GERECHTSHOF AMSTERDAM
kenmerk 25/2048
21 juli 2026
uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het verzoek van
[X] , wonende te [Z] , belanghebbende
(gemachtigde: mr. A. Bakker)
om een veroordeling van
de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem, de heffingsambtenaar,
in de kosten als bedoeld in artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk HAA 25/2048 van de rechtbank Noord-Holland.
1. Ontstaan en loop van het geding
Bij brief van 29 juni 2026 heeft (de gemachtigde van) belanghebbende aan het Hof bericht dat zij onvoorwaardelijk akkoord gaat met het compromisvoorstel van de heffingsambtenaar, inhoudende dat de WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2024 wordt vastgesteld op € 175.000.
Voor dat geval, heeft (de gemachtigde van) belanghebbende verzocht om vergoeding van proceskosten in de zin van artikel 8:75a van de Awb.
Bij brief van 23 juni 2026 schrijft de heffingsambtenaar:
“Aangaande de proceskosten sluit ik mij aan bij het bepaalde zoals is vastgelegd in het Bpb en de WHpkv.
Indien het ingebrachte taxatierapport voor vergoeding in aanmerking komt, merk ik op dat tot op heden geen factuur in het procesdossier is ingebracht, op grond waarvan ik kan oordelen of deze kosten redelijk zijn.
Ik merk verder op, dat er enkel nog een vergoeding kan komen voor de hoger beroepsfase. In de uitspraak van de Rechtbank is immers al een proceskostenvergoeding voor die fase toegeken[d].”
2. Beoordeling van het verzoek
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het Hof veroordeelt de heffingsambtenaar op de voet van voormelde bepalingen in de proceskosten die belanghebbende in hoger beroep heeft moeten maken. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit). Ingevolge artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het Besluit stelt het Hof het bedrag van deze kosten overeenkomstig het in de bijlage bij het Besluit opgenomen tarief op € 467 (2 punten: hoger beroepschrift en zitting Hof x € 934 x wegingsfactor 1 x factor 0,25 (artikel 30a, tweede lid, onder a, van de Wet WOZ)).
Voor een vergoeding van het ingebrachte taxatierapport ziet het Hof geen aanleiding, gelet op de omstandigheid dat (de gemachtigde van) belanghebbende, ook na de onder 1.3 vermelde brief van de heffingsambtenaar, geen factuur daarvan heeft overgelegd.
Tot de op grond van art. 8:75a van de Awb te vergoeden kosten behoren niet de door belanghebbende betaalde griffierechten. Dit laat onverlet dat de heffingsambtenaar het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 143 op de voet van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb aan belanghebbende dient te vergoeden.
3. Beslissing
Het Hof veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 467.
De uitspraak is gedaan door mrs. C.J. Hummel, voorzitter, R.C.H.M. Lips en E.A.G. van der Ouderaa, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg als griffier. De beslissing is op 21 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie stellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: