GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 23/1207
21 april 2026
uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer
op het verzoek van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. M. Muller)
om een veroordeling van
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
in de kosten als bedoeld in artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 22/3559 van de rechtbank Noord-Holland.
1. Ontstaan en loop van het geding
Bij brief van 13 februari 2026 heeft (de gemachtigde van) belanghebbende aan het Hof bericht dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten als gevolg waarvan de informatiebeschikking die onderwerp was van de onderhavige procedure is komen te vervallen.
Belanghebbende heeft in dezelfde brief het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig verzocht om vergoeding van proceskosten voor beroep en hoger beroep alsmede om terugbetaling van het griffierecht. Belanghebbende deelt daarnaast mee in de vaststellingsovereenkomst afstand te hebben gedaan van een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase.
Op 19 februari 2026 heeft het Hof de inspecteur in de gelegenheid gesteld te reageren op het onder 1.2 vermelde verzoek.
Bij brief van 5 maart 2026 heeft de inspecteur aan het Hof bericht gezien de vaststellingsovereenkomst geen reden te zien voor een kostenveroordeling.
Bij brief van 25 maart 2026 heeft (de gemachtigde van) belanghebbende een kopie van de vaststellingsovereenkomst overgelegd.
Beide partijen hebben desgevraagd bericht geen prijs te stellen op een mondelinge behandeling.
Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten en heeft bij bericht van26 maart 2026 aan partijen medegedeeld dat in de onderhavige zaak zonder zitting uitspraak zal worden gedaan.
2. Beoordeling van het verzoek
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Onder punt 5 van de vaststellingsovereenkomst zijn partijen overeengekomen dat zij hun eigen kosten dragen voor de bezwaarprocedure. Hieruit leidt het Hof af dat ter zake van de proceskosten voor de beroeps- en hoger beroepsprocedure niets is overeengekomen en dat de onder 2.1 vermelde wettelijke bepalingen onverminderd van toepassing zijn op de intrekking van het onderhavige hoger beroep.
Het Hof veroordeelt de inspecteur op de voet van voormelde bepalingen in de proceskosten die belanghebbende in beroep en hoger beroep heeft moeten maken. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit). Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief op € 2.802 (3 punten: beroepschrift, zitting rechtbank en hoger beroepschrift x € 934 x wegingsfactor 1).
Tot de op grond van art. 8:75a Awb te vergoeden kosten behoren niet de door belanghebbende betaalde griffierechten. Dit laat onverlet dat de inspecteur het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186 op de voet van artikel 8:41, lid 7, Awb in verbinding met artikel 8:108, lid 1, Awb aan belanghebbende dient te vergoeden.
3. Beslissing
Het Hof:
veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.802.
De uitspraak is gedaan door mrs. F.J.P.M. Haas, voorzitter, M.J. Leijdekker en J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 21 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: