GERECHTSHOF AMSTERDAM
Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
zaaknummer: 200.363.312/01
zaaknummer rechtbank: C/15/365086 / FA RK 25-2357
herstelbeschikking van de meervoudige kamer van 21 augustus 2026 (verbetering van de beschikking van 14 juli 2026) in de zaak van
[de moeder] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna: de moeder,
advocaat: mr. E.E. Tiebie te Heerhugowaard,
en
[de vader] ,
wonende te [plaats A] , gemeente [gemeente] ,
verweerder in hoger beroep,
hierna: de vader,
advocaat: mr. R. Bottenheft te Velsen-Zuid.
Het hof heeft daarnaast als belanghebbende aangemerkt:
- de minderjarige [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] );
- de minderjarige [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ).
In de procedure heeft een adviserende taak:
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Den Haag, locatie Haarlem,
hierna: de raad.
1. Verzoek tot herstel van een kennelijke fout
Het hof heeft in de zaak op 14 juli 2026 een beschikking gegeven.
Op 22 juli 2026 heeft mr. Bottenheft het hof bericht dat volgens de vader sprake is van een kennelijke schrijffout in de beschikking omdat het hof in rechtsoverweging 5.8 (laatste zin) en in het dictum (eerste alinea) de even en oneven weken per abuis lijkt te hebben omgedraaid terwijl de vader en de moeder daar geen van beiden om hebben verzocht en het juist het verzoek van de vader was (in incidenteel hoger beroep) om in de even weken in het weekend de zorg voor de kinderen te dragen. Namens de vader is verzocht de beschikking van 14 juli 2026 in zoverre te herstellen.
Het hof heeft de moeder in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verzoek van de vader. Mr. Tiebie heeft bij bericht van 31 juli 2026 namens de moeder verzocht het verzoek af te wijzen. Zij gaat ervan uit dat het hof in rechtsoverweging 5.8 de zorgregeling heeft willen specificeren voor de even en oneven weken, maar zij maakt er niet uit op dat dit dan ook moest overeenkomstig het verzoek van vader, en dat het hof zijn beslissing weloverwogen heeft genomen. Hoe het hof de verdeling even/oneven weken nu heeft bepaald, sluit volgens de moeder aan bij hoe de regeling nu loopt.
Het hof overweegt dat de rechter op grond van artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout verbetert die zich voor eenvoudig herstel leent.
Het hof heeft de volgende kennelijke fouten geconstateerd:
In rechtsoverweging 5.8 zijn in de laatste zin de aanduidingen ‘in de even weken’ en ‘in de oneven weken’ abusievelijk verwisseld. In het dictum (eerste alinea) is dat eveneens het geval. Er bestond geen aanleiding in zoverre af te wijken van het verzoek van de vader. De kennelijke fouten lenen zich voor eenvoudig herstel als na te melden. Het hof zal daarom tot verbetering van zijn beschikking van 14 juli 2026 overgaan.
Dit leidt tot de volgende beslissing.
2. De beslissing
Het hof:
verbetert de kennelijke fouten in de beschikking van 14 juli 2026 en wel zo, dat overweging 5.8 laatste zin, in plaats van:
“In aanvulling op de zorgregeling zal het hof daarom bepalen dat de kinderen in de even weken bij de vader verblijven van woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur (naar school) en in de oneven weken van woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (naar school).’
komt te luiden:
‘In aanvulling op de zorgregeling zal het hof daarom bepalen dat de kinderen in de oneven weken bij de vader verblijven van woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur (naar school) en in de even weken van woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (naar school).”
en dat het dictum onder 6, eerste alinea, in plaats van:
‘vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2025, voor zover aan het oordeel van het onderworpen, en bepaalt met wijziging van de beschikking van dit hof van 9 november 2021 en de overeenkomst van 10 januari 2025 in zoverre, dat de kinderen bij de vader verblijven in de even weken van woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur (naar school) en in de oneven weken van woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (naar school);’
komt te luiden:
‘vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 14 november 2025, voor zover aan het oordeel van het onderworpen, en bepaalt met wijziging van de beschikking van dit hof van 9 november 2021 en de overeenkomst van 10 januari 2025 in zoverre, dat de kinderen bij de vader verblijven in de oneven weken van woensdag 8.30 uur tot vrijdag 8.30 uur (naar school) en in de even weken van woensdag 8.30 uur tot maandag 8.30 uur (naar school);”
bepaalt dat deze verbetering met vermelding van de dag van deze uitspraak op de minuut van voornoemde beschikking wordt gesteld;
beveelt afgifte van de met inachtneming van deze beslissing verbeterde, authentieke afschriften van voornoemde beschikking;
bepaalt dat partijen de eerder verstrekte afschriften, voor zover opgemaakt in executoriale vorm, binnen twee weken na heden aan de griffier doen toekomen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.N. van de Beek, mr. D.H. Steenmetser-Bakker en mr. J.W. van Zaane, in tegenwoordigheid van de griffier en is op 21 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.