ECLI:NL:GHAMS:2026:2587

ECLI:NL:GHAMS:2026:2587

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 09-07-2026
Datum publicatie 09-09-2026
Zaaknummer 25/1007 en 25/1008
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Bpm; beroep door rechtbank terecht NO verklaard omdat het verschuldigde griffierecht niet was betaald.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerken 25/1007 en 25/1008

9 juli 2026

uitspraak van de negende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 20 maart 2025 in de zaken met de kenmerken HAA 24/5963 en HAA 24/5965 in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

1. Procesverloop

De rechtbank heeft in de bestreden uitspraak twee door belanghebbende ingestelde beroepen nietontvankelijk verklaard, beide betreffende een uitspraak op bezwaar waarin een gemaakt bezwaar tegen een voldoening van belasting van personenauto’s en motorrijwielen (hierna: bpm) op aangifte niet-ontvankelijk is verklaard wegens een termijnoverschrijding.

In hoger beroep hebben partijen de volgende inhoudelijke stukken ingediend:

een beroepschrift door belanghebbende;

een verweerschrift door de inspecteur;

nadere stukken door belanghebbende op 11 februari 2026 (wrakingsverzoek), 28 april 2026 (“algemene reactie” met tweede wrakingsverzoek), 29 april 2026 (“pleitnota”), 4 mei 2026 (“nader stuk”) en 6 mei 2026 (“pleitaantekeningen”).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2. Overwegingen

De rechtbank heeft de beroepen nietontvankelijk verklaard, omdat belanghebbende het op grond van artikel 8:41 van de Awb verschuldigde griffierecht niet (tijdig) heeft voldaan.

Belanghebbende klaagt in hoger beroep dat de rechtbank artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) heeft geschonden. Het recht op een doeltreffende voorziening in rechte, althans het recht op toegang tot de rechter, wordt in Nederland in strijd met het evenredigheidsbeginsel beperkt door de regel dat vooraf, bij het instellen van het beroep, griffierecht moet worden betaald, aldus belanghebbende.

De in 2.2 weergegeven klacht faalt om de redenen als vermeld in de rechtsoverwegingen 3.3.1 tot en met 3.4 van het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:915. Mede gelet op de in die overwegingen aangehaalde rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU, bestaat ook geen aanleiding om prejudiciële vragen te stellen.

Het hoger beroep is daarom ongegrond.

3. Kosten

Voor een kostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

4. Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mr. W.J. Blokland, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. W. de Gelder als griffier. De beslissing is op 9 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.

Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).

Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;

2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;

3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand