ECLI:NL:GHAMS:2026:2396

ECLI:NL:GHAMS:2026:2396

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 200.362.938/01
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bekrachtiging bestreden beschikking waarin het verzoek tot opheffing van het bewind is afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht

Team III (familie- en jeugdrecht)

zaaknummer: 200.362.938/01

zaaknummer rechtbank: 11766675 EB VERZ 25-6412 (BM 38410)

beschikking van de meervoudige kamer van 25 augustus 2026 in de zaak van

[betrokkene] ,

wonende te [plaats A] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna: de betrokkene,

advocaat: mr. M.I. L'Ghdas te Amsterdam,

Het hof heeft daarnaast als belanghebbenden aangemerkt:

- Beaufin B.V. (hierna: de bewindvoerder);

- [de zoon] (hierna: de zoon).

1. De zaak in het kort

De zaak gaat over de vraag of het bewind moet eindigen. De kantonrechter heeft het verzoek van de betrokkene om het bewind op te heffen afgewezen.

De betrokkene is het daar niet mee eens en wil dat het bewind wordt opgeheven.

De bewindvoerder is het wel eens met de bestreden beschikking.

2. De procedure in hoger beroep

De betrokkene is op 18 december 2025 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 18 september 2025 (hierna: de bestreden beschikking) van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter).

De zitting heeft op 29 mei 2026 plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig:

- de advocaat van de betrokkene;

- de bewindvoerder, vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] .

De betrokkene is met bericht van afwezigheid niet verschenen.

De zoon is zonder bericht van afwezigheid niet verschenen.

Het hof heeft op de zitting de bewindvoerder gevraagd stukken met daarin recente informatie over te leggen. Daarnaast heeft het hof de advocaat in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het horen van de betrokkene. Nadien zijn bij het hof de volgende stukken ingekomen:

- een bericht van de zijde van de bewindvoerder van 29 mei 2026 met bijlagen;

- een bericht van de zijde van de betrokkene van 28 juni 2026.

De voorzitter heeft de betrokkene op 9 juli 2026 op locatie bezocht. Een verslag van dit gesprek is aan partijen toegezonden waarbij zij in de gelegenheid zijn gesteld hierop te reageren. Nadien is bij het hof ingekomen een e-mailbericht van de zijde van de bewindvoerder van 14 juli 2026.

3. De feiten

De betrokkene is geboren [in] 1951 te [plaats B] , Suriname. De betrokkene is de moeder van [de zoon] .

De kantonrechter heeft op 1 mei 2025 het bewind ingesteld als gevolg van de lichamelijke of geestelijke toestand van de rechthebbende, met benoeming van de bewindvoerder.

Bij beschikking van 12 februari 2026 heeft de rechtbank een machtiging tot opname en verblijf op grond van de Wet Zorg en Dwang verleend die geldt tot 12 augustus 2026.

Bij beschikking van 22 april 2026 heeft de kantonrechter een mentorschap ingesteld met benoeming van Beaufin mentorschap B.V. tot mentor.

4. De omvang van het hoger beroep

De kantonrechter heeft in de bestreden beschikking het verzoek van de betrokkene om het bewind op te heffen afgewezen.

De betrokkene verzoekt, met vernietiging van de bestreden beschikking, het bewind alsnog op te heffen.

De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep verweer gevoerd.

5. De motivering van de beslissing

Het wettelijk kader

Uit artikel 1:449, tweede lid, Burgerlijk Wetboek (BW) volgt dat de rechter het bewind kan opheffen, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het bewind niet zinvol is gebleken, zulks op verzoek van de bewindvoerder of van degene die gerechtigd is de onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid, BW, dan wel ambtshalve.

De standpunten

De betrokkene wil dat het bewind wordt opgeheven. Zij is door het buurtteam geadviseerd om het bewind aan te vragen. Zij was in de veronderstelling dat zij er zo weer van af zou kunnen. Zij wist niet dat er een officiële aanvraag bij de rechtbank zou worden gedaan en is daarom ook niet aanwezig geweest op de mondelinge behandeling, zo blijkt ook uit de beschikking van 1 mei 2025. In ieder geval is de betrokkene van mening dat gronden voor een onderbewindstelling nooit hebben bestaan. Zij mankeert lichamelijk noch geestelijk iets. Zij is in staat om met de juiste door haar zelf aangetrokken vrijwillige hulp haar financiën op orde te krijgen. Bewind is daarvoor niet nodig.

Bovendien heeft de betrokkene nooit problemen gehad en heeft zij het altijd zelfstandig gered. Zij wil weer terug naar huis en samenwonen met haar zoon die haar daarbij kan helpen. Het bewind moet dus worden opgeheven, aldus de betrokkene.

De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep verweer gevoerd. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat het bewind voor de betrokkene noodzakelijk is. Zij lijdt aan dementie en is niet in staat om haar financiën zelf te regelen. Zij had voorheen problematische schulden en heeft in de Wsnp gezeten. Inmiddels heeft zij alweer hoge schulden van in totaal bijna € 14.000,-. De bewindvoerder acht het bewind nog steeds in het belang van de betrokkene noodzakelijk.

De beoordeling door het hof

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep blijkt het volgende.

Betrokkene woonde voorheen samen met haar zoon en voerde met hem een gemeenschappelijke huishouding. Zoals onder meer blijkt uit de verklaring van het Buurtteam van 6 maart 2025 bestonden bij de hulpverlenende instanties veel zorgen over deze situatie, ook op financieel gebied. Bij de instanties kwamen meldingen binnen van betrokkene zelf over ernstige problemen met haar zoon, maar ook buren deden zorgelijke meldingen.

Sinds 12 december 2025 verblijft betrokkene op basis van een Wlz-indicatie op een locatie van Amsta. Volgens de stukken, waaronder de rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van 12 februari 2026, is bij de betrokkene sprake van dementie en lijdt zij aan wanen. Betrokkene laat verminderd ziekte-inzicht zien, heeft moeite met executief functioneren en initiatiefverlies en de stoornis leidt tot ernstig nadeel. De betrokkene heeft intensieve zorg nodig.

In het verleden heeft betrokkene een Wsnp-traject doorlopen maar bij aanvang van het bewind had zij opnieuw een problematisch hoge schuld opgebouwd. Volgens het door de bewindvoerder overgelegde overzicht bedragen de schulden op dit moment bijna € 14.000,- en zijn deze schulden in de jaren 2021 tot begin 2025 ontstaan. Betrokkene is niet op de hoogte van deze schulden en heeft geen zicht op haar financiën, zo bleek tijdens het gesprek met de voorzitter van het hof met betrokkene op de locatie van haar verblijf.

Gelet op het voorgaande acht het hof voldoende aannemelijk dat betrokkene niet in staat is zelfstandig of met hulp haar financiën te beheren en bestaat de noodzaak voor het bewind onverkort. Het hof zal de bestreden beschikking bekrachtigen.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Baardewijk, mr. J.M.C. Louwinger-Rijk en mr. L.M. Mons, in tegenwoordigheid van mr. W.J. Boon als griffier en is op 25 augustus 2026 in het openbaar uitgesproken door de voorzitter.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W.J. Boon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand