ECLI:NL:GHAMS:2026:2445

ECLI:NL:GHAMS:2026:2445

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 22-07-2026
Datum publicatie 28-08-2026
Zaaknummer 23-000917-21
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte niet-ontvankelijke voor twee feiten wegens vrijspraak i.e.a. Bevestiging vonnis, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en met aanvulling van de bewijsoverweging. Veroordeling voor mishandeling in vereniging en overtreding van een gebiedsverbod tot een gevangenisstraf voor 5 weken.

Uitspraak

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem in de zaak met parketnummer 13-194735-20 onder 2 en in de zaak met parketnummer 13-192263-20 onder 2 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is dus mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op wat is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 8 juli 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de rechtbank aanvult met de navolgende overweging en de gebezigde bewijsmiddelen vervangt door de bewijsmiddelen die – in de door de wet voorgeschreven gevallen – worden neergelegd in een aanvulling op het verkort arrest als bedoeld in artikel 365a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

Vaststelling feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten. De slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (hierna met hun voornamen aangeduid) woonden samen met ene [persoon] in een woning. De verdachte en medeverdachte [medeverdachte] kwamen geregeld op bezoek bij [persoon] . Zo ook vanaf 23 juli 2020. In de vroege ochtend van zaterdag 25 juli is [slachtoffer 1] naar de woning toe gegaan en heeft tegen de verdachte en de medeverdachte gezegd dat zij de woning moesten verlaten. Verdachte heeft toen met een basketbal hard tegen het hoofd van [slachtoffer 1] geslagen. Vervolgens heeft medeverdachte [medeverdachte] in een tijdsbestek van ongeveer een uur slachtoffer [slachtoffer 1] geslagen/gestompt en getrapt tegen dienst hoofd en lichaam. In dat tijdsbestek heeft verdachte zelf geen geweldshandelingen verricht, maar heeft hij de medeverdachte wel aangemoedigd.

Op een gegeven moment probeerde het slachtoffer [slachtoffer 1] 112 te bellen. Zijn telefoon werd afgepakt en kapot gemaakt. Daarna ging de verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] met gebalde vuisten slaan tegen het hoofd. [slachtoffer 2] kreeg van beide verdachten klappen en werd ook tegen zijn ribben geslagen. [slachtoffer 2] rende vervolgens weg. De verdachte rende achter hem aan, maar [slachtoffer 2] wist te ontkomen. Daarna kwam de verdachte terug. Hij was woest en begon hard tegen het hoofd van slachtoffer [slachtoffer 1] te stompen, waardoor deze op de grond viel. Vervolgens schopten de verdachte en de medeverdachte hem tegen zijn benen.

Beide slachtoffers hebben letsel opgelopen in het gezicht. Bij [slachtoffer 1] zijn een gebroken neus en kneuzingen in het aangezicht vastgesteld.

Doordat de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 1] begon met het slaan met de basketbal en later zijn medeverdachte heeft aangemoedigd bij het slaan en trappen, en hij zelf weer begon met geweld ten aanzien van [slachtoffer 2] , en zijn medeverdachte [slachtoffer 2] ook heeft geslagen, om later samen met elkaar [slachtoffer 1] te schoppen, vindt het hof – anders dan de raadsvrouw – dat ten aanzien van beide slachtoffers sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van alle geweldshandelingen, en dat de verdachte dus telkens als medepleger kan worden aangemerkt.

Gebruik van de verklaringen van de niet door de verdediging ondervraagde getuige [slachtoffer 2] als bewijsmiddel

De verdediging heeft in hoger beroep verzocht om slachtoffer [slachtoffer 2] op te roepen als getuige. Dit verzoek is toegewezen, waarbij de stukken in handen van de raadsheer-commissaris zijn gesteld, maar de getuige is uiteindelijk, ondanks uitvoerige inspanningen daartoe, niet gehoord. De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen van deze getuige daarom niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

Het hof baseert de bewezenverklaring mede op de aangifte van slachtoffer [slachtoffer 2] , zonder dat het is gelukt om de verdediging op haar verzoek de gelegenheid te geven hem als getuige te ondervragen. Dat is naar het oordeel van het hof niettemin in overeenstemming met het recht op een eerlijk proces, gelet op het volgende.

Wat [slachtoffer 2] heeft verklaard bij de politie, wordt grotendeels bevestigd in de verklaringen van [slachtoffer 1] en het geconstateerde letsel. In zoverre had het hof ook zonder de verklaring van [slachtoffer 2] tot een bewezenverklaring kunnen komen en is de verklaring dus niet van beslissende betekenis.

Het hof constateert wel dat alleen [slachtoffer 2] heeft verklaard dat de medeverdachte, voordat 112 werd gebeld, door de verdachte werd aangemoedigd om geweld te gebruiken (ten aanzien van op dat moment [slachtoffer 1] ). Voor het bewijs van medeplegen is die verklaring echter evenmin beslissend, omdat het medeplegen in het bijzonder bestaat in het geweld dat daarna door zowel de verdachte als de medeverdachte op beide aangevers is toegepast en dat steun vindt in de verklaringen van [slachtoffer 1] en het geconstateerde letsel. Omdat de voor het bewijs te bezigen verklaring van [slachtoffer 2] niet van beslissende betekenis is, is het hof – overigens met de raadsvrouw – van oordeel dat er niet nog meer inspanningen behoefden te worden geleverd om [slachtoffer 2] als getuige te horen dan die reeds zijn gedaan. Om dezelfde reden is het ook niet bezwaarlijk dat geen compensatie is geboden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid.

Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat het gebruik van de getuigenverklaring van [slachtoffer 2] verenigbaar is met het recht op een eerlijk proces.

Bespreking verweer

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat – kort gezegd – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft mishandeld, omdat de verklaring van [slachtoffer 1] bij de raadsheer-commissaris daarover innerlijk tegenstrijdig is.

[slachtoffer 1] heeft bij de politie – vlak na het incident – een belastende verklaring afgelegd. Het hof ziet geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaring en zal deze gebruiken voor het bewijs. Dat [slachtoffer 1] bij de raadsheer-commissaris – ruim drie jaar na de onderhavige feiten – heeft verklaard dat hij zich het incident niet meer goed herinnert, doet daar niet aan af.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken met aftrek van voorarrest, waarvan drie weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het in zaak A onder 1 en in zaak B onder 1 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van een maand.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Samen met een ander heeft de verdachte twee broers in hun eigen woning ernstig mishandeld, na door hen te zijn verzocht te vertrekken. Daarbij heeft de verdachte de slachtoffers pijn gedaan en letsel toegebracht. Eén van de broers heeft daarbij twee kneuzingen bij de ogen en een gebroken neus opgelopen. De mate van geweld, het vastgestelde letsel en het feit dat twee personen zijn mishandeld maken dat het hof dit feit als aanzienlijk ernstiger aanmerkt dan bijvoorbeeld een enkele kopstoot met letsel tot gevolg. Vervolgens is verdachte een gedragsaanwijzing gegeven, inhoudende dat hij zich van contact met de broers dient te onthouden en dat hij niet meer in de straat mag komen, waarin de woning van de broers is gelegen. Desondanks wordt verdachte twee dagen later weer in de woning van de broers aangetroffen. Daarmee laat verdachte zien dat hij zich weinig aantrekt van een hem door het gezag gegeven bevel.

Het hof heeft acht geslagen op de toepasselijkheid van het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof vindt dat met de door de politierechter opgelegde straf onvoldoende recht is gedaan aan de ernst van met name deze mishandelingen en acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes weken passend en geboden.

Namens de verdachte is op 31 maart 2021 hoger beroep ingesteld. Het hof wijst arrest op 22 juli 2026. Dit betekent dat in hoger beroep sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM met ruim 39 maanden. Het hof zal rekening houden met deze overschrijding door één week in mindering te brengen op het onvoorwaardelijke deel van de passend en geboden geachte gevangenisstraf.

Het hof komt, alles afwegende, tot oplegging van een gevangenisstraf van na te melden duur. Met een andere of lichtere straf dan een straf die deze vrijheidsbeneming met zich brengt kan niet worden volstaan.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 57, 63, 184a en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het in de zaak met parketnummer 13-194735-20 onder 2 en in de zaak met parketnummer 13-192263-20 onder 2 tenlastegelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.J. van Eekeren, mr. M.J.A. Duker en mr. B. de Wilde, in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 juli 2026.

Mr. B. de Wilde is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.P. van Kessel

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand