Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 augustus 2026.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Door of namens de verdachte is geen schriftuur ingediend. Bij e-mailbericht van 12 juni 2024 is namens de verdachte meegedeeld dat in hoger beroep vrijspraak zal worden bepleit. Blijkens het e-mailbericht van de raadsman van 11 augustus 2026 wenst de verdachte de bezwaren tegen het vonnis niet langer te handhaven. Gelet hierop en nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak, zal het hoger beroep van de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.E. Kwak, mr. H.A. van Eijk en mr. A.C. Bijlsma, in tegenwoordigheid van mr. R.C.E. van Tilburg, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 augustus 2026.