GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
team I (handel)
zaaknummer : 200.348.024/01
zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 10755474 \ CV EXPL 23-6789
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 september 2026
in de zaak van
[appellant] ,
wonend in [plaats] ,
appellant,
incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. J.D. Spanjaardt te Amsterdam,
tegen
DE KOZIJNEN APOTHEEK B.V.,
gevestigd te Uitgeest,
geïntimeerde,
incidenteel appellante,
advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.
Partijen worden hierna [appellant] en De Kozijnen Apotheek genoemd.
1. De zaak in het kort
[appellant] vordert schadevergoeding van De Kozijnen Apotheek, omdat zij vijf van de zeven bestelde kozijnen in de verkeerde kleur heeft geleverd en alle kozijnen verkeerd in de gevels van zijn woning heeft gemonteerd. Bij wijze van tegeneis vordert De Kozijnen Apotheek betaling van het onbetaald gebleven restantbedrag van de aanneemsom. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de kozijnen in de overeengekomen kleur zijn geleverd, maar gebrekkig zijn gemonteerd. De kantonrechter heeft onder meer het bedrag aan herstelkosten dat resteerde na verrekening met het onbetaald gebleven restantbedrag, toegewezen. Beide partijen zijn in hoger beroep gekomen. Het hof zal het vonnis gedeeltelijk vernietigen en onder andere een hogere schadevergoeding toewijzen.
2. Het geding in hoger beroep
[appellant] is bij dagvaarding van 11 september 2024 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 12 juni 2024 van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, tevens verweerder in reconventie en De Kozijnen Apotheek als gedaagde in conventie, tevens eiseres in reconventie (hierna: het bestreden vonnis).
Bij tussenarrest van 3 december 2024 is een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast, die op 10 februari 2025 heeft plaatsgevonden. Het proces-verbaal van die zitting bevindt zich bij de stukken.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven;
- akte houdende overlegging producties bij memorie van grieven;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep.
Op 23 juni 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [appellant] is verschenen met zijn advocaat en voor hem is tevens mr. M.C. Prakke, advocaat te Amsterdam, verschenen. Voor De Kozijnen Apotheek zijn haar eigenaar M. [naam] (hierna: [naam] ) en mr. R. van der Hooft, advocaat te Hoorn, verschenen. Mr. Spanjaardt en mr. Van der Hooft hebben de zaak toegelicht aan de hand van overgelegde spreekaantekeningen. Partijen en de advocaten hebben ook vragen van het hof beantwoord.
Ten slotte is arrest gevraagd.
3. Feiten
De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 3.1 tot en met 3.7 de feiten vastgesteld. Daartegen zijn geen grieven gericht. Het hof gaat daarom ook van deze feiten uit. Deze feiten, samengevat en aangevuld met enkele andere niet-bestreden feiten, zijn de volgende.
[appellant] is eigenaar van een hoekwoning in [plaats] . [appellant] heeft meerdere keren gesproken met een medewerker van De Kozijnen Apotheek over de opdracht tot het onder meer verwijderen van zeven kozijnen en het daarvoor in de plaats leveren en plaatsen van aluminium kozijnen aan zijn woning. Twee van deze kozijnen bevinden zich in de achtergevel van de woning en de overige vijf kozijnen bevinden zich in de voor- en zijgevel van de woning (hierna: de vijf kozijnen).
In een door [appellant] in het geding gebrachte offerte van De Kozijnen Apotheek aan [appellant] met de datum 12 mei 2021 en het offertenummer [nummer] (hierna: het offertenummer) staat over de kleur van de buitenzijde van de vijf kozijnen het volgende vermeld: bij ‘slaapkamer voor’, ‘Zijgevel begane grond’ en ‘Zijgevel 1e verdieping’: ‘parelwit 1013’ en ‘parelwit 1013’; bij ‘keuken’: ‘parelwit P910 EG’ en ‘parelwit 1013’; bij ‘Badkamer raam’: ‘parelwit 1013’ en ‘parelwit 1013’ (hierna: de offerte van [appellant] ).
In een door De Kozijnen Apotheek in het geding gebrachte offerte van haar aan [appellant] met de datum 12 mei 2021 en het offertenummer staat over de kleur van de buitenzijde van de vijf kozijnen vermeld: ‘wit P910 EG’ en ‘wit P910 EG’ (hierna: de offerte van De Kozijnen Apotheek). Deze kleur wordt hagelwit genoemd.
Bij e-mail van 12 mei 2021 heeft De Kozijnen Apotheek een ‘aangepaste offerte’ aan [appellant] gestuurd, waarbij de offerte waar zij zich op beroept was gevoegd. Tevens staat in deze e-mail: “Mocht de offerte akkoord zijn ontvangt u van de administratie de eerste aanbetalingsfactuur en vervolgens een bestelbevestiging.” Dezelfde dag heeft [appellant] per e-mail geantwoord dat hij in de tekening in de offerte niet de spouwafmeting ziet. Nadat De Kozijnen Apotheek per e-mail van 14 mei 2021 had toegelicht waar de spouwmaten zijn terug te zien in de offerte, heeft [appellant] bij e-mail van 14 mei 2021 gereageerd: “Wat zou ik moeten aanbetalen en hoe wil je het doen?”. Dezelfde dag heeft De Kozijnen Apotheek per e-mail gereageerd dat ‘de eerste termijn’ door de administratie wordt toegestuurd: “Zodra de aanbetaling is voldaan krijg je van mij een bestel bevestiging en worden de kozijnen besteld.”
Bij e-mail van 20 mei 2021 heeft De Kozijnen Apotheek aan [appellant] geschreven: “Bedankt voor de aanbetaling. Bijgaand ontvang je van mij een bestelbevestiging voor de kozijn(en) (…). De bestelling wordt nu geplaatst (…).” Bij deze e-mail is een ‘Bestellingformulier [nummer] ’ van De Kozijnen Apotheek aan [appellant] met de datum 20 mei 2021 gevoegd. Daarin staat over de kleur van de buitenzijde van de vijf kozijnen vermeld: ‘P910 EG’ en ‘P910 EG’.
Op 27 september 2021 heeft De Kozijnen Apotheek de kozijnen geleverd en is zij begonnen met de plaatsing daarvan. Die dag heeft [appellant] per WhatsApp en e-mail aan De Kozijnen Apotheek laten weten dat de vijf kozijnen in de verkeerde kleur waren geleverd (hagelwit, terwijl dit volgens [appellant] crèmewit moet zijn).
[appellant] heeft van de aanneemsom van € 23.136,86 een bedrag van € 2.625,91 onbetaald gelaten.
In opdracht van [appellant] heeft [bedrijf] (hierna: [bedrijf] ) op 20 februari 2023 onderzoek gedaan naar onder andere de kleur en de montage van de nieuwe kozijnen. Bij dit bezoek aan de woning was namens De Kozijnen Apotheek [naam] aanwezig. [bedrijf] heeft haar bevindingen vastgelegd in een rapport van 17 maart 2023 (hierna: het expertiserapport), waarin onder meer staat:
“Kleur:
Zowel aan de voor- als de zijgevel zijn een aantal kozijnen in de kleur RAL 9010 verwerkt terwijl dit, de overeengekomen en door de gemeente [plaats] vereiste kleur, RAL 1013 moet zijn (…).
De aannemer bevestigd dat dit niet de juiste en overeengekomen kleur is.
(…)
Tocht/koude lucht:
(…)
Voor zover zichtbaar en voelbaar staat het aluminium kozijn niet op een, overeengekomen, stelkozijn maar rechtstreeks op de neus van de onderliggende betonnen waterslag.
De binnenzijde van het aluminium profiel, voorbij de koudebrugonderbreking, is voelbaar evenals een soort van zwelband tussen betonnen waterslag en aluminium profiel.
Buitenlucht komt dus in aanraking met de “binnenzijde” van de aluminium onderdorpel en geeft dit naast koude klachten ook kans op condensvorming.
Achter de aanslag van de stijlen van het kozijn is wel een stellat/stelkozijn zichtbaar en ontbreekt deze ter plaatse van de onderdorpel.
Feitelijk dient er een stelkozijn aanwezig te zijn welke doorloopt tot de aanslag van het aluminium kozijn.
Als gevolg van de profilering van de betonnen waterslag in combinatie met de profilering van het aluminium kozijn is een verkeerde aansluiting (detail) gerealiseerd.
(…)
Aangezien die betonnen waterslag al aanwezig was had de aannemer aanvullende werkzaamheden moeten uitvoeren, waaronder het leveren en aanbrengen van een extra stelkozijn/stellat ter plaatse van onderdorpel van het kozijn.
Als gevolg van het ontbreken hiervan, is het nu mogelijk dat er koude buitenlucht achter de aanslag komt van de stijlen.
Met andere woorden, er komt nu (buiten)lucht tussen het stelkozijn en de stijlen en onderdorpel van het aluminium kozijn, hetgeen tochtklachten kan veroorzaken.
Condens:
(…)
Feitelijk is de condensvorming [op de onderdorpel van het vaste kozijn; hof] een rechtstreeks gevolg van de verkeerde onderaansluiting van de kozijnen.
(…)
Beantwoording van de onderzoeksvragen:
(…)
Het (gecombineerde) hersteladvies luidt als volgt:
Het nieuw leveren en aanbrengen van een vijftal buitenkozijnen in de kleur RAL 1013 aan de voor- en zijgevel, het de- en hermonteren van een tweetal kozijnen aan de achtergevel (…).”
In een raming van de kosten van herstel door derden van [bedrijf] staat (hierna: de kostenraming):
“1 Het treffen van beschermende voorzieningen
2 Het verzorgen van een steiger
3 Het losmaken van binnen-aftimmeringen
4 Het uitnemen en opslaan van de triple-glas ruiten
5 Het lossnijden en uitnemen van de aluminium kozijnen
6 Het nazien van de stelkozijnen, nieuw leveren en aanbrengen van stellat
7 Het herplaatsen van de kozijnen inclusief glas (achtergevel)
8 Het nieuw leveren en aanbrengen van vijf kozijnen en herplaatsen glas
9 Binnenafwerking nazien en herstellen
10 Het leveren en aanbrengen van negen opbouwuitzetters.
btw
280
800
280
550
1100
930
930
7250
280
500
12900
2709
15609”
Bij brief van 16 juni 2023 heeft [appellant] De Kozijnen Apotheek gesommeerd om onder meer de vijf kozijnen in de juiste kleur wit te leveren en te plaatsen en de kozijnen in de achtergevel te de- en hermonteren, gelet op de verkeerde montage daarvan. Voor het geval De Kozijnen Apotheek niet aan deze sommatie zou voldoen, heeft [appellant] in deze brief zijn vordering tot nakoming reeds omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding. De Kozijnen Apotheek heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.
Op 12 april 2024 heeft [bedrijf] een aanvullend rapport uitgebracht (hierna: het aanvullende rapport).
4. Procedure bij de kantonrechter
Samengevat en voor zover van belang in hoger beroep, heeft [appellant] in conventie bij de kantonrechter gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, De Kozijnen Apotheek te veroordelen tot betaling van:
€ 18.616,39 aan vervangende schadevergoeding;
€ 1.669,90 aan buitengerechtelijke kosten (kosten deskundige);
€ 1.163,01 aan buitengerechtelijke incassokosten;
de proces- en nakosten; en
alle bedragen te vermeerderen met rente.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de levering van de vijf kozijnen in de kleur ‘P910 EG’ geen tekortkoming van De Kozijnen Apotheek oplevert. Verder heeft de kantonrechter geoordeeld dat De Kozijnen Apotheek alle (zeven) kozijnen gebrekkig heeft gemonteerd en de herstelkosten geschat op € 3.000,00. De deskundigenkosten heeft de kantonrechter voor de helft toegewezen. De buitengerechtelijke incassokosten zijn volgens de kantonrechter toewijsbaar tot het wettelijke tarief over voornoemde herstelkosten.
In reconventie heeft De Kozijnen Apotheek gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [appellant] te veroordelen tot betaling van het onbetaald gebleven restantbedrag en de proces- en nakosten, te vermeerderen met rente. De kantonrechter heeft het verrekeningsverweer van [appellant] gehonoreerd.
De kantonrechter heeft vervolgens in conventie De Kozijnen Apotheek veroordeeld tot betaling van € 374,09 aan schadevergoeding, € 425,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, € 834,95 aan deskundigenkosten, al deze bedragen te vermeerderen met rente, en van de proces- en nakosten. In reconventie heeft de kantonrechter de vordering van De Kozijnen Apotheek afgewezen en de proceskosten gecompenseerd.
5. Procedure in hoger beroep
[appellant] heeft principaal hoger beroep ingesteld. Hij vordert gedeeltelijke vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – toewijzing van zijn onder 4.1 genoemde vorderingen (voor zover afgewezen) en alsnog afwijzing van de vorderingen van De Kozijnen Apotheek, met veroordeling van De Kozijnen Apotheek in de proceskosten, met rente.
De Kozijnen Apotheek concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [appellant] en – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van hem in de proceskosten, met nakosten en rente.
In incidenteel hoger beroep vordert De Kozijnen Apotheek vernietiging van het bestreden vonnis en alsnog – uitvoerbaar bij voorraad – toewijzing van de door haar in reconventie gevorderde hoofdsom, met veroordeling van [appellant] in de proces- en nakosten in hoger beroep, alle bedragen te vermeerderen met rente.
[appellant] heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het incidentele hoger beroep, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van De Kozijnen Apotheek in de proces- en nakosten, met rente.
6. Beoordeling
Grieven in principaal en incidenteel appel; inleiding
[appellant] heeft gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter over de kleur van de vijf kozijnen (grief I). Ook heeft [appellant] gegriefd tegen de begroting van de herstelkosten (grief II). Verder maakt [appellant] onverminderd aanspraak op vergoeding van de door hem gevorderde buitengerechtelijke (incasso)kosten.
De Kozijnen Apotheek heeft gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter over de montage (grief 1). Volgens De Kozijnen Apotheek bestaat geen grond voor toewijzing van vervangende schadevergoeding (grief 2), rente (grief 3), deskundigenkosten (grief 4) en incasso- en proceskosten (grief 5). Ook heeft de kantonrechter volgens haar de vordering in reconventie ten onrechte afgewezen (grief 6).
De grieven lenen zich voor een gezamenlijke beoordeling. Zij roepen de vraag op of De Kozijnen Apotheek is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst en, zo ja, tot welke vergoeding zij dan gehouden is. De beslissing over de vordering in reconventie hangt mede af van het antwoord op deze vraag, vanwege het verrekeningsverweer van [appellant] . Voorafgaand aan de beoordeling van die vraag, stelt het hof vast dat het werk in geschil tussen partijen nog niet was opgeleverd als bedoeld in artikel 7:758 BW. Tussen partijen staat immers niet (langer) ter discussie dat het overgelegde opleverrapport van 10 januari 2022 geen betrekking had op de kleur en de montage van de kozijnen. Een (ander) oplevermoment is niet gesteld of gebleken.
Kleur van de buitenzijde van de vijf kozijnen
Bij de beoordeling van de vraag welke kleur partijen voor de buitenzijde van de vijf kozijnen zijn overeengekomen, stelt het hof voorop dat [appellant] moet stellen en bij betwisting moet bewijzen dat hij de kleur parelwit heeft besteld.
Er zijn twee offertes van 12 mei 2021 met het offertenummer, die onderling verschillen vertonen ten aanzien van de kleur van de buitenzijde van de vijf kozijnen. In de offerte van [appellant] komt in dat verband overwegend de kleur parelwit voor en in de offerte van De Kozijnen Apotheek wordt in dat verband alleen de kleur hagelwit genoemd. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat de offerte van [appellant] een vervalsing is van de offerte van De Kozijnen Apotheek, doordat hij daarin de kleur heeft gewijzigd. Het hof gaat daarom aan die, door [appellant] betwiste, stelling van De Kozijnen Apotheek voorbij.
Vervolgens moet het hof vaststellen welke offerte [appellant] heeft geaccepteerd, omdat een overeenkomst tot stand komt door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Het hof is van oordeel dat [appellant] onvoldoende heeft gesteld om te concluderen dat uitgegaan moet worden van de offerte waar hij zich op beroept. [appellant] heeft aangevoerd dat hij die offerte heeft ontvangen van een medewerker van De Kozijnen Apotheek tijdens een bezoek aan zijn woning en dat hij die toen heeft geaccepteerd. Dit heeft hij niet nader onderbouwd. Daarentegen blijkt uit de e-mails van 12 en 14 mei 2021 (zie 3.4 hierboven) dat [appellant] de offerte waar De Kozijnen Apotheek zich op beroept in detail heeft bekeken (hij stelde een vraag over spouwmaten), maar dat hij niet heeft gereageerd op de daarin genoemde kleur hagelwit, en dat hij heeft gevraagd wat hij zou moeten aanbetalen. Uit met name deze vraag blijkt zijn instemming met die offerte, omdat in de e-mails staat dat de aanbetalingsfactuur volgt op het akkoord zijn van de offerte en dat na betaling daarvan een bestelbevestiging volgt. [appellant] heeft de aanbetaling vervolgens voldaan, zoals aan hem is bevestigd bij e-mail van 20 mei 2021 (zie 3.5 hierboven). Daarbij was ook de bestelbevestiging gevoegd, waarmee aan hem is bevestigd dat hij heeft ingestemd met de offerte waarin (alleen) de kleur P910 EG en dus hagelwit voor de buitenzijde van de vijf kozijnen staat.
De conclusie dat [appellant] met de offerte van De Kozijnen Apotheek heeft ingestemd wordt niet anders doordat [appellant] tijdens een bezoek van een medewerker van De Kozijnen Apotheek aan zijn woning zou hebben gewezen op de kleur parelwit voor onder andere de buitenkozijnen in opleverdocumenten van zijn woning en bij e-mail van 3 februari 2021 heeft laten weten aan De Kozijnen Apotheek dat de vijf kozijnen ‘aan de buitenkant [moeten] voorzien zijn van huidige originele kleur’. De Kozijnen Apotheek mocht er door de latere instemming van [appellant] met haar offerte gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij instemde met hagelwit.
Dat De Kozijnen Apotheek niet heeft gevraagd om de bestelbevestiging te controleren kan naar het oordeel van het hof evenmin tot een andere beoordeling leiden, omdat die dateert van na het sluiten van de overeenkomst en juist de bevestiging daarvan was. De Kozijnen Apotheek was niet verplicht [appellant] om controle te vragen.
De conclusie wordt ook niet anders door de verklaring van de deskundige van [bedrijf] dat [naam] zou hebben bevestigd dat hagelwit de verkeerde kleur is. [naam] heeft betwist dit te hebben gezegd en vast staat dat hij niet de gelegenheid heeft gehad om op het rapport te reageren. Dat De Kozijnen Apotheek naar aanleiding van klachten van [appellant] heeft aangeboden om de kozijnen over te spuiten in parelwit maakt ook geen verschil in deze beoordeling. Dit aanbod tussen partijen leidde immers tot de discussie of dit kosteloos of tegen betaling zou gebeuren, waaruit juist volgt dat discussie bestond over de vraag welke kleur [appellant] had besteld.
De slotsom is dat de levering van de vijf kozijnen in hagelwit aan de buitenzijde geen tekortkoming van De Kozijnen Apotheek oplevert. [appellant] heeft zijn andersluidende stelling onvoldoende onderbouwd, zodat aan eventuele nadere bewijslevering niet wordt toegekomen.
Waarschuwingsplicht voor De Kozijnen Apotheek?
Volgens [appellant] heeft hij meermaals duidelijk gemaakt dat de kleur in lijn moest zijn met de daaraan gestelde eis van parelwit van de gemeente en was De Kozijnen Apotheek verplicht om hem te waarschuwen toen hij hagelwit bestelde. Dit beroep op de waarschuwingsplicht van een aannemer slaagt niet. Voor zover strijdigheid met kleur- of welstandseisen van een gemeente al een onjuistheid in de opdracht is als bedoeld in artikel 7:754 BW, heeft [appellant] onvoldoende onderbouwd dat hij De Kozijnen Apotheek op een kleureis van de gemeente heeft gewezen. Hij heeft ook niet toegelicht op basis waarvan De Kozijnen Apotheek die eis anderszins kende of redelijkerwijs behoorde te kennen ten tijde van de bestelling, terwijl deze kenbaarheid ook een vereiste van de waarschuwingsplicht is. De Kozijnen Apotheek heeft betwist dat [appellant] opleverdocumenten heeft getoond en in zijn eerdergenoemde e-mail van 3 februari 2021 staat geen kleurspecificatie. Evenmin blijkt daaruit dat gemeentelijke goedkeuring nodig zou zijn voor een andere kleur dan parelwit. In dit verband heeft [appellant] verder nog aangevoerd dat hij vanaf de dag van de levering heeft aangegeven dat de kleur afwijkt van de kleureisen die de gemeente stelt, maar dit neemt niet weg dat de kleur van de afgeleverde kozijnen conform afspraak was. Wegens gebrek aan onderbouwing door [appellant] , wordt aan eventuele nadere bewijslevering niet toegekomen. Grief I in het principale hoger beroep faalt.
Montage van de zeven kozijnen
Tussen partijen is niet in geschil dat de zeven kozijnen moeten worden aangebracht op een stelkozijn. Onder verwijzing naar het expertiserapport van [bedrijf] heeft [appellant] gesteld dat de kozijnen verkeerd zijn gemonteerd.
De Kozijnen Apotheek heeft de objectiviteit en onafhankelijkheid van [bedrijf] ter discussie gesteld. Het hof volgt dit niet. De Kozijnen Apotheek heeft erop gewezen dat [appellant] opdrachtgever van het onderzoek is, maar dit brengt niet zonder meer mee dat aan de conclusies van [bedrijf] moet worden getwijfeld. Dit geldt ook voor de omstandigheid dat De Kozijnen Apotheek niet de gelegenheid heeft gehad om op de bevindingen van [bedrijf] te reageren vóór de totstandkoming van de rapporten, omdat De Kozijnen Apotheek haar bezwaren tegen die bevindingen in deze procedure wel naar voren kan brengen (en dat ook heeft gedaan). [bedrijf] heeft bovendien onder meer onderzoek bij de woning ter plaatse verricht, in het bijzijn van beide partijen. Blijkens het rapport hebben beiden ook meegewerkt aan het onderzoek. Dat daarbij een verklaring van [naam] ten aanzien van de kleur van de kozijnen onjuist zou zijn opgenomen in het rapport, waarop De Kozijnen Apotheek ook (met succes, zie 6.9) heeft gewezen, betekent nog niet dat aan de conclusies over de montage van de kozijnen geen waarde kan worden gehecht. In haar aanvullende rapport reageert [bedrijf] op de conclusie van antwoord. Aan De Kozijnen Apotheek kan worden toegegeven dat betwijfeld kan worden of [bedrijf] daarmee niet verder gaat dan zij als deskundige zou behoren te doen, maar dit doet op zichzelf niet af aan de conclusies van [bedrijf] in haar eerdere expertiserapport, die deels in het aanvullende rapport worden bevestigd. Bovendien kan die reactie van [bedrijf] niet geheel los worden gezien van de omstandigheid dat haar door De Kozijnen Apotheek wordt verweten dat zij een ‘lippendienst’ aan [appellant] heeft bewezen. Het is dan niet onbegrijpelijk dat [bedrijf] daarop reageert. Het hof zal de rapporten van [bedrijf] wel betrekken in zijn beoordeling.
[bedrijf] heeft in haar expertiserapport genoteerd dat, voor zover zicht- en voelbaar, het aluminium kozijn niet op een stelkozijn staat, maar rechtstreeks op de neus van de onderliggende betonnen waterslag. Ook heeft [bedrijf] geconcludeerd dat de condensvorming op de onderdorpel van het vaste kozijn een rechtstreeks gevolg is van de verkeerde onderaansluiting van de kozijnen. In haar aanvullende rapport heeft [bedrijf] opgemerkt dat deze condensvorming niet zou mogen gebeuren bij een juiste montage van de kozijnen. De slotsom van [bedrijf] is dat de door De Kozijnen Apotheek aangebrachte stelkozijnen en zeven kozijnen niet lucht- en waterdicht zijn gemonteerd. Voor herstel is volgens [bedrijf] nodig dat bij de onderdorpels van de zeven kozijnen een nieuw(e) stellat/stelkozijn wordt aangebracht.
De Kozijnen Apotheek heeft slechts in haar algemeenheid aangevoerd dat de kozijnen zijn aangebracht in overeenstemming met de verwerkingsvoorschriften van Systeemhuis Profel, waarbij de kozijnen zijn aangebracht op een stelkozijn. Zij heeft deze voorschriften niet nader toegelicht of overgelegd. De Kozijnen Apotheek heeft verder volstaan met een algemene beschrijving van de wijze waarop de kozijnen (moeten) worden gemonteerd, maar zij heeft niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld een eigen deskundigenrapport dat de kozijnen op die wijze zijn gemonteerd en dat de bevindingen van [bedrijf] , die mede gebaseerd zijn op haar eigen waarnemingen, (dus) onjuist zijn.
De Kozijnen Apotheek heeft aldus onvoldoende betwist dat de onderaansluiting van de zeven kozijnen verkeerd is uitgevoerd, met tocht- en vochtproblemen tot gevolg. Aan eventuele nadere bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. De conclusie is dat De Kozijnen Apotheek is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting de kozijnen deugdelijk te monteren. Grief 1 in het incidentele hoger beroep faalt. Daarom falen ook de (voortbouwende) grieven 2 tot en met 5 in het incidentele hoger beroep.
Verzuim
Bij brief van 16 juni 2023 heeft [appellant] De Kozijnen Apotheek in gebreke gesteld en gesommeerd tot herstel over te gaan. De Kozijnen Apotheek heeft daaraan geen gehoor gegeven, zodat haar verzuim is ingetreden.
Schadevergoeding
De Kozijnen Apotheek is aansprakelijk voor de schade die [appellant] heeft geleden als gevolg van de gebrekkige montage van de kozijnen. Daarbij dient in dit geval onderscheid te worden gemaakt tussen vervangende en aanvullende schadevergoeding.
Vervangende schadevergoeding
Bij brief van 16 juni 2023 heeft [appellant] de verbintenis van De Kozijnen Apotheek tot herstel bij voorbaat omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. [appellant] heeft recht op vergoeding van de waarde van de uitgebleven herstelmaatregelen.
[appellant] heeft zijn schade primair onderbouwd met een beroep op een offerte van Belisol Gouda B.V. Naar het oordeel van het hof kan de schade niet op basis van deze offerte worden vastgesteld, omdat die offerte onder meer uitgaat van kozijnen met draaikiepramen, terwijl de opdracht aan De Kozijnen Apotheek bestond uit kozijnen met draairamen, en zij ter zitting heeft toegelicht dat deze typen ramen niet vergelijkbaar zijn. Dit heeft [appellant] onvoldoende betwist.
[appellant] heeft subsidiair een beroep gedaan op de kostenraming van [bedrijf] . De Kozijnen Apotheek heeft deze kostenraming niet voldoende betwist. Zij heeft haar schatting van de herstelkosten die zij ter zitting in eerste aanleg deed gehandhaafd, maar die in hoger beroep niet nader onderbouwd. Ten aanzien van de kostenraming van [bedrijf] heeft zij volstaan met de opmerking dat de daarin begrote herstelwerkzaamheden niet aan de orde zijn, maar zij licht dat niet nader toe. Met haar berekening, waarmee zij kennelijk bedoelt dat de kostenraming gelijk zou zijn aan een relatief groot aantal manuren, gaat De Kozijnen Apotheek voorbij aan het gegeven dat in die raming meer begroot is dan enkel manuren. Voor zover De Kozijnen Apotheek heeft bedoeld ook in dit verband de objectiviteit en onafhankelijkheid van [bedrijf] ter discussie te stellen, geldt ook hier dat het hof dat standpunt niet volgt.
Het hof zal daarom voor de begroting van de vervangende schadevergoeding aansluiten bij (de regels in) de kostenraming van [bedrijf] (zie 3.9 hierboven). Omdat in hoger beroep niet is bestreden dat de kantonrechter ten aanzien van de kierstandhouders geen tekortkoming aannam, vervalt regel 10 over het leveren en aanbrengen van opbouwuitzetters. Ook vervalt regel 8 in die raming, die betrekking heeft op het nieuw leveren en plaatsen van de vijf kozijnen, aangezien deze kozijnen in de overeengekomen kleur zijn geleverd. Daarmee zouden echter ook de plaatsingskosten van de vijf kozijnen vervallen en dat dient te worden gecorrigeerd, omdat [appellant] wel recht heeft op de kosten van herstel van de gebrekkige montage van deze kozijnen. Het hof zal deze herstelkosten schatten, door het begrote bedrag voor de herplaatsing van de twee kozijnen in de achtergevel in regel 7 te delen door twee en te vermenigvuldigen met zeven. Het hof begroot de totale kosten van herstel van de gebrekkige montage aldus op € 9.044,75 inclusief btw. In zoverre slaagt grief II in het principale hoger beroep.
Aanvullende schadevergoeding
[appellant] maakt aanspraak op alsnog volledige vergoeding van de kosten van het deskundigenonderzoek door [bedrijf] . Het hof vat deze vordering in het licht van de andere grieven op als een grief tegen het afgewezen deel van de deskundigenkosten en oordeelt dat die grief faalt. Ook in hoger beroep is alleen de gebrekkige montage van de kozijnen komen vast te staan, zodat het hof de deskundigenkosten net als de kantonrechter begroot op de helft van de gevorderde kosten en de beslissing van de kantonrechter daarover zal bekrachtigen.
[appellant] maakt voorts aanspraak op alsnog vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten over de door hem gevorderde hoofdsom. Het hof vat deze vordering in het licht van de andere grieven op als een grief tegen het afgewezen deel van die incassokosten. Deze grief slaagt in zoverre dat [appellant] recht heeft op het wettelijke tarief over de door het hof begrote hoofdsom van € 9.044,75, derhalve € 827,24, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.
Verrekening laatste deel aanneemsom
De Kozijnen Apotheek heeft niet gegriefd tegen het oordeel van de kantonrechter dat het onbetaald gebleven restantbedrag wordt verrekend met de schadevergoedingsvordering van [appellant] . Aangezien deze vordering die termijn in waarde overstijgt, is het onbetaald gebleven restantbedrag door die verrekening tenietgegaan op grond van artikel 6:127 lid 1 BW, zodat de kantonrechter de vordering in reconventie terecht heeft afgewezen. Grief 6 in het incidentele hoger beroep faalt.
[appellant] heeft niet gegriefd tegen de beslissing van de kantonrechter om in conventie het na verrekening resterende bedrag aan (vervangende) schadevergoeding toe te wijzen. Ook het hof zal daarom het onbetaald gebleven restantbedrag in mindering brengen op de herstelkosten, zodat aan schadevergoeding toewijsbaar is (€ 9.044,75 – € 2.625,91 =) € 6.418,84. Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag toewijzen.
Slotsom en proceskosten
De grieven van [appellant] tegen de omvang van de schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten slagen. Het bestreden vonnis wordt gedeeltelijk vernietigd. De Kozijnen Apotheek is in het hoger beroep voornamelijk in het ongelijk gesteld. Zij zal worden veroordeeld in de proceskosten in principaal en incidenteel hoger beroep. Het hof stelt deze proceskosten als volgt vast:
- explootkosten € 139,42
- griffierecht € 798,00
- salaris advocaat € 3.648,00 (tarief I (incidenteel hoger beroep half tarief), 5 punten)
Totaal € 4.585,42
7. Beslissing
Het hof:
In principaal en incidenteel hoger beroep:
vernietigt het bestreden vonnis in conventie, voor zover daarbij De Kozijnen Apotheek is veroordeeld tot betaling aan [appellant] van:
een schadevergoeding van € 374,09 met rente (dictum bestreden vonnis onder 6.1);
€ 425,00 voor buitengerechtelijke kosten met rente (dictum bestreden vonnis onder 6.2);
en doet opnieuw recht:
veroordeelt De Kozijnen Apotheek tot betaling aan [appellant] van een schadevergoeding van € 6.418,84, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 7 juli 2023 tot de dag van betaling;
veroordeelt De Kozijnen Apotheek tot betaling aan [appellant] van € 827,24 voor buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 9 oktober 2023 tot de dag van betaling;
bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
veroordeelt De Kozijnen Apotheek in de proceskosten in principaal en incidenteel hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 4.585,42, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan;
veroordeelt De Kozijnen Apotheek tot betaling van € 189,00 voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,00 voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als betekening van dit arrest plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, als niet binnen veertien dagen na het verschuldigd worden van de nakosten aan deze veroordeling is voldaan;
verklaart bovenstaande veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Boeve, E.J. Bellaart en I. de Greef en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 september 2026.