf en zijn gezinsleden, heeft aangewend.

Op basis van de bewijsmiddelen acht het hof bewezen dat de aangevers door het aannemen

door de verdachte van de valse hoedanigheid als bonafide zakenpartner/investeerder en door een

samenweefsel van verdichtsels zijn bewogen tot het afgeven van één of meer geldbedragen aan

de verdachte. De verdachte heeft veelvuldig identieke gedragingen in relatie tot telkens weer een

ander slachtoffer herhaald, wat eruit bestond dat hij de aangevers steeds de onjuiste voorstelling

van zaken heeft voorgehouden dat hij na investering in zijn project de inleg zou terugbetalen en

dat uitkering van winst daarbij was gegarandeerd. De aangevers hebben naar aanleiding van de

door de verdachte aan hen gedane onjuiste, misleidende mededelingen over zijn project en de

daarmee te behalen winsten de geldbedragen aan de verdachte afgegeven ter investering in dat

project. Deze geldbedragen zijn echter niet besteed zoals de aangevers was voorgehouden. Dit

alles leidt ertoe dat het hof de feiten 2, 3, 4, 5 en 6 wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij in de periode van 1 april 2020 tot en met 29 november 2021 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, in totaal ongeveer 230.000 euro, immers heeft

verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 1] een verhaal voorgespiegeld, inhoudende dat hij, verdachte, gescheiden was, zijn dochters niet meer zag en dat zijn ex-echtgenoot zijn rekening had geblokkeerd en

- meermalen gevraagd of hij, verdachte, een geldbedrag kon lenen van die [benadeelde partij 1] , omdat zijn rekening geblokkeerd was en/of daarbij gezegd dat hij het geldbedrag zou terugbetalen en daarbij een vergoeding zou geven en

- meermalen gevraagd of die [benadeelde partij 1] een geldbedrag kon overmaken aan verdachte om het geld dat hij op zijn buitenlandse rekening had staan en/of in een koffer had, vrij te krijgen en dat hij daarna [benadeelde partij 1] het geleende geld kon terug betalen met het geld dat vrij was gekomen en

- meermalen aan die [benadeelde partij 1] diverse valse documenten laten zien om aan te tonen dat hij 40.000 euro op zijn rekening had staan en

- meermalen aan die [benadeelde partij 1] WhatsApp berichten gestuurd met valse documenten van financiële instellingen, waarin vermeld werd dat de financiële instelling een bedrag nodig had om het bedrag op de rekening van verdachte vrij te krijgen en

- die [benadeelde partij 1] zielige verhalen verteld om op zijn gevoel in te spelen en hem zo onder druk te zetten om te blijven betalen, bijvoorbeeld dat zijn dochter een ernstig ongeluk had gehad en was overleden en daarbij een foto van een rouwkoets aan die [benadeelde partij 1] laten zien en dat hij, verdachte, een tumor had en dat hij, verdachte een te hoge bloeddruk had en steeds naar het ziekenhuis moest en dat hij verdachte zelfmoord zou plegen, omdat hij dan af zou zijn van alle sores en

- die [benadeelde partij 1] verteld, dat hij, verdachte, bankrekeningen in het buitenland had, om duidelijk te maken dat hij wel kon terug betalen en

- die [benadeelde partij 1] smoesjes verteld als hij met [benadeelde partij 1] had afgesproken om het geld terug te betalen, bijvoorbeeld dat de deurwaarder beslag had gelegd op zijn auto en zijn accu kapot was en hij daarom het geld niet kon terug betalen en

- zich als zijn, verdachtes, advocaat voorgedaan en die [benadeelde partij 1] verzocht om geld over te maken en

- zich voorgedaan als [persoon] en die [benadeelde partij 1] verzocht om geld over te maken zodat hij, verdachte, vrij zou komen,

waardoor die [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

2.hij in de periode van 4 februari 2021 tot en met 1 maart 2021 in Nederland, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 2] heeft bewogen tot de afgifte van 2000 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 2] verteld dat hij bezig was met een project, waarbij hij in Nederland apparatuur zou opkopen en de apparatuur vervolgens zou verkopen in het buitenland, waarmee grote winsten gemaakt zouden worden en

- foto’s naar die [benadeelde partij 2] gestuurd van een pallet met apparaten waarin hij zou handelen en waarmee hij winst zou maken, en

- vervolgens aan die [benadeelde partij 2] gevraagd of zij mee wilde doen met het project en dat als zij 6000 euro zou betalen het haar 20.000 euro zou opleveren en

- die [benadeelde partij 2] foto’s van persoonlijke documenten gestuurd, om aan te tonen dat hij, verdachte, een betrouwbare zakenpartner was en

- die [benadeelde partij 2] diverse keren laten zien dat hij in het bezit was van grote geldbedragen, waardoor zij dacht dat hij over veel geld beschikte,

waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot vorenomschreven afgifte;

3.hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 12 april 2022 in Nederland, telkens met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen, telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 3] en zijn vriendin “ [slachtoffer 1] ” heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, in totaal tot een bedrag van 13.800 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] verteld, dat hij graag een eigen bedrijf wilde starten en dat hij daarvoor geld nodig had en

- daarbij gezegd, dat hij snel winst zou gaan maken en het geleende geld met rente terug zou betalen, waarbij een datum van terug betaling werd afgesproken met [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] en

- gezegd dat de rente verhoogd zou worden als hij, verdachte, niet op de afgesproken datum het geleende geld zou kunnen terug betalen en

- die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] foto’s van persoonlijke documenten gestuurd, om aan te tonen dat hij, verdachte, een betrouwbare zakenpartner was en

- meermalen daarna gevraagd of hij, verdachte, een geldbedrag kon lenen van die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] , omdat het met het bedrijf niet liep zoals gepland en zijn rekening geblokkeerd was en gezegd dat hij in het ziekenhuis lag en gezegd dat hij in het buitenland was en gezegd dat hij in zijn auto had geslapen en gezegd dat hij het geldbedrag met rente zou terugbetalen en

- meermalen tegen die [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1] gezegd dat hij zelfmoord zou plegen als hij het geld niet zou krijgen,

waardoor die [benadeelde partij 3] en/of die [slachtoffer 1] werden bewogen tot voren omschreven afgiften;

4.hij in de periode van 1 januari 2021 tot en met 12 april 2022 in Nederland, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van 6.000 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 2] verteld dat hij graag een deal wilde sluiten en dat hij daarvoor 8.000 euro nodig had en

- daarbij een foto gestuurd van een pallet met apparatuur en bankbiljetten en

- die [slachtoffer 2] gezegd dat hij bij de terugbetaling van het geleende geld extra geld terug zou betalen en/of

waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 12 april 2022 in Nederland met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van 5.500 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [slachtoffer 4] verteld dat hij in de handel zat en bezig was met een project waarbij hij uit China naar Nederland elektrische apparatuur liet komen, waarbij grote winsten gemaakt werden en

- die [slachtoffer 4] gezegd dat er nu al 19 mensen elke maand geld inleggen voor dit project en iedere maand de winst opstrijken en

- aan die [slachtoffer 4] gevraagd of zij mee wilde doen met het project en dat als zij 6.000 euro zou betalen, zij maandelijks 20.000 euro winst uitbetaald zou krijgen,

waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot vorenomschreven afgifte;

6.hij in de periode van 1 april 2019 tot en met 2 juli 2021 in Nederland, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde partij 4] heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, van in totaal 6.000 euro, immers heeft verdachte toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of in strijd met de waarheid:

- die [benadeelde partij 4] verteld, dat hij bezig was met een project, waarbij hij televisies inkocht en vervolgens met winst verkocht en

- tegen die [benadeelde partij 4] gezegd dat als zij zou investeren in dat project dat zij dan zou meedelen in de winst en

- tegen die [benadeelde partij 4] gezegd dat het minimum bedrag voor de televisies nog niet binnen was en dat zij haar geld terug zou krijgen zodra de zending was gearriveerd en

- gezegd tegen [benadeelde partij 4] dat hij, verdachte, niet bij zijn geld kon omdat zijn rekening was geblokkeerd en dat de blokkade zou worden opgeheven als hij de bank een bedrag zou betalen en

- die [benadeelde partij 4] zielige verhalen verteld om op haar gevoel in te spelen en haar zo onder druk te zetten om te blijven betalen, bijvoorbeeld, dat hij geen huis meer had en een auto ongeluk had gehad en zelfmoord wilde plegen,

waardoor [benadeelde partij 4] werd bewogen tot vorenomschreven afgiften.

Hetgeen onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1, 3 en 6 bewezenverklaarde levert op:

telkens: oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 2, 4 en 5 bewezenverklaarde levert op:

telkens: oplichting.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van drie jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 595 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en met een proeftijd van drie jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich meerdere keren schuldig gemaakt aan oplichting van verschillende slachtoffers. Hij heeft de slachtoffers op een doortrapte manier (aanzienlijke) geldbedragen afhandig gemaakt, wat voor hen tot financiële schade heeft geleid. De verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van de goede bedoelingen van zijn slachtoffers. Zij dachten de verdachte te helpen met financiële problemen of bij het doen van investeringen. Door zijn handelen heeft de verdachte het vertrouwen van zijn slachtoffers in hun medemens en de maatschappij beschaamd. Hierdoor zijn niet alleen bij deze slachtoffers gevoelens van achterdocht en wantrouwen ontstaan maar door dit handelen ontstaan deze gevoelens in de maatschappij in het algemeen. Het hof rekent dit de verdachte aan.

In strafverzwarende zin houdt het hof rekening met het feit dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep volhoudt dat hij een bonafide investeerder was. De verdachte is volhardend in zijn leugens en ook ter zitting in hoger beroep vertelde hij (duidelijke) onwaarheden. Daarnaast is de verdachte blijkens zijn strafblad van 19 maart 2026 eerder onherroepelijk veroordeeld voor oplichting. Gelet op de ernst van de feiten is een (voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf een passende reactie. Het hof is van oordeel dat een straf conform de eis van de advocaat-generaal, dat wil zeggen een gevangenisstraf voor de duur van 595 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk wordt opgelegd en daarbij een taakstraf voor de duur van 120 uren recht doet aan de ernst van de feiten.

Het hof stelt ook vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) in hoger beroep is overschreden. Namens de verdachte is op 7 december 2022 hoger beroep ingesteld en het hof spreekt dit arrest uit op 16 april 2026. Het gaat daarmee om een overschrijding van ongeveer een jaar en vier maanden. Vanwege de overschrijding ziet het hof aanleiding de straf te matigen, in die zin dat aan de verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 595 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk en een taakstraf voor de duur van 105 uren.

Vordering van de benadeelde [benadeelde partij 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 229.444,00 wegens materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2021.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 2.500,00, bestaande uit € 2.000,00 wegens materiële schade en € 500,00 wegens immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.000,00 wegens materiële schade. De vordering tot vergoeding van immateriële schade is afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot materiële schade in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 maart 2021.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade is het hof van oordeel dat behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt, tot op heden begroot op € 50,00.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 13.800,00 wegens materiële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep geheel toegewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 3 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 april 2022.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding van € 7.000,00, bestaande ut € 6.000,00 wegens materiële schade en € 1.000,00 wegens immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 6.000,00 wegens materiële schade. De vordering tot vergoeding van immateriële schade is afgewezen. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 6 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot materiële schade in zijn geheel zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2021.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van de immateriële schade is het hof van oordeel dat behandeling van die vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Schadevergoedingsmaatregel en bepaling van het aantal op te leggen dagen gijzeling

Bij het bepalen van de duur van de gijzeling, die bij gebreke van betaling of verhaal kan worden toegepast, heeft het hof – evenals de rechtbank – acht geslagen op het bepaalde in het artikelen 36f, vijfde lid van het Wetboek van Strafrecht. Op grond van dit artikel moet de rechter bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel telkens de duur van de gijzeling bepalen die kan worden toegepast. Daarbij geldt dat de duur van die gijzeling, ook in gevallen van samenloop als bedoeld in artikelen 57 en 58 Sr, ten hoogste één jaar (dat wil zeggen: 360 dagen (Hoge Raad 25 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:714)) beloopt. Dit leidt ertoe dat het hof per schadevergoedingsmaatregel de gijzeling naar evenredigheid zal bepalen, tot hoogtes waardoor het maximum van 360 dagen niet wordt overschreden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 595 (vijfhonderdvijfennegentig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 105 (honderdvijf) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 52 (tweeënvijftig) dagen hechtenis.

Vordering van de benadeelde [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 229.444,00 (tweehonderdnegenentwintigduizend vierhonderdvierenveertig euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 229.444,00 (tweehonderdnegenentwintigduizend vierhonderdvierenveertig euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 329 (driehonderdnegenentwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 30 november 2021.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op € 50,00 (vijftig euro).

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 3 (drie) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 2 maart 2021.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 13.800,00 (dertienduizend achthonderd euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 3] , ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 13.800,00 (dertienduizend achthonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 13 april 2022.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 6.000,00 (zesduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 4] , ter zake van het onder 6 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 6.000,00 (zesduizend euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 8 (acht) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 3 juli 2021.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M.T.C. de Vries, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 april 2026.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Geensen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand