ECLI:NL:GHAMS:2026:2439

ECLI:NL:GHAMS:2026:2439

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 23-000950-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:RBNHO:2023:2820

Samenvatting

Bevestiging vonnis m.u.v. opgelegde straf en m.d.v. dat het hof overwegingen aanvult. Valsheid in geschrift en witwassen. Overweging t.a.v. artikel 7:941 lid 5 BW. Overschrijding redelijke termijn. Gvs 21 maanden m.a.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 13 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte, zijn raadsman en de gemachtigde van de benadeelde partij Nationale Nederlanden N.V. naar voren hebben gebracht.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van valsheid in geschrift ten aanzien van facturen, offertes en schadetaxaties uit naam van [bedrijf] B.V., zoals onder feit 2 (cumulatief) ten laste is gelegd. Daarnaast is de verdachte door de rechtbank vrijgesproken van het witwassen van een Porsche met kenteken [kenteken 1] , een Porsche met kenteken [kenteken 2] en een woning aan de [adres 2] , zoals onder feit 3 respectievelijk zesde, zevende en negende gedachtestreepje, (cumulatief) ten laste is gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en is daarmee ook gericht tegen deze beslissingen tot vrijspraak. Gelet op artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte, overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal en de verdediging, daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen deze beslissingen tot vrijspraak.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissingen over de duur van de gijzeling in het kader van de schadevergoedingsmaatregelen – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:

 de bewijsoverweging van de rechtbank ten aanzien van feit 1 aanvult zoals hieronder vermeld;

 aan de eerste zin onder het kopje ‘3.3.5 Nadere bewijsoverweging feit 2’ in het vonnis, na de zinsnede ‘De verdachte heeft’ de zinsnede ‘in zijn verhoor bij de politie op 21 augustus 2019’ toevoegt;

 de overweging van de rechtbank ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen aanvult zoals hieronder vermeld;

 de overweging van de rechtbank ten aanzien van het beslag aanvult zoals hieronder vermeld;

 opmerkt dat de op de beslaglijst en in het vonnis als tweede voorwerp genoemde Porsche [kenteken 3] (3a) moet worden gelezen als de Porsche [kenteken 3] .

Aanvulling bewijsoverweging ten aanzien van feit 1

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot zijn wetenschap nog aangevoerd dat de koper van het huis van [persoon 1] mogelijk een belang had bij het vervalsen van het testament en de verklaring van erfrecht van [persoon 1] en dat die koper de stukken in de woning van de verdachte zou kunnen hebben verstopt. Deze redenering van de verdachte is naar het oordeel van het hof ongeloofwaardig en onnavolgbaar, zodat het hof de verklaring van de verdachte terzijde schuift.

Aanvulling overweging ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep onder meer bepleit dat er een nadere civielrechtelijke en verzekeringsrechtelijke beoordeling dient plaats te vinden en onder meer verzocht alleen dat gedeelte van de vorderingen toe te wijzen waarvan zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld dat door de valse facturen boven de rechtmatige schadevergoeding is uitgekeerd. Hij heeft daarbij verwezen naar artikel 7:941, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW).

Het hof stelt vast dat volgens de hoofdregel van artikel 7:941 lid 5 BW het recht op uitkering vervalt in het geval door de verzekeringnemer is gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden. Als uitzondering op de hoofdregel geldt dat geheel verval van recht op uitkering niet aan de orde is, in het geval de misleiding het verval van recht op uitkering niet rechtvaardigt. Een dergelijke situatie kan alleen in bijzondere omstandigheden worden aangenomen, waarbij de bewijslast op de verzekeringsnemer rust. Van bijzondere omstandigheden is het hof in onderhavig geval niet gebleken, noch zijn deze gesteld. Nu de door de verdachte ingediende facturen vals waren, is sprake van misleiding van de verzekeraar en daarmee, zoals ook door de vertegenwoordiger van Nationale Nederlanden N.V. ter zitting in hoger beroep is meegedeeld, van geheel verval van recht op uitkering.

Aanvulling overweging ten aanzien van het beslag

Ten aanzien van de inbeslaggenomen Porsche met kenteken [kenteken 3] en de inbeslaggenomen Porsche met kenteken [kenteken 4] overweegt het hof dat die in beginsel voor verbeurdverklaring in aanmerking komen, nu het onder 3 bewezenverklaarde is begaan met behulp van die personenauto’s. Desondanks zal het hof de beslissing van de rechtbank om, onder meer, de personenauto’s terug te geven aan de verdachte in stand laten, nu in het kader van de ontnemingszaak conservatoir beslag rust op de personenauto’s.

Oplegging van straf

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, rekening houdende met een overschrijding van de redelijke termijn zowel in eerste aanleg als in hoger beroep.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het gebruik maken van valse of vervalste testamenten van [persoon 2] en [persoon 1] , een kennisgeving van overlijden van [persoon 2] en een verklaring van erfrecht van [persoon 1] . Uit deze stukken volgde dat de verdachte erfgenaam of legataris was, hetgeen in strijd met de waarheid is. De valse of vervalste stukken heeft de verdachte ingediend bij de gemeente en bij een buitenlandse bank, onder meer met als gevolg dat hij ongeveer € 350.000,00 op zijn bankrekening gestort heeft gekregen. Met dat geld heeft de verdachte, nadat hij delen van het geld heeft overgemaakt naar de bankrekening van zijn overleden moeder, onder andere twee personenauto’s van het merk Porsche aangeschaft en de overname van restaurant [naam 1] en brasserie [naam 2] bekostigd, waardoor hij zich ook schuldig heeft gemaakt aan witwassen. Ten slotte heeft de verdachte valse facturen ingediend bij verzekeringsmaatschappijen, wat er toe heeft geleid dat aan de verdachte in totaal € 62.188,00 is uitgekeerd. Met zijn handelen heeft de verdachte het vertrouwen dat instanties, in dit geval banken, gemeentes en verzekeringsmaatschappijen, moeten kunnen hebben in authentieke akten en geschriften op grove wijze ondermijnd. Door het witwassen heeft de verdachte de integriteit van het financiële verkeer aangetast. Dit rekent het hof de verdachte zwaar aan.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte geen verantwoordelijkheid voor zijn handelen genomen en heeft hij de aanleiding van het bewezenverklaarde (deels) buiten zichzelf gelegd. Hij heeft geen openheid van zaken gegeven en is volhardend in zijn onjuiste beweringen.

Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde acht het hof in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden.

Het hof stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden. De verdachte is op 7 augustus 2018 in verzekering gesteld en de rechtbank heeft op 21 maart 2023 het vonnis uitgesproken. De overschrijding in eerste aanleg is daarmee twee jaar en ruim zeven maanden. Namens de verdachte is op 24 maart 2023 hoger beroep ingesteld en het hof spreekt dit arrest uit op 27 augustus 2026. Het gaat daarmee om een overschrijding van een jaar en ongeveer vijf maanden. Vanwege deze (forse) overschrijdingen ziet het hof aanleiding de straf te matigen, in die zin dat aan de verdachte zal worden opgelegd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 36f, 47, 57, 225, 226 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder feit 2 tenlastegelegde ‘facturen, offertes en schadetaxaties ten aanzien van [bedrijf] B.V.’ en ter zake van het onder feit 3, zesde, zevende en negende gedachtestreepje tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en de beslissingen over de duur van de gijzeling in het kader van de schadevergoedingsmaatregelen en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 (eenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van ASR

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 166 (honderdzesenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van Nationale Nederlanden N.V.

Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 135 (honderdvijfendertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.M. Koolen – Zwijnenburg en mr. L.F. Roseval, in tegenwoordigheid van mr. S. Geensen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 augustus 2026.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Geensen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand