ECLI:NL:GHAMS:2026:254

ECLI:NL:GHAMS:2026:254

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 22-01-2026
Datum publicatie 04-02-2026
Zaaknummer 23-000553-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Opzettelijk aanwezig hebben van een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs. Het hof acht het aannemelijk dat de aangetroffen verdovende middelen dienden ter bevoorrading van een (legale) coffeeshop, waar de verdachte op dat moment werkzaam was. Dit vormt evenwel geen reden in het geval van de verdachte toepassing te geven aan artikel 9a Sr. In de problematiek van de ‘achterdeur’ van de coffeeshop ziet het hof wel aanleiding een lagere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd, te weten: een voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 december 2025 en 8 januari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 10 juni 2022 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer

- 11,2 kilogram hasjiesj en/of

- 594 gedraaide joints inhoudende tabak/hennep en/of tabak/hajiesj en/of

- 34,84 kilogram hennep en/of

- 13.083 joints inhoudende tabak/hennep en/of tabak/hajiesj en/of

in elk geval een groot aantal kilo's/een grote hoeveelheid (droge) hennep(toppen)/(blokken) hasjiesj en/of een grote hoeveelheid joints, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj, (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de politierechter.

Bespreking bewijsverweer

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat sprake is van verschillende onrechtmatigheden die, tezamen bezien, een schending opleveren van artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Aan de verdachte zijn direct, zonder dat hem de cautie was gegeven, vragen gesteld over de bus en zijn aanwezigheid in de parkeergarage, terwijl het zou gaan om een controle op grond van de Wegenverkeerswet. Verder is de verdachte onrechtmatig gefouilleerd en zijn de auto en bus onrechtmatig doorzocht. Er was geen sprake van ‘ernstige bezwaren’ tegen de verdachte die de fouillering rechtvaardigden, zoals bedoeld in artikel 9, tweede lid, Opiumwet. Ook kon niet redelijkerwijze worden vermoed dat in (een van) de voertuigen verdovende middelen vervoerd werden of aanwezig waren, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, sub a, Opiumwet. Dat bij de verdachte sprake zou zijn van recente registraties in het politiesysteem is onjuist, omdat de laatste registratie dateert van bijna 3 jaar eerder, namelijk van 23 november 2019. Daarom is sprake van onherstelbare vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De enige passende reactie is bewijsuitsluiting van het resultaat dat door de verzuimen is verkregen, te weten hetgeen is aangetroffen bij de doorzoeking van de bus. De verdachte moet, wegens gebrek aan ander bewijs, van het tenlastegelegde worden vrijgesproken.

Oordeel van het hof

Het hof stelt vast dat het verweer van de raadsvrouw niet voldoet aan de in de jurisprudentie geformuleerde vereisten omdat de in artikel 359a Sv genoemde factoren onvoldoende zijn besproken. Het door de raadsvrouw genoemde belang van de verdachte dat zou zijn geschonden door de gestelde vormverzuimen en het daardoor veroorzaakte nadeel, kan naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang als bedoeld in artikel 359a Sv. Voor zover de verdediging stelt dat de aanhouding onrechtmatig is omdat het ging om een controle in het kader van de Wegenverkeerswet treft dit geen doel (zie ook HR 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2529). Van een aanzienlijke inbreuk op het vertrouwen dat een burger niet zonder voldoende aanleiding wordt aangemerkt als verdachte, is daarom geen sprake. Het verweer behoeft geen verdere bespreking.

Hieruit volgt dat het hof acht zal slaan op de verdovende middelen die zijn aangetroffen in de bestelbus, waarvan de sleutel is aangetroffen in de auto die de verdachte bestuurde. Het hof zal evenwel geen acht slaan op hetgeen de verdachte ter plaatse op vragen van de verbalisant heeft geantwoord noch op hetgeen in zijn zakken is aangetroffen en zal dit dus niet bij het bewijs betrekken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 10 juni 2022 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 11,2 kilogram hasjiesj en

- 594 gedraaide joints inhoudende tabak/hajiesj en

- 34,84 kilogram hennep en

- 13.083 joints inhoudende tabak/hennep.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

1. Een proces-verbaal van 10 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 04-05).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 10 juni 2022 bevond ik mij, verbalisant, in burger gekleed en met onopvallende surveillance belast op de openbare weg, Rijnstraat te Amsterdam. Aldaar zag ik het voertuig van het merk Volkswagen, type Polo, zwart van kleur en voorzien van kenteken [kenteken 1] rijden. De bestuurder van het voertuig bleek later te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1979.

Ik zag dat het voertuig [kenteken 1] de Furore-parkeergarage in reed. Toen ik beneden kwam in de parkeergarage, zag ik dat achter het voertuig [kenteken 1] een witte bestelbus stond, voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik hoorde van een collega dat hij had gezien dat [verdachte] bij deze bus vandaan was komen lopen.

Nadat ik hoorde dat [verdachte] was aangehouden, hoorde ik dat collega’s in het voertuig [kenteken 1] een autosleutel hadden aangetroffen, die behoorde bij het voertuig [kenteken 2] . Bij het openen van deze bus zag ik dat de laadruimte hiervan was gevuld met een grote hoeveelheid (soft)drugs.

2. Een proces-verbaal van 10 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina’s 06-08).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Op 10 juni 2022 zag ik, [verbalisant] , in de parkeergarage dat op de bestuurdersstoel van de Volkswagen Polo een man zat. Ik zag dat er op een kleine afstand van ongeveer 1 a 2 autolengtes een witte bestelbus geparkeerd stond. De witte bestelbus was voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Ik zag op dat moment geen persoon bij de witte bestelbus staan. Ik zag dat zich in de nabije omgeving van de witte bestelbus geen uitgangen bevonden. Indien een persoon de witte bestelbus had verlaten, dan had ik deze persoon zeker gezien. De bestuurder bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] .

Op een gegeven ogenblik zag ik, [verbalisant] , dat [verdachte] uit de Volkswagen Polo stapte en naast het voertuig ging staan. Op dat moment zag ik op de bestuurdersstoel, waar [verdachte] zojuist had gezeten, een autosleutel liggen.

Ik, [verbalisant] , drukte het knopje van de autosleutel in. Hierop zag ik dat de alarmlichten van de

witte bestelbus gingen knipperen. Ook hoorde ik het slot van de witte bestelbus opengaan. Hierop heb ik samen met twee collega’s tegelijk de deuren van de witte bestelbus opengedaan. Ik zag dat de gehele achterbak van de witte bestelbus vol lag met zakken hennep. Ik kon dit zien omdat de zakken doorzichtig waren. Ik rook de geur van hennep.

3. Een proces-verbaal van 10 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (doorgenummerde pagina 28).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant:

Ik zag in de parkeergarage op 20 meter afstand van mij een wit busje staan. Ik zag aan de achterlichten dat deze oplichtten en vervolgens uit gingen. Kennelijk had zojuist iemand dit voertuig via een afstandsbediening op slot gedaan. Ik liep naar het busje toe en zag dat het een witte Renault betrof voorzien van kenteken [kenteken 2] . Ik hoorde vervolgens links van mij een voertuig optrekken. Ik keek in die richting en zag het gezochte voertuig voorzien van kenteken [kenteken 1] mijn kant op rijden.

4. Een proces-verbaal van 17 juni 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren (doorgenummerde pagina’s 46-47).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen):

Op 17 juni 2022 bevonden wij, verbalisanten, ons op de afdeling Forensische Opsporing van de politie eenheid Amsterdam. Hier deden wij onderzoek naar de in dit onderzoek, in de bestelauto voorzien van kenteken [kenteken 2] , in beslag genomen softdrugs. De goednummers 6197591 en 6197595 herkenden wij, verbalisanten, op grond van onze kennis en ervaring opgedaan bij eerdere onderzoeken naar hasj dat het bij de verschillende formaten en soorten verpakkingen om hasjiesj ging. Wij hebben al deze verschillende formaten zakken hasjiesj gewogen en wij zagen dat het in totaal 11,2 kilogram betrof. Daarnaast zijn er onder goednummer 6197584 594 joints inbeslaggenomen. Wij roken dat deze joints de, voor ons kenmerkende, hasjiesj geur hadden.

De goednummers 6197589, 6197593 en 6197594 herkenden wij op grond van onze kennis en ervaring opgedaan bij eerdere onderzoeken naar hennep als zijnde hennep. Wij hebben alle verschillende formaten zakken met hennep gewogen en zagen dat dit in totaal 34,84 kilogram betrof. Daarnaast zijn onder goednummer 6197583 13.083 joints in beslag genomen. Wij roken

dat deze joints de voor ons kenmerkende geur van hennep hadden.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit,

zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.

De raadsvrouw heeft, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, primair verzocht toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Hiertoe heeft zij gewezen op het arrest van het hof Amsterdam van 5 maart 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:448) in welke zaak een coffeeshophouder schuldig werd verklaard zonder oplegging van straf, nadat in een woning een handelsvoorraad voor zijn coffeeshop was aangetroffen. In de onderhavige zaak diende de bus, waarin de verdovende middelen zijn aangetroffen, als stashplaats voor coffeeshop [bedrijf] , waarvan de verdachte de manager is. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht te volstaan met oplegging van een geheel voorwaardelijke straf. Ter onderbouwing heeft zij gewezen op de overschrijding van de redelijke termijn, de gestelde vormverzuimen en de persoonlijke gevolgen die deze strafzaak voor de verdachte heeft gehad. Hij werkt niet langer als manager voor de coffeeshop en ontvangt vanwege zijn andere functie een lager salaris.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof

heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van een aanzienlijke hoeveelheid softdrugs. Hoewel niet aangevoerd door de verdachte, acht het hof het aannemelijk dat de aangetroffen verdovende middelen dienden ter bevoorrading van de (legale) coffeeshop [bedrijf] , waar de verdachte op dat moment werkzaam was. Dit vormt evenwel geen reden in het geval van de verdachte toepassing te geven aan artikel 9a Sr. Onder de huidige wetgeving is het opzettelijk aanwezig hebben van de handelsvoorraad van een coffeeshop strafbaar, alleen aan de coffeeshophouder is in de door de raadsvrouw aangehaalde zaak geen straf of maatregel opgelegd. De verdachte was echter niet de (bonafide) houder maar de manager van de coffeeshop, zodat het opzettelijk aanwezig hebben van de voorraad van de coffeeshop voor hem niet zonder strafoplegging kan blijven. De verdachte kan het verwijt worden gemaakt dat hij zelf naar de voorraad is toegegaan en dit niet aan de coffeeshophouder heeft overgelaten.

Het voorgaande neemt niet weg dat het hof de problematiek van de ‘achterdeur’ van de coffeeshop, zoals door de raadsvrouw naar voren gebracht, begrijpt en mede gelet daarop aanleiding ziet een lagere straf op te leggen dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien deze taakstraf niet wordt uitgevoerd, passend en geboden. Hiermee wordt de ernst van het feit tot uitdrukking gebracht en heeft de daaraan verbonden proeftijd tot doel de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst nieuwe strafbare feiten te plegen.

Redelijke termijn

Het hof stelt voorop dat elke verdachte recht heeft op een behandeling van zijn zaak binnen een redelijke

termijn. Deze in artikel 6 EVRM neergelegde waarborg strekt ertoe te voorkomen dat een

verdachte onnodig lang onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven.

De redelijke termijn is aangevangen met het bevel tot inverzekeringstelling van de verdachte op 10 juni 2022. De redelijke termijn van 2 jaren is in eerste aanleg met ruim 8 maanden overschreden, omdat vonnis is gewezen op 28 februari 2025. In hoger beroep is de redelijke termijn aangevangen op 10 maart 2025 en is deze termijn geëindigd met dit arrest op 22 januari 2026, waarmee de redelijke termijn van 2 jaren niet is overschreden. Gelet op de aard en de hoogte van de op te leggen straf zal het hof volstaan met de enkele vaststelling dat de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden.

Beslag

Met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen – te weten: softdrugs – is het hof niet gehouden een beslissing te nemen, nu het hof op grond van de inhoud van de beslaglijst van 23 januari 2025 ervan uitgaat dat deze reeds vernietigd zijn.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig

gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A. Stalenhoef, mr. A.P.M. van Rijn en mr. J.W.P. van Heusden, in tegenwoordigheid van N.M. Simons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

22 januari 2026.

De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?