afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002920-23 (ontneming)
datum uitspraak: 22 januari 2026
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 oktober 2023 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de ontnemingszaak met nummer 15-094176-22 tegen de betrokkene:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1993,
adres: [adres] .
Procesgang
Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 100.958,66.
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 20 oktober 2023 veroordeeld voor – kort gezegd – de eendaadse samenloop van medeplegen van oplichting, diefstal in vereniging met valse sleutels en medeplegen van computervredebreuk, allemaal meermalen gepleegd, in de periode van 8 februari 2022 tot en met 12 april 2022. Het vonnis in de strafzaak is op 4 november 2023 onherroepelijk geworden.
Verder heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 20 oktober 2023 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 26.683,79 ter ontneming van het op hetzelfde bedrag vastgestelde wederrechtelijk verkregen voordeel.
Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in de ontnemingszaak.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de
rechtbank.
Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Standpunten van partijen
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep, na aanpassing van haar eerder bij conclusie van 9 december 2025 ingenomen standpunt, gevorderd dat het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, wordt vastgesteld op € 32.289,05.
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting aangesloten bij het standpunt van de advocaat-generaal en ook bij de door haar gehanteerde berekeningswijze.
Oordeel van het hof
I. Grondslag van de vordering
Gezien de stukken waarop de vordering berust, en de ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal gegeven toelichting, stelt het hof vast dat het gaat om een vordering die is gebaseerd op artikel 36e, tweede lid, Sr.
Op grond van artikel 36e, tweede lid, Sr kan aan de betrokkene de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, verkregen door middel van of uit de baten van een door hem gepleegd strafbaar feit en door andere strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan.
De betrokkene is, zoals hiervoor beschreven, in de onderliggende strafzaak bij vonnis van de rechtbank van 20 oktober 2023 veroordeeld voor – kort gezegd – de eendaadse samenloop van medeplegen van oplichting, diefstal in vereniging met valse sleutels, en medeplegen van computervredebreuk, allemaal meermalen gepleegd, in de periode van 8 februari 2022 tot en met 12 april 2022. Het hof is van oordeel dat de betrokkene voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van deze bewezenverklaarde strafbare feiten en daarnaast van andere strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene zijn begaan.
Bij de schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene heeft het hof onder meer acht geslagen op het ‘Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel’, inclusief bijlagen, van 13 december 2022 (hierna: het ontnemingsrapport).
II. Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
Het hof is met de advocaat-generaal en de raadsvrouw van oordeel dat het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene wordt geschat op € 32.289,05, zoals hierna weergegeven.
II.1 Voordeel uit bewezenverklaarde strafbare feiten
Wat betreft de bewezenverklaarde feiten in de strafzaak, gerelateerd aan de telefoons en gegevensdragers van [persoon 1] en de betrokkene, heeft het hof bij de vaststelling van de benadelingsbedragen het door Rabobank bij de vordering tot schadevergoeding overgelegde overzicht tot uitgangspunt genomen.
Dit levert de volgende bedragen op:
Bewezenverklaarde feiten gerelateerd aan telefoons en gegevensdragers van [persoon 1]
Datum
Aangever
Schadebedrag
24-03-2022
[persoon 2]
€ 999,00
28-03-2022
[persoon 3]
€ 1.998,00
30-03-2022
[persoon 4]
€ 999,00
30-03-2022
[persoon 5]
€ 999,00
18-02-2022
[persoon 6]
€ 999,00
23-02-2022
[persoon 7]
€ 900,00
14/15-03-2022
[persoon 8] / [organisatie]
€ 3.996,00
18-03-2022
[persoon 9]
€ 31.997,00
05-04-2022
[persoon 10]
€ 999,00
11-04-2022
[persoon 11]
€ 18.953,11
12-04-2022
[persoon 12]
€ 999,00
08-04-2022
[persoon 13]
€ 1.998,00
Totaal
€ 65.836,11
Bewezenverklaarde feiten gerelateerd aan telefoons en gegevensdragers van de betrokkene
Datum
Aangever
Schadebedrag
17-02-2022
[persoon 14]
€ 3.400,00
14-02-2022
[persoon 15]
€ 9.000,31
11-04-2022
[persoon 16]
€ 6.605,65
11-04-2022
[persoon 17]
€ 8.074,00
Totaal
€ 14.679,65
In de strafzaak is de betrokkene vrijgesproken wat betreft [persoon 14] en de overboeking van [persoon 15] is door ING tegengehouden. Deze bedragen zal het hof daarom, anders dan in het ontnemingsrapport, niet meenemen in de berekening.
Het voorgaande resulteert in een bedrag van € 65.836,11 voor [persoon 1] en een bedrag van € 14.679,65 voor de betrokkene. Hiermee komt het wederrechtelijk verkregen voordeel van de bewezenverklaarde strafbare feiten waarvoor de betrokkene in de strafzaak is veroordeeld, uit op een totaalbedrag van (65.836,11 + 14.679,65 =) € 80.515,76.
Verdeelsleutel
Uit het dossier volgt niet op welke manier het voordeel uit de strafbare feiten is verdeeld en met hoeveel personen dit moest worden gedeeld. Uit het vonnis van de rechtbank in de strafzaak volgt dat er meerdere, onbekend gebleven, mededaders waren en dat het aandeel van de betrokkene geringer was dan dat van [persoon 1] . Het hof vindt het daarom redelijk dat 50% van het voordeel wordt toegerekend aan de andere, onbekend gebleven, mededaders. Van de overige 50%, die aan [persoon 1] en de betrokkene wordt toegerekend, zal het hof 1/3 deel toerekenen aan de betrokkene. Volgens deze verdeelsleutel – die tussen partijen in hoger beroep niet in geschil is – wordt aan de betrokkene een bedrag van ((80.515,76 / 2) x 1/3 =) € 13.419,29 toegerekend.
II.2 Voordeel uit andere strafbare feiten
Wat betreft het voordeel uit andere strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij
door de betrokkene als medepleger zijn begaan, wijst het hof op paragraaf 4.12 van het ontnemingsrapport. Hierin is vermeld welke andere aangiften van bankhelpdeskfraude uit de systemen van de politie in verband kunnen worden gebracht met dezelfde dadergroep, bestaande uit onder meer [persoon 1] en de betrokkene. Het hof is van oordeel dat voor deze aangiftes buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat ze door [persoon 1] en de betrokkene zijn begaan als medeplegers. Dit volgt onder andere uit het gebruik van Anydesk, telefoon(nummer), bankrekeningnummer, de naam [persoon 18] en de omvang van het overgemaakte geldbedrag. De handelwijze bij de andere strafbare feiten vertoont hierdoor zulke overeenkomsten met de strafbare feiten waarvoor de betrokkene wel is veroordeeld, dat het wederrechtelijk verkregen voordeel hiervan (gedeeltelijk) aan de betrokkene wordt toegerekend.
Het hof gaat daarbij uit van de volgende aangiften en bedragen, zoals blijkend uit onderstaand overzicht:
Datum
Aangever
Schadebedrag
08-11-2021
[persoon 19]
€ 499,23
23-11-2021
[persoon 20]
€ 1.900,00
25-11-2021
[persoon 21]
€ 999,01
26-11-2021
[persoon 22]
€ 950,00
22-11-2021
[persoon 23]
€ 3.800,00
30-12-2021
[persoon 24]
€ 500,00
07-01-2022
[persoon 25]
€ 18.055,54
03-02-2022
[persoon 26]
€ 999,00
07-02-2022
[persoon 27]
€ 1.000,00
07-02-2022
[persoon 28]
€ 1.777,48
26-01-2022
[persoon 29]
€ 999,00
07-02-2022
[persoon 30]
€ 999,00
03-02-2022
[persoon 31]
€ 999,00
04-02-2022
[persoon 32]
€ 999,00
13-01-2022
[persoon 33]
€ 999,00
11-02-2022
[persoon 34]
€ 1.202,05
16-02-2022
[persoon 35]
€ 999,00
28-02-2022
[persoon 36]
€ 1.998,00
07-03-2022
[persoon 37]
€ 990,75
08-03-2022
[persoon 38]
€ 999,00
14-02-2022
[persoon 39]
€ 1.902,50
14-03-2022
[persoon 40]
€ 999,00
18-03-2022
[persoon 41]
€ 999,00
15-03-2022
[persoon 42]
€ 1.998,00
16-03-2022
[persoon 43]
€ 999,00
15-03-2022
[persoon 44]
€ 1.998,00
16-03-2022
[persoon 45]
€ 999,00
16-03-2022
[persoon 46]
€ 999,00
24-03-2022
[persoon 47]
€ 1.400,00
14-03-2022
[persoon 48]
€ 999,00
31-03-2022
[persoon 49]
€ 2.678,00
01-04-2022
[persoon 50]
€ 1.998,00
05-04-2022
[persoon 51]
€ 999,00
01-04-2022
[persoon 52]
€ 999,00
05-04-2022
[persoon 53]
€ 360,00
06-04-2022
[persoon 54]
€ 1.998,00
28-03-2022
[persoon 55]
€ 2.977,00
06-04-2022
[persoon 56]
€ 8.197,00
07-04-2022
[persoon 57]
€ 20.232,00
04-04-2022
[persoon 58] / [persoon 59]
€ 5.345,00
05-04-2022
[persoon 60]
€ 999,00
08-04-2022
[persoon 61]
€ 1.490,00
12-04-2022
[persoon 62]
€ 2.997,00
07-04-2022
[persoon 63]
€ 1.998,00
16-03-2022
[persoon 64]
€ 999,00
25-03-2022
[persoon 65]
€ 3.996,00
Totaal
€ 113.218,56
Hiermee komt het wederrechtelijk verkregen voordeel van de andere strafbare feiten waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de betrokkene als medepleger zijn begaan, uit op een totaalbedrag van € 113.218,56.
Verdeelsleutel
Volgens de hiervoor al genoemde verdeelsleutel wordt van het bedrag van € 113.218,56 aan de betrokkene ((113.218,56 / 2) x 1/3 =) € 18.869,76 toegerekend.
III. Conclusie
Uit het voorgaande volgt dat het totale bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel van de betrokkene wordt geschat (€ 13.419,29 + € 18.869,76 =) € 32.289,05 betreft.
Verplichting tot betaling aan de Staat
Standpunten van partijen
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op nihil.
De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting hierbij aangesloten.
Oordeel van het hof
Het hof volgt het standpunt van partijen en overweegt als volgt.
Bij de bepaling van de omvang van het bedrag waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, worden aan benadeelde derden in rechte toegekende vorderingen alsmede de verplichting tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van het slachtoffer als bedoeld in artikel 36f Sr voor zover die zijn voldaan, in mindering gebracht (artikel 36e, negende lid, Sr).
De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank in de strafzaak ten behoeve van het slachtoffer Coöperatieve Rabobank U.A. een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van € 81.835,76. Uit het overzicht van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) van 9 december 2025 volgt dat de betrokkene tot aan dat moment een bedrag van € 40.090,61 had voldaan. Gelet op voornoemde bepaling in het Wetboek van Strafrecht dient dit betaalde bedrag in mindering te worden gebracht op de betalingsverplichting.
Dit brengt met zich dat, nu het wederrechtelijk verkregen voordeel is vastgesteld op een bedrag lager dan € 40.090,61, te weten € 32.289,05, de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op nihil.
Toepasselijk wettelijk voorschrift
De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e Sr.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 32.289,05 (tweeëndertigduizend tweehonderdnegenentachtig euro en vijf cent).
Stelt de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
vast op nihil.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. A.P.M. van Rijn en mr. M. Senden, in tegenwoordigheid van mr. N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 januari 2026.
=========================================================================
[…]