GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel)
zaaknummer : 200.357.743/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 10355781 CV EXPL 23-2825
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 augustus 2026
in de zaak van
[appellant] ,
wonend in [plaats] ,
appellante,
advocaat: mr. P.J.A. De Jong te Hilversum,
tegen
[geïntimeerde] ,
wonend in [plaats] ,
geïntimeerde,
niet verschenen
Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerde] genoemd.
1. Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 24 juli 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 17 mei 2024 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en [appellant] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.
[geïntimeerde] is in hoger beroep niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
[appellant] heeft vervolgens een memorie van grieven tevens vermeerdering van eis ingediend, met producties. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van de onderdelen I, VI en VII van het bestreden vonnis en, uitvoerbaar bij voorraad, tot toewijzing van haar in hoger beroep gewijzigde vorderingen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties, met nakosten en rente.
Ten slotte is arrest gevraagd.
2. Beoordeling
[appellant] heeft bij memorie van grieven haar eis gewijzigd. Bij toezending van deze memorie aan het hof heeft de advocaat van [appellant] geschreven dat, omdat het om een verstekzaak gaat, de wederpartij niet werd geïnformeerd. Dat had wel gemoeten. Aangezien [geïntimeerde] in hoger beroep niet is verschenen, is een wijziging van eis door [appellant] immers niet toelaatbaar tenzij [appellant] die wijziging van eis tijdig bij exploot kenbaar heeft gemaakt aan [geïntimeerde] . Uit het procesdossier blijkt daarvan niet. Als gevolg daarvan is [geïntimeerde] niet op de hoogte van de gewijzigde eis en heeft zij ook niet volledig geïnformeerd kunnen beslissen om al dan niet in hoger beroep te verschijnen. Het hof kan daarom geen uitspraak doen op de gewijzigde eis (artikel 130 lid 3 in samenhang met artikel 353 Rv).
Als uitgangspunt geldt dat de rechter aan de partij die haar eis wil wijzigen alsnog gelegenheid biedt om de eiswijziging aan de niet verschenen wederpartij te laten betekenen. De rechter kan wegens strijd met de eisen van een goede procesorde afzien van het bieden van die gelegenheid.
Aan het hof is niet gebleken dat de procedure onredelijke vertraging oploopt of dat het anderszins in strijd met de goede procesorde zou zijn als het hof [appellant] gelegenheid biedt om alsnog bij exploot aan [geïntimeerde] kenbaar te maken dat de eis in hoger beroep is gewijzigd. Het hof zal daarom [appellant] in de gelegenheid stellen om met overeenkomstige toepassing van artikel 120 lid 3 Rv de memorie van grieven en dit arrest bij exploot aan [geïntimeerde] te laten betekenen en haar daarbij op te roepen in de procedure tegen de hierna te noemen roldatum. De zaak zal naar de rol worden verwezen voor akte overlegging stukken. Daaruit moet ofwel blijken dat [appellant] de memorie van grieven en dit arrest heeft laten betekenen en daarbij [geïntimeerde] heeft opgeroepen ofwel dat [appellant] daarvan afziet. In dat laatste geval zal het hof de vordering van [appellant] beoordelen zoals vervat in haar, aan [geïntimeerde] betekende, dagvaarding in hoger beroep.
3. Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 22 september 2026 voor een akte aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder 2.3. omschreven doel;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. L.A.J. Dun, M.E. van Neck en M.J.R. Brons en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.