2. Een geschift, zijnde een uittreksel RDW van 29 mei 2020.
Ten aanzien van zaak B:
1. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 van 27 september 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [procesdossier pagina’s 2-4].
2. Een geschift, zijnde een uittreksel RDW van 27 september 2020.
Ten aanzien van zaak C:
1. Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet 1994 van 3 november 2020, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [pagina’s 2-4].
2. Een geschift, zijnde een uittreksel RDW van 3 november 2020.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het in zaak A bewezenverklaarde levert op:
overtreding van het bepaalde in artikel 5.6.8, tweede lid, Regeling voertuigen.
Het in zaak B en zaak C bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straffen
De politierechter heeft de verdachte voor het in zaak A bewezenverklaarde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 310,00, subsidiair zes dagen hechtenis, en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden en voor het in zaak B en zaak C bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren en een geheel voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee maanden, met een proeftijd van een jaar.
De raadsman heeft verzocht een taakstraf voor een kortere duur dan 80 uren op te leggen.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan het besturen van een bromfiets terwijl hij wist dat zijn rijbewijs zijn geldigheid had verloren. Door zo te handelen heeft de verdachte de regels die gelden in het verkeer genegeerd. Daarnaast heeft hij met zijn gedrag niet alleen zijn eigen veiligheid, maar ook die van andere weggebruikers in gevaar gebracht. Blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 25 juni 2026 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten. Daarnaast heeft de verdachte (op een ander moment) gereden op een opgevoerde bromfiets. Het hof acht op grond van het voorgaande in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn plaats.
Het hof ziet echter in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door de raadsman en de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht, aanleiding om andere straffen op te leggen. De verdachte heeft weliswaar op jongere leeftijd aanhoudend strafbare feiten in het verkeer gepleegd, maar hij heeft ter terechtzitting voor het hof aannemelijk gemaakt dat hij inmiddels zijn leven op de rit heeft gekregen. De verdachte heeft een fulltime baan als magazijnmedewerker en bestiert daarnaast zijn eigen bedrijf in de reparatie van motoren. Ook beschikt hij, na het afronden van een cursus bij het CBR, over al zijn rijbewijzen. Het hof heeft geen reden te verwachten dat de verdachte in herhaling zal vallen en zal daarom geen (al dan niet voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen. Verder betreffen de onderhavige feiten oude feiten en is de verdachte al enige tijd – vanaf 2023 – niet meer veroordeeld voor nieuwe strafbare feiten. Gelet op het voorgaande acht het hof het niet wenselijk en ook niet noodzakelijk dat de verdachte thans opnieuw komt vast te zitten; het hof zal in plaats daarvan een taakstraf van na te melden duur opleggen en ter zake van de overtreding volstaan met een voorwaardelijke geldboete.
Het in zaak C bewezenverklaarde strafbare feit is begaan met de bromfiets waarvan verbeurdverklaring is gevorderd. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij afstand doet van de bromfiets. Het hof zal de bromfiets verbeurdverklaren, nu aan de voorwaarden daartoe is voldaan en de verdachte daardoor ook financiële gevolgen ondervindt van zijn handelen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24c, 33, 33a, 57, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 5.1.1 en 5.6.8 van de Regeling voertuigen.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-193182-20 en in de zaak met parketnummer 96-290587-20 en in de zaak met parketnummer 96-325837-20 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-193182-20 en in de zaak met parketnummer 96-290587-20 en in de zaak met parketnummer 96-325837-20 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte ter zake van 96-193182-20 (zaak A) tot een geldboete van € 310,00 (driehonderdtien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeelt de verdachte ter zake van 96-290587-20 (zaak B) en 96-325837-20 (zaak C) tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Bromfiets.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Duker, mr. P.J. van Eekeren en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 juli 2026.
Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]