ECLI:NL:GHAMS:2026:2350

ECLI:NL:GHAMS:2026:2350

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 23-08-2026
Zaaknummer 25/1412
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Aanmaningskosten NA parkeerbelasting terecht in rekening gebracht? Notificatiebericht verzonden?

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 25/1412

21 juli 2026

uitspraak van de vierde meervoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[X] , wonende te [Z] , belanghebbende,

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach)

tegen de uitspraak van 16 april 2025 in de zaak met kenmerk AMS 24/5077 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de invorderingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de invorderingsambtenaar.

1. Ontstaan en loop van het geding

De invorderingsambtenaar heeft bij beschikking met dagtekening 25 april 2024 aanmaningskosten in rekening gebracht. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt.

Bij uitspraak van 18 juli 2024 heeft de invorderingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het tegen de uitspraak op bezwaar ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Het tegen de uitspraak van de rechtbank door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 19 mei 2025. De invorderingsambtenaar heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2026. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

Ter zitting van 21 april 2026 is de zaak aangehouden in afwachting van het arrest in de zaak met kenmerk 24/03962. De Hoge Raad heeft dat arrest gewezen op 1 mei 2026 (ECLI:NL:HR:2026:734).

Partijen zijn door het Hof in de gelegenheid gesteld te reageren op het onder 1.6. bedoelde arrest. Beide partijen hebben daarvan gebruik gemaakt.

Het Hof heeft partijen meegedeeld een nadere zitting achterwege te laten tenzij een van de partijen te kennen zou geven wel een nadere zitting te willen. Geen van partijen heeft om een nadere zitting verzocht. Daarop heeft het Hof het onderzoek gesloten.

2. Feiten

Aan belanghebbende is met dagtekening 2 maart 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd met vorderingsnummer [#] .

De naheffingsaanslag is opgelegd ter zake van het parkeren op 27 februari 2024 zonder dat de daartoe verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Omdat belanghebbende de naheffingsaanslag niet had betaald, heeft de invorderingsambtenaar hem daartoe bij brief van 25 april 2024 aangemaand en daarbij € 9 aan aanmaningskosten in rekening gebracht.

Belanghebbende heeft zich aangemeld voor de berichtenbox MijnOverheid en heeft de notificatiefunctie ingeschakeld. Hij stelt met betrekking tot de naheffingsaanslag geen notificatie te hebben ontvangen.

De invorderingsambtenaar heeft gegevens opgevraagd bij Logius, de dienst onder beheer van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties waarbij MijnOverheid in beheer is.

Die gegevens vermelden in de kop: hetgeen inhoudt:

BERICHT_KENMERK een aan een bericht gegeven ID-kenmerk

TIJDSTEMPEL_EERSTE_LEES_ACTIE tijdstip van opening van het bericht

TIJDSTEMPEL_LAATSTE_LEES_ACTIE tijdstip van laatste opening van het bericht

TIJDSTEMPEL_PUBLICATIE tijdstip plaatsing van het bericht in de

berichtenbox van MijnOverheid

TIJDSTEMPEL_NOTIFICATIE tijdstip verzending van het notificatiebericht

naar een e-mailadres

AFZENDER orgaan waarvan het bericht afkomstig is

TIJDSTEMPEL_HERHAAL_NOTIFICATIE tijdstip waarop een notificatiebericht

verzonden wordt naar een e-mailadres als dat bericht nog niet geopend is

Met betrekking tot het vorderingsnummer vermeld onder 2.1 luiden die gegevens behoudens het berichtkenmerk als volgt:

TIJDSTEMPEL_EERSTE_LEES_ACTIE geen gegevens

TIJDSTEMPEL_LAATSTE_LEES_ACTIE geen gegevens

TIJDSTEMPEL_PUBLICATIE 29-2-2024 15:19

TIJDSTEMPEL_NOTIFICATIE 29-2-2024 15:29

AFZENDER Gemeente Amsterdam

TIJDSTEMPEL_HERHAAL_NOTIFICATIE 21-3-2024 15:22

Tot de door Logius verstrekte gegevens behoort niet het e-mailadres waarnaar de notificatie is verzonden. De invorderingsambtenaar heeft ter zitting van het Hof verklaard: “Logius wil het e-mailadres niet verstrekken in verband met de privacywetgeving”, en “een e-mailadres wordt nooit verstrekt”.

3. Geschil

In hoger beroep is in geschil of belanghebbende terecht aanmaningskosten in rekening zijn gebracht.

4. Beoordeling van het geschil

In een geval als het onderhavige, waarin een belanghebbende door het activeren van zijn MijnOverheid-account kenbaar heeft gemaakt dat hij langs elektronische weg bereikbaar is voor het ontvangen van berichten van de gemeente Amsterdam in de berichtenbox, kan de invorderingsambtenaar de naheffingsaanslag elektronisch aan die belanghebbende verzenden.

Die verzending vindt plaats door plaatsing van de naheffingsaanslag in de berichtenbox van de desbetreffende belanghebbende (art. 2:17 lid 1 Awb, tekst voor 2024). Alsdan is de naheffingsaanslag in overeenstemming met art. 3:41 lid 1 Awb aan die belanghebbende bekend gemaakt. Verzending en ontvangst van een notificatiebericht zijn geen vereisten voor de bekendmaking (zie HR 1 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:734, r.o. 4.3.1 en r.o. 4.3.2).

Het Hof is van oordeel dat indien een belanghebbende zich heeft aangemeld voor de berichtenbox MijnOverheid en de notificatiefunctie heeft ingesteld, geen aanmaningskosten in rekening mogen worden gebracht indien geen notificatie is verstuurd. Iemand die heeft aangegeven notificaties te willen ontvangen mag er immers op rekenen dat hij die ook ontvangt (vgl. de conclusie van A-G Pauwels van 6 februari 2026, onderdelen 8.43 tot en met 8.47, ECLI:NL:PHR:2026:152).

Het Hof ziet geen reden anders te oordelen in een situatie waarin wel een notificatiebericht is verzonden maar de ontvangst daarvan wordt ontkend en niet met voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de notificatie daadwerkelijk is verzonden naar het emailadres dat belanghebbende bij zijn aanmelding voor de berichtenbox MijnOverheid voor de notificatiefunctie had opgegeven. Die situatie doet zich hier voor, reeds omdat niet bekend is naar welk emailadres de notificatie is verzonden (zie 2.4). Ook is niet bekend of zich bij het afleveren van de notificatie problemen hebben voorgedaan.

Bij zijn onder 4.4. weergegeven oordeel heeft het Hof in aanmerking genomen dat de wetgever het wenselijk heeft gevonden om voor de meer officiële berichten die door de overheid langs elektronische weg worden verzonden bepaalde waarborgen in te bouwen (vgl. de memorie van toelichting bij het voorstel voor de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer, Kamerstukken II 2018/19, 35 261, nr. 3 p. 2-3), in het bijzonder ook met betrekking tot het bezorgen van notificaties (Kamerstukken II 2019/20, 35 261, nr. 8 p. 3). Dit is vormgegeven in art. 2:11 lid 2 Awb maar die bepaling is pas in werking getreden op 1 januari 2026. De in die bepaling verwoorde waarborgen waren dan ook niet van kracht bij de verzending van de onderhavige notificatie. Het ontbreken daarvan mag naar het oordeel van het Hof niet voor rekening van belanghebbende komen.

Uit het vorenoverwogene volgt dat belanghebbende ten onrechte kosten van een aanmaning in rekening zijn gebracht.

Slotsom

Het hoger beroep slaagt.

5. Kosten

Het Hof ziet aanleiding voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb in verbinding met artikel 8:108 van die wet.

Het Hof stelt de kosten overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast met inachtneming van een factor 0,5 voor het gewicht van de zaak. Voorts is sprake van samenhang met de zaken bekend onder nummers 25/974, 25/1973, 25/983 en 25/1410. Dit leidt tot een kostenvergoeding:

Totaal € 2.534 x 1,5 wegens samenhang = € 3.801; waarvan één vijfde deel (€ 760,20) toekomt aan belanghebbende.

6. Beslissing

Het Hof:

De uitspraak is gedaan door mrs. F.J.P.M. Haas voorzitter, M.J. Leijdekker en J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 21 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Toelichting rechtsmiddelverwijzing

Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.

Digitaal procederen

Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.

Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.

Per post procederen

Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand