Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2026.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.hij op of omstreeks de periode van 01 mei 2023 te Alkmaar, althans in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij] heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 700,00 (ten behoeve van een Apple Iphone), in elk geval genoemde persoon heeft bewogen tot de betaling/afgifte van een geldbedrag, door valselijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,
- via de website [website] een goed/product te koop aan te bieden onder de naam [naam] ;
- contact te krijgen met een in dat goed/product geïnteresseerde persoon;
- een koopovereenkomst met die persoon tot stand te laten komen;
- een afspraak te maken met voornoemde [benadeelde partij] om de Iphone aan voornoemde [benadeelde partij] te overhandigen nadat de betaling had plaatsgevonden;
- naar die afspraak is gegaan en voornoemde [benadeelde partij] een nabootsing van een Iphone heeft overhandigd nadat hjj, verdachte, het afgesproken geldbedrag had geincasseerd, waarbij verdachte zich aldus heeft voorgedaan als een persoon die een goede Iphone zou leveren, waardoor voornoemde [benadeelde partij] is bewogen tot betaling/afgifte van de boven vernoemd geldbedrag;
2.hij op of omstreeks 4 mei 2023 te Alkmaar, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van € 1000,
- via de website [website] een goed/product te koop heeft aangeboden onder de naam [naam] ;
- contact heeft gekregen met een in dat goed/product geïnteresseerde persoon;
- een koopovereenkomst met die persoon tot stand heeft laten komen;
- een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [benadeelde partij] om de Iphone aan voornoemde [benadeelde partij] te overhandigen nadat de betaling had plaatsgevonden;
- naar die afspraak is toegegaan met een nabootsing van een Iphone, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.
Bewijsmiddelen
1. Een proces-verbaal van verhoor van 4 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] inhoudende de door de verdachte op 4 mei 2023 tegenover verbalisant afgelegde verklaring [doorgenummerde pagina’s 71-76].
2. Een proces-verbaal van verhoor van 6 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] inhoudende de door de verdachte op 4 mei 2023 tegenover verbalisant afgelegde verklaring [doorgenummerde pagina’s 77-85].
3. Een proces-verbaal van aangifte van 4 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] inhoudende de door [benadeelde partij] op 4 mei 2023 tegenover verbalisant afgelegde verklaring [doorgenummerde pagina’s 9-12], met bijlagen [doorgenummerde pagina’s 13-23].
4. Een proces-verbaal van aangifte van 4 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 4] inhoudende de door [benadeelde partij] op 4 mei 2023 tegenover verbalisant afgelegde verklaring [doorgenummerde pagina’s 5-8].
5. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] inhoudende de bevindingen van de verbalisanten [doorgenummerde pagina’s 24-27].
6. Een proces-verbaal van bevindingen van 4 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 4] inhoudende de bevindingen van de verbalisanten [doorgenummerde pagina’s 28-31].
7. Een proces-verbaal van bevindingen van 6 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 2] inhoudende de bevindingen van de verbalisant [doorgenummerde pagina’s 50-52].
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.hij op 01 mei 2023 te Alkmaar, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door listige kunstgrepen, [benadeelde partij] heeft bewogen tot betaling/afgifte van een geldbedrag van € 700,00 (ten behoeve van een Apple iPhone), door valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid,
- via de website [website] een goed/product te koop aan te bieden onder de naam [naam] ;
- contact te krijgen met een in dat goed/product geïnteresseerde persoon;
- een koopovereenkomst met die persoon tot stand te laten komen;
- een afspraak te maken met voornoemde [benadeelde partij] om de iPhone aan voornoemde [benadeelde partij] te overhandigen nadat de betaling had plaatsgevonden;
- naar die afspraak is gegaan en voornoemde [benadeelde partij] een nabootsing van een iPhone heeft overhandigd en hij, verdachte, het afgesproken geldbedrag had geïncasseerd, waarbij verdachte zich aldus heeft voorgedaan als een persoon die een goede iPhone zou leveren, waardoor voornoemde [benadeelde partij] is bewogen tot betaling/afgifte van de boven vernoemd geldbedrag;
2.hij op 4 mei 2023 te Alkmaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, [benadeelde partij] te bewegen tot de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van € 1000,
- via de website [website] een goed/product te koop heeft aangeboden onder de naam [naam] ;
- contact heeft gekregen met een in dat goed/product geïnteresseerde persoon;
- een koopovereenkomst met die persoon tot stand heeft laten komen;
- een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [benadeelde partij] om de iPhone aan voornoemde [benadeelde partij] te overhandigen nadat de betaling had plaatsgevonden;
- naar die afspraak is toegegaan met een nabootsing van een iPhone, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
oplichting.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
poging tot oplichting.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Oplegging van straf
De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg het onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120, subsidiair 60 dagen hechtenis waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft gewezen op de moeilijke persoonlijke omstandigheden waar de verdachte ten tijde van de feiten in verkeerde – en waarvan de politierechter niet op de hoogte was – en heeft verzocht daar rekening mee te houden. Zij heeft erop gewezen dat de duur van de straf in het algemeen belangrijk is voor het verkrijgen van een verklaring omtrent gedrag. Verder heeft zij erop gewezen dat in soortgelijke gevallen wordt uitgegaan van een taakstraf van 120 uren. De veroordeling in België op het strafblad van de verdachte is pas na deze feiten onherroepelijk geworden zodat daar geen rekening mee kan worden gehouden voor de recidive. De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met oplegging van een taakstraf van 80 uren – of lager – en dat oplegging van een voorwaardelijk deel achterwege kan blijven ter compensatie van het feit dat de verdachte het onvoorwaardelijk deel van de in eerste aanleg opgelegde taakstraf van de reclassering heeft moeten uitvoeren voordat zijn veroordeling onherroepelijk was. Naar de mening van de raadsvrouw is een voorwaardelijk deel niet nodig omdat de vriendin van de verdachte hem op het goede pad houdt.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting en een poging daartoe via [website] . Het zijn ernstige feiten waarbij veel schade aan de gedupeerden wordt toegebracht. Daarnaast schaden dergelijke feiten het vertrouwen in de handel via internet en [website] is bij uitstek het medium waar veel mensen in goed vertrouwen spullen kopen en verkopen.
Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 5 januari 2026 is hij niet eerder onherroepelijk strafrechtelijk veroordeeld.
In hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd, en ook overigens, ziet het hof geen aanleiding een lagere straf op te leggen dan de politierechter heeft gedaan. Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met oplegging van een taakstraf van 80 uren – of minder – zonder daarbij oplegging van een voorwaardelijk deel als stok achter de duur.
Het hof acht, alles afwegende, een deels voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden.
Het hof wijst erop dat blijkens een door de raadsvrouw overgelegd emailbericht van Reclassering Nederland van 13 januari 2026 de verdachte in deze zaak reeds een taakstraf van 76 uren heeft voltooid. Dat betreft het onvoorwaardelijk deel van de in eerste aanleg (en in hoger beroep opnieuw) opgelegde taakstraf waar 4 uren voorarrest in mindering zijn gebracht.
Beslag
De politierechter heeft een bedrag van € 410,00 en een achttal telefoons verbeurd verklaard en de teruggave aan de verdachte gelast van de in beslaggenomen en nog niet teruggegeven computer.
Ter terechtzitting in hoger beroep is het beslag besproken. Hierbij is met instemming van de advocaat-generaal en de raadsvrouw besproken dat het hof – naast het geld en de computer – alleen een beslissing zal nemen over de telefoons met beslagnummers PL1100-2023091308-1482805; (…)1482812; (…)1482814; (…)1482815; (…)1482816; (…)1482818 en (…)1482820. Van de namaak iPhones is door de verdachte respectievelijk [benadeelde partij] afstand gedaan, zodat dienaangaande geen beslissing van het hof nodig is.
Het hof overweegt en beslist als volgt.
Het hierna in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 410,00 behoort aan de verdachte toe. Het zal worden verbeurd verklaard aangezien het door middel van het onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is verkregen. Het onder 1 en 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan en voorbereid met behulp van de in beslag genomen en niet teruggegeven telefoon met beslagnummer (…)1482816. Het behoort de verdachte toe. Het zal daarom worden verbeurd verklaard.
Het hof zal de teruggave gelasten van de in beslaggenomen en nog niet teruggegeven computer en de telefoons met beslagnummers 1482805; (…)1482812; (…)1482814; (…)1482815; (…)1482818 en (…)1482820.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 762,56 aan materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten en bestaande uit € 700,00 voor de kosten van de telefoon en twee keer reiskosten (naar het hof begrijpt:) van Leiden naar Alkmaar en terug. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen met uitzondering van een bedrag van € 31,28 dat ziet op reiskosten die op 4 mei 2023 (feit 2) zijn gemaakt. Dit bedrag staat, naar de mening van de advocaat-generaal, niet in rechtstreeks verband met feit 2. Het toe te wijzen bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente en dient daarnaast de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.
De raadsvrouw heeft te kennen gegeven zich in het standpunt van de advocaat-generaal te kunnen vinden.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering geheel zal worden toegewezen. Anders dan de advocaat-generaal en de raadsvrouw is het hof van oordeel dat het bedrag van € 31,28 in rechtstreeks verband staat met het onder 2 bewezenverklaarde zodat ook dit bedrag moet worden toegewezen.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 45, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de taakstraf niet zal worden uitgevoerd voor zover de verdachte deze al heeft verricht.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 1) 410 EUR (Omschrijving: G1482803)
- 6) 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving PL1100-2023091308-1482816; Samsung).
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- 2) 1 STK Computer (omschrijving: PL1100-2023091308-1482821; Samsung);
- 3) 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1100-2023091308-1482812; Samsung);
- 4) 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1100-2023091308-1482815; Samsung);
- 5) 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1100-2023091308-1482818; Huawei);
- 7) 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1100-2023091308-1482820; Samsung);
- 8) 1 STK Telefoontoestel (Omschrijving: PL1100-2023091308-1482805; Samsung)
- 1 STK Telefoontoestel (niet op beslaglijst vermeld; PL1100-2023092005-1482814; Apple, iPhone 14 Pro Max).
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 762,56 (zevenhonderdtweeënzestig euro en zesenvijftig cent) voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 762,56 (zevenhonderdtweeënzestig euro en zesenvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 7 (zeven) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op: - 1 mei 2023 over een bedrag van € 731,28 - 4 mei 2023 over een bedrag van € 31,28.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. P. Greve en mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 januari 2026.