GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.312.700/01
zaaknummer rechtbank Amsterdam : 9598560 EL 21-340
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 3 februari 2026
inzake
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,
tegen:
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente]),
geïntimeerde,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,
en
[de afnemer],
wonende te [woonplaats] (gemeente [gemeente]),
gevoegde en tussenkomende partij,
eiser in het incident,
advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam.
1. Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna Dexia, de echtgenote en de afnemer genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 11 november 2025 een arrest uitgesproken. Het hof heeft ambtshalve vastgesteld dat in dit arrest sprake is van een kennelijke fout.
2. Beoordeling
Aan het slot van rechtsoverweging 4.9 van het arrest is vermeld:
‘Na de brief van 20 januari 2017 is de dagvaarding vervolgens binnen de lopende verjaringstermijn van vijf jaar vanaf 28 oktober 2016 uitgebracht, namelijk op 10 december 2021 (hof Amsterdam 22 december 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3567, rov. 2.16).’
De verjaringstermijn is na de brief van 20 januari 2017 niet gaan lopen vanaf 28 oktober 2016, maar vanaf 21 januari 2017. Dit is een kennelijke schrijffout die zich naar het voorlopig oordeel van het hof leent voor eenvoudig herstel. Het hof heeft het voornemen deze kennelijke schrijffout te verbeteren. Het hof zal partijen de gelegenheid geven zich hierover uit te laten.
3. Beslissing
Het hof:
stelt partijen in de gelegenheid zich binnen twee weken na heden schriftelijk uit te laten, zoals hiervoor in 2.2 is vermeld, door middel van een bericht aan dagvaarding.hof.amsterdam@rechtspraak.nl en met vermelding van het zaaknummer 200.312.700/01;
bepaalt dat geen uitstel zal worden verleend.
Dit arrest is gewezen door mrs. W.J.J. Los, L. Alwin en R.M. de Winter en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026.