ECLI:NL:GHAMS:2026:2744

ECLI:NL:GHAMS:2026:2744

Instantie Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 200.366.369
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Hoger beroep
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Kort geding. Aandeelhoudersgeschil; wie van beide partijen heeft een geldig beroep gedaan op een Take-Over Event.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel)

zaaknummer : 200.366.369/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : C/13/782591 / KG ZA 26-71

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 8 september 2026

in de zaak van

[appellant] .,

gevestigd te [plaats 2] , [plaats 2] ,

appellante,

advocaat: mr. T. Hekman te Amsterdam,

tegen

1. [geïntimeerde 1] .,

2. [geïntimeerde 2] .,

3. [geïntimeerde 3] ,

4. [geïntimeerde 4] .,

5. [geïntimeerde 5] .,

6. [geïntimeerde 6] ,

alle gevestigd te [plaats 1] , [plaats 2] ,

geïntimeerden,

advocaat: mr. S.R.F. Aarts te Amsterdam.

Partijen worden hierna [appellant] en [geïntimeerden] genoemd.

1. Het geding in hoger beroep

[appellant] is bij dagvaarding van 5 maart 2026 in hoger beroep gekomen van een vonnis in kort geding van 5 februari 2026 van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerden] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en [appellant] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie. De dagvaarding bevat grieven en producties.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van antwoord, met producties;

- akte overlegging producties 12 tot en met 28 van [appellant] ;

- akte overlegging productie 30 van [geïntimeerden] .

Op 8 juli 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De zaak is toegelicht aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen, aan de zijde van [appellant] door mrs. T. Hekman, S. Jansen en G.H. Booij, en aan de zijde van [geïntimeerden] door mrs. S.R.F. Aarts, A.E.J. de Vries en B.A. Kuitenbrouwer. Partijen hebben vragen beantwoord en inlichtingen verstrekt.

[appellant] heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen toelating van productie 30 van [geïntimeerden] . [geïntimeerden] heeft bezwaar gemaakt tegen toelating van producties 13 en 28 van [appellant] . Het hof verwerpt deze bezwaren. De producties zijn tijdig ingediend, gelet op het bepaalde in artikel 9.1.9 van het procesreglement. Productie 30 van [geïntimeerden] is een samenvatting van een onderzoeksrapport van Bird & Bird die beperkt in omvang is. Gelet op het tijdstip van indiening (25 juni 2025), heeft [appellant] voldoende gelegenheid gehad om zich daartegen te verweren. Productie 13 van [appellant] is in essentie een schriftelijke getuigenverklaring van een betrokkene. Productie 28 van [appellant] is een reactie van Cornerstone op aantijgingen aan haar adres in het rapport van Bird & Bird. Deze producties zijn niet aan te merken als verkapte processtukken van [appellant] , zoals [geïntimeerden] stelt. De producties behoren dus tot de gedingstukken.

Ten slotte is arrest gevraagd.

2. Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

[geïntimeerden] is een private equity fonds.

[appellant] is een naar [plaats 2] recht opgerichte financiële holdingmaatschappij. Zij is onderdeel van een concern aangestuurd door Cornerstone.

[appellant] , [geïntimeerden] en Falrose Equity Poland sp. z o.o. (hierna: GK) hebben in maart 2023 gezamenlijk de aandelen in Ocean Group S.à. r.l. (hierna: Ocean Group) gekocht. [geïntimeerden] houdt 42,15% van de aandelen in Ocean Group, [appellant] 52,85% en GK 5%.

Ecowipes Holding S.à. r.l. (hierna: Ecowipes Holding), een voormalige dochtervennootschap van Ocean Group, stond aan het hoofd van de Ecowipes-groep.

Ecowipes is een Poolse onderneming van duurzame, biologisch afbreekbare producten voor persoonlijke verzorging, cosmetica en huishoudelijk gebruik, waaronder vochtige doekjes, wattenschijfjes en wattenstaafjes.

[geïntimeerden] is naast aandeelhouder van Ocean Group ook financier van Ocean Group op grond van de kredietovereenkomst van 12 mei 2023 (hierna: de Kredietovereenkomst, ook wel Facilities agreement genoemd). Zij heeft onder de Kredietovereenkomst een krediet van € 76.000.000 verstrekt aan Ecowipes Holding.

Op grond van de Kredietovereenkomst gelden verschillende verplichtingen. In artikel 25 staan gebeurtenissen en/of omstandigheden, bijvoorbeeld schending van financiële convenanten of rapportageverplichtingen, die als ze niet worden nageleefd kwalificeren als een ‘Event of Default’.

De vorderingen onder de Kredietovereenkomst zijn gesecureerd met zekerheden waaronder een pandrecht op de door Ocean Group gehouden aandelen in Ecowipes Holding, op grond van de Aandelen Pandakte naar [plaats 2] recht van 29 juni 2023. Als sprake is van een Event of Default kan een zekerhedenagent, Security Agent, de zekerheden uitwinnen.

De onderlinge rechten van de aandeelhouders van Ocean Group zijn vastgelegd in een door Nederlands recht beheerste aandeelhoudersovereenkomst van 15 mei 2023 (hierna: de Aandeelhoudersovereenkomst). In de Aandeelhoudersovereenkomst is in artikel 23 een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht en een forumkeuze voor de rechtbank in Amsterdam.

Daarnaast zijn partijen in de Aandeelhoudersovereenkomst een take-over regime overeengekomen. Dat houdt in dat diegene die een beroep doet op een ‘Take-Over Event’ de (stem)rechten en overige controlerechten van de andere aandeelhouders kan uitoefenen alsof zij juridisch eigenaar is van de aandelen in Ocean Group. Hierover is in de Aandeelhoudersovereenkomst het volgende bepaald:

“(…)

19. TAKE-OVER EVENTS

For the purposes of this Clause 19:

"[appellant] Take-Over Event" means the occurrence, at any time, of [geïntimeerden] materially breaching any of the provisions under the Facilities Agreement, which breach remains uncured after the expiration of a thirty (30) calendar days written notice and cure period; and

"[geïntimeerden] Take-Over Event" means the occurrence, at any time, of an event under the Facilities Agreement pursuant to which [geïntimeerden] or any of its Affiliates may elect to declare an Event of Default and accelerate maturity of the Facilities Agreement.

[geïntimeerden] Take-Over Event

Notwithstanding any other provision in this Agreement, upon a [geïntimeerden] Take-Over Event occurring and during the continuance of the [geïntimeerden] Take-Over Event, [geïntimeerden] may elect, by notice in writing to the other Shareholders (such notice a " Take-Over Notice"), to assume full control over their Securities and Other Securities (if applicable) and accordingly exercise any (voting) rights and other powers of control available to the other Shareholders in relation to the Company and its Subsidiaries as if it were the legal owner of such Securities and Other Securities (if applicable), without an actual Transfer thereof.

(….)

[appellant] take-over event

Notwithstanding any other provision in this Agreement, upon a [appellant] Take-Over Event occurring and during the continuance of the [appellant] Take-Over Event, and provided that no [geïntimeerden] Take-Over Event has occurred prior to such [appellant] Take-Over Event, [appellant] may elect, by notice in writing to the other Shareholders, to assume full control over their Securities and Other Securities (if applicable) (such notice an " Take-Over Notice") and accordingly exercise any (voting) rights and other powers of control available to the other Shareholders in relation to the Company and its Subsidiaries as if it were the legal owner of their Securities and Other Securities (if applicable), without an actual Transfer thereof. (…)”.

Het bestuur van Ocean Group bestond tot voor kort uit de heer Ryglowski als COO, de heer Boniel als CFO, de heer Lunaud en de heer Tasiaux als algemeen bestuursleden. Met ingang van 1 januari 2026 is Ryglowski afgetreden als bestuurder.

Op grond van de Kredietovereenkomst was Ecowipes Holding verplicht te rapporteren aan [geïntimeerden] in haar hoedanigheid van leninggever. Zogenoemde ‘Compliance Certificates’ bevatten een periodieke verklaring van de leningnemer (Ecowipes) aan de schuldeiser ( [geïntimeerden] ) dat zij voldoet aan de verplichtingen uit de financiering, met name de financiële convenanten. Het document bevat doorgaans i) berekeningen van de relevante ratio’s (bijvoorbeeld leverage, interest cover), inclusief definities en reconciliaties met de jaar- of kwartaalcijfers en ii) een verklaring of er (geen) Event of Defaults zijn.

Sinds begin 2024 heeft Ecowipes Holding meerdere brieven aan de Security Agent gestuurd met verzoeken om waivers (verklaring door de schuldeiser dat zij haar rechten tijdelijk of onder voorwaarden niet zal uitoefenen als de leningnemer bijvoorbeeld een verplichting of convenant overtreedt) in verband met verschillende schendingen onder de Kredietovereenkomst.

In 2025 ontstond bij het bestuur van Ocean Group onduidelijkheid over definities uit de Kredietovereenkomst, waaronder boekhoudkundige correcties op de operationele EBITDA (Adjusted EBITDA). Het bestuur van Ocean Group heeft Grant Thornton aangesteld om advies hierover uit te brengen.

Grant Thornton heeft in haar advies van november 2025 de interpretatie van de term ‘Permitted Distribution’ (uit artikel 24.21 onder (b) onder (i) van de Kredietovereenkomst) ter discussie gesteld. De uitleg van Grant Thornton bij de Permitted Distribution is van invloed op de Adjustments, zoals opgenomen en gedefinieerd in de Kredietovereenkomst, die uiteindelijk de grondslag vormt voor de vaststelling van de ratio’s (zoals leverage en interest cover) die in de Compliance Certificates weergegeven worden.

Op 27 november 2025 heeft Ecowipes Holding de Compliance Certificates voor Q2 en Q3 van 2025 afgegeven aan [geïntimeerden] . In beide certificaten worden meerdere schendingen gemeld van voorwaarden uit de Kredietovereenkomst. Het certificaat van Q2 van 2025 vermeldt onder meer een schending van de Interest Cover ratio, en het certificaat van Q3 vermeldt een schending van de Interest Cover ratio en het Leverage Covenant, zowel op grond van de uitleg van en met toegepaste correcties van Grant Thornton van de ‘Permitted Distribution’, als zonder de door Grant Thornton toegepaste correcties.

Op grond van deze Compliance Certificates heeft de Security Agent op instructie van [geïntimeerden] op 15 december 2025 het pandrecht op de door Ocean Group gehouden aandelen in Ecowipes Holding uitgewonnen, omdat sprake zou zijn van Events of Default. Als gevolg daarvan was Ocean Group niet langer de aandeelhouder van Ecowipes Holding maar werd Parma Holding S.à r.l. aangewezen als delegate om de aandelen in Ecowipes Holding te gaan houden.

Diezelfde dag, 15 december 2025, heeft [geïntimeerden] een schriftelijke [geïntimeerden] Take-Over Notice verstuurd aan [appellant] en GK, met een beroep op de schendingen uit de compliance certificaten (zie 2.12), waardoor zij meende dat sprake was van meerdere Events of Defaults onder de Kredietovereenkomst en dus sprake was van een [geïntimeerden] Take-Over Event.

Op 17 december 2025 heeft [appellant] [geïntimeerden] en GK aangeschreven dat zij de [geïntimeerden] Take-Over Notice niet erkent.

Op 21 januari 2026 heeft [appellant] , onder verwijzing naar de Aandeelhoudersovereenkomst en een met haar gesloten Side Letter van 15 mei 2023, een beroep gedaan op een [appellant] Take-Over Event en heeft zij een [appellant] Take-Over Notice gezonden aan [geïntimeerden] en GK. [appellant] meende daarmee alle (stem)rechten van de overige aandeelhouders te mogen uitoefenen en (bestuurs-)besluiten te forceren, waaronder ontslag en benoeming van bestuurders.

Bij e-mail van 21 januari 2026 heeft [appellant] [geïntimeerden] geïnstrueerd een aandeelhoudersbesluit te ondertekenen waarin onmiddellijke ontslag- en benoemingsbesluiten met betrekking tot de bestuurders van Ocean Group zijn voorzien.

Bij brief van 22 januari 2026 heeft [geïntimeerden] [appellant] gemeld dat de [appellant] Take-Over Notice ongeldig en nietig is en heeft zij [appellant] verzocht om af te zien van het in stemming brengen van het aandeelhoudersbesluit.

Op 28 januari 2026 heeft [appellant] gesteld het aandeelhoudersbesluit over het ontslag en de benoeming van de bestuurders te hebben aangenomen op basis van een volmacht van [geïntimeerden] (hierna: het Vermeend Aandeelhoudersbesluit).

3. Procedure bij de rechtbank

Samengevat heeft [geïntimeerden] , in conventie, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I: [appellant] te verbieden om uitvoering of gevolg te geven aan het Vermeende Aandeelhoudersbesluit van 28 januari 2026, waaronder doch niet beperkt tot het (doen)

inschrijven van de bestuurswisse1 in de openbare registers in [plaats 2] en/of Polen;

II: [appellant] te verbieden om gebruik te maken van enige vermeende rechten of bevoegdheden onder de Aandeelhoudersovereenkomst of de Side Letter die voortvloeien uit of samenhangen met de [appellant] Take-Over Notice van 21 januari 2026;

III: [appellant] te gebieden iedere handeling na te laten die strijdig is met de werking en gevolgen van het op 15 december 2025 door [geïntimeerden] ingeroepen [geïntimeerden] Take-Over Event en de daaruit voortvloeiende instructierechten van [geïntimeerden] onder de Aandeelhoudersovereenkomst;

IV: een en ander op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag dat [appellant] enige bepaling onder I-III overtreedt, dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van € 5.000.000,-;

V: [appellant] te veroordelen in de kosten van het geding, met wettelijke rente.

Samengevat heeft [appellant] , in reconventie, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I: [geïntimeerden] te gebieden om medewerking te verlenen aan het aanstellen van de bestuurders zoals opgenomen in het aandeelhoudersbesluit van 28 januari 2026, dan wel aan het verlenen van medewerking bij het aanstellen van een (onafhankelijke) bestuurder bij Ocean Group op de wijze die daarvoor in de Aandeelhoudersovereenkomst en de Side Letter overeengekomen zijn;

II: [geïntimeerden] te gebieden zorg te dragen dat de executie van aandelen die door Ocean Group in Ecowipes Holding gehouden werden, teruggedraaid wordt, in afwachting van een onherroepelijk geworden uitspraak in een bodemprocedure, inhoudende dat Ocean Group weer aandeelhouder wordt;

III: [geïntimeerden] te verbieden een beroep te doen op de vermeende [geïntimeerden] Take-Over Notice en de daarbij vermeende bevoegdheden en andere gevolgen van de vermeende Event of Default onder de Kredietovereenkomst, in afwachting van een onherroepelijk geworden uitspraak in een bodemprocedure;

IV: [geïntimeerden] te veroordelen in de kosten van het geding, met wettelijke rente.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 5 februari 2026 de vorderingen van [geïntimeerden] toegewezen en de vorderingen van [appellant] in reconventie afgewezen.

4. Vordering in hoger beroep

[appellant] vordert, uitvoerbaar bij voorraad, vernietiging van het bestreden vonnis, afwijzing van de vorderingen van [geïntimeerden] en toewijzing van de vorderingen van [appellant] , met veroordeling van [geïntimeerden] in de proceskosten in beide instanties met rente.

[geïntimeerden] concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling – uitvoerbaar bij voorraad – van [appellant] in de proceskosten met rente.

5. Beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 23 van de Aandeelhoudersovereenkomst en de artikelen 9.6 en 9.7 van de Side Letter is de Nederlandse rechter bevoegd en is Nederlands recht van toepassing op de vorderingen die zijn gebaseerd op deze overeenkomsten.

Ten aanzien van vordering II van [appellant] , is de Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 8 lid 3 van Verordening Brussel I-bis. De forumkeuze voor de Luxemburgse rechter in de Aandelen Pandakte staat daaraan niet in de weg, aangezien [appellant] bij die akte geen partij is.

Beide partijen doen een beroep op een Take-Over Event en maken daarmee aanspraak op uitoefening van de zeggenschap over Ocean Group, waaronder het benoemen van bestuurders van Ocean Group. Deze conflictsituatie, en de mogelijke nadelige gevolgen daarvan voor Ocean Group die partijen zullen raken, brengt met zich dat beide partijen een voldoende spoedeisend belang hebben bij de door hen ingestelde vorderingen. Daarmee faalt grief 1.

Met grief 2 voert [appellant] aan dat de door de voorzieningenrechter vastgestelde feiten niet volledig zijn. Het staat de rechter echter vrij te bepalen welke tussen partijen vaststaande feiten voorafgaand aan de beoordeling tot uitgangspunt worden genomen. Andere feiten, en de vaststelling daarvan, kunnen vervolgens - voor zover relevant - bij de beoordeling aan de orde komen. In zoverre faalt grief 2. De door [appellant] in de toelichting op grief 2 gestelde feiten, zullen – voor zover ver relevant – aan de orde komen bij de beoordeling van de overige grieven.

Met grief 3 bestrijdt [appellant] het oordeel van de voorzieningenrechter dat voldoende aannemelijk is dat sprake is van een Event of Default, en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen.

[geïntimeerden] stelt dat sprake is van meerdere Events of Default, waarbij zij onder meer verwijst naar de Compliance Certificates van Ecowipes Holding (zie 2.12). Het hof overweegt dat uit het Compliance Certificate Q2 2025 volgt dat de Interest Cover ratio niet is gehaald; deze bedroeg 2,01, terwijl de minimale ratio volgens artikel 23.2 van de Kredietovereenkomst 2.35 bedroeg. Uit het Compliance Certificate Q3 2025 volgt dat ook in deze periode de Interest Cover ratio niet is gehaald (1,91), en dat daarnaast de voorgeschreven Leverage Covenant van maximaal 4.50 niet is gehaald (5.59). Uit de Compliance Certificates volgt ook dat het hierbij niet uitmaakt of de door [appellant] verdedigde uitleg van Permitted Distribution wordt gevolgd. In beide gevallen zijn de voorgeschreven ratio’s niet gehaald, zo heeft Ecowipes Holding verklaard. Anders dan [appellant] aanvoert, zijn deze constateringen in de Compliance Certificates onderbouwd, onder meer met een verwijzing naar het rapport van Grant Thornton, waarin in detail is ingegaan op de berekening van de desbetreffende ratio’s.

Over de bevindingen van Grant Thornton heeft [appellant] slechts aangevoerd dat zij ten onrechte reorganisatiekosten van het Ecowipes concern niet heeft gecorrigeerd. Grant Thornton heeft echter niet kunnen vaststellen dat een significante reorganisatie heeft plaatsgevonden terwijl het aantal werknemers in de relevante periode min of meer gelijk is gebleven, zo volgt uit haar rapport. [appellant] voert in dit verband slechts aan dat het goed mogelijk is dat het totale aantal medewerkers gelijk is gebleven, ondanks dat een ingrijpende reorganisatie heeft plaatsgevonden, maar heeft geen concrete stellingen ingenomen of stukken overgelegd waaruit blijkt dat en op welke wijze de gestelde reorganisatie heeft plaatsgevonden. Voor het overige heeft [appellant] niets aangevoerd waaruit volgt dat de berekeningen uit het rapport van Grant Thornton en de Compliance Certificates onjuist zouden zijn.

Op grond van het voorgaande is voorshands aannemelijk dat de ratio’s die zijn voorgeschreven in artikel 23.2 van de Kredietovereenkomst niet zijn gehaald. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de Compliance Certificates niet alleen zijn ondertekend door aan [geïntimeerden] gelieerde bestuurders, maar ook door de andere bestuurders, onder wie CFO Boniel. Ook indien de aan [geïntimeerden] gelieerde bestuurders niet hadden deelgenomen aan de besluitvorming over de Compliance Certificates wegens het door [appellant] gestelde tegenstrijdig belang, is daarom niet aannemelijk dat dit zou hebben geleid tot een andere verklaring over de ratio’s. Dat niet aan de afgesproken ratio’s is voldaan, is overigens een feitelijke constatering, waarvan niet is gebleken dat deze onjuist is.

Gelet op het bepaalde in artikel 25 van de Kredietovereenkomst, is het niet voldoen aan de ratio’s van artikel 23.2, en het niet herstellen daarvan volgens het bepaalde in artikel 23.3 van de Kredietovereenkomst, een Event of Default op grond waarvan [geïntimeerden] de lening kan opeisen. Volgens artikel 19 van de Aandeelhoudersovereenkomst levert dit een [geïntimeerden] Take-Over Event op, waardoor [geïntimeerden] aanspraak kan maken op het uitoefenen van de rechten verbonden aan de aandelen van de andere aandeelhouders van Ocean Group.

Daarnaast is tussen partijen niet in geschil dat als sprake is van een Event of Default op grond van de Kredietovereenkomst aan [geïntimeerden] de bevoegdheid toekomt om de zekerheden – waaronder het pandrecht op de aandelen in Ecowipes Holding – uit te (laten) winnen.

Uit het voorgaande volgt dat grief 3 faalt.

Met grief 4 voert [appellant] aan dat [geïntimeerden] misbruik maakt van haar bevoegdheid onder de Aandeelhoudersovereenkomst om een beroep te doen op een [geïntimeerden] Take-Over Event, en van haar bevoegdheid onder de Kredietovereenkomst om de verpande aandelen in Ecowipes Holding te executeren. Uitoefening van deze bevoegdheden is tevens naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, aldus [appellant] .

Volgens [appellant] heeft [geïntimeerden] haar bevoegdheden uitgeoefend voor een ander doel dan waarvoor zij zijn verleend. Als er een risico zou bestaan op het niet-terugbetalen van de financiering, kan [geïntimeerden] haar financiële belangen beschermen door gebruik te maken van haar bevoegdheid tot uitwinning van pandrechten en inroeping van een [geïntimeerden] Take-Over Event. Daarvoor zijn deze bevoegdheden bedoeld. Van een dreiging dat de door [geïntimeerden] verstrekte lening niet zou kunnen worden terugbetaald, was echter geen sprake, aldus [appellant] .

Het hof overweegt dat het overeenkomen van genoemde financiële ratio’s, en het kwalificeren van een schending daarvan als een Event of Default, klaarblijkelijk is bedoeld om vast te stellen in welk geval het risico van niet-terugbetaling van de lening dusdanig groot wordt geacht dat [geïntimeerden] in staat moet worden gesteld om dit risico zo veel mogelijk te beperken door zekerheden uit te winnen en de zeggenschap over Ocean Group over te nemen. Uit wat [appellant] heeft aangevoerd, volgt niet dat bedoeld is dat [geïntimeerden] van deze bevoegdheden pas gebruik mag maken op het moment van een concrete dreiging dat terugbetalingsverplichtingen daadwerkelijk niet worden nagekomen. Daarnaast blijkt uit niets dat [geïntimeerden] , zoals [appellant] stelt, haar bevoegdheden alleen maar heeft gebruikt om het Ecowipes concern naar zich toe te trekken vlak voordat door [appellant] tot een exit gekomen kon worden.

Verder is volgens [appellant] sprake van onevenredigheid tussen het belang van [geïntimeerden] bij uitoefening van haar bevoegdheden en het belang van [appellant] bij behoud van haar zeggenschapsrechten en haar (indirect) belang in het Ecowipes concern.

Het hof overweegt dat deze belangen van [appellant] inderdaad worden aangetast, maar daartegenover staat het belang van [geïntimeerden] dat haar lening wordt terugbetaald. De uitoefening van haar pandrechten op de aandelen van Ocean Group in Ecowipes Holding is een effectieve manier om het risico van niet-terugbetaling te beperken, waarbij – mede in het belang van de overige aandeelhouders van Ocean Group – de continuïteit en daarmee de waarde van de onderneming van Ecowipes zo veel mogelijk behouden blijft. Het beroep op het [geïntimeerden] Take-Over Event draagt daarnaast bij aan een ordelijk verloop van de executie van de aandelen in Ecowipes Holding. Verder heeft [geïntimeerden] aangevoerd dat zij concrete vermoedens heeft van fraude bij de financiële rapportages van Ecowipes waarbij aan Cornerstone gelieerde personen betrokken zijn geweest. [geïntimeerden] heeft deze vermoedens met voorbeelden onderbouwd en met documenten gestaafd, waaronder met een (samenvatting van een) onderzoeksrapport van Bird & Bird. [appellant] heeft dit weersproken. Binnen het bestek van dit kort geding kan niet worden vastgesteld of en in hoeverre daadwerkelijk sprake is geweest van dergelijke fraude, maar de mogelijkheid ervan heeft [geïntimeerden] met de door haar gegeven toelichting en overgelegde documentatie voldoende aannemelijk gemaakt. Ook deze omstandigheid geeft [geïntimeerden] een legitiem belang bij uitoefening van de zeggenschap in Ocean Group, aangezien dit haar in staat stelt haar vermoedens van fraude te onderzoeken en het eventuele nadeel dat zij daarvan als aandeelhouder heeft geleden vast te stellen.

Gelet op het voorgaande is het hof voorshands van oordeel dat [geïntimeerden] haar bevoegdheden niet voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor ze zijn verleend, en dat [geïntimeerden] gelet op de wederzijdse belangen van partijen in redelijkheid tot deze uitoefening heeft kunnen komen. Van misbruik van bevoegdheid is daarom geen sprake, en de uitoefening van bevoegdheden is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.

Omdat het hof voorshands van oordeel is dat [geïntimeerden] rechtsgeldig een beroep heeft gedaan op een [geïntimeerden] Take-Over Event, staat dit in de weg aan een rechtsgeldig beroep van [appellant] op een daaropvolgend [appellant] Take-Over Event, zo volgt uit artikel 19.2.1 van de Aandeelhoudersovereenkomst. Gelet op de definitie van [appellant] Take-Over Event in de Side Letter, waaraan [appellant] refereert in de toelichting op grief 2, gelezen tegen de achtergrond van artikel 19 van de Aandeelhoudersovereenkomst, komt [appellant] daarop geen beroep toe. [appellant] voldeed immers niet aan haar verplichtingen voortvloeiend uit het rechtsgeldig beroep van [geïntimeerden] op artikel 19 van de Aandeelhoudersovereenkomst. Daarmee faalt grief 5 en, in zoverre, grief 2.

Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van [geïntimeerden] terecht zijn toegewezen. De opgelegde dwangsom, en de hoogte daarvan, is passend, gelet op wederzijdse belangen van partijen. Dit betekent dat grief 6 faalt.

Het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. [appellant] is in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. Het hof begroot deze proceskosten als volgt:

- griffierecht € 851,-

- salaris advocaat € 2.580,- (tarief II, 2 punten)

Totaal € 3.431,-.

6. Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot nu vastgesteld op € 3.431,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan, en verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.C.H. Molin, D.J. Oranje en J.G. Sijmons en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand