ECLI:NL:GHAMS:2026:2560

ECLI:NL:GHAMS:2026:2560

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 23-002980-24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing over het beslag - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof een overweging toevoegt over de ontvankelijkheid van de benadeelde partij.

Uitspraak

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 augustus 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de beslissing over het beslag - in zoverre zal het vonnis worden vernietigd - en met dien verstande dat het hof een overweging toevoegt over de ontvankelijkheid van de benadeelde partij.

Het hof zal geen beslissing nemen ten aanzien van het beslag, omdat de verdachte voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep schriftelijk afstand heeft gedaan van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten twee messen.

Ontvankelijkheid van de benadeelde partij

Nu het hof tot het oordeel komt dat geen beslissing meer hoeft te worden genomen over het beslag en het vonnis voor het overige bevestigt, rijst de vraag of de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering.

Artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) noemt als voorwaarde voor ontvankelijkheid dat aan de verdachte een straf of maatregel is opgelegd, dat een zorgmachtiging is afgegeven of dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Voor de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel geldt dezelfde voorwaarde (artikel 36f Sr en zie ten aanzien van de toepassing van artikel 9a Sr: HR 3 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3203). In deze zaak wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging zonder oplegging van een maatregel of afgifte van een zorgmachtiging.

Het hof overweegt dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat de benadeelde partij ontvankelijk is in haar vordering en dat er grond bestaat voor oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 36f Sr blijkt dat de regering het onwenselijk achtte dat de strafrechter geen schadevergoedingsmaatregel kan opleggen als de dader ontoerekeningsvatbaar is en daarom van alle rechtsvervolging wordt ontslagen. Zo’n maatregel moet volgens de regering kunnen worden opgelegd wanneer de dader civielrechtelijk aansprakelijk is. In een civiele zaak staat ontoerekeningsvatbaarheid niet aan aansprakelijkheid in de weg (Kamerstukken I 2012/13, 33295, C. p. 4-5). Nu ontoerekeningsvatbaarheid en (als gevolg daarvan) een ontslag van alle rechtsvervolging niet aan civiele aansprakelijkheid in de weg staat, moet ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij gelden dat deze ontvankelijk is, ook als aan de verdachte geen maatregel is opgelegd. Ten aanzien van artikel 361 Sv is kennelijk over het hoofd gezien dat zich ook deze situatie kan voordoen. Het hof leest deze bepaling daarom zo, dat de benadeelde partij ook ontvankelijk is in haar vordering als de verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging en aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit, zonder dat aan de verdachte een maatregel is opgelegd of ten aanzien van hem een zorgmachtiging is afgegeven.

Wat betreft de schadevergoedingsmaatregel overweegt het hof als volgt. Een schadevergoedingsmaatregel moet kunnen worden opgelegd als de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen, zodat de benadeelde partij niet zelf behoeft te zorgen voor het innen van de vordering. Daarom zijn de ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de benadeelde partij en de voorwaarden voor oplegging van de schadevergoedingsmaatregel geharmoniseerd (vgl. Kamerstukken II 2011/12, 33295, nr. 3, p. 12). Ook ten aanzien van deze maatregel moet dus gelden dat zij kan worden opgelegd bij een ‘kaal’ ontslag van alle rechtsvervolging.

Ten overvloede overweegt het hof dat het bevestiging vindt voor deze uitleg van het bestaande recht in artikel 1.5.11, eerste lid, onderdeel a, van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (Stb. 2026, 56), waarin alleen nog wordt gesproken over een veroordeling of een ontslag van alle rechtsvervolging als voorwaarde voor ontvankelijkheid van de benadeelde partij. In de memorie van toelichting wordt daarover gezegd dat de bestaande wettelijke eis dat aan de verdachte een maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd in geval van ontslag van alle rechtsvervolging, goede grond mist: “Ontoerekeningsvatbaarheid vormt naar burgerlijk recht geen grond voor afwijzing van de vordering. Daarbij is niet van belang of aan de gedaagde in een eventueel strafproces een maatregel is of wordt opgelegd. Waarom de toewijzing van de vordering daarvan wel afhankelijk moet zijn als die vordering gevoegd wordt behandeld in het strafproces, valt niet goed in te zien.” (Kamerstukken II 2022/23, 36327, nr. 3, p. 240). Deze overweging strookt met de hiervoor aangehaalde wetsgeschiedenis, waarmee de wettelijke bepaling in het nieuwe Wetboek van Strafvordering in lijn wordt gebracht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de beslissing over het beslag en doet in zoverre opnieuw recht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. A.M. Koolen - Zwijnenburg en mr. F.C.W. de Graaf, in tegenwoordigheid van mr. N.R.H. Marsera, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 september 2026.

De griffier en jongste raadsheer zijn buiten staat het arrest mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. N.R.H. Marsera

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand